Nikon D5100 review

Algemeen
 
Merk Nikon Nikon
Productnaam D5000 Body D5100 Body
Productcode VBA240AE VBA310AE
Details Productinfo Productinfo
Specificaties
Type camera Spiegelreflex Spiegelreflex
Beelden per seconde 4 fps 4 fps
Digitale zoom 0 x 0 x
Optische zoom 0 x 0 x
Aantal autofocuspunten 11 11
Ingebouwde flitser
Automatisch scherpstellen
Handmatig scherpstellen
Automatische belichting
Gezichtsherkenning
Sluitertijd (min.) 1/4000 sec 1/4000 sec
Sluitertijd (max.) 30 sec. 30 sec.
Verwisselbare lens
Geïntegreerde GPS
Zelfontspanner
Sensor
Resolutie 12.3 MPixel 16.2 MPixel
Beeldverwerking Expeed Expeed 2
Beeldsensor formaat APS-C (1.5x) APS-C (1.5x)
Beeldsensor type CMOS CMOS
Max. fotoresolutie (horizontaal) 4288 pixels 4928 pixels
Max. fotoresolutie (verticaal) 2848 pixels 3264 pixels
Beeld
Foto’s – JPEG
Foto’s – RAW
Rode ogen-reductie
Automatische witbalans
Handmatige witbalans
ISO gevoeligheid minimaal 100 100
ISO gevoeligheid maximaal 6400 25600
Beeldscherm / zoeker
Type beeldscherm TFT TFT
Beeldschermdiagonaal 2.7 inch 3.0 inch
LCD aantal beeldpunten (dots) 230000 dots 921000 dots
Live view
Kantelbaar scherm
Aansluitingen
PictBridge compatible
USB 2.0 aansluiting
Bluetooth
HDMI-aansluiting
Type HDMI-aansluiting mini-HDMI (Type C) mini-HDMI (Type C)
WiFi verbinding
Fysieke eigenschappen
Afmetingen – Hoogte 10.4 cm 9.7 cm
Afmetingen – Breedte 12.7 cm 12.8 cm
Afmetingen – Diepte 8 cm 7.9 cm
Gewicht 560 gram 560 gram
Minimale werkingstemperatuur 0 °C 0 °C
Maximale werkingstemperatuur 40 °C 40 °C
Opslag
Secure Digital
Secure Digital High Capacity (SDHC)
Secure Digital Extended Capacity (SDXC)
CompactFlash
Memory Stick Pro Duo
xD-Picture Card
MultiMediaCard
Video eigenschappen
Video opnemen
Max. videoresolutie (horizontaal) 1280 pixels 1920 pixels
Max. videoresolutie (verticaal) 720 pixels 1080 pixels
Meegeleverde kitlens
Inclusief kitlens?
Tweede kitlens
Inclusief tweede kitlens?

De Nikon D5100 werd op 5 april aangekondigd en ligt net in de winkels. Voor Technyx reden om de camera aan een grondige test te onderwerpen. De D5100 is de opvolger van de D5000. De laatste was (en is nog steeds) een vrij populaire camera, door zijn goede prijs-prestatieverhouding en uitklapbaar lcd-scherm. De D5100 is een doorontwikkelde versie, die tevens bepaalde componenten van zijn in najaar 2010 geïntroduceerde grotere broer, de D7000, heeft meegekregen. Wat heeft de D5100 allemaal in huis en hoe presteert hij?

Verschillen

De D5100 is tussen de D3100 en D7000 in gepositioneerd. Terwijl zijn voorganger, de D5000, alleen kon filmen in 720p hd met 24 bps, kan de D5100 dat ook in 1080p met 24/25/30 bps. Instapper D3100 kan eveneens in 1080p filmen, maar is dan beperkt tot 24 bps. De D5100 beschikt over exact dezelfde sensor als de D7000. Dat is interessant, want die 16,2 megapixel APS-C CMOS-sensor staat bekend om zijn uitstekende beeldkwaliteit en lage ruis (zie verder op in deze test). Door het gebruik van die sensor is het ISO-bereik flink gegroeid. De D5000 ging standaard niet verder dan ISO 3200 (met boost tot 6400) en was op die stand ook al redelijk ruizig. De D5100 gaat standaard tot ISO 6400 en heeft ook een Hi1 (12.800) en Hi 2 (25.600) stand voor als het echt moet. Daarnaast is heeft hij een monochrome ‘nachtmodus’ die de sensor opvoert tot ISO 102.400. Andere verbeteringen zijn autofocus tijdens Live View, een grote lcd-scherm met meer pixels en een nieuwe beeldprocessor. Ook is de D5100 iets afgeslankt ten zichte van zijn voorganger, die soms wel eens als ‘bulky’ werd omschreven. Het kan daardoor wel zijn dat D5000 bezitters en mensen met grote handen de camera iets minder fijn in de hand vinden liggen.

Wil je zien hoe het uiterlijk van de Nikon D5100 verandert is ten opzichte van de D5000? Ga dan met de muis op de bovenstaande foto staan.

De buffer van de D51000 is verder toegenomen. Hij schiet nog steeds 4 bps, net als de D5000, maar kan dat wel een stuk langer achter elkaar doen. De D5100 kan 100 jpeg’s achter elkaar produceren tot de buffer vol is. Een mooie vooruitgang ten opzichte van de 63 van de D5000. Misschien nog wel belangrijker is het verschil wanneer je in raw fotografeert. De D5100 stopt pas bij 16 opnamen, ten opzichte van 11 bij de D5000. Bij actiefotografie kan die ruime seconde extra net het verschil maken. Ook het scherpstellen gaat vlot en accuraat, dankzij de 11-punt autofocus. 

Live view schakelaar en videoknop

De D5100 heeft een schakelaar (Lv) direct naast het programmawiel zitten, waarmee je vloeiend kunt overschakelen van de normale weergave (via de zoeker) naar Live View. Het omschakelen gaat bijzonder soepel en vlot. Scherpstellen tijdens Live View is ook mogelijk en gaat relatief snel. Relatief, vergeleken bij eerdere Nikon modellen (zoals de D5000), maar ook in vergelijking met de directe concurrent, de Canon EOS 600D. De contrastautofocus is behoorlijk verbeterd en daardoor goed bruikbaar. Het scherpstellen op bewegende onderwerpen is nog steeds een uitdaging, maar voor statische onderwerpen voldoet het prima. Dat is te danken aan de nieuwe AF-F Continious Video autofocus, die we al eerder op de D3100 tegenkwamen. Hoewel het scherpstellen relatief vlot gaat, zowel tijdens Live View als tijdens een video-opname, duurt het toch nog steeds bijna een seconde. De meeste systeemcamera’s, zoals de Sony NEX- en Olympus Pen-serie, zijn nog een stukje sneller.

Overigens is de knop voor het videofilmen in combinatie met de Live View-schakelaar niet heel optimaal geplaatst – zie onze kanttekeningen verderop in deze review.

Sensor

Zoals gezegd heeft de D5100 leentjebuur gespeeld bij de D7000 als het om de sensor gaat. De 16,2 megapixel-sensor is identiek en dat is een interessante stap van Nikon. De sensor produceert zeer gedetailleerde, kleurrijke beelden met een goed dynamisch bereik en is vrij ruisarm op de hogere ISO-waarden – zeker voor een APS-C sensor. Ten opzichte van de D5000, die ook al niet slecht was op dit vlak, is dit een bijzonder grote vooruitgang. Zie de resultaten verderop in deze review.

De D5100 heeft een ingebouwde mogelijkheid om HDR-opnamen te maken. Oftewel foto’s met meer dynamisch bereik, waardoor er meer details te zien zijn in donkere schaduwgebieden en lichte delen. Vooral met contrastrijke omgevingen, zoals een fel licht en donkere schaduwpartijen, hebben digitale camera’s moeite. Er bestonden al kunstmatige oplossingen om de camera daarmee te laten omgaan, zoals D-Lighting, maar nu kan de camera het nog effectiever op basis van meerdere opnamen. De D5100 maakt twee foto’s (één overbelicht, één onderbelicht), voegt deze samen en maakt er vervolgens een jpeg-foto van. Je kunt zelf het belichtingsverschil bepalen (1-, 2-, 3EV), om de camera optimaal af te stemmen op de situatie. Na het maken van de opname schakelt de camera de functie weer automatisch uit. Helaas kun je niet een standaardopname èn een HDR foto tegelijk maken. Als je dat wilt, dan kun je het beste de HDR-functie inschakelen en vervolgens eerst een HDR-foto en direct daarna de normale foto maken.

De resultaten van de HDR-functie zijn niet onaardig, maar naar onze mening zijn handmatige HDR’s op basis van drie opnamen of meer, en bewerkt met gespecialiseerde software een stuk beter. De functie is vooral een enorme tijdsbesparing, althans, het bespaart veel nabewerkingstijd, zolang je kan leven met het resultaat. Slim van Nikon om op deze trend in te spelen, al zijn ze niet de eerste: Pentax was de eerste die HDR functionaliteit toevoegde, zoals met de K-x; ook Sony biedt deze functie in recente Alpha-modellen als de A33/A55 en A560/A580.

Ga met de muispijl op de bovenstaande foto staan om de HDR-versie te zien

Aan de voorzijde, direct boven de ontgrendelknop voor de lens, zit de Fn-knop. Standaard is de zelfontspannerfunctie toegewezen aan deze knop, maar hij is programmeerbaar. Via het menu kun je de knop ook instellen om hem te gebruiken voor het wijzigen van de ISO-waarde, witbalans, beeldkwaliteit en D-Lighting. Wanneer je de camera vast hebt, kun je de knop – met enige oefening – met de duim van je linkerhand bedienen, zodat je snel instellingen kunt wijzigen.

Beeldbewerking

Een andere mogelijkheid waarmee de Nikon D5100 uitblinkt, zijn de uitgebreide beeldbewerkingsmogelijkheden die ingebakken zitten in de camera. Deze zijn nuttig voor veel verschillende doelgroepen. Allereerst beginnende fotografen die weinig ervaring hebben met beeldbewerking en hun foto’s graag op een eenvoudige manier willen oppeppen. Dat dit ook op de camera kan, is erg laagdrempelig en relatief eenvoudig. Ook diverse filters zijn direct toe te passen, zoals het monochroom maken van een foto, digitale kleurfilters toe te voegen en kleuren versterken of verzwakken. Ook leuk is de optie om de foto zwart-wit te maken, maar één kleur (zoals rood) te behouden. Het origineel blijft bewaard, dus je kunt naar hartelust experimenteren.

Ervaren beeldbewerkers zullen deze functies waarschijnlijk minder gebruiken, hoewel het wel een handige manier is om je foto’s onderweg al te optimaliseren, zodat dit achteraf veel beeldbewerkingstijd bespaart. Denk bijvoorbeeld aan het rechtzetten van een foto, perspectiefcorrectie of het maken van een bepaalde uitsnede. Ook een zeer handige optie is het omzetten van een raw-foto (NEF) naar jpeg. Bijvoorbeeld wanneer je een bepaalde foto wel wil bewaren, maar het – achteraf gezien – niet nodig was om deze in het raw-formaat te maken. Zo kun je kostbare ruimte op je geheugenkaarten (en harde schijf) besparen. Dat kan zeker op vakantie goed van pas komen. Ook het bewerken van video-opnamen is mogelijk.

De D5100 is flink met z’n tijd mee gegaan. Alleen het uitklapbare lcd-scherm verraadt nog de relatie met de D5000, al zit dit wel op een totaal andere plaats. Verder is de D5100 uitgerust met een nieuwe sensor, nieuwe beeldprocessor (Expeed 2) en uitgebreide menu-opties.

De positie van het lcd-scherm van de D5000 was niet altijd praktisch

Lcd-scherm

De meest in het oogsrpingende verbetering is het lcd-scherm. De D5000 was de eerste NIkon D-SLR met een kantelbaar scherm en die toevoeging werd in eerste instantie lovend ontvangen. In tweede instantie bleek de positionering van het schermpje niet geheel praktisch. Nikon had het scharnier aan de onderkant geplaatst in plaats van aan de zijkant. De gedachte daarachter was dat de positionering aan de achterzijde ideaal was voor laag-bij-de-grond-werk en macro’s. Doordat het scherm echter altijd aan de achterkant zat, was iets als een zelfportret maken met behulp van het scherm dus niet mogelijk. Op statief was het probleem nog groter, want het scherm kon dan nog maar ten dele kantelen en zat al snel in weg. 

Bij de D5100 zit het lcd-scherm aan de zijkant van de body. Dat is weliswaar niet heel origineel, omdat de meeste fabrikanten dit zo doen, maar wel praktisch. Je kunt de D5100 probleemloos op een statief gebruiken en het schermpje kantelen. Ook kun je er makkelijk zelfportrettten mee maken. Je zet de D5100 simpelweg op statief of op een andere ondergrond, klapt het lcd-scherm uit en kantelt deze naar voren; je ziet vervolgens jezelf in beeld verschijnen. Het uitklapbare lcd-scherm van de D5100 is erg veelzijdig. Je kunt nu veel eenvoudiger de compositie bepalen wanneer je de camera laag bij de grond of hoog in de lucht houdt. Je kantelt het scherm in de juiste positie, zodat je er goed zicht op hebt en schakelt dan Live View in. Vervolgens kun je vanuit een comfortabele positie je compositie maken en afdrukken. Tot voor kort moest je als fotograaf nog regelmatig op de grond gaan liggen om vanuit een bijzonder perspectief te fotograferen. Die tijd is met de D5100 voorbij.

Het kantelbare scherm van de D5100 is sterk verbeterd ten opzichte van de D5000

Beter scherm

Overigens is de andere positie van het lcd-scherm niet de enige verbetering ten opzichte van de D5000. Het schermpje is in omvang gegroeid van 2,7 naar 3 inch (7,6 cm). Bovendien is het aantal ‘dots’ gegroeid naar 921.000, wat bijna een verdriedubbeling is ten opzichte van de 230.000 ‘dots’ van de D5000. Voor alle zekerheid: de door fabrikanten opgegeven ‘dots’ zijn geen pixels, maar subpixels – doorgaans rood, groene of blauwe deelbeeldpunten die samen één echte beeldpunt vormen. Het scherm van de Nikon D5100 heeft 921.600 dots, ofwel 307.200 pixels: 640×480 pixels ofwel VGA-reslutie dus. Dat klinkt als niet bijzonder veel, maar is het wél: omgerekend komt het neer op 267 pixels per inch. Ter vergelijking: een 24-inch Full HD (1920×1080) beeldscherm haalt nog geen 92 pixels per inch, een iPad komt niet verder dan 133 ppi. De scherpte van het scherm van de D5100 ligt in lijn met die van concurrenten als de Canon 600D en de Sony A580.

De D5100 heeft ook een speciale nachtmodus, die te vinden is via de scene-stand. Deze modus is bedoeld om te gebruiken in combinatie met Live View.  Wanneer je deze voor het eerst bekijkt, ziet het er best indrukwekkend uit. Nikon behaalt het resultaat door de sensor op te voeren naar ISO 102.400. Het beeld is dan volledig monochroom (zwart-wit) en vrij grof en ruizig. Wanneer je deze functie uitprobeert in een donkere omgeving met een paar lichtbronnen, lijkt het wel alsof je in een infrarood-modus werkt (zoals sommige camcorders met nachtmodus). Wanneer er (vrijwel) geheel geen lichtbronnen zijn, ziet de camera echter ook niets en is de functie nagenoeg onbruikbaar. Verwacht dus niet dat je de D5100 als nachtkijker kunt gebruiken: het nut is beperkt.


Lichtbronnen worden goed opgepikt in de nachtmodus, maar de rest blijft zwart (ga met de muiswijzer op de foto staan om de volledige foto te zien).

Expeed 2

Een andere verbetering is de Expeed 2 beeldprocessor. De D5000 moest het nog met de eerste Expeed chip doen en produceert 12-bit beelden. De D5100 werkt met 14-bit A/D conversie, wat in principe tot betere beeldkwaliteit en dynamisch bereik leidt.

Net als bij de D3100 heeft Nikon bij de D5100 veel aandacht besteed aan de gebruiksvriendelijkheid van de camera. Standaard toont de camera een zeer overzichtelijke statusweergave op het lcd-scherm (zie hieronder), waarbij de sluitertijd en het diafragma groot worden weergegeven en de meer gevorderde items aan de rechterkant gepositioneerd staan. Ook wordt het diafragma van de lens grafisch weergegeven, zodat je direct kunt zien wat er gebeurt, als je een bepaalde instelling verandert. Wanneer je tijdens het fotograferen op de vraagtekenknop drukt, krijg je direct informatie te zien over het menu-item waar je je op dat moment bevindt. Ook tijdens het fotograferen worden er vaak statusmededelingen op het scherm vermeld, zoals de waarschuwing dat het te donker is.

Video

Zoals eerder genoemd is de D5100 rijk uitgerust met een scala aan mogelijkheden op het gebied van video. De D5100 kan filmen in 1080p, 720 en 424p met 24, 25 en 30 bps. Doordat het lcd-scherm kantelbaar is, heb je vanuit alle situaties goed zicht op het onderwerp. Het scherpstellen gaat redelijk vlot, al kost het nog steeds relatief veel tijd. In de A- of M-stand kun je de diafragmawaarde aanpassen. In de P, A en S-stand kun je tijdens het filmen de belichting aanpassen (+- 3 EV).


Bug!

Er is sprake van een bug wat betreft de instelling van de diafragmawaarde tijdens het videofilmen. De waarde die de camera heeft op het moment dat je Live View aanzet wordt te allen tijde vastgehouden. Zelfs als je tijdens Live View de waarde aanpast (b.v. f8 in plaats van f2,8), dan onthoudt de camera alleen de aanvankelijke waarde en gebruikt die voor het filmen. Dat is verwarrend, want de camera toont wel de nieuwe waarde (b.v. f8). De enige oplossing is het uitschakelen van Live View of het maken van een foto. We nemen aan dat dit niet de bedoeling is en dat Nikon dit snel oplost met een firmware-update.


Aansluitingen

De D5100 kan met een flink aantal accessoires worden uitgebreid. Zo is de camera klaar voor een externe microfoon, die het geluid in plaats van de interne mono microfoon opvangt. Tegelijk met de D5100 heeft Nikon ook een universele microfoon aangekondigd, die op de flitsvoet gemonteerd kan worden. Verder is de camera voorbereid op een gps-accessoire. Ook is er een infrarood afstandsbediening beschikbaar (de D5100 heeft zowel aan de voor- als achterzijde een infrarood-oog). Een usb-aansluiting, A/V out en HDMI-poort ontbreken uiteraard niet.

Ondanks alle pluspunten en verbeteringen hebben we toch een aantal kanttekeningen, zoals gebruikelijk bij een kritische review.

AF-motor

Een voor de hand liggend kritiekpunt is het ontbreken van een autofocusmotor. Nikon begon daarmee met de introductie van de D40 en voerde dit later door in de D60/D3000/D3100 en D5000. Het weglaten van de AF-motor is in feite een bezuinigsmaatregel, simpelweg omdat dit weer een component (en ruimte) scheelt. Voor absolute beginners en consumenten die slechts zo nu en dan fotograferen levert dit geen enkele beperking op. Het betekent echter wel dat de D5100 alleen goed met lenzen (officiële term: objectieven) overweg kan, die over een eigen autofocusmotor beschikken. Dat zijn alle AF-S lenzen, waaronder de kitlens. Alle moderne Nikkor lenzen zijn van het AF-S type, maar de oudere generatie AF-D lenzen – die nog steeds nieuw verkocht worden – zijn dus niet geschikt. Je kunt ze wel gebruiken, maar de autofocus werkt dan niet. Hetzelfde geldt voor third party lenzen van Sigma, Tamron en Tokina, waarvan een aanzienlijk deel geen eigen motor heeft. Zij hebben echter wel op deze stap van Nikon gereageerd door uitvoeringen van populaire lenzen met een eigen motor op de markt te brengen, speciaal voor deze cameraserie. Oftewel, een heel groot probleem is het niet.

Als je echter verslaafd raakt aan fotografie en na verloop van tijd behoefte krijgt aan andere lenzen, zoals bijvoorbeeld een 50mm f1.8 prime, dan ben je de D5100 alweer ontgroeid. Dat is zonde, want de camera zelf heeft genoeg in petto voor gevorderde fotografen. Ook betekent het dat je altijd goed moet opletten bij de aankoop van objectieven – vooral op de tweedehandsmarkt. Koop alleen wanneer je getest hebt of autofocus van de lens werkt. 

De D5100 heeft geen eigen autofocusmotor en kan daardoor alleen overweg met moderne (AF-S) lenzen

Dat Nikon de autofocusmotor weg heeft gelaten op haar absolute instapcamera – de D3100 – valt te begrijpen. De doelgroep van die camera gebruikt in de praktijk slechts een beperkt aantal (kit)lenzen. De maatregel doet de D5100 eigenlijk te kort. De camera is zo compleet, dat deze bezuinigingsmaatregel je op een gegeven moment belemmert om door te groeien (bijvoorbeeld door ‘primes’ met een vaste brandpunt te gebruiken). Aan de andere kant moet je als consument extra goed opletten of een bepaalde lens wel geschikt is.

Een andere ‘misser’ is het ontwerp van de Live View- en videoknop. Met name de videoknop zit een beetje op een vreemde, geïsoleerde plaats, linksachter de ontspanknop. Dit is niet de meest logische positie, omdat je meestal naar de achterkant van je camera kijkt (naar het lcd-scherm) als je een video-opname maakt. Met wat oefening zul je de knop op een gegeven moment wel blind vinden, maar echt goed uitgedacht is dit niet. Het is vooral bijzonder, omdat Nikon met de D5100 afwijkt van de ingezette koers van de D7000 en D3100. De knop zit daar aan de achterkant, met de Live View-schakelaar er omheen gemonteerd. Die knoppen horen bij elkaar, dus zou het ook logisch zijn om ze op de D5100 ook bij elkaar te plaatsen – bij voorkeur aan de achterzijde. Bovendien heeft de videoknop geen enkele functie, tenzij de Live View-modus is geactiveerd.

Het is onduidelijk waarom Nikon met het ontwerp van de videoknop en Live View-schakelaar is afgeweken van het ontwerp van de D7000 en D3100. Los van de betere positionering van deze camera’s ten zichte van de D5100, is het ook zo dat dit ruimte biedt voor nieuwe functionaliteit. Bij de D3100 wordt de ruimte van de Live View-schakelaar namelijk benut door een andere schakelaar, waarmee je snel van transportmodus kunt verwisselen. 

Ter vergelijking: de D3100 heeft een selectieschuifje naast het programmawiel

Alle camera’s hebben een bepaalde kleurafwijking. Enkele jaren terug waren die verschillen best groot. De ene camera maakte bijvoorbeeld foto’s met dominante rode kleur, terwijl bij een ander merk weer een fractie blauwer waren. Echt groot kwaliteitsverschil op dat vlak zien we nu niet zo vaak meer. Als het om kleur gaat zien we vooral kleine afwijkingen, die desondanks wel het vermelden waard zijn. Ook zien we grote verschillen als het om kleurverzadiging gaat. Uit onderzoeken blijkt dat consumenten foto’s met felle kleuren rood, groen en blauw mooier vinden dan neutrale kleurtinten, dus peppen de meeste fabrikanten hun kleurverzadiging een beetje op. Dat zien we overigens vooral bij compacts en veel minder bij spiegelreflexen. Als je in het raw-formaat fotografeert wordt er nagenoeg geen verzadiging meer toegepast.

Testmethodiek

Technyx gebruikt voor camera- en lenzentests verschillende testkaarten en -opstellingen. De resultaten bekijken we met behulp van verschillende softwarepakketten. Op die manier is het bijvoorbeeld mogelijk om beelden naast elkaar te leggen en eenvoudig verschil in kwaliteit te kunnen zien. Voor complexere zaken, zoals kleurafwijkingen, die nauwelijks objectief met het blote oog zijn waar te nemen, gebruiken we professionele testsoftware die ook in de camera-industrie gangbaar is: Imatest. De uitkomsten zijn redelijk wetenschappelijk en daardoor niet voor iedereen begrijpelijk en interessant, maar voor de volledigheid publiceren we ze erbij.

Nikon D5100

De afbeelding hieronder geeft de kleurafwijking aan, gebaseerd op een door de D5100 geproduceerde foto (ISO 100) van een professionele testkaart. In het centrum van een kleurenvlak zie je de kleur zoals die officieel zou moeten zijn. Deze kleur is afgestemd op de gebruikte kleurtemperatuur van de camera, die beïnvloed wordt door omgevingslicht. In het kleine vlakje rechts in het centrum zie je de oorspronkelijke kleur zonder correctie. Onderin zie je de witbalans fouten op basis van zes grijsvakken (wit, 20, 40, 60 en 80%.grijs en zwart). De kleurverzadiging hiervan is opzettelijk aangedikt zodat je het verschil goed kunt zien. Op basis hiervan kun je zien hoe goed de handmatige witbalans werkt. 

Aan het deel tussen de rode haakjes is de witbalansafwijking goed af te lezen (0 = perfecte grijstint, 1 = volledige kleur). Waarden tussen de 0 en 0,09 zijn prima. De gemiddelde witbalansafwijking van de D5100 is 0,014 en zit daarbij op het niveau van de Canon 1100D. In vergelijking met de D5100 doet de 600D het een fractie beter, maar het verschil is in feite te verwaarlozen. De grafiek op de volgende pagina toont de vier middelste grijsvlakken.



Kleurruimte

Als je bovenstaande grafiek inclusief de gekleurde vlakken vertaalt naar de afwijking in de (CIELAB) kleurruimte, dan krijg je het onderstaande resultaat. Bij de combinatie van vierkantjes en circkeltjes staat telkens een getal, dat overeenkomt met de 18 kleurvakken in het testpatroon. Het vierkantje geeft aan wat de kleur moet zijn in het geval van perfectie. Het cirkeltje is de kleur zoals die door de camera is geproduceerd. Oftewel: je ziet een visuele weergave van de kleurafwijking. 

Wat verder interessant is, is de verzadiging. Zoals gezegd passen fabrikanten vaak kleurverzadiging toe zodat kleuren er meer uitspringen. Tot op zekere hoogte is dat prima, maar op een gegeven moment wordt het onwerkelijk. De kleurafwijking van de Nikon D5100 bedraagt 10,3%. Dat is aan de oververzadigde kant, maar valt binnen de marges.

Een van de meest interessante tests om de beeldkwaliteit van een camera te bepalen is het ruisniveau op hoge lichtgevoeligheden (ISO). Als je 10 willekeurige camera’s met elkaar vergelijkt, zul je op ISO 100, los van een eventuele kleurafwijking en de scherpte (van de lens) weinig verschil zien. Een camerasensor wordt pas tot het uiterste op de proef gesteld wanneer de ISO-waarde wordt opgevoerd. Veel fabrikanten pronken met hoge ISO-waarden, zoals ISO 6400 of hoger – op de doos van de camera. In veel gevallen is de hoogste waarde echter helemaal niet bruikbaar omdat er veel te veel ruis zichtbaar is. De beeldkwaliteit neemt dan razendsnel af, wat te zien is aan ruis (rode, groene en blauwe pixels), fletsere kleuren en verminderd detail. Sommige fabrikanten passen softwarematige ruisreductie toe om de beeldruis te vermommen, maar dat gaat zeer ten koste van de details (alles wordt steeds onscherper). We testen het ruisniveau zowel in jpeg als in raw (ten tijde van de test met een beta van Lightroom 3.4RC, omdat de raw-bestanden van de D5100 nog niet officieel ondersteund worden). Hoe doet de D5100D het op dit vlak?

ISO 6400 op de D5100

De sensor van de D5100 gaat standaard van ISO 100 tot en met 6400. Dit is echter op te rekken tot 12.800 en 25.600 via de Hi1- en Hi2-stand. ISO 800 en 1600 zijn praktisch ‘schoon’ en bieden nog uitstekende beeldkwaliteit. Op ISO 3200 is ruis wel zichtbaar, maar nog allesbehalve storend. Storend begint het past te worden op ISO 6400. Ruispatronen – vooral met blauw en rode pixels – zijn dan goed zichtbaar en leiden tot het verlies van details. Toch kan ISO 6400 op de D5100 er nog steeds prima mee door – vooral wanneer de foto goed belicht is en niet al teveel schaduwpartijen bevat. Als je beschikt over goede ruisreductiesoftware (zoals Lightroom 3.0, Photoshop CS5 of een plug-in als Noise Ninja) dan hoef je je niet al teveel zorgen te maken. Afhankelijk van het doel is ISO 6400 nog goed bruikbaar.

Klik op de afbeelding voor een hi-res verie

De Hi1 en -2 standen van de D5100 zoeken de grens echt op. De sensor van de D5100 is kwalitatief goed genoeg om ISO 12.800 aan te kunnen, maar ruis wordt dan wel erg zichtbaar. Ruisreductie is op dat niveau absoluut noodzakelijk en voor veel publicatievormen, zoals posters of glossy magazines, is de opname niet meer geschikt. Toch zouden we ISO 12.800 nog wel bruikbaar willen noemen in bepaalde omstandigheden – mits goed belicht.

ISO 25.600 is een ‘no-go’. De ruis is dan in extreme mate aanwezig, wat zich vooral uit in een overdaad aan rode pixels. In sommige testopnamen kreeg de foto een vreemde gloed, dankzij een groot aantal blauwe pixels. Waar 12.800 is bepaalde situaties nog best bruikbaar is, is ISO 25.600 dat wat ons betreft absoluut niet. Zie hieronder een foto op ISO 6400 en daaronder een uitsnede met ISO 12.800 en 25.600 (als je met je muis over de afbeelding heen gaat).

ISO 6400

ISO 12.800 en 25.600 (als je met de muiswijzer op de foto gaat staan)

In onze vorige review las je al dat de Canon 1100D opvallend goed scoorde op het gebied van ruis. De instapper deed het op dat vlak zelfs beter dan de 600D – de directe concurrent van de Nikon D5100. Hoe doet de Nikon het ten opzichte van de concurrentie?

Resultaten tussen cameramerken onderling zijn op zich vaak lastig met elkaar te vergelijken. De kleurtint wijkt altijd iets af, evenals het ruispatroon en de detaillering. Toch maakt het bovenstaande beeld duidelijk dat de D5100 duidelijk beter presteert dan de 600D als het om ruis gaat. Op ISO 6400 heeft de laatstgenoemde behoorlijk wat last van kleurruis, wat te zien is aan de rode en blauwe pixels. Met name de ruis in donkere delen heeft de D5100 goed onder controle. In het grijze vlak is echter wel wat kleurruis te zien.

Verdere vergelijking

Als we de 600D op andere fronten vergelijken, zijn ze aan elkaar gewaagd. De 600D is iets langzamer met 3,7 foto’s per seconde ten opzichte van de 4 van de D5100. De 600D heeft 18 megapixels, maar dat voordeel is eigenlijk nauwelijks relevant. Het kantelbare scherm is nagenoeg identiek. De D5100 heeft meer ISO-tussenstapjes (zoals ISO 125, 640, enz.) en gaat tot 25.600 waar de 600D op 12.800 blijft steken; zoals gezegd is de 25.600-stand in de praktijk nutteloos. Op videogebied kan de 600D op 720p en 480p ook filmen met 50 of 60 bps.

Nikon D5100 vs Canon 1100D

De Canon 1100D is vanwege zijn lagere positionering geen directe concurrent voor de D5100, maar wel interessant om in de vergelijking mee te nemen. In de donkere gebieden heeft de Nikon D5100 een voorsprong. In de grijze vlakken vertoont de D5100 een fractie meer kleurruis – met name rode en blauwe pixels. De D5100 en de 1100D lijken redelijk dicht bij elkaar te liggen, wat met name knap is van de D5100 aangezien deze 4 miljoen extra pixels op vrijwel hetzelfde sensoroppervlak heeft. Wat betreft specificaties is de D5100 natuurlijk veruit superieur.

We hebben geen direct vergelijkingsmateriaal van de D5000, aangezien Technyx tijdens de introductie van die camera nog niet bestond. We hebben de D5000 wel eerder getest, maar op basis van een andere testmethodiek. Op basis van eerder testmateriaal is wel een behoorlijke vooruitgang te zien, met name op de hogere ISO’s. Als je ISO 1600, 3200 en 6400 onderling vergelijkt, is de D5000 een stuk ruiziger is en ISO-waardes boven ISO 1600 zijn eigenlijk niet echt meer bruikbaar. Foto’s van de D5100 op ISO 1600 en 3200 ogen schoon tegenover vergelijkbare beelden van de D5000. Het lijkt er dus op dat de D5100 op dat vlak een interessante upgrade is.

De onderstaande afbeelding betreft een vergrote weergave van een deel van een testkaart. De bovenste twee foto’s zijn afkomstig van de D5100 op ISO 1600 en 3200. De foto’s er onder zijn gemaakt door een D5000 op ISO 1600 en 3200. Het verschil is overduidelijk. De D5000 bevat meer ruis en de details zijn grover van aard. Het beeld van de D5100 is veel gedetailleerder en veel minder ruizig.

Als we kijken naar pixelruis, dan valt het op dat de rode pixels relatief het meest zichtbaar zijn in de ruis. Op enige afstand volgt blauw en daarna groen. Wanneer we de RGB waarden bij elkaar optellen, komen we tot een tweetal gemiddelden. Dat leidt vervolgens tot de onderstaande grafiek, waarin we de Nikon D5100 naast de 600D, 1100D en 5D Mark II hebben gezet. Ook hebben we de ruis op ISO 100 in de grafiek opgenomen, eveneens als referentie. Uit de testgegevens blijkt dat de D5100 minder ruis produceert dan de 600D op 6400 ISO.

Achtergrondinformatie testmethodiek

We berekenen de ruis in de grijswaarden op twee verschillende manieren. Allereerst wordt bepaald wat, gerekend in bits, het verschil in helderheid tussen het donkerste (zwarte) en het lichtste (witte) vlak is. Dit is het maximale helderheidsverschil in de foto en stellen we op 100%. Daarna wordt op zes grijsvakken (zwart tot wit) bepaald wat de gemiddelde helderheidsverschillen binnen de vakken, ofwel de ruis is. De grootte van dit verschil wordt afgezet ten opzichte van het eerder bepaalde maximale helderheidsverschil en op die manier rollen en ruiswaardes in procentenuit de test. 1% ruis betekent dus dat het fluctueren van de helderheid binnen een vlak met egale kleur 100 keer zo klein is als het maximale helderheidsverschil. Idealiter zijn egale kleurvlakken helemaael egaal zijn: 0% ruis dus.

De waarden die getoond worden is het gemiddelde van de meting van de vier middelste grijsvlakken, variërend van donker grijs tot licht grijs. Pixels bestaan uit vier elementen: Rood (R), Groen (G), Blauw (B) en de helderheid (Y) en voor elk van de elementen wordt de ruiswaarde afzonderlijkt berekend. Wij berekenen uiteindelijk ook een gemiddelde van deze vier waardes, wat uiteindelijk opgezet kan worden als een goede maat voor de gemiddelde ruis van de sensor. Uiteraard geldt nog steeds: hoe dichter bij 0% hoe beter. De testsoftware maakt hierbij onderscheidt tussen middelgrijs (50% grijs) en gemiddeld grijs (20-80%, oftewel alle grijsvlakken behalve wit en zwart). 

Ruisniveau

Als je naar de bovenstaande grafiek kijkt, zie je dat de D5100 het opvallend goed doet. Met name de ruis in het middelgrijze vlak (50% grijs) ligt fors lager dan bij zowel de Canon 600D als de 1100D. De D5100 komt wat dat betreft zelfs in de buurt van de Canon 5D Mark II fullframe camera. Als we een gemiddelde van de ruiswaarden in de grijze vlakken nemen, is het verschil minder groot. Nog steeds zit de D5100 flink onder het niveau van de Canon 600D, maar de1100D doet het net een fractie beter.

Als we geen gemiddelde nemen, maar alle individuele RGB en luminantie (Y) scores weergeven in een lijngrafiek, dan resulteert dat in de onderstaande afbeelding. Let op: er is geen onderlinge relatie tussen de getallen, zoals dat normaal gesproken het geval is bij een lijngrafiek. De grafiek toont echter wel duidelijk het RGB-Y ruispatroon van middelgrijs (eerste deel) en gemiddeld grijs (tweede deel).

De D5100 wordt in het rood weergeven. De groene lijn is van de 600D, de lichtbruine van de 1100D en de blauwe van de 5D Mark II (als referentie). De eerste RGBY waarden tonen de score voor 50% grijs, de overige vier tonen de ruis op basis van een gemiddelde van de grijsvlakken (20-80%). Als we de 1100D weg zouden laten, zie je dat de Nikon D5100 op ruisgebied zo ongeveer tussen de 600D en de 5D Mark II in zit, wat een hele prestatie is voor een APS-C sensor.

De Nikon D5100 is een waardige opvolger van de populaire D5000. De belangrijkste verbeteringen zijn het kantelbare lcd-scherm (aan de linkerkant in plaats van aan de onderkant) en de uitstekende 16,2 megapixel CMOS-sensor (die ook in de D7000 zit). Over de beeldkwaliteit niets dan lof. Zelfs op de hogere lichtgevoeligheden van ISO 3200 en 6400 blijft de ruis redelijk binnen de perken. ISO 12.800 zelfs nog relatief bruikbaar, al zit het op de grens. De vele andere verbeteringen, zoals de uitgebreide beeldbewerkingsmogelijkheden, de gebruiksvriendelijkheid en de diverse aansluitmogelijkheden (gps, microfoon, e.a.) maken de D5100 een uitermate complete camera die zowel de beginner als gevorderde fotograaf de komende tijd voldoende te bieden heeft.

Handicaps

Voor videofilmers is de vreemde positionering van de Live View-schuif en de videoknop even wennen en minder prettig dan op de D3100 en D7000. Het is ons een raadsel waarom Nikon van dat praktische ontwerp is afgeweken.

Wat betreft uitbreidingsmogelijkheden is de D5100 wat ‘gehandicapt’ door het ontbreken van een autofocusmotor. Daardoor kan de camera niet met alle bestaande Nikkor en third party (Sigma, Tamron, Tokina) autofocus objectieven overweg en moet je als consument extra goed opletten. Nikon doet de D5100 daarmee echt tekort, want ook voor de gevorderde fotograaf is hij prima geschikt. Voor de meeste amateurfototografen zal het ontbreken van de AF-motor in de praktijk geen problemen opleveren (omdat men vaak kiest voor moderne AF-S objectieven). Wie echter volledige keuzevrijheid wil, kan beter naar de D7000 kijken.

Prijs

De D5100 heeft een adviesprijs van 699 euro voor alleen de body en 809 inclusief de 18-55 VR kitlens. Op basis daarvan is de D5100 100 euro goedkoper dan de concurrerende Canon 600D, al liggen de marktprijzen (gebruik de links in de voorgaande zin) momenteel niet zo ver uit elkaar. Een combinatie met de 18-105 VR kitlens of de 18-55 + 55-200 VR is ook een optie.


Plus- en minpunten

Pluspunten

  • Uitstekende prijs-prestatieverhouding
  • Zeer goede beeldkwaliteit
  • Zeer goede resulaten op hoge ISO-waardes
  • Gebruiksvriendelijk
  • Kantelbaar lcd-scherm met hoge resolutie
  • Uitgebreide beeldbewerkingsmogelijkheden in de camera (o.a. HDR, Raw->jpeg)
  • Uitgebreide videomogelijkheden (1080p/720p 24/25/30 bps)
  • Microfoon-aansluiting
  • Voorbereid op gps accessoire
  • Programmeerbare Fn-knop

Minpunten

  • Geen AF motor
  • Vreemde positionering Live View schakelaar en videoknop
  • Verbeterde autofocus tijdens Live View, maar nog steeds traag
  • Nachtmodus niet bruikbaar zonder licht
  • Diafragma-bug tijdens Live View (tijdelijk?)

SPECIFICATIES

BEELDKWALITEIT

PRESTATIES


EINDOORDEEL:

Op deze extra pagina vind je een aantal testfoto’s die we met de Nikon D5100 gemaakt hebben. Via Flickr kun je het origineel downloaden en op groot formaat bekijken (klik op de foto). Ook hebben we hier een aantal uitslagen van onze testsoftware volledig geplaatst. Ten slotte vind je hier nog wat extra beeld van de D5100 en diens interne componenten.

Testfoto Nikon D5100 (1)

Testfoto Nikon D5100 (2)

Testfoto Nikon D5100 (3)

D5100 RGB sensor

D5100 AF sensor

D5100 sluiter

De D5100 sensor-unit

Voor videofilmers is de vreemde positionering van de Live View-schuif en de videoknop even wennen en minder prettig dan op de D3100 en D7000.

Sony CLM-V55 clip-on lcd-scherm review

Er komen steeds meer spiegelreflexcamera’s met een kantelbaar lcd-scherm op de markt. Eén van de eerste was de Olympus E-3 (nu opgevolgd door de E-5 – zie onze test), later gevolgd door de Nikon D5000 en Canon 60D en 600D. Sony’s eigen Alpha’s hebben ook een kantelbaar scherm, zij het dat deze alleen horizontaal kunnen draaien en niet verticaal. Wie zit te azen op een kantelbaar scherm, maar eigenlijk nog heel tevreden is met z’n camera, kan Sony’s CLM-V55 overwegen. Dit is een ‘clip-on’ lcd-scherm dat geschikt is voor iedere camera met een flitsvoet en een HDMI-aansluiting. 

Specificaties

De CLM-V55 heeft een schermomvang van 5 inch, oftewel 12,7 cm. Dat is fors groter dan de lcd-schermen van camera’s die doorgaans niet groter zijn dan 3 inch (7,6 cm). Het scherm heeft een WVGA scherm dat ondersteuning biedt voor 16:9 en 4:3 weergave. De resolutie is 800×480. In een mono-luidspreker en hoofdtelefoonaansluiting is ook voorzien. Volume, helderheid, contrast, kleurtoon (fase), en kleurtemperatuur zijn handmatig in te stellen en het scherm heeft een automatische dimmer. Ook handig is het feit dat het scherm wordt geleverd met een ‘zonnekap’ die zonlicht tegenhoudt, zodat het aanblik op het scherm intact blijft. Ook in een bijpassende korte mini-HDMI naar HDMI-kabel is standaard voorzien.

De CLM-V55 wordt geleverd met een tweetal adapters waarmee het scherm op een flitsvoet te plaatsen is. De standaard adapter is voor Sony’s eigen Alpha-camera’s, maar het bedrijf is zo slim geweest om om ook een universele adapter mee te leveren die voor de meeste typen camera’s (met flitsvoet) geschikt is. Sony gebruikt namelijk zelf een afwijkende flitsvoet, nog uit het Minolta-tijdperk. In één ding is echter niet voorzien: het lcd-scherm kan een externe voeding (AC adapter) als stroombron gebruiken of een Lithium Ion-accu. En laat die accu natuurlijk een Sony accu zijn. Alpha eigenaren hebben wellicht nog een extra exemplaar in huis, maar bezitters van een ander merk camera zullen zelf een bijpassende accu èn lader moeten aanschaffen om de CLM-V55 te kunnen gebruiken. Deze stap van Sony is niet onlogisch, maar wel essentiele informatie in het aankoopproces. Deze accu kost in onze prijsvergelijker iets minder zo rond de € 50 (adviesprijs € 70) exclusief lader. Je kunt overigens zowel de NP-FM500H (van de Alpha-serie) gebruiken, als de zwaardere NP-QM71D en QM91D (van de camcorder-serie).

Links de adapter voor de Sony/Minolta-flits en rechts de universele

Het scherm functioneerde prima in de praktijk. Via de adapter is hij eenvoudig op de flitsvoet te monteren, al is het sluitsysteem voor Alpha-camera’s een stuk prettiger dan het simpele draaiwieltje voor universele flitsvoetjes (dat wil nog wel eens per ongelukt los gaan zitten). Wanneer je het scherm ook daadwerkelijk op je flitsvoet monteert, betekent dit logischerwijs dat je geen externe flitser meer kunt gebruiken. Wil je dat wel, dan kun je ofwel het scherm of een flitser op een aparte mount monteren, zoals hieronder is aangegeven. Dat biedt meer flexibiliteit, maar je camera wordt er wel een stuk lomper van. Het scherm is werkelijk in allerlei posities kantelbaar en komt daardoor zowel binnen als buiten de studio goed van pas. Dankzij de omvang van het scherm is makkelijk om het scherptegebied onder controle te houden. Wanneer je met je camera kunt inzoomen, wordt dat ook op het scherm getoond. Het scherm heeft overigens zelf ook een inzoomoptie, waardoor je heel nauwkeurig kunt scherpstellen. Het scherm is goed zichtbaar vanuit alle hoeken. Buiten in de zonnekap zeker een meerwaarde. Toch denken we dat het scherm met name in binnensituaties tot z’n recht komt. Hoewel hij zonder probleem gebruikt kan worden als uitbreiding voor alle camera’s met een (universele) flitsvoet, denken we niet dat dit product veel aan amateurfotografen verkocht zal worden. We zien vooral een meerwaarde voor videofilmen met een D-SLR. Ook in de studio kan het scherm goed van pas komen, al is het bij een vaste opstelling eigenlijk logischer om gewoon een lcd-monitor te gebruiken.

De CLM-V55 leent zich prima voor fotocamera’s, maar is eigenlijk bedacht voor gebruik in combinatie met een videocamera. Dat kan overigens zowel een camcorder zijn als een spiegelreflex die voor dat doel ingezet wordt (en waarvoor ook talloze accessoires beschikbaar zijn). Dankzij het grote scherm kun je tijdens het filmen de compositie en de scherptediepte goed in de gaten houden en dankzij het filmen – indien nodig – ook nog contact hebben met het onderwerp. Dat laatste kan van pas komen, bijvoorbeeld tijdens een interview. In combinatie met een goede microfoon en een prettige grip voor je camcorder of D-SLR is de CLM-V55 zeker van meerwaarde,

Sony heeft met CLM-V55 een interessant product op de markt gebracht. Het lcd-scherm kan een brede doelgroep aanspreken. Enerzijds amateurfotografen die behoefte hebben aan een horizontaal en verticaal kantelbaar lcd-scherm, maar voor die doelgroep is deze accessoire waarschijnlijk te duur om interessant te zijn. Anderzijds is het schermpje echt van meerwaarde voor studiografen en met name videofilmers (met camcorder of D-SLR), want tot nu toe moesten zij het met relatief kleine schermpjes doen. Het product is degelijk gebouwd en op de accu (en lader) na vrij compleet. Het is ook een goede zet van Sony om het scherm niet tot de Alpha-reeks te beperken, maar beschikbaar te maken voor alle (video)camera’s met een universele flitsvoet. Wel vinden we de prijs wat aan de hoge kant. De adviesprijs is € 450 (de straatprijs ligt zo rond de € 350 exclusief accu en lader)

Pluspunten

  • Relatief groot scherm
  • Horizontaal en vertikaal kantelbaar
  • Meegeleverde zonnekap
  • Diverse positioneringsmogelijkheden
  • 16:9 weergave

Minpunten

  • Extra batterij (en lader) apart aanschaffen
  • Prijzig

EINDOORDEEL:

Olympus E-5 review

Wie de Olympus E-5 naast de drie jaar oudere E-3 (eind 2007) houdt, zal op het eerste oog weinig verschil zien. Wat de extreem schok- en weerbestendige behuizing betreft, lijken de twee camera’s zelfs als twee druppels water op elkaar. Toch zijn er in de E-5 flink wat verbeteringen aangebracht. Is het ook een aanschaf waard?

Pas als de achterzijde wat nauwkeuriger bekeken wordt, blijkt dat er wel degelijk verschillen zijn. Dan valt op dat diverse knoppen van plaats zijn veranderd en dat het er een stuk minder zijn geworden. De oorzaak is ook meteen duidelijk: het uitklapbare en draaibare scherm is een stuk groter geworden. Vandaar dat alles noodgedwongen een nieuw plekje heeft gekregen. Het nieuwe scherm meet drie inch en heeft 920.000 beeldpunten (in plaats van 2,5 inch met 230.000 pixels). Het is daardoor beter af te lezen, ook in fel (zon)licht. Verder zien de menu’s er dankzij de hogere resolutie mooier uit en zijn de letters strakker vormgegeven. Schuine lijnen ogen nu niet meer ‘brokkelig’. De menu’s hebben hier en daar een kleurtje gekregen en enkele opties zijn van plaats veranderd, maar verder is de opzet hetzelfde gebleven.

De Olympus E-3 en E-5 zien er vooral aan de voorzijde identiek uit. Aan de achterzijde zijn wel verschillen zichtbaar

Algemeen
 
Merk Olympus
Productnaam E-5 Body
Productcode N4279292
Details Productinfo
Specificaties
Type camera Spiegelreflex
Ingebouwde flitser
Automatisch scherpstellen
Handmatig scherpstellen
Automatische belichting
Intern geheugen 0 MB
Sensor
Resolutie 12.3 MPixel
Max. fotoresolutie (horizontaal) 4032 pixels
Max. fotoresolutie (verticaal) 3024 pixels
Beeld
Foto’s – JPEG
Foto’s – RAW
Rode ogen-reductie
Beeldstabilisatie Optisch
Automatische witbalans
ISO gevoeligheid minimaal 100
ISO gevoeligheid maximaal 6400
Beeldscherm / zoeker
Type beeldscherm TFT
Beeldschermdiagonaal 2.7 inch
Live view
Aansluitingen
PictBridge compatible
USB 2.0 aansluiting
HDMI-aansluiting
Fysieke eigenschappen
Afmetingen – Hoogte 11.65 cm
Afmetingen – Breedte 14.25 cm
Afmetingen – Diepte 7.45 cm
Gewicht 800 gram
Opslag
Secure Digital
Video eigenschappen
Video opnemen
Max. videoresolutie (horizontaal) 1280 pixels
Max. videoresolutie (verticaal) 720 pixels

De grootste veranderingen vinden we bij de E-5 aan de binnenzijde. Want dit nieuwe model heeft wel degelijk een aardige opknapbeurt gekregen. Zo is er een nieuwe sensor geplaatst met een resolutie van 12,3 megapixels (4032×3024 pixels), terwijl de E-3 slechts 10,1 megapixels aan boord heeft. Geen spectaculaire stijging dus, maar Olympus heeft lang geleden al aangegeven niet meer aan de megapixel race mee te willen doen. Nu is dat ook weer niet zo verwonderlijk, want alle spiegelreflexcamera’s van Olympus voldoen aan de Four Thirds standaard en dit houdt onder andere in dat de sensoren een cropfactor van twee hebben. Het formaat van de sensor is de helft vergeleken met fullframe (oftewel kleinbeeldcamera’s). Bij een kleine sensor loopt een fabrikant eerder tegen technische grenzen aan. De meeste andere fabrikanten gebruiken grotere APS-C sensoren en die bieden een stuk meer rek. Het niet meer mee (willen) doen lijkt dan ook eerder noodgedwongen dan een nobel streven.

Testfoto met hieronder een uitsnede van het beeld van de E-3, E-5 en Canon EOS 5D Mark II (als referentie)

Olympus E-3 vs E-5

De foto van de Olympus E-5 (ga met de muis op de foto staan) is gedetailleerder en scherper dan de E-3 (standaard weergave), maar verliest het van de Canon 5D Mark II (onder).

Olympus E-5 vs Canon 5D Mark II

De foto van de Olympus E-5 (midden) is gedetailleerder en scherper dan de E-3 (boven), maar verliest het van de Canon 5D Mark II (onder).

De Olympus E-5 is een oerdegelijke, stootvaste en weerbestendige camera met bijzonder veel mogelijkheden aan boord. De camera is snel (zowel scherpstellen als beelden per seconde) en de foto’s zijn – mits de ISO in bedwang wordt gehouden – van hoge kwaliteit. De E-5 is zeker geen revolutionair nieuwe camera, maar eerder een op een flink aantal punten verbeterde E-3. Wie al een E-3 in huis heeft, hoeft niet halsoverkop naar de winkel te rennen om deze te vervangen door een E-5. Staat de E-3 echter op het punt de geest te geven, dan is overstappen op de E-5 een goede optie. Ook voor wie één van de andere Olympus spiegelreflexen gebruikt en daarop is uitgekeken, of gewoon op zoek is naar een extra (tweede) body, is de E-5 een prima keuze. Het is wel een behoorlijk dure camera, vooral in verhouding tot topmodellen zoals de Canon 5D Mark II en de Nikon D700 die ook nog eens fullframe zijn.

Voor wie momenteel een ander merk gebruikt, is een overstap naar Olympus geen voor de hand liggende keuze. De fabrikant heeft te kennen gegeven dat er geen nieuwe objectieven voor Four Thirds gemaakt worden en het ziet ernaar uit dat de E-5 de laatste spiegelreflex in de huidige vorm is van Olympus. Het is de verwachting dat de fabrikant zich vanaf nu volledig op Micro Four Thirds richt en – op termijn – ook met (semi)professionele camera’s komt. Deze toekomstbestendigheid drukt de eindscore naar beneden.

Pluspunten

+ Verbeterde beeldkwaliteit

+ Nieuwe functionaliteiten

+ Hoge snelheid en robuuste behuizing is behouden

+ Groter en beter afleesbaar scherm

Minpunten

– Onzekere toekomst Olympus lenzen en spiegelreflexen

– Hoge prijs

– Plaatsing lichtsensor

– Geen Full HD

SPECIFICATIES


BEELDKWALITEIT

PRESTATIES

EINDOORDEEL


Allerlei snufjes die we in camera’s tegenkomen die na de Olympus E-3 zijn uitgekomen, zijn nu ook op de E-5 aanwezig. Zoals een elektronisch waterpas. Erg handig. Op het grote scherm is zowel de horizontale als de verticale afwijking te zien. Door de zoeker alleen de horizontale as en daar wordt het balkje van de belichtingscompensatie voor gebruikt. Zodra de ontspanknop halverwege ingedrukt wordt gehouden, springt de weergave na een tijdje over van belichtingscompensatie (of lichtmeting in de M-stand) naar waterpas. Geen overbodige luxe, want een camera wordt al snel een tikje schuin gehouden. Vooral wanneer vanuit een hoek op een onderwerp wordt gericht en er geen rechte lijnen in beeld zijn die als referentie dienen. De statusinformatie die de zoeker toont is trouwens erg compleet. Net als op de E-3 zijn echt alle belangrijke fotografische instellingen in een oogopslag te zien. Zoals sluitertijd, diafragma, iso-waarde, witbalans, lichtmeetmethode, belichtingscompensatie, bracketing en nog veel meer. Ook het kleine LCD-scherm bovenop het toestel en uiteraard het grote scherm achterop barst van de informatie.

Eindelijk is goed te zien welke instellingen met de draaiwielen zijn te wijzigen

Net als de E-3 is de E-5 zeer weerbestendig. Een regenbuitje doet hem niets.

Sensor voor omgevingslicht

De lichtsensor die het omgevingslicht meet, zodat de intensiteit van de schermverlichting optimaal kan worden bijgesteld, zit niet meer in een hoekje van het uitklapbare scherm weggestopt, maar heeft op de E-5 een prominente plek pal onder de zoeker gekregen. Het lijkt hierdoor op een sensor die het scherm uitschakelt zodra het gezicht de zoeker nadert, maar dat is dus niet het geval. Een groot nadeel van de nieuwe locatie is dat de meting van de lichtsensor nu losstaat van de stand van het beeldscherm. In de praktijk blijkt dit een stuk minder efficiënt te werken. Zoals wanneer het scherm achterstevoren gedraaid wordt voor een zelfportret, of horizontaal bij het innemen van een laag standpunt of het maken van een ‘hipshot’. Er valt dan veel omgevingslicht op het scherm, terwijl de sensor onder de zoeker dit niet opmerkt, met als gevolg dat het beeldscherm veel te donker blijft en slecht is af te lezen.

Batterijstatus

Een klein detail dat we toch willen vermelden, is dat het pictogram van de batterijstatus op de E-5 continu te zien is. Zowel door de zoeker als op het kleine LCD-paneel aan de bovenzijde. Op de E-3 verdwijnt dit tekentje na verloop van tijd en het is toch even wennen voor wie de status graag in het oog houdt. Op het beeldscherm is het gedrag hetzelfde gebleven, daarop dooft het nog steeds na een tijdje uit.

Bladeren door foto’s

Een leuke verbetering die in de praktijk erg fijn werkt, is dat op de E-5 razendsnel door gemaakte foto’s is te bladeren door het wijsvingerwieltje te gebruiken (het draaiwiel aan de voorzijde; er is ook nog een duimwiel aan de achterzijde). Net zoals we dat kennen van het grote draaiwiel dat op veel Canon camera’s is te vinden. Op de E-3 en andere Olympus spiegelreflexen waren daar de pijltjestoetsen voor nodig. Dit kan op de E-5 overigens nog steeds.

Verbeterde Live View

Vergeleken met de E-3 is Live View op de E-5 aanzienlijk verbeterd. Dat kan ook niet anders, want bij de Olympus PEN-serie moet via het scherm gewerkt worden en Live View is om die reden de afgelopen jaren flink doorontwikkeld. Allereerst is nu eindelijk contrast AF toegevoegd, zodat de spiegel niet meer hoeft te klapperen om de camera te laten scherpstellen. Wel gaat dit een stuk langzamer dan wanneer er via de zoeker gewerkt wordt, maar dat zijn we gewend van spiegelreflexcamera’s. Via de zoeker vindt scherpstellen plaats met speciale AF-sensoren (bij de E-5 zijn dat er elf stuks) en dat gaat razendsnel. In Live View zijn deze sensoren helaas niet zomaar te gebruiken, behalve door Live View tijdelijke eventjes te verlaten. Dat werkt echter flink vertragend. Een extra voordeel van contrast AF, is dat het scherpstelpunt nagenoeg overal op het scherm geplaatst kan worden. Vooral bij het werken vanaf statief is dit erg handig en het voorkomt dat steeds opnieuw herkaderd moet worden.

In Live View wil het scherm nog wel eens nerveus knipperen, maar dat gebeurt alleen onder kunstverlichting. Het beeldscherm is gedetailleerd, scherp, mooi van kleur en ververst razendsnel. Bij de E-3 reageerde het scherm traag op camerabewegingen. Vooral bij snelle panbewegingen leek het op dikke stroop. Heel prettig is dat bij de E-5 gewoon de ontspanknop half ingedrukt kan worden om scherp te stellen in Live View. Er hoeft dus geen afwijkende knop gebruikt te worden. Na het scherpstellen is doordrukken van de ontspanknop voldoende om meteen een foto te maken. De reactietijd blijft zodoende lekker kort. Ook gezichtsherkenning is aan de camera toegevoegd. Een kader blijft netjes een of meer gezichten volgen en afhankelijk van de camerastand kan er automatisch op worden scherpgesteld.

 

Het draaibare en kantelbare scherm werkt erg prettig


De E-3 kan foto’s maken. De E-5 kan ook filmen. Dat kan in SD (standaard formaat, 640×480) en HD (1280×720) met dertig beeldjes per seconde. Full HD zit er helaas niet op en dat is voor wat het topmodel van dit merk moet zijn toch wel erg jammer. De belichting kan zowel automatisch als handmatig worden ingesteld. Starten en stoppen met filmen kan met de knop aan de achterzijde waarmee normaalgesproken het AF-punt gekozen wordt. Die functie is in Live View dus naar een andere plek verhuisd. Dat verhuizen van vitale camerafuncties tijdens Live View doen meer fabrikanten en dat is erg verwarrend. Het is veel handiger als alle essentiële functies nu eindelijk eens een rotsvaste plek krijgen toegewezen, ongeacht de camerastand waarin gewerkt wordt.

Tijdens het filmen kan door het indrukken van de ontspanknop een foto gemaakt worden. Helaas begint de camera dan meteen scherp te stellen. Daardoor zit er een flinke vertraging voordat de foto daadwerkelijk gemaakt wordt, maar veel erger: het hele proces van scherpstellen (contrast AF) is tot in detail in de film te zien! Het is wel op te lossen, namelijk door het automatische scherpstellen (tijdelijk) uit te schakelen, of door het aan een andere knop toe te kennen. Na het maken van de foto gaat de film verder, maar wel in een nieuw bestand. Jammer dat de film niet al voor het scherpstellen wordt afgebroken.

Supersnelle actie

De repeterende stand van de E-5 is snel. Net als op de E-3 kunnen er tot vijf beelden per seconde geschoten worden. Dat is vaak veel te veel van het goede en lang niet in alle situaties wenselijk. Gelukkig is het – je raad het al – via het menu instelbaar, met keuze uit één tot vier beelden per seconde. De camera reageert trouwens zo snel op de ontspanknop, dat het soms lastig is om maar één opname te maken. In omstandigheden waarbij de ontspanknop behoedzaam moet worden ingedrukt (bijvoorbeeld om trillingen bij lange sluitertijden te voorkomen) kan beter de niet-repeterende stand ingesteld worden.

Snel scherpstellen en afdrukken is met de E-5 geen probleem.

Beeldverhouding en stabilisatie

Naast de standaard beeldverhouding 4:3 kan nu ook voor 16:9, 3:2, 6:6, 5:4, 7:6, 6:5, 7:5 of 3:4 gekozen worden. Uiteraard zit er maar één beeldsensor in de camera, dus houdt dit niet meer in dan het bijsnijden van de foto door de camerasoftware. Er is daarom een (soms fors) verlies aan pixels en het kan net zo goed (of zelfs beter) achteraf in een fotobewerker gebeuren. Bij werken in raw blijft de beelddata uiteraard wel intact (oftewel altijd 4:3 formaat), maar kan in Live View dankzij een kader alvast rekening gehouden worden met een bepaalde beelduitsnede. Ook de software die Olympus meelevert zal dit kader tonen. Door de optische zoeker is helaas geen kader te zien.

Wat beeldstabilisatie betreft is IS3 toegevoegd voor compensatie van trillingen tijdens het meetrekken in de portretstand. Al op de E-3 aanwezig was IS1 voor correctie van zowel horizontale als verticale trillingen en IS2 bedoeld voor horizontaal meetrekken. Olympus gebruikt sensorverschuiving voor zijn beeldstabilisatie, zodat het met alle lenzen werkt die voor dit systeem gemaakt zijn. Voor niet ondersteunde lenzen kan de brandpuntsafstand ingesteld worden om stabilisatie alsnog werkend te krijgen.

De beeldverhouding is 4:3 en er is meer scherptediepte dankzij de cropfactor van twee (tweede foto: Canon 5D mark II, identieke belichting, vignettering is van fotograferen door hekwerk).

Net als de E-3 heeft de E-5 geen grote draaiknop bovenop het toestel zitten waarmee de camerastand ingesteld kan worden. Het kiezen van een stand en het aanpassen van diverse andere functies gebeurt door een knop in te drukken en vervolgens aan één van de twee wieltjes (duimwiel en wijsvingerwiel) te draaien. Op de E-3 wordt dan het zogeheten ‘superbedieningspaneel’ getoond en daarop is niet altijd even duidelijk te zien met welke draaiknop je nu wat instelt. Erg verwarrend en een vergissing was altijd snel gemaakt. Op de E-5 wordt de functie de met het voorste draaiwiel aanpast wordt bovenin een verder leeg scherm getoond en dat van het achterste draaiwieltje helemaal onderaan, zodat altijd meteen duidelijk is wat welk wiel doet. Een kleine, maar nuttige verbetering dus.

Eindelijk is goed te zien welke instellingen met de draaiwielen zijn te wijzigen

Overbodige snufjes

Van een aantal nieuwe opties is het de vraag of de voornaamste doelgroep van een camera zoals de Olympus E-5 erop zit te wachten. Zoals meervoudige belichting, waarbij tot maar liefst vier opnamen in één foto gecombineerd kunnen worden. Tijdens Live View blijft de eerste opname als een soort ‘spookbeeld’ op het scherm staan, wat het maken van de compositie vereenvoudigt. Ook kunnen eerder gemaakte opnamen gebruikt worden bij het samenvoegen. Op zich kan het leuke effecten geven, maar als fotograaf heb je weinig grip op het eindresultaat. Het gebruik van lagen en maskers in een beeldbewerker zoals Photoshop voor dit doel ligt meer voor de hand.

Ook zijn er allerlei creatieve filters aan de camera toegevoegd, iets wat wij bij een (semi)professioneel toestel zoals de E-5 niet echt verwacht hadden. Ze worden op deze camera fotofuncties genoemd. Enkele voorbeelden zijn popart, soft-focus, korrelige film, pinhole, cross-process en dramatische toon. Het zou Olympus niet zijn als elk van deze filters via het menu niet alsnog is uit te schakelen.

De E-5 beschikt over creatieve filters. Maar doet de pro dit niet in Photoshop?

CompactFlash en SDXC

Wat geheugenkaartjes betreft is er goed nieuws. Olympus heeft eindelijk het xD-slot geschrapt en op de E-5 is nu naast een CF-slot (Compact Flash) ook een SD-slot te vinden. Dat zijn toch wel de twee meest gangbare geheugensoorten op dit moment. De camera kan overweg met SD, maar ook met SDHC en zelfs met het moderne SDXC.

De E-5 slikt CF en SD(HC/XC)

Draadloos flitsen

Net als de E-3 kan ook de E-5 draadloos groepen flitsers aansturen, door gebruik te maken van de uitklapbare, interne flitser en het versturen van instructies via een voorflits. De interne flitser kan ook zelfstandig gebruikt worden. Doordat deze vrij hoog boven het toestel uitklapt, ontstaan minder snel rode ogen.

De lichtgevoeligheid van de E-5 is instelbaar van 100 tot 6400 ISO. Die bovengrens is wel wat ambitieus. Bij ISO 1600 zien de foto’s er nog best aardig uit, maar bij hogere ISO’s valt de ruis erg op. Dat het nog zo lang goed gaat, is vooral te danken aan de verbeterde ruisonderdrukking in dit toestel. Als we de raw-beelden bekijken is daar behoorlijk veel ruis in aanwezig, zowel luminantieruis (monochromatische ruis) als het lastiger te verwijderen kleurruis (chromatische ruis). De ruisonderdrukking weet dit dus goed weg te poetsen. Op de E-3 is ruis een stuk nadrukkelijker aanwezig. De E-5 heeft meer ruis maar ook meer detaillering, zodat de beelden er ‘onder de streep’ beter uitzien.

Zoals verwacht blijft het een nadeel van Four Thirds dat de camera’s extra gevoelig zijn voor ruis. Een camera met een sensor van dit formaat zal het nooit winnen van camera’s met (aanzienlijk) grotere sensoren. Als een brandmerk komt dit aspect telkens naar boven drijven. Weinig licht is gewoon niet de specialiteit van dit type camera. Gelukkig heeft niet iedereen uitmuntende prestaties in lichtarme omstandigheden nodig en dan is de E-5 een razendsnelle camera die beelden van hoge kwaliteit aflevert.

E5 ISO 3200

In raw, zonder enige ruisreductie, is het verschil in beeldkwaliteit tussen de E-3 en de E-5 niet bijster groot. Bij kant-en-klare JPEG’s uit de camera is het effect van de verbeterde ruisreductie wel te zien.

Olympus E-3 vs E-5 (ISO 3200)

De E3 (standaard) vergeleken met de E5 (beweeg de muis over de foto). De ISO 3200-stand (RAW) van de E5 is duidelijk verbeterd ten opzichte van zijn voorganger, als is ruis nog steeds duidelijk zichtbaar. 

Olympus E-5 vs Canon 5D Mark II (ISO 3200)


Het verschil tussen de E5 (standaard) en de Canon 5D Mark II (mouse-over) op ISO 3200 is vrij groot. (RAW)

Olympus E-5 vs Canon 5D Mark II (ISO 6400)


En op ISO 6400 (RAW) is dat verschil nog duidelijker.

Technyx gebruikt voor camera- en lenzentests verschillende testkaarten en -opstellingen. De resultaten bekijken we met behulp van verschillende softwaretitels. Op die manier is het bijvoorbeeld mogelijk om beelden naast elkaar te leggen en eenvoudig verschil in kwaliteit te kunnen zien. Voor complexere zaken, zoals kleurafwijkingen, die nauwelijks objectief met het blote oog zijn waar te nemen gebruiken we professionele testsoftware die ook in de cameraindustrie gangbaar is: Imatest. De uitkomsten zijn redelijk wetenschappelijk en daardoor niet voor iedereen begrijpelijk en interessant, maar voor de volledigheid publiceren we ze erbij.

Afwijkingen

Via een kleurenkaart is zo te zien welke kleurafwijkingen een camera vertoont. Belangrijk om te weten is dat iedere camera kleurafwijkingen vertoond. Dat ligt zowel aan de sensor als aan de beeldprocessor en gebruikte algortimes. Ook passen camerafabrikanten ongevraagd allerlei beeldeffecten toe, zoals een hogere mate van kleurverzadiging (wat mooi wordt gevonden) en verscherping. Voor de test gebruiken we raw-foto’s die onbewerkt zijn omgezet naar jpeg. Als je op de kleurenkaart hierboven gaat staan met de muis zie je dat ook de lichtgevoeligheid van de sensor een grote impact heeft op de kleurwaarden. Op hogere ISO’s neemt de kleurenintensiteit af en ontstaat er ruis. In het centrum van een kleurenvlak zie je de kleur zoals die officieel zou moeten zijn – aangepast op de gebruikte kleurtemperatuur van de camera, die beïnvloed wordt door omgevingslicht. In het kleine vlakje rechts in het centrum zie je de oorspronkelijke kleur zonder correctie. 

De waarden uit de eerste illustratie worden vertaald naar de tweede kleurgrafiek, waarop de afwijking duidelijker naar voren komt. Het vierkantje toont de waarde zoals deze zou moeten zijn en het rondje toont de afwijking van de camera. Des te verder het rondje van het vierkantje staat, des te groter de afwijking is. We zien dat de grijstinten (in het midden) redelijk dicht bij de werkelijke waarde zitten. Met name in het oranje- en cyaan-kleurgebied is bij de E-5 een lichte afwijking te zien. Die afwijking versterkt licht op hogere ISO’s. Een hoop cijfers en grafieken om te constateren dat het met de kleuren wel snor zit. Ten opzichte van de E-3 is een lichte verbetering zichtbaar wat betreft de accuratesse van de kleurweergave. De afwijking in de kleurverzadiging is met +3,4% erg netjes.

Sony NEX-VG10 review

Nu compacte fotocamera’s met grote beeldsensors en verwisselbare lenzen snel aan populariteit winnen, komt Sony met een videocamera die van datzelfde principe gebruik maakt. De NEX-VG10 is daarmee in potentie een erg interessant product voor wie graag met scherptediepte speelt of méér wil dan de standaard zoomlens die normale camcorders bieden. Maar is de NEX-VG10 met zijn adviesprijs van €2000 écht een schot in de roos?

Sony NEX-VG10

Begin dit jaar introduceerde Sony de NEX-3 en NEX-5 compact systeemcamera’s. Deze fototoestellen hebben de afmetingen van een normale compactcamera, maar bieden de mogelijkheid om verschillende lenzen te gebruiken, iets wat normaal alleen bij spiegelreflexcamera’s mogelijk is. Sony is hier overigens niet uniek mee: onder andere Panasonic, Olympus en Samsung bieden ook dergelijke spiegel-loze camera’s aan. Al deze camera’s hebben gemeen dat ze een grote beeldsensor gebruiken, die direct achter de lens geplaatst is. Het voordeel van zo’n grote lichtsensor is niet alleen dat deze veel licht opvangt waardoor je ook bij weinig omgevingslicht relatief goede foto’s kan maken. Een grote sensor stelt de gebruiker ook in staat om met scherptediepte te spelen en zo alleen op het onderwerp zélf scherp te stellen, terwijl de voor- en achtergrond onscherp zijn. Met een kleine sensor zoals deze in de meeste foto- en videocamera’s voor consumenten gebruikt wordt is dit niet of nauwelijks mogelijk, behalve als er ver ingezoomd wordt.

Sony’s nieuwe NEX-VG10 lijkt technisch sterk op de NEX-3 en NEX-5 fotocamera’s, maar is gegoten in de vorm van een camcorder die voor videogebruik beter in de hand ligt dan de NEX-3 en NEX-5. Wat verder meteen opvalt is dat de VG10 is voorzien van een hoogwaardige microfoon én een viewfinder, twee functies die de NEX-3 en NEX-5 moeten missen.

De NEX-VG10 wordt geleverd met Sony’s SEL18200 lens, een zoomlens met een bereik van 18-200mm bij F3.5 tot 6.3. De lens is voorzien van optische beeldstabilisatie en biedt continue autofocus, maar zoomen moet handmatig gebeuren. Wanneer we de camera uit de doos halen, is de lens reeds bevestigd, wat de totale lengte van de camera op ongeveer 28 centimeter brengt, bij een gewicht van 1290 gram. Halen we de lens eraf, dan legt de NEX-VG10 nog altijd zo’n 740 gram op de schaal.

Wat naast het verwisselbare lenssysteem vooral opvalt ten opzichte van andere consumentencamcorders is de T-handgreep bovenop de camera. Deze handgreep is niet alleen handig om de camera aan vast te houden bij het maken van lage shots, maar wordt ook gebruikt om de microfoon en viewfinder te huisvesten.

Sony NEX-VG10

Naast de NEX-VG10 camera en lens vinden we in de verpakking de volgende onderdelen terug:

  • Netadapter
  • Acculader
  • USB kabel
  • Zonnekap voor lens
  • Lensdoppen (2) en bodydop (1)
  • Accu klepje
  • Grote oogschelp voor viewfinder
  • ‘dead cat’ windfilter
  • Papieren handleidingen

Opvallend is dat Sony een losse acculader meelevert. De accu kan niet in de camera zelf opgeladen worden. De grote rubberen oogschelp voor de viewfinder is ook een welkome accessoire en kan naar keuze voor gebruik met het linker- of rechteroog gemonteerd worden. Het meegeleverde ‘dead cat’ windfilter kan eventueel over de microfoon geschoven worden om zo windruis extra te onderdrukken.



Bekijk ook onze unboxing video van de Sony NEX-VG10

Het LCD-scherm en de viewfinder zijn beide van prima kwaliteit en bieden ruim 921.000 dot’s, wat overeenkomt met 307.200 pixels, ofwel 640×480.  Het LCD-scherm wordt naar de zijkant toe uitgeklapt en is naar boven en onder toe 90 graden te draaien; 180 graden draaien zodat je jezelf kunt filmen en tegelijkertijd op het scherm kunt kijken, is helaas niet mogelijk. Opvallend genoeg is het scherm niet voorzien van touchscreen-functionaliteit. De gehele menubediening geschiedt dus via knoppen het die naast het LCD-scherm te vinden zijn. Het menu steekt redelijk logisch in elkaar, maar navigeren middels het scrollwiel is niet handig, zelfs na langdurig gebruik scrollden wij nog regelmatig onbedoeld de verkeerde kant op. De uitstekende touchscreen-functionaliteit die Sony op vrijwel al haar andere camcorders toepast werkt wat ons betreft écht veel handiger.

Sony NEX-VG10

NEX-VG10 Videomogelijkheden

Hét grote voordeel van de NEX-VG10 is zoals gezegd zijn grote beeldsensor. De gebruikte Exmor HD APS-C sensor meet maar liefst 23,4 x 15,6 mm en is daarmee bijna 20 keer groter dan een 1/2.88 inch sensor zoals deze in veel andere camera’s wordt gebruikt. Het grote voordeel hiervan is dat je als gebruiker de mogelijkheid krijgt om met scherptediepte te spelen en zo alleen op het onderwerp dat je filmt scherp te stellen. Met de NEX-VG10 is het op deze manier mogelijk om prachtige ‘filmachtige’ shots te maken.
De camera kan naar keuze in de ‘P’ modus gebruikt worden, waarbij de camera alle instellingen zelf regelt en standaard kiest voor een vrij grote scherptediepte. Daarnaast zijn ook modi beschikbaar waarbij je als gebruiker naar keuze de sluitertijd (S mode ) of het diafragma (A mode) zelf instelt, terwijl de camera de overige waarden bepaalt.

Voor wie graag alles zelf in handen heeft biedt de M mode uitkomst, hierbij kunnen diafragma, sluitertijd én gain (digitale versterking) handmatig ingeregeld worden. De sluitertijd kan gekozen worden van ¼ tot 1/4000 seconde, gain kan ingesteld worden tussen 0 en 27 dB. De diafragma instellingen zijn afhankelijk van de lens, met de meegeleverde kitlens ligt het bereik afhankelijk van de zoom tussen F3.5 – F22 en F6.3 – F40.  Wanneer gekozen wordt voor een grote diafragma-opening ontstaan prachtige plaatjes met een kleine scherptediepte, waarmee het mogelijk is om de aandacht van het publiek specifiek op één onderwerp te richten.

Sony NEX-VG10

Een opvallende eigenschap van de NEX-VG10 is dat deze video opneemt met 25 beelden progressive beelden per seconde, 25p dus. Omdat het apparaat beelden opslaat in het AVCHD-formaat dat officieel geen ondersteuning biedt voor 25p, worden deze beelden verpakt in een ACVHD 1080i50 container. Feitelijk betekent dit dat het progressive beeld van de sensor interlaced wordt opgeslagen, maar dat het bij afspelen middels zogenaamde ‘2/2 pulldown’ weer progressive wordt weergegeven met de originele beeldsnelheid van 25 beelden per seconden. Dit is niet meer dan een trucje om toch van het AVCHD bestandsformaat gebruik te kunnen maken, in de praktijk is het effect hetzelfde als wanneer de beelden gewoon in 1080p25 formaat zouden worden opgeslagen.

Voordeel van de 25p opname van de NEX-VG10 – boven 50i bij andere AVCHD camera’s – is dat elk beeld alle beeldlijnen bevat en dus gestoken scherp is, ook bij snelle bewegingen in beeld. Nadeel is echter dat de zogenaamde temporele resolutie, het aantal beelden per seconde, de helft is van normale AVCHD camcorders die in 1080i50 formaat opnemen. Vooral bij snel bewegende beelden is bij 25p opnames duidelijk te zien dat het beeld niet zo vloeiend loopt als normale 50i videobeelden. Helaas is het niet mogelijk om de camera naar keuze ook écht in 50i modus te laten werken, wat de NEX-VG10 in de praktijk ongeschikt maakt voor opnames waarbij de camera snel bewogen moet worden, zoals registraties van sportevenementen. Ook een 1080p50 modus – het beste van twee werelden – wordt helaas niet geboden door de NEX-VG10.



Testshots met de Sony NEX-VG10 (bekijk bij voorkeur full screen, 1080p)

Een gemis waar menigeen die een camcorder gewend is  moeite mee zal hebben, is de afwezigheid van motorische zoom. Op de body van de NEX-VG10 zul je tevergeefs zoeken naar een tuimelschakelaar om in en uit te zoomen. De meegeleverde SEL18200 kitlens biedt gelukkig wél een grote zoomring om handmatig in en uit te zoomen. In de praktijk blijkt het vrijwel onmogelijk om dit net zo mooi gelijkmatig te doen als met een goede motorzoom. De zoomring vereist redelijk wat kracht om rond te draaien, waardoor het vrij lastig is om dit te doen zonder de camera ook (een beetje) te draaien, wat in beeld meteen zichtbaar is. Nu geldt voor serieuze videofilmers dat in- en uitzoomen eigenlijk sowieso uit den boze is, maar in sommige omstandigheden kan het toch fijn zijn om de mogelijkheid te hebben een langzaam in- of uitzoomshot te maken. Met de NEX-VG10 is dit eigenlijk alleen mogelijk wanneer de camera op een statief gebruikt wordt, en na enige oefening. Maximaal ingezoomd komt het binnenste deel van de lens overigens zo’n 7 centimeter naar buiten, wat de totale lengte van de camera op ruim 31 centimeter brengt.

Sony NEX-VG10

Over de continue autofocus van de meegeleverde SEL18200 lens zijn we bijzonder te spreken. In fotomodus werkt de 25-punts autofocus bijzonder snel, terwijl de snelheid tijdens videopnames iets teruggeschroefd wordt om zo geleidelijkere overgangen te maken. Scherpstelling gebeurt onhoorbaar en over het algemeen feilloos, erg goed dus!

Sony NEX-VG10

Ook de ingebouwde optische steadyshot beeldstabilisatie is erg goed. Stabilisatie kan in twee stappen toegepast worden, ‘normal’ of ‘active’, waarbij in het tweede geval zelfs sterke trillingen weggefilterd worden en het probleemloos mogelijk is om met de meegeleverde lens in 200mm stand uit de hand te filmen.

De gebruikte Exmor CMOS sensor is bijzonder ruisarm waardoor het mogelijk is om ook bij hoge gain nog fraaie beelden te produceren. Wanneer de camera de gain automatisch regelt wordt deze ingesteld tussen 0 en maximaal 21 dB, waarbij beeldruis binnen de perken blijft, handmatig kan de gain opgeschroefd worden naar 27 dB.

Sony NEX-VG10

Toch is de camera – in combinatie met de meegeleverde lens – geen laag-licht wonder. Een grote sensor heeft als voordeel dat je met scherptediepte kunt spelen, nadeel is dat er ook veel licht nodig is om de sensor geheel te belichten, wat in een donkere omgeving al snel moeilijk wordt. In de auto-stand heeft de camera snel de neiging om de sluitertijd te verlagen naar 1/30 seconde, wat in combinatie met de 25 fps opnamemodus tot vervelende haperingen leidt. Wanneer we de camera handmatig op 1/50 seconde instellen, wordt het beeld al snel erg donker en is beeldruis duidelijk zichtbaar. Sony stelt zelf dat de minimale helderheid 11 lux moet zijn bij een sluitertijd van 1/25 seconde, automatische gain (21 dB) en F3.5.

Bij daglicht laat de NEX-VG10 fraaie plaatjes zien. In de P-modus is de camera te gebruiken als point & shoot camera en gedraagt hij zich daarbij feitelijk als elke andere camcorder. De camera laat daarbij fraaie beelden met prima beeldscherpte, een vrij grote scherptediepte en fraaie kleuren zien. Toch is de NEX-VG10 hier duidelijk niet voor bedoeld. Niet alleen is de adviesprijs van 2000 euro wat hoog voor gebruik als simpele point-en-shoot camera, het gebrek aan motorzoom en de opnamesnelheid van slechts 25 beelden per seconde maken de VG10 zelfs mínder geschikt voor huis, tuin en keukengebruik dan een normale AVCHD camcorder die minder dan de helft kost.

Sony NEX-VG10

De NEX-VG10 is duidelijk bedoeld voor de artistieke consument die ofwel met exotische telelenzen of juist met extreme groothoeklenzen aan de slag wil, of voor wie een kleine scherptediepte het allerbelangrijkste is. In handmatige modus zijn zowel scherptediepte als sluitertijd zelf in te stellen, waardoor mooie artistieke effecten te bewerkstelligen zijn, die met een normale camcorder met kleine sensor onmogelijk zijn.

Sony NEX-VG10

Helaas geldt dat we hierbij wel enige kritische noten te kraken hebben. Zo beschikt de camera niet over specifieke knoppen of draaiwieltjes om het diafragma, de sluitertijd en de gain-waarde aan te passen. In plaats daarvan heeft de camera één draaiwiel dat middels een combinatie van voorkeuzetoetsen en het onscreen menu verschillende functies toebedeeld kan krijgen. Dit zorgt er feitelijk voor dat je slechts één instelling tegelijkertijd kunt doen, en voor de volgende ofwel een andere voorkeuzeknop moet indrukken, of zelfs naar het menu terug moet. Het is dus zaak om vóór elk shot te bedenken welke instelling je tijdens het shot nog wilt kunnen aanpassen, want zeker wanneer je uit de hand filmt is het vrijwel ondoenlijk om zonder te camera te bewegen van functie te wisselen.

Zebra en peaking

Helaas blijkt bovendien dat twee erg belangrijke hulpfuncties in deze camera ontbreken. Zo is er geen enkele assistentie aanwezig bij het (handmatig) scherpstellen. Waar veel camera’s ofwel de mogelijkheid bieden om een klein deel van het beeld uit te vergroten en zo op detailniveau scherp te stellen, ofwel een peaking functie bieden waarbij delen van het beeld die in-focus zijn voorzien worden van een gekleurde rand, ontbreken beide functies op de NEX-VG10. En dat is erg jammer, want zeker wanneer er met een kleine scherptediepte gewerkt wordt kan de kleinste focusfout ervoor zorgen dat het gekozen onderwerp niet scherp in beeld is. Nu moet gezegd worden dat zowel de viewfinder als het LCD-scherm een goede indicatie van de scherpstelling geven, maar op detailniveau handmatig scherpstellen is erg lastig met de NEX-VG10. Ga maar na: de camera neemt op met een resolutie van ruim 2 megapixels (1920×1080) terwijl zowel het LCD-scherm als de viewfinder slechts 307.000 beeldpunten hebben en dus 6,75x minder details laten zien.

Ook een zebrafunctie, waarbij delen van het beeld die (bijna) overbelicht zijn, gearceerd worden weergegeven, ontbreekt helaas op de NEX-VG10. Wel biedt de camera een histogramfunctie, maar deze kan een goede zebrafunctie niet vervangen. Daarnaast verdwijnt het histogram uit beeld wanneer de gain ingesteld wordt, wat nogal onhandig is. Neutral Density (ND) filters, die de hoeveelheid invallend licht op de sensor kunnen verkleinen, om je zo in staat te stellen om ook bij veel omgevingslicht te kunnen filmen met langere sluitertijden én een grote diafragmaopening, zijn bij deze camera bovendien ook niet beschikbaar. Dat is jammer, maar begrijpelijk: omdat de lens direct voor de sensor geplaatst wordt, was het kennelijk té lastig om ook ruimte te vinden voor deze filters.

Eén van de meest in het oog springende eigenschappen van de NEX-VG10 is de microfoon. Het antracietkleurige metalen microfoonhuis is aan de voorzijde van de T-handgreep ondergebracht en wordt beschermd door een ‘kooi’ gemaakt van twee metalen staafjes die om het geheel heen gebogen zijn. Het microfoonhuis zelf is middels een verende rubberen verbinding met de camera verbonden, ongetwijfeld om geluid van de camera zelf te dempen. Het bijzondere aan de microfoon is dat deze feitelijk over vier microfoons beschikt, twee die naar voren wijzen en twee die geluid van opzij oppikken. Deze zogenaamde ‘quad capsule spatial array’ configuratie zorgt er in combinatie met slimme softwarealgoritmes voor dat geluid van vóór de camera duidelijk wordt vastgelegd, terwijl geluid van opzij en achter grotendeels wordt weggefilterd. In de praktijk blijkt de geluidskwaliteit van de ingebouwde microfoon inderdaad erg goed. Sony levert de camera met een dead cat windfilter die – met enige moeite – over de microfoon heen getrokken kan worden om zo windruis tegen te gaan. In de praktijk blijkt die buitenshuis inderdaad noodzakelijk om hinderlijk windgeruis tegen te gaan.

Sony NEX-VG10

Naast de ingebouwde microfoon biedt de NEX-VG10 ook de mogelijkheid om middels een 3.5 mm jackaansluiting een externe (stereo) microfoon aan de sluiten. Bovenop de T-greep is bovendien voorzien in zowel een hot shoe voor een flitser als in een normale cold shoe waarop bijvoorbeeld een microfoon bevestigd kan worden. Ook een 3.5 mm hoofdtelefoonaansluiting is niet vergeten, zodat het mogelijk is om nauwkeurig te monitoren hoe het geluid wordt opgenomen.

Sony NEX-VG10

Tot zover niets dan goed dus over de geluidsmogelijkheden van de NEX-VG10. Toch is er ook één nadeel waar we niet aan voorbij kunnen gaan. De camera biedt geen mogelijkheid om het microfoonvolume handmatig in te stellen. Zowel bij gebruik van de interne, als een externe microfoon, gebeurt de volumeaanpassing op continue basis automatisch. Ideaal voor point-en-shoot filmpjes, maar voor een camera met serieuze aspiraties een pijnlijke misser. Hopelijk voegt Sony de mogelijkheid om het volume handmatig in te stellen alsnog toe middels een toekomstige firmware-update.

Eigenlijk bekruipt ons na een paar dagen flink met de NEX-VG10 getest te hebben een gemengd gevoel. Enerzijds richt Sony de camera duidelijk op consumenten, wat te merken is aan de beperkte hoeveelheid direct via vaste knoppen benaderbare functies, de afwezigheid van peaking en zebrafuncties en de verplichte automatische volumeregeling voor het geluid. Anderzijds is de camera gericht op een meer veeleisende doelgroep, gezien het systeem van verwisselbare lenzen, de mogelijkheid om met kleine scherptedieptes te werken en de 1080p25 opnamemodus. De camera hinkt hierdoor naar ons idee teveel op twee gedachten en is daardoor voor beide doelgroepen eigenlijk (net) niet ideaal.

Sony NEX-VG10

Voor de gemiddelde consument zijn het grote formaat, het gemis van motorische zoom, de kleine scherptediepte en de 25p opnamemodus een struikelblok. Voor de doelgroep die de kleine scherptediepte en 1080p25 functionaliteit juist wél weet te waarderen, zal vooral het de afwezigheid van scherpstelhulp en het ontbreken van een zebrafunctie een groot gemis zijn. Ook de verplichte automatische volume-instelling voor het geluid zal door deze doelgroep minder gewaardeerd worden. Gelukkig zijn dit functies die softwarematig middels een firmware-update aangepast kunnen worden. Vraag is echter of Sony dit wil, of dat het ontbreken van deze functies geen toeval is. Sony heeft immers ook een professionele cameradivisie en met een beetje kwade wil zou je kunnen denken dat de tekortkomingen van de NEX-VG10 vooral bedoeld zijn om de duurdere camera’s uit eigen stal niet uit de markt te prijzen.

De NEX-VG10 is een revolutionaire camcorder, omdat het de eerste videocamera voor consumenten is met een verwisselbaar lenssysteem. Dit stelt de gebruiker in staat om te kiezen voor extreme groothoek- of juist telelenzen. De grote APS-C Exmor CMOS sensor maakt het bovendien mogelijk om met scherptediepte te werken op een manier die met normale camcorders niet mogelijk is, en zo filmachtige beelden te schieten. De beeldkwaliteit die de camera hierbij laat zien is uitstekend. De beeldscherpte is prima en ook de kleurweergave is dik in orde.

Sony NEX-VG10

Nadeel is wat ons betreft dat de camera erg op twee gedachten hinkt. Enerzijds richt de camera zich met zijn 25p opnamemodus, mogelijkheden tot het spelen met scherptediepte en het gebruik van verschillende lenzen duidelijk op de artistieke prosumer. Anderzijds zijn het ontbreken van meer directe knoppen, ingebouwde ND-filters en de softwarematige beperkingen op het gebied van de volume-instelling, zebra-functie en scherpstel-hulp voor deze doelgroep juist een groot gemis.

Met de NEX-5 fotocamera heeft Sony echter laten zien dat het middels firmware-updates functionaliteit kan en wíl toevoegen wanneer de gebruikers daar om vragen. Wij hopen dat dit bij de NEX-VG10 ook het geval zal zijn. Met een firmware-update is het uiteraard niet mogelijk om meer directe bedieningsknoppen te maken, maar onze bezwaren met betrekking tot de software moeten hiermee wél op te lossen zijn.

+ Verwisselbare lenzen
+ Middels E-mount adapter ook Alpha en 35mm A-mountlenzen bruikbaar
+ Grote lichtgevoelige sensor, spelen met scherptediepte mogelijk
+ Uitstekende beeldscherpte
+ Goede kleurweergave
+ Opname in 1920x1080p25 formaat

– Geen hulp bij scherpstelling (peaking, uitvergroting oid)
– Geen indicatie van overbelichting (zebra)
– Alleen handmatige zoom
– Audiovolume alleen automatisch geregeld.
– Geen i50, p50 of p24 Hz modi beschikbaar
– Geen ND filters ingebouwd

Hardware.Info TV



Hier kun je nog eens terugzien wat we in Hardware.Info TV meldden over deze camera, en hem van meer kanten bekijken.