De Canon EF 200-400 f4 L IS in de praktijk

De Canon EF 200-400mm f4 L IS met ingebouwde teleconverter ligt zo ongeveer vanaf nu in de winkels. Al begin 2011 werd de ontwikkeling van het objectief aangekondigd en afgelopen zomer werden pre-productiemodellen al uitgebreid getest (door een beperkt aantal fotografen) tijdens de Olympische Spelen. En recentelijk werd het prijskaartje bekend – een slordige € 12.000. In het verleden hadden we wel een mock-ups vastgehouden of een prototype dat niet gebruikt mocht worden, maar gisteren konden we dan eindelijk met dit nieuwe objectief aan de slag. Op het circuit van Zandvoort was één exemplaar beschikbaar en we hebben ons er even mee uitgeleefd.

We konden fotograferen bij de beroemde ‘Tarzanbocht’, helemaal ten noorden van het circuit van Zandvoort. Die bocht kenmerkt zich door zijn 180 graden, waardoor er flink afgeremd moet worden. Desondanks rijden veel wagens daar, afhankelijk van de ervaring van de chauffeur, met 120 km per uur. Ook is het een ideale bocht om te driften, wat enkele daarvoor geoptimaliseerde Ford Mustangs dan ook regelmatig deden. Verder reden er vooral Ferrari’s, Porsches, Lambogini’s, BMW’s, Austin Martins én Renault Clio’s met hoge snelheid voorbij. Een ideaal moment dus om de 200-400 in de praktijk uit te proberen. Ter referentie hadden we ook de oude maar befaamde 100-400 f4.5-5.6 L IS tot onze beschikking. Als referentiecamera gebruikten we een EOS 5D Mark III.

Met het bereik vanaf 200mm sluit deze lens goed aan op de 70-200 f2.8 IS die in het professionele circuit zeer populair is. Dankzij de zoomconstructie is de nieuwe lens zeer flexibel inzetbaar. Door z’n lichtsterkte van f4 over het hele bereik is het een zeer lichtsterke telelens. Alleen teleprimes zoals de 400mm f2.8 en 500mm f4 zijn (relatief) lichtsterker. In combinatie met de ingebouwde 1,4x teleconverter biedt de 200-400 een zeer werkbaar bereik van 280-560mm (met een lichtsterkte van f5.6). In beide gevallen is dat een bereik dat ideaal is voor bijvoorbeeld sportfotografen, bijvoorbeeld bij race- en voetbalwedstrijden. Daar wordt momenteel vooral gewerkt met vaste brandpuntsafstanden als 400mm en 500mm, maar de 200-400 zou de fotograaf flexibeler maken door deze in staat te stellen in- en uit te zoomen (en op die manier te anticiperen op een speler ver weg of dichtbij). Dat is vooral ideaal wanneer iets gebeurt dat voor een prime net te ver of te dicht bij is om goed vast te leggen. Ook voor natuurfotografie (lees: wilde dieren) is dit objectief uitermate geschikt.

Met een klik activeer je de 1,4x converter

Ingebouwde converter

Canon is niet uniek met deze lens. Concullega Nikon levert de Nikkor 200-400 f4 VR al enkele jaren en had daarmee tot nu toe dus een concurrentievoordeel. Hij is bovendien flink stuk goedkoper. Het grote verschil tussen de twee is dat Canon standaard een converter in de lens heeft ingebouwd. Het grote voordeel hiervan is dat fotografen enerzijds veel ‘gedoe’ wordt bespaard met het meesjouwen en monteren van een teleconverter. Anderzijds levert het vooral ook veel snelheidswinst op. Met een lichte klik wordt de converter geactiveerd. En er is ook nog een optisch voordeel: de gebruikte converter is geheel afgestemd op de 200-400mm en geen universele converter die voor verschillende telelenzen geschikt is. De optiek sluit dus naadloos aan bij de lenselementen van de 200-400, waardoor lensfouten en onscherpte absoluut minimaal zullen zijn.

In de praktijk merkten we dat de converter bijzonder soepel werkt. Er hoeft nauwelijks kracht te worden uitgeoefend, waardoor de teleconverter heel soepel in te schakelen is. Hetzelfde geldt voor het uitschakelen. Bovendien kan dit moeiteloos blind worden uitgevoerd, terwijl je door de lens blijft kijken. Als je dit doet, zie je kortstondig de lenselementen van de converter door het beeld komen.

Klaar voor de race (met de 200-400 f4)

Voor een 400m lens kun je toch redelijk dichtbij scherpstellen; al vanaf 2 meter (ter referentie, bij de 400mm f2.8 IS II is dat 2,7 meter). De scherpstelling gaat volledig geruisloos en zeer vlot. Ook bij het volgen van onderwerp blijft de af uitstekend werken. Er zijn drie af-modi: AF, MF en PF. De laatste is nieuw. PF staat voor Power Focus en is bedoeld voor video. In feite is het een handmatige modus, maar de focus wordt dan elektronisch via de focusring uitgevoerd. Dat zorgt voor vloeiendere overgangen dan wanneer er met de hand wordt scherpgesteld.

IS modi

Net als andere L telelenzen heeft de 200-400 verschillende modi voor de IS. Mode 1 is voor algemeen gebruik. Het objectief probeert dan zowel horizontaal als vertikaal te stabiliseren, om langere sluitertijden mogelijk te maken. Dit is de beste modus als je uit de hand fotografeert. Mode 2 is bedoeld voor panning, oftewel meetrekken (zoals bij raceauto’s). De beeldstabilisatie gaat dan uit van horizontale stabilisatie. Bij mode 1 wordt het meetrekken deels teniet gedaan door de stabilisatie wat tot minder goede of zelfs slechte resultaten leidt. Nieuw is mode 3 (die ook op enkele nieuwe teleprimes zit). In dat geval werkt de IS alleen tijdens het maken van de opname, dus niet vooraf (terwijl je door de lens kijkt).

Uiteraard hebben we diverse foto’s gemaakt op de verschillende brandpuntsafstanden. Vooral op de uitersten, op 200mm, 400mm en 560mm (met 1,4x extender). Los van de praktijkfoto’s van racefoto’s tonen we hieronder een tweetal reeksen waarbij je het verschil goed kunt zien.

200mm

400mm

560mm

200mm

400mm

560mm

Resultaten

De resultaten zien er over het algemeen loeischerp uit. In groot formaat zijn de opnamen zeer scherp op alle brandpuntsafstanden. Ook op 560mm waren de opnamen zeer scherp, op een enkele opname na (vooral met lage sluitertijden, zoals 1/160e op 560mm, was er soms sprake van lichte bewegingsonscherpte).

Hieronder zie je een aantal praktijkfoto’s die we met de Canon 200-400mm f4 L IS gemaakt hebben op het circuit van Zandvoort.

Crops:

Het objectief dat we getest hebben was nog geen definitief productie-exemplaar. Maar het testsample was wel zo verfijnd dat hij door Canon geschikt werd geacht op testopnamen mee te maken. Onze eerste indruk is uitermate positief. Het objectief werk vlot en soepel en de beeldkwaliteit is, zover we dat nu kunnen beoordelen, op alle brandpuntsafstanden uitstekend. Ook de scherpte op 560mm f5.6, met 1,4x converter, is goed.

Maar eigenlijk hadden we ook niet anders verwacht. Voor € 12.000 verwacht je het beste van het beste. Een objectief dat op alle vlakken goed – nee, uitstekend – presteert. Gezien de enorme aanschafprijs én het gewicht verwachten we dit objectief niet snel terug te zien in de fototas (of koffer) van een amateur fotograaf. Voor gespecialiseerde professionals is het ultiem gereedschap, maar voor consumenten is hij simpelweg buiten bereik. Of je moet net zoveel geld hebben dat je niet alleen deze lens kunt kopen, maar ook een assistent (lees: drager) èn bodyguard.

Sony Cyber-shot DSC RX1 uitgebreide review

De Sony Cyber-shot DSC RX1 is de kleinste en lichtste digitale kleinbeeldcamera (fullframe dus) die wij ooit in handen hebben gehad. We verklappen meteen maar dat dit toestel tevens ‘by far’ de hoogste beeldkwaliteit heeft van alle andere toestellen van dit fysieke formaat die wij ooit getest hebben. Ook niet onbelangrijk, het is werkelijk een feestje om ermee te werken. Het is echt zo’n toestel die de lol in fotograferen terugbrengt. Deze full frame camera past niet echt in je broekzak, maar wel in een ruime jaszak of (hand)tas. Maar hoe presteert hij in de praktijk?

Compact(e)camera

Op de website van Sony vinden we de RX1 net als de eerder door ons geteste RX100 terug onder het kopje compactcamera’s. Uh… compactcamera? Dat is niet echt de plek waar we zelf de Sony RX1 onder zouden scharen. Al verklapt de naam het natuurlijk wel een beetje: het is immers een Cyber-shot. Gevoelsmatig vinden wij dit toch wel een belediging voor een geavanceerde camera als dit. Zelf spreken we dan ook liever van een compacte camera. Misschien een nuanceverschil, maar de term compactcamera doet de RX1 echt geen recht aan – hij doet hem eerder ernstig tekort.

Originele beelden

De foto’s in deze review zijn met de standaard-instellingen van de camera gemaakt en hebben we onbewerkt gelaten. Dit betekent dat er met Photoshop Elements, Photoshop CS6,  Lightroom, of een andere bewerker nog veel meer uit de beelden te halen is. Vooral als er met raw-bestanden gewerkt wordt. Wij hebben dus kant-en-klare jpg-foto’s uit de camera gebruikt en er is geen fotobewerking aan te pas gekomen. Bijna alle foto’s zijn in de A-stand gemaakt. Waar nodig is belichtingscompensatie toegepast. Sommige avondfoto’s zijn in de M-stand vanaf statief geschoten (de tijdpopnamen van dertig seconden).

Het meest opvallende uiterlijke kenmerk van de Sony RX1 is de naar verhouding forse lens. Op productfoto’s valt dat niet zo op, maar houd je het toestel in de hand… Afijn, we hebben met een fullframe camera te maken en dat betekent dat de lens op deze grote sensor is afgestemd. Voor wie de RX1 nog niet zo goed kent: we hebben te maken met een sensor van 24,3 megapixels en een vaste lens van 35 millimeter. Dat is een ideale brandpuntsafstand voor bijvoorbeeld straatfotografie, maar ook heel geschikt voor portretten waarbij je wat van de omgeving wilt laten zien en uiteraard diverse andere takken van sport. Uiteraard kun je heerlijk spelen met enorm kleine scherptedieptes, iets wat met een compactcamera niet lukt.

Zijn we van systeemcamera’s gewend dat de sensor dicht ‘onder het oppervlak’ zit, bij de RX1 is dit niet het geval. Wie de lens van een systeemcamera afhaalt, ziet enkele millimeters lager de sensor zitten. Dat is bijna eng dichtbij. Bij de RX1 zit de sensor een stuk lager, richting de achterwand. Dat is aan het merkteken op de bovenzijde te zien. Net als bijvoorbeeld bij een spiegelreflex is hierop een cirkel met een streepje te zien. Dat tekentje geeft de positie van de sensor aan. Je zou daarom kunnen stellen dat bij de Sony RX1 de lens eigenlijk doorloopt tot diep in de behuizing. Inderdaad, de lens is zelfs nog langer dan de buitenkant van de camera doet vermoeden.

De kracht van fullframe

Hoe groot fullframe is, zie je pas goed op de onderstaande afbeelding. Geheel links zie je de fullframe sensor van de RX1. Daarnaast staat een APS-C sensor – de gebruikelijke maat voor consumenten DSLR’s zoals de Sony A58, Nikon D5200 en Canon 650D. Helemaal rechts staat de sensor van een compactcamera. Het is dus wel duidelijk waarom de beeldkwaliteit van de RX1 zo goed is, want een grote sensor vangt veel meer licht op en heeft meer ruimte voor pixels (en produceert daardoor minder ruis).

Fotograferen doe je – als het aan ons ligt –  altijd met twee handen. Dat is dan ook de beste manier om de RX1 te werken. Met de rechterhand houd je de body vast, terwijl je met de linkerhand het toestel bij de lens ondersteunt en tegelijkertijd de lensringen bedient. Leuke is namelijk dat je het diafragma met een ring op de lens instelt en niet zoals op de meeste andere camera’s met een knopje op de body. Een andere diafragmawaarde instellen is daarmee razendsnel gebeurd en je ziet live hoe het diafragma zich stapsgewijs toeknijpt als je een blik op het glas werpt. Erg leuk en je krijgt dus een gratis cursus ‘wat is een diafragma’ bij deze camera 😉

Verder zit er een scherpstelring op de lens, die je uiteraard alleen nodig hebt als je het toestel op handmatig scherpstellen zet, of wanneer je ervoor kiest de autofocus te willen bijsturen/corrigeren. Kiezen tussen deze drie manieren van scherpstellen doe je met een schakelaar aan de voorzijde. Ook daar kun je met de linkerhand meteen bij. Vlak naast de scherpstelring zit nog een extra ring, waarmee je  de macrostand inschakelt. Standaard kan er vanaf 24 centimeter worden scherpgesteld gerekend vanaf de voorzijde van de lens (dertig vanaf de sensor), in de macrostand is dat al vanaf veertien centimeter (twintig vanaf de sensor). De voorste lens schuif hierbij enkele millimeters naar voren, een beetje alsof er een tussenring is ingebouwd, waardoor er dus net iets dichterbij is scherp te stellen.

Formaat

De ‘body’ van de RX1 is behoorlijk klein en zelfs maar een fractie groter dan de Sony RX100 (die een sensor van één inch en de bijbehorende cropfactor van ongeveer drie heeft). Wonderbaarlijk. De meeste externe flitsers zijn zelfs een stuk groter dan de RX1! Het is echt de lens die deze camera zijn volume geeft. Een vaste lens die zich niet terugtrekt in de behuizing. Hij steekt dus altijd even ver uit. Oké, niet helemaal waar, hij wordt enkele millimeters langer als je naar de macrostand gaat. Toch is de camera-lens combinatie mooi in balans. Met de bijgeleverde schouderriem hangt de camera netjes aan je schouder of rond je nek. De camera is met 482 gram (inclusief accu en geheugenkaart) zeker niet zwaar te noemen. Deze camera kun je met gemak overal mee naartoe nemen. Je hebt er echt geen last van, al is hij natuurlijk wel wat meer ‘aanwezig’ dan een compactcamera zoals de RX100, die je onopvallend in je jaszak of een compact cameratasje aan je riem kwijt kunt.

De RX1 behuizing is niet veel groter dan die van de RX100 (mouse-over)

Bovenop het toestel vinden we een volledig in de behuizing verzonken flitser(tje). Met een knopje aan de achterzijde springt deze omhoog. Terugduwen moet met de hand, er zit geen motortje achter. Er is een volwaardige flitsvoet aanwezig, dus krachtigere externe flitsers kunnen prima op de RX1 worden gebruikt. Let er wel op dat Sony een andere maat flitsvoet gebruikt, al bestaan er handige converters om een flitser van een ander cameramerk te gebruiken.

De flitsvoet is meteen ook de plek waarop een optische of digitale zoeker (EVF) past, alleen is er voor de systeemflitser dan helaas geen plek meer. De contactpunten zitten mooi beschermd en vrijwel onzichtbaar achterin het flitsvoetje weggewerkt. Er zit een plastic kapje op, zodat de bovenzijde van de camera er netjes en strak uitziet en stof, vuil en vocht geweerd worden. We vinden rechts een draaiknop waarmee we snel van stand kunnen wisselen. Naast de P, A, S en M-stand is er ruimte gevonden voor de filmstand, panorama- stand, Scènes en een Auto-stand. Extra handig is dat er drie custom-standen allemaal op het draaiwiel zitten. Bij de RX100 is er één C-stand en kies je vervolgens via het scherm welke van de drie je wilt gebruiken.

De aan-/uitknop vinden we aan de voorzijde van de ontspanknop. De plek waar bij compactcamera’s meestal de zoomknop zit. Verder is op de bovenzijde nog een handige draaiknop te vinden waarmee je de belichtingscompensatie instelt. Die kan dus razendsnel worden ingesteld zonder in menu’s te duiken of een blik op het scherm te werpen. Tot slot zit uiterst rechts een klein knopje waaraan je een eigen functie mag toekennen. Zelf kozen we voor de iso-waarde,, maar witbalans of een van vele andere instellingen is ook mogelijk.

Een diafragma-ring op de lens, een draaiknop voor belichtingscompensatie; dit alleen al maakt dat je met de Sony RX1 snel op veranderende (licht)omstandigheden kunt inspelen als je bijvoorbeeld in de A-stand werkt. Na een tijdje kan dat zelfs blindelings door het aantal ‘tikjes’ te tellen waarin je een ring of wiel verstelt. Werk je graag in de T- of de M-stand, dan gebruik je een onopvallend wieltje aan de achterzijde ter hoogte van de duimgreep om even snel de sluitertijd in te stellen.

Het duurde even voor wij ons plotseling afvroegen: maar als je het diafragma met een ring op de lens instelt… wat gebeurt er dan in de T-stand? Hoe kan de camera een geschikte lensopening kiezen om de belichting kloppend te krijgen, als wij daar handmatig een zetje voor aan een lensring moeten geven bij deze camera? Gelukkig, of beter gezegd, uiteraard, heeft Sony hieraan gedacht. Op welke diafragmawaarde je de ring ook instelt, dat wordt gewoon genegeerd in de T-stand. De ring zit namelijk niet direct aan het diafragma binnenin de lens gekoppeld, de overdacht gaat elektronisch (ook wel fly-by-wire genoemd).

Custom standen

Dat brengt ons wel op het volgende puntje. Wij gebruiken de Custom-standen bijna dagelijks om snel te schakelen tussen setjes veelgebruikte instellingen. Bijvoorbeeld een tijdopname van meerdere seconden op lage iso-waarde op C1 (voor als we werken vanaf statief) en een opname met korte sluitertijd en hoge iso-waarde op C2 (voor wanneer we uit de hand fotograferen). Zo kun je enorm snel omschakelen en voorkom je dat je iedere keer handenvol instellingen moet aanpassen. Met het risico een cruciale te vergeten. Want op een statief zetten we stabilisatie uit en misschien de timer op twee seconden, terwijl we uit de hand zeer zeker geen timer willen en juist wel stabilisatie. Daar zijn de C-standen perfect voor. Ook handig als een opdrachtgever plotseling een portretfoto wil hebben, terwijl jij net de beste instellingen hebt uitgedokterd om tijdopnamen vanaf een statief te maken van het interieur. Daar heb je dan altijd nog C3 voor. Bij de Sony RX1 moet je er bij de C-standen dan wel rekening mee houden dat in tegenstelling tot veel andere camera’s (zoals ook de RX100), het diafragma en de belichtingscompensatie daar niet in worden opgeslagen. Logisch ook, want daar heb je nu een fysieke lensring en draaiknop voor. Wel iets om op te letten.

Aan de achterzijde vinden we de eerder beschreven knop waarmee de flitser omhoog springt en een draaiwiel voor de sluitertijd. Verder is er een afspeelknop, AEL-knop om de belichting te vergrendelen en een Fn-knop waarmee vele instellingen snel zijn te wijzigen. Er is een draai-/kantelwiel met een knopje in het midden, een constructie die op veel camera’s voorkomt. Met een druk op het zilverkleurige centrale knopje activeer je Focus Tracking, maar dat kan alleen als de scherpstel-schakelaar aan de voorzijde op AF staat. Kies je voor MF of DMF (DMF is AF waarbij je handmatig de scherpstelling mag aanpassen) dan doet de knop niets en is Focus Tracking niet beschikbaar. Kantel je de draaiknop omhoog, dan heb je de keuze welke informatie op het scherm verschijnt. Aan de drie andere richtingen (omlaag, naar links, naar rechts) kun je zelf een functie toekennen. Je moet zelf wel goed onthouden welke functie je aan welke knop toegekent, er staan immers geen omschrijvingen bij.

Instellingen wijzigen met de Fn-knop

Met een druk op de Fn-knop krijg je rechtstreeks toegang tot veel instelling. Kies je een instelling uit, dan is die op twee manieren te veranderen. Allereerst met een druk op het zilveren centrale knopje. Je krijgt dan alle mogelijkheden in een overzicht op het scherm te zien. Draai je in plaats daarvan aan het draai-/kantelwiel, dan verschijnt een virtueel draaiwiel en blijf je gewoon op het Fn-scherm. Met een beetje oefening kun je op die manier heel snel meerdere instellingen achter elkaar aanpassen. Tot slot zijn er aan de achterzijde nog twee knoppen: een menuknop en de prullenbak die ook als helpfunctie dienstdoet.

Zouden we hem bijna vergeten! In het rubberen steuntje voor de duim, rechts bovenaan de achterzijde, zit nog een kleine filmknop verstopt. Het zit bijna aan de zijkant van de duimgreep. Vanuit een willekeurige stand kun je hiermee filmen, alleen heb je dan geen invloed op de diverse filminstellingen. Schakel je via de draaiknop aan de bovenzijde over naar de filmstand, dan kun je wel zelf bepalen hoe er gefilmd wordt. Cruciaal is dat je in deze filmstand dan nog wel even naar de P, A, S of M-filmstand moet overschakelen (niet te verwarren met de fotostanden op het draaiwiel). Een filmstand stel je in door eerst op de Fn-knop te drukken en daarna links bovenin een keuze te maken. Het zit wat verstopt en wij keken er een tijdje overheen.

De filmstanden zitten wat verstop, links bovenin in de ‘titelbalk’ (mouseover)

Als je de eerste keer op de ontspanknop van deze camera drukt, vraag je je verbaasd af: heb ik nu echt een foto gemaakt? De sluiter is namelijk erg stil. Je hoort alleen een tikje. Met deze camera zul je daarom zelfs in de meest stille omgevingen niemand tot last zijn. Wat dat betreft is de Sony RX1 sowieso een erg discrete camera. Hij zier er ook zo heerlijk onschuldig uit.

We hebben hem op de meest drukke plekken ingezet en er open en bloot mee gefotografeerd. Wie de camera zag besteedde er geen aandacht aan en wie hem niet zag, nou al liepen we op een meter afstand, het geluid of het toestel trok amper aandacht. We hebben zelfs al fotograferend (met de camera op ooghoogte en niet ‘stiekem’ vanuit de heup schietend) op een drafje vlak achter een groepje zakenmensen aangelopen en niemand die op of omkeek. De camera is hiermee ideaal om mensen in hun natuurlijke doen en laten te fotograferen. Niet vanaf veilige afstand met een flinke telelens, maar midden tussen de mensen in.

Ook bij weinig licht is er met de RX1 uitstekend vanuit de hand te werken. Hoge iso-waarden zijn echt geen probleem voor deze camera. We hebben zonder er al te veel aandacht aan te besteden lekker op Auto-ISO uit de losse pols gefotografeerd op een donkere expositie en ook ‘s avonds in het donker in de stad. De hoogst gemeten ISO-waarde bleek achteraf 5000 te zijn (zoals gezegd hebben we er ter plaatse niet zo op gelet) en de beelden zien er fantastisch uit. Als je zelf nog iets ziet, kan de RX1 het voor je vastleggen. Zo moet je het ongeveer zien. Mits het geen bezwaar is om met grotere lensopeningen te werken (oftewel weinig scherptediepte), maar dat geldt natuurlijk voor alle camera’s. Natuurlijk is er hier en daar wat ruis te bekennen, maar laten we daar niet te moeilijk over doen. In jpg-bestanden poetst de Sony RX1 ruis goed weg en wie in raw werkt, nou een programma als Lightroom of Photoshop CS6 weet er prima raad mee. Wie allergisch is voor ruis, kan de iso altijd nog zo laag mogelijk houden door betere lichtomstandigheden op te zoeken, te flitsen, of met een statief te werken waar mogelijk. Dat is met een full frame spiegelreflex niet anders.

Het is bijna onvoorstelbaar dat een camera zo enorm klein, beelden van absolute topkwaliteit aflevert. Kwaliteit van de foto’s en ruisprestaties zijn zonder meer vergelijkbaar met een full frame spiegelreflex van de huidige generatie, zoals de Canon 5D mark III, Canon 6D, Nikon D600, of Sony’s eigen Alpha 99. Een belachelijk goede beeldkwaliteit in een opmerkelijk kleine behuizing. Met deze camera ben je iedereen te slim af. Een kleine lichtgewicht die je overal en altijd mee naartoe kunt nemen en die altijd paraat is. Dat is iets wat je van de andere genoemde camera’s nou niet echt kunt zeggen.

Een beperking van de Sony RX1 is natuurlijk wel de vaste lens. Je zet er niet even snel een andere op, dat kan gewoon niet. Deze camera is vooral bedoeld voor mensen die weten wat ze met deze brandpuntsafstand kunnen doen. Straatfotografie bijvoorbeeld, maar (bedrijfs)reportages kun je er ook uitstekend mee maken. Zelf zouden we met gemak de zware en grote fototas met spiegelreflex en arsenaal aan lenzen vaker thuis kunnen laten, om slechts met de RX1 gewapend prachtige foto’s te maken. Om de beeldkwaliteit hoef je het echt niet te laten. De foto’s zijn uitstekend geschikt voor professioneel gebruik. Je moet met deze camera alleen niet in de stromende regen gaan staan. De RX1 is niet weerbestendig. Dat zou de behuizing vrijwel zeker een stuk groter gemaakt hebben. Een (zelfbouw) regenhoes doet echter wonderen.

is er iets wat minder goed werkt dan we zouden willen? Uiteraard. Elke camera heeft plus- maar ook minpunten. Zo vinden wij dat de macroring te dicht tegen de scherpstelring aanzit. Onbedoeld verdraai je soms twee ringen. Tijdens handmatig scherpstellen is dan plotseling macrostand actief. Vooral op koude dagen wanneer je (dunne) handschoenen draagt zit je er al snel naast. Je voelt dan niet goed waar de ene ring ophoudt en de andere begint. Iets als een ontgrendelknop op de macroring zou daarom welkom zijn, of een stroevere verdraaiing.

Verder is de auto focus wat langzamer als het licht (contrast) afneemt. Nu is deze camera zeker niet bedoeld voor snelle actiefoto’s, maar het zou net iets sneller mogen. Het AF-hulplicht verhelpt dit niet. Je krijgt er sneller een ‘lock’ door, maar het scherpstellen zelf wordt er niet sneller van. Ook vinden we de accu iets te snel leeglopen. Een tweede accu op zak is sterk aan te raden. Opladen gebeurt in de camera, dus dat wordt wisselen geblazen zodra je in de buurt van een stopcontact bent. Er zijn overigens externe opladers te koop. Ook een oplossing zijn de mobiele accu’s die in alle soorten en maten te koop zijn voor een smartphone of tablet. Daarmee kun je onderweg ook prima de RX1 opladen.

De Sony RX1 heeft geen aanraakscherm. Op zich jammer. Want op camera’s die dat wel hebben, kun je zo lekker makkelijk aanwijzen op welk punt moet worden scherpgesteld (onder andere). Zo kun je razendsnel reageren en kom je met de beste foto’s thuis. Ook kent de RX1 geen continue scherpstelling tijdens het fotograferen (wel tijdens filmen). Op de RX1 hebben we wel een slim alternatief gevonden en dat heet Focus Tracking. We noemden het eerder in deze review. Stel je wilt een bewegend onderwerp vastleggen, of meerdere foto’s maken zonder steeds eerst op je onderwerp scherp te stellen en daarna te herkadreren. Dat los je op door de focus op het onderwerp vast te zetten via Focus Tracking. De camera blijft het dan automatisch volgen. Ongeacht of het onderwerp zich verplaatst of dat je zelf de camera beweegt. Focus Tracking is ook handig bij portetfoto’s. Door eenmalig op het dichtstbijzijnde oog te richten, ben je daarna vrij om onbeperkt de compositie te veranderen zonder telkens opnieuw scherp te stellen. Je kunt direct afdrukken zodra alles op z’n plek valt: houding, gezichtsuitdrukking, noem maar op.

Optische stabilisatie kent de RX1 niet. Wel is alleen in de filmstand een digitale variant van Steadyshot beschikbaar. Nu zijn er altijd discussies of stabilisatie zin heeft in een lichtsterke groothoeklens. Want dankzij de grote lensopening van f/2 blijft de sluitertijd in veel gevallen snel genoeg om onscherpte door trillingen te voorkomen. Feit is alleen dat er in het echte leven vaak kleinere lensopeningen nodig zijn om voldoende scherptediepte te krijgen. Je zult maar een groep mensen op de foto willen zetten, of binnen opnamen maken terwijl een statief niet toegestaan of ongewenst is, enzovoort, enzovoort, enzovoort. Daarom kan ook op de meest lichtsterke groothoeklenzen stabilisatie prima van pas komen. De combinatie lichtsterk+stabilisatie is dus helemaal zo gek nog niet als menigeen durft te beweren. Optische stabilisatie zou de compactheid van de (lens van de) RX1 alleen geen goed hebben gedaan. Daarom begrijpen wij best dat het op dit toestel niet past.

Wie heeft er nog wat oude fotospullen op zolder liggen? Leuk detail is dat je een ouderwetse draadontspanner op de schroefdraad van de ontspanknop kunt zetten. Ideaal voor de Bulb-stand om de maximale tijdsduur van dertig seconden in de M-stand te doorbreken. Zo kun je gerust minutenlang belichten. De Bulb-stand bereik je door eerst naar de M-stand over te schakelen en dan net zo lang aan het sluitertijd-wiel aan de achterzijde te draaien tot je voorbij de maximale tijd van dertig seconden glipt. Daar zit Bulb. Het is wel wat jammer dat Bulb niet rechtstreeks via het draaiwiel bovenop het toestel bereikbaar is. Zo is sneller te schakelen tussen Bulb en bijvoorbeeld een belichting van een paar seconden. Handig voor vuurwerk. Soms wil je gewoon een vaste tijd belichten, bij met name onvoorspelbare gebeurtenissen wil je de timing vaak liever in de hand houden via een draadontspanner.

Wie een foto maakt en die net iets te snel wil terugzien, krijgt een waarschuwing op het scherm te zien. De camera is dan vaak nog bezig met wegschrijven. De melding zie je uiteraard vaker als je kort na elkaar opnamen maakt. Helaas is er geen lampje aan de achterzijde of pictogram op het scherm waaraan je kunt zien dat er nog geschreven wordt. Dus blijf je maar op de afspeelknop drukken tot het eindelijk lukt. Opmerkelijk genoeg is er wel degelijk een schrijflampje aanwezig. Aan de onderzijde. Onder het batterijdeksel. Waarschijnlijk alleen bedoeld als waarschuwing dat je de geheugenkaart (of accu) niet moet verwijderen zolang dat lampje brandt. Aangezien er dus wel degelijk een lichtje aanwezig is, hadden we dit liever ergens in het zicht gehad. Ook de RX100 heeft trouwens zo’n verborgen lampje.

Naast de geheugenkaart, onder het klepje, zit een klein ‘schrijflampje’

Het scherm van de Sony RX1 is in de felle zon uitstekend af te lezen. Wel moet je er even het menu voor induiken, want je moet de helderheid van het scherm omschakelen van Automatisch (of Handmatig) naar de stand Zonnig weer. Daarmee worden extra lichtgevende pixels ingezet waardoor het scherm enorm helder oplicht. Daar kan de zon niet langer tegenop, zodat je prima via het beeldscherm kunt werken. Een los gereedschap zoals een HoodMan HoodLoupe om op het scherm te turen is voor het eerst niet meer nodig. Uiteraard is de zonnestand een aardige stroomvreter en is het vooral wat lastig werken als je afwisselend binnen en buiten (of in en uit de zon) aan het werk bent, omdat je dan steeds het menu in moet om het aan en uit te zetten. Het zou handiger zijn als de lichtsensor van de RX1 dit automatisch oppikte, of dat er een snelknop voor was (Fn-menu wellicht?).

Standaard is er erg veel informatie op het scherm te zien. Je kunt overschakelen naar een paar andere weergaven. Daarop is altijd maar een beetje informatie te zien, eerder te weinig naar onze smaak, zeker vergeleken met het overvolle beginscherm. De verdeling is aardig uit balans. Zo zie je de batterijindicator of het aantal opnamen nergens meer terugkomen. Dus schakel je van het eerste wat chaotisch ingedeelde scherm over naar een ander scherm, dan kun je plotseling met een haast lege accu komen te zitten zonder dat je het zag aankomen. Het handige waterpas en histogram bevinden zich op twee verschillende schermen. Je zult telkens van scherm moeten wisselen als je graag beide gebruikt. Zoals wij dus. Het zou prettig zijn als je zelf een schermindeling mocht samenstellen, voor in ieder geval de belangrijkste indicatoren.

Wat scherminformatie betreft, is het bijna ‘alles of niets’ (mouseover)

De beeldkwaliteit is zoals gezegd meer dan uitstekend. Met deze camera op zak weet je zeker dat je met uitmuntende foto’s thuiskomt. Aan de camera zal het niet liggen. Je zult zeker geen spijt hebben als je de spiegelreflex een keertje thuislaat en alleen met de Sony RX1 op stap gaat. Je moet wel met de beperking van de vaste lens kunnen omgaan, maar hé, er zijn zoveel fotografen die met één (favoriet) vast brandpunt werken en zich totaal niet beperkt voelen. De foto’s zijn gedetailleerd en superscherp, het dynamisch bereik is fantastisch en de prestaties bij hoge iso’s zijn uitstekend. De camera heeft wel de neiging een tikje onder te belichten. Dat lijkt een bewuste keuze te zijn, het is iets wat we ook bij de RX100 tegenkwamen. Overbelichting is moeilijker te corrigeren dan onderbelichting. Zeker nu de ruisprestaties van camera’s stukken beter zijn dan vroeger, is achteraf iets lichter maken geen probleem meer. Wil je het liever meteen oplossen, dan zul je de knop voor belichtingscompensatie vaak op +2/3 of misschien +1 hebben staan. Lensvertekening lost de RX1 zelf op. In het menu kun je aangeven of vervorming, chromatische aberatie en vignetering gecorrigeerd moeten worden. Dat gebeurt zowel in jpg als raw. Je kunt het ook aan een pakket als Lightroom overlaten, die herkent de RX1 feilloos.

Niet alleen uit de praktijkfoto’s blijkt dat het met de beeldkwaliteit van de RX1 wel snor zit, maar dat blijkt ook uit de tests. De RX1 scoort redelijk vergelijkbaar met andere camera’s met een fullframe-camera. Tot en met ISO 3200 produceert de Sony RX1 zeer schone plaatjes. Alleen in egale gebieden op de achtergrond is wat ruis te zien, maar dat is alles behalve storend. Op ISO 6400 neemt de ruis wat toe, maar zijn de resultaten nog steeds erg goed. ISO 12.800 vreet ruis wel wat aan de details en duikt er in egale gebieden zichtbare kleurruis op. Maar ook dan zijn de foto’s goed genoeg voor publicatie, zeker als je wat ruisreductie toepast. Alleen ISO 25.600 achten wij niet echt bruikbaar, omdat de ruis dan zichtbaar leidt tot detailverlies, minder scherpte en redelijk wat kleurruis.

chart (2)

Maar het is wel opvallend dat de RX1 het in vergelijking met de Sony A99 en de Canon 5D Mark III iets minder goed doet. Het verschil is niet schokkend, maar wel opvallend.

chart (3)

chart (7)

chart (6)

chart (4)

chart (5)

Prijs

We hebben het lang uitgesteld, maar ontkomen er helaas niet aan. We moeten het even over de prijs hebben. Met een adviesprijs van 3.099 euro is de Sony Cyber-shot RX1 nou niet bepaald voor een breed publiek toegankelijk. De prijs lijkt wel erg hoog voor een compactcamera en het is dan ook niet voor niets dat dit etiket ons tegenstaat. Deze compacte camera is totaal niet vergelijkbaar met wat men onder een compactcamera verstaat. Daardoor lijkt de RX1 extreem duur. Maar is dat wel zo? Zo klein als de Sony RX1 is, dit toestel produceert foto’s met een hoge beeldkwaliteit zoals we dat van de nieuwste generatie full frame spiegelreflexen kennen. Alleen is de RX1 wel een stuk comfortabeler om (altijd en overal) mee naartoe te nemen en ga je er eenvoudig mee op in een massa.

Vergeet ook niet de vaste lichtsterke lens (f/2.0) met een uitstekende kwaliteit. Voor een spiegelreflex met vergelijkbare lens en beeldkwaliteit ben je al snel ongeveer hetzelfde bedrag kwijt. Daarnaast is de RX1 momenteel aardig uniek in z’n soort, wat uiteraard in de prijs is terug te zien. Zeker, met een spiegelreflex heb je meer flexibiliteit. Je kunt lenzen wisselen zoveel je wilt. Met de RX1 zit je letterlijk aan deze ene lens vast. Het is dan ook meer een kwestie van het soort fotografie en wat je bereid bent mee te nemen en (niet onbelangrijk) uit te geven, of de prijs van de RX1 voor jou gerechtvaardigd is. Werk je voornamelijk in het groothoekbereik, dan kan de RX1 prima als hoofdcamera dienen en anders is het een meer dan volwaardig tweede toestel.

Accessoires

De RX1 heeft geen ingebouwde zoeker, maar die is wel als losse accessoire te koop. Houd er alleen wel rekening mee dat alle accessoires voor deze camera flink aan de prijs zijn en sommige specifiek voor dit ene model bedoeld zijn. Zo kost een lederen beschermtas 250 euro en de optische zoeker 600 euro, terwijl een digitale zoeker (EVF) 450 euro kost. Een extra accu is met 50 euro dan best goedkoop te noemen. Een zonnekap kost daarentegen 180 euro. Een speciale duimgreep voor meer grip en stabieler schieten met één hand kost 250 euro. Alles bij elkaar een flink bedrag dat nog eens bovenop de prijs van het toestel komt.

Hieronder zie je nog wat extra fotomateriaal, gemaakt met de RX1

Conclusie

De Sony Cyber-shot RX1 is een erg plezierige camera om mee te werken. We zijn er echt een beetje verliefd op geworden. Het toestel is stil, licht en compact. En dan te bedenken dat we met een echte kleinbeeldcamera (full frame) te maken hebben. Het is ook gewoon een heel leuk toestel – een feestje om ermee te werken. De camera is onopvallend aanwezig, dus je kunt ermee rondlopen zonder onnodig aandacht te trekken en opgaan in de massa. Met een absoluut minimum aan apparatuur en een verwaarloosbaar gewicht (er is niet per se een tas nodig), schiet je foto’s in de hoogst haalbare kwaliteit van dit moment. Wie met de RX1 op stap gaat zal niet snel ontevreden zijn over de beeldkwaliteit.

Ringen op de lens en knoppen zoals die voor belichtingscompensatie en sluitertijd, maken dat er snel is te reageren bij veranderende (licht)omstandigheden. De sluiter is muisstil, ideaal om in stille omgevingen te werken en onopvallend je gang te gaan. De auto focus is bij voldoende licht en contrast snel, maar heeft in minder gunstige omstandigheden wat meer tijd nodig. Gezien de prijs is het geen camera die je er zomaar even voor de lol bijkoopt. De Sony RX1 kan echter probleemloos als hoofdcamera of volwaardig tweede toestel dienstdoen, zij het dat je het dan wel met een vaste brandpuntsafstand moet doen en geen lenzen kunt wisselen. Echt grote nadelen of gebreken hebben we niet gevonden op deze high-end camera. Het zijn meer kleine onvolkomenheden of aanpassingen die het bedieningsgemak nog meer kunnen verbeteren.

fotovideonu-aanraderkopie

Pluspunten:

  • Hoge beeldkwaliteit, vergelijkbaar met fullframe spiegelreflex
  • Fluisterstille sluiter
  • Klein, licht, compact
  • Degelijke behuizing
  • Lichtsterke lens van hoge kwaliteit
  • Bedieningsgemak
  • Scherm goed afleesbaar in fel (zon)licht

Minpunten:

  • Accuduur
  • Autofocus bij weinig licht
  • Macroring te dicht op focusring
  • Te duur voor ‘zomaar’ erbij
  • Accessoires zijn pittig geprijsd

Nikon D7100 review deel 2: praktijk en testresultaten

In deel 1 van onze review van de Nikon D7100 gingen we uitgebreid in op functies, vernieuwingen en de vergelijking met de D7000 en D5200. In deel 2 vervolgen we onze review met onze ervaringen in de praktijk, van hands-on observaties tot de resultaten van onze Imatest testprocedure.

We hebben de D7100 uitgebreid op scherpte getest om te zien wat het voordeel is van het weglaten van de low pass filter. Ook gaan we uitgebreid in op de video en liveview functies en hebben we een aantal praktijkfoto’s toegevoegd, zodat je zelf het resultaat dat de camera levert kunt beoordelen.

Nikon D7100 Body

Deel 1 van onze Nikon D7100 review gemist? Je leest het hier.

Zeker bij filmen is de 1,3x crop functie goed te gebruiken om een onderwerp dichterbij te halen, of als je wilt filmen in 1080i met 60 beelden per seconde. Het inschakelen van deze modus gaat erg makkelijk dankzij de toevoeging van de i-knop. Ook kan het handig zijn om tijdens het maken van foto’s de focuspunten tot aan de rand van het beeld te hebben. Daarbij moeten we wel opmerken dat de omlijning in de zoeker daarvoor naar ons idee niet voldoende is om goed te kunnen kaderen. Prettig is de mogelijkheid om vooraf met een schakelaar te kiezen tussen foto of video in de liveview stand. Hierdoor is het niet meer nodig om speciale instellingen via het menu in of uit te schakelen, alvorens liveview te starten. Een beperking hiervan bij de D7000, is dat de sluitertijd met de handmatige videoinstellingen geactiveerd niet langer dan 1/30 gemaakt kan worden.

Nikon D7100 Body
De videomodus

De microfoon bovenop bij de flitser kan in stereo opnemen voor een betere ervaring van video. Een nadeel is wel dat wind erg makkelijk opgevangen wordt door de microfoon, waardoor het aan te raden is om een externe microfoon te gebruiken in buitensituaties. Hiervoor is een speciaal daarvoor bestemde microfooningang aanwezig. In de M-stand kan in de filmmodus een foto gemaakt worden via de sluiterknop. Vreemd is dat de instellingen voor de video niet gebruikt worden tijdens het maken van de foto, maar die van de fotostand. Hierdoor kan het onderwerp onder- of overbelicht raken op de foto. Ook bijzonder is dat als een lens met een diafragmabereik van f/3,5 tot f/5,6 gebruikt wordt en het diafragma ingesteld staat op 5,6, bij het inzoomen van de lens het diafragma verder dan 5,6 verkleind wordt naar f/9. Daarnaast is een gemis dat het diafragma niet ingesteld kan worden in de M-stand tijdens het filmen.

Naast 24p is ook 25p en 30p in Full HD mogelijk. 60i en 50i wordt ondersteund in de 1,3x crop modus. Video wordt opgenomen in AVC H.264/MPEG-4 en kan via HDMI ongecomprimeerd verzonden worden, zoals ook bij de D600 het geval is.

De Nikon D7100 is een camera waarmee je eenvoudig alle belangrijke instellingen kan aanpassen. Bovendien kan je goed in de gaten houden welke instellingen je hebt geselecteerd, niet in de laatste plaats door de toepassing van de Oled-techniek in de zoeker. Bovenal geeft het display aan de bovenkant de belangrijkste instellingen overzichtelijk weer, terwijl de speciaal daarvoor bedoelde knoppen en draaiwielen het erg gemakkelijk maken om te werken in de handmatige standen. De enige knop die we liever ook onder handbereik van de rechterhand hadden gezien is de ISO-knop, die Nikon heeft gepositioneerd in een rij aan de linkerkant naast het scherm op de achterzijde. Overige belangrijke instellingen, zoals de 1,3x crop modus en kleurinstellingen zijn snel bereikbaar via de speciale i-knop.

De autofocus reageert snel en lijkt minder moeite te hebben in donkere situaties dan die van de D7000. Gekozen autofocuspunten kunnen geraadpleegd worden in de zoeker en op het achterste scherm van de D7100. Een minpunt is dat dit niet mogelijk is op het bovenste display, waar de middelste punt alleen aangeeft dat enkelpunts-autofocus is geselecteerd. Het assist-lampje helpt in donkere situaties voor het verbeteren van de autofocus, maar is niet geschikt voor lange en brede lenzen met lenskap: die blokkeren het licht. Een flitser met ingebouwd infrarood hulplicht werkt beter, zoals de SB-600, SB-800 of SB-900/910 en dergelijke.

Nikon D7100 Body

Prettig is ook het heldere scherm waarmee in fel daglicht beelden makkelijk teruggekeken kunnen worden. De mogelijkheid om de helderheid van het scherm handmatig in te stellen is prettig voor een goede beoordeling van geschoten beelden buiten het histogram om. Het omgevingslicht is namelijk niet altijd hetzelfde en bepaalt hoe goed foto’s en video’s beoordeeld kunnen worden. Het wisselen tussen de enkele en continue opnamestanden, de stille stand en dergelijke gaat ook makkelijk met het daarvoor bestemde draaiwiel. De speciale hardwarematige instellingen maken het bedienen makkelijker, maar kunnen ook verwarrend werken als je niet vaak met een dergelijke camera hebt gewerkt. Deze instellingen zijn namelijk niet meer terug te vinden in het menu van de camera.

De mogelijkheid om oudere Nikon lenzen zonder autofocusmotor en elektronica te gebruiken is erg prettig en een duidelijk voordeel ten opzichte van de lager gepositioneerde, goedkopere modellen zoals de D3200 en de D5200. De extra investering in de D7100 kan je ‘terugverdienen’ door op zoek te gaan naar deze oudere objectieven, die doorgaans erg gunstig geprijsd zijn, zeker voor de scherpte die ze kunnen leveren. De lens die wij hebben gebruikt voor de scherptetest kan bijvoorbeeld meer detail vastleggen dan de D7000 en D3200 kunnen registreren, en wisselt al van eigenaar vanaf 50 euro.

Nikon D7100 Body

Een andere vermeldenswaardige voorziening die handig is in de praktijk zijn de twee geheugenkaartsloten. Die voorkomen dat je vaak van geheugenkaart moet wisselen. Het is uiteraard mogelijk om een SD-kaart met hoge capaciteit te gebruiken, maar als die stuk gaat ben je veel meer foto’s kwijt dan wanneer je foto’s wegschrijft op meerdere geheugenkaarten met kleinere opslag.

Een (klein) nadeel van de D7100 ten opzichte van de voorganger is dat er geen mogelijkheid is een opklikbare screen protector te plaatsen, de daarvoor vereiste aanhechtingspunten ontbreken. Uiteraard kan je wel een plakvariant gebruiken.

Voor al onze tests maken we gebruik van de professionele Imatest software, gecombineerd met een testopstelling met professionele, gecalibreerde testobjecten en vaste lichtomstandigheden. We hebben niet van alle geteste camera’s alle testresultaten, een erfenis uit onze opstartfase. Dat verklaart de wisselende samenstelling van grafieken op deze en volgende pagina’s. Naarmate we meer camera’s testen, zal dit verschijnsel verdwijnen. In de grafieken op deze en volgende pagina’s is de Nikon D7100 body rood gekleurd, de D7100 kit met 18-105 mm lens groen gekleurd en de D7000 herkenbaar aan een zwart balkje.

We meten aan aantal zaken om de kleurechtheid van camera’s in kaart te brengen, alle op ISO 200 en op een brandpuntsafstand van 50 mm (35 mm equivalent). Allereerst de saturatie afwijking, ofwel een tekort of juist overschot aan kleur in het beeld. Een te lage saturatie ofwel verzadiging resulteert in een grauwig, kleurarm beeld. Een te hoge kleurverzadiging is zichtbaar doordat kleuren teveel aangezet worden, met een evenzeer onrealistisch resultaat. Camera’s produceren vaak iets te veel gesatureerde beelden, omdat die er op het eerste gezicht mooier uit lijken te zien: de kleuren ‘spatten’ als het ware het beeld uit. Wij zijn echter van mening dat het beeld natuurgetrouw moet zijn: wie een sterkere kleurverzading wil, kan dat beter later in Photoshop zélf aanpassen.

Verder meten we de gemiddelde kleurafwijking, volgens de gestandaardiseerde ΔE methode. Deze ΔE is de afwijking tussen de kleur zoals gereproduceerd door de camera en de kleur hoe die hoort te zijn. We meten de gemiddelde ΔE waarde van uiteenlopende basiskleuren. Hiervoor geldt: hoe lager, hoe beter.

Tenslotte meten we de witbalans afwijking op 20%, 40%, 60% en 80% grijs, waar we een gemiddelde van nemen. Hoe lager die gemiddelde afwijking, hoe beter een camera exact lineair de overgang van zwart naar wit kan volgen.

De Nikon D7100 laat een duidelijk verbetering zien ten opzichte van de D7000.

{GRAPH|8754|116640-blue,158157-blue,150875-blue,166270-blue,106310-black,177978-green,177890-red,144170-blue,162276-blue,162277-blue}

{GRAPH|8757|116640-blue,158157-blue,150875-blue,166270-blue,106310-black,177978-green,177890-red,144170-blue,162276-blue,162277-blue}

{GRAPH|8762|116640-blue,158157-blue,150875-blue,166270-blue,106310-black,177978-green,177890-red,144170-blue,162276-blue,162277-blue}

De scherpte van de camera meten we via diverse methodes (MT50 en MT50P in jargon), zowel in het midden van de foto als in de hoeken. Uiteindelijk berekenen we hieruit het gewogen gemiddelde. Deze waardes compenseren we daarna voor kunstmatige verscherping en op basis daarvan berekenen we de procentuele effectieve scherpte. Een theoretische score van 100% betekent dat alle pixels van de sensor volledig scherp gebruikt kunnen worden. Door de effectieve scherpte in beide richtingen te vermenigvuldigen met het daadwerkelijke aantal pixels, kunnen we een uiteindelijk effectief aantal megapixels berekenen. Dat laatste getal is het meest interessant om camera’s mee te vergelijken. We doen deze meting volledig uitgezoomed, op 50 mm (35 mm equivalent) als ook zover mogelijk ingezoomed, met een maximale brandpuntsafstand van 400 mm (35 mm equivalent).

De gemeten scherpte van de D7100 verslaat de rest van de camera’s in de grafiek ruimschoots. Hierbij moeten we wel opmerken dat we voor deze test de D7100 body voorzien hebben van een bijzonde scherpe 50 mm f/2 manuele lens uit 1977. De D7000 body werd voor deze vergelijking met dezelfde lens uitgerust. Het verschil met de kitlens van de D7100 is niet gering. Echter, de resultaten zijn, met name op 50 mm equivalente brandpuntsafstand, ontegenzeggelijk beter dan die van de concurrentie.

Bij het telebereik vallen de resultaten tegen, maar je moet niet vergeten dat de Nikon kitlens een behoorlijk zoombereik heeft voor een kitlens – de keerzijde is duidelijk afnemende scherpte. De concurrentie rust de eigen camera’s overwegend met wat minder zoombereik uit en houdt op het maximale telebereik dan ook meer scherpte over. Kijken we naar de resultaten op maximale groothoekstand, dan houdt de D7100 zich uitstekend staande.

D7100 vs D7000 scherpte in detail

Zoals in het onderstaande voorbeeld zichtbaar is, haalt de Nikon D7100 een MTF50 resultaat van 3261 LW/PH (Line Width/ Pixel Height). De Nikon D3200 haalt 2895 LW/PH. Dit verschil toont duidelijk het voordeel van het weglaten van het low pass filter bij de D7100. De D7000 haalt 2460 LW/PH, wat veroorzaakt wordt door de lagere resolutie tegenover de D3200 en D7100. Een nadere uitleg van MTF50 kan je hier lezen.


Een duidelijk praktijkvoorbeeld van de verhoging in scherpte van de sensor tegenover de D7000 is te zien in de onderstaande foto’s van een LCD monitor. De pixelstructuur is op dezelfde afstand veel duidelijker zichtbaar.

Nikon D7100 Body
Nikon D7100 Body

Hoe hoger de ingestelde ISO-waarde van een camera, hoe lichtgevoeliger deze wordt. De foto’s worden helderder, maar tegelijkertijd wordt ook de ruis groter. Wij meten de door de camera geproduceerde ruis op ISO 200, 400, 800, 1600, en zo verder tot het maximum of ISO-6400: welke eerder bereikt wordt.

Naast de grafieken met de ruisniveaus per ISO-waarde vergelijken we in het lijndiagram de D5200 met 18-105mm kitlens met de D7100 en de D7000 body voorzien van de genoemde f/2 lens uit 1977. Duidelijk is dat de D7000 met zijn lagere pixeldichtheid de betere ruisprestaties biedt, maar het is opvallend hoe dicht de D7100 die weet te benaderen met een lage ISO-waarde.

De testfoto’s zijn klikbaar en een 100% crop van de originele foto. Je krijgt dan een uitvergroting te zien.

Nikon D7100 Body

Nikon D7100 Body

Nikon D7100 Body

Nikon D7100 Body

Nikon D7100 Body

Iedere lens heeft altijd tot op zeker hoogte last van lensvervorming, wat het beeld ofwel een tikkeltje opgeblazen maakt (barrel distortion) ofwel een beetje ineengeknepen (pincushion distortion). Dit resulteert in foto’s waarbij objecten die recht horen te zijn (bijvoorbeeld de muren van een gebouw) uiteindelijk een beetje krom zijn. Bij een theoretisch perfecte lens zijn alle rechte lijnen altijd recht, zowel volledig ingezoomd als volledig uitgezoomd.  Wij meten de lensvervorming volledig uitgezoomd (maximale groothoek), op 50 mm brandpuntsafstand equivalent en op het maximale telebereik ofwel 400 mm (35 mm equivalent), de maximale afstand die met onze testopstelling mogelijk is.

Sensors binnen camera’s werken met drie primaire kleuren: rood, groen en blauw. De bouw van een lens kan er voor zorgen dat de drie verschillende kleurenspectra net even verschoven van elkaar op de sensor vallen. Zo’n verschuiving kan zorgen voor een wat minder scherp beeld en voor ongewenste ‘kleurrandjes’ rond objecten. Wij meten deze verschuiving, chromatische aberratie in jargon, helemaal uitgezoomed (maximale groothoek), helemaal ingezoomed (maximaal tele, met een limiet van 400 mm (35 mm equiv.) en op een brandpuntsafstand van 50 mm (35 mm equivalent). De waardes in de grafieken is een gewogen gemiddelde van het midden van de foto als ook de vier hoeken. Idealiter valt de verschuiving ruim binnen de pixel. Is de verschuiving groter dan één pixel, dan kan het effect duidelijk zichtbaar zijn.

In deze discipline scoort de Nikon D7100 met 18-105mm kitlens prima op 105 mm, maar duidelijk minder goed op maximale groothoek, terwijl de prestaties op 50 mm het minst goed zijn.

Om buiten de grafieken een beeld te krijgen van de kwaliteit van de camera maken we altijd dezelfde testfoto, zowel met weinig licht (ca. 50 Lux) als met veel licht (850 Lux). Deze foto’s maken we in de automatische stand, zodat je een indruk krijgt van de kwaliteit als je snel een foto moet maken zonder tijd te hebben de instellingen te optimaliseren. Deze foto maken we zo, dat ons doel de middelste circa 25% van de pixels beslaat. We maken het op een brandpuntsafstand van 50 mm (equivalent).

Hieronder zie je de resultaten:

Nikon D7100 Body

Bij voldoende licht is het resultaat een relatief fraai, gedetailleerd en ruisarm plaatje.

Nikon D7100 Body

Bij weinig licht laten de automatische instellingen het goeddeels afweten. Hier kan je beter zelf de instellingen doen.


Ingebouwde HDR functie ingesteld op high


Een van de mogelijke effecten ”sketch” toegepast op een foto

De resultaten van onze tests laten zien dat de D7100 uitstekend presteert op zowel het gebied van scherpte als van ruis, zeker gezien het grote aantal pixels dat de sensor bevat. Het weglaten van de low pass filter heeft duidelijk zijn vruchten afgeworpen, met een duidelijke verhoging van scherpte ten opzichte van een vergelijkbare crop sensor met dezelfde resolutie. De ruis is wel lichtelijk toegenomen tegenover zijn voorganger de D7000, maar gezien de verhoging in resolutie is dat onvermijdelijk en de behaalde waarden zijn onder de streep een prima prestatie. Door de extra functionaliteit en de verbeterde techniek, waaronder uiteraard de hogere resolutie van de 24-megapixel sensor met een uitstekende scherpte, is deze camera weer helemaal up-to-date en klaar voor de toekomst. De 1,3x crop modus is een zeer interessante toevoeging voor bijvoorbeeld natuurfotografen. Een andere grote verbetering is dat Full HD 30p video wordt ondersteund.

De bediening van de camera is naar onze mening een verademing in vergelijking met de instapmodellen van Nikon en de uitgebreide mogelijkheden zoals de stille sluiter, het display aan de bovenzijde, de uitgebreide filmfunctie en het knoppenspel maken dit tot een semi-professionele camera. Hierdoor is de D7100 een goede match voor de gevorderde, veeleisende fotograaf. In de lijn van Nikon DX camera’s is dit de nieuwe top-camera, in ieder geval tot de opvolger van de Nikon D300S verschijnt, waar veel gevorderde Nikon gebruikers op zitten te wachten. De Nikon D7100 verdient dan ook terecht een Technyx Gold Award.

Sony NEX-VG30 review: Videocamera met verwisselbare lenzen

In 2010 bracht Sony haar eerste consumenten-videocamera met verwisselbare lenzen op de markt. De NEX-VG10 maakte gebruik van dezelfde technische basis als de NEX compacte systeemcamera’s, maar was door zijn andere vormgeving, goede microfoon en viewfinder echt toegespitst op video. Toch waren wij niet enthousiast. De camera miste essentiële functies als focus- en belichtingshulp en bood te weinig functieknoppen voor de enthousiaste videofilmer. Dik twee jaar later heeft Sony de VG10 laten opvolgen door eerst de VG20 en nu de VG30. Wij testen de nieuwe camera die uiterlijk sterk lijkt op het origineel, maar een aantal belangrijke verbeteringen belooft te bieden.

Sony NEX-VG30 18-200mm kit

De nieuwe NEX-VG30 videocamera biedt net als zijn voorgangers een APS-C sensor, met een veel groter oppervlak dan de 1/3 inch sensors die we in veel videocamera’s tegenkomen. Voordeel van de grotere sensor is dat deze veel licht opvangt, wat in het donker potentieel betere prestaties oplevert. Daarnaast levert een grote sensor, in combinatie met een lens met een grote diafragmaopening, de mogelijkheid op om videobeelden met een kleine scherptediepte te schieten, wat een filmisch effect oplevert. De NEX-VG30 biedt behalve zijn grote sensor ook de mogelijkheid om de camera te voorzien van verschillende lenzen. Hiertoe maakt het apparaat gebruik van Sony’s E-mount systeem dat ook gebruikt wordt bij de NEX-fotocamera’s. Standaard wordt de NEX-VG30 geleverd met een 18-200mm lens, voorzien van gemotoriseerde zoom. Kosten voor dit moois? Zo’n 2600 euro. De body is ook los te koop en kost in dat geval iets minder dan 1800 euro.

Uiterlijk lijkt de VG30 sterk op de VG20 en de VG10. Dat betekent dat de camera een smalle body heeft, met aan de linkerzijde een relatief groot uitklapbaar LCD-scherm en een T-grip aan de bovenzijde. Aan de voorkant van deze T-grip is ruimte gemaakt voor een surround-microfoon, aan de achterzijde is een in hoogte kantelbare viewfinder ondergebracht. Aan de rechterkant van de body vinden we de grip met een verstelbare ondersteuningsband, die moet voorkomen dat de camera uit de hand valt.

Sony NEX-VG30 18-200mm kit

Met de VG20 introduceerde Sony een aantal uiterlijke veranderingen ten opzichte van de VG10, en die veranderingen zijn meegenomen naar de nieuwe VG30. Aan de linkerzijde is onder het uitklapbare scherm ruimte gemaakt voor een ‘manual’ en een ‘focus’ knop. Ook vinden we hier een scrollwieltje terug. Bij de NEX-VG10 zat dit scrollwieltje nog achter  het LCD scherm verstopt. Bij de VG20 en VG30 vinden we achter het scherm een zestal toetsen terug, voor iris, shutter speed, white balance, display, play en program AE. Die laatste knop werd bij de VG20 overigens nog gebruikt om te schakelen tussen het LCD scherm en de viewfinder, iets wat bij de VG30 automatisch gebeurd met behulp van een nabijheidssensor in de viewfinder.

Sony NEX-VG30 18-200mm kit

Écht helemaal nieuw bij de VG30 is de tuimelknop voor in- en uitzoomen aan de rechterbovenzijde van de body. Zowel de NEX-VG10 als de VG20 boden geen ondersteuning voor lenzen met motorzoom, de VG30 doet dit wel. Als compleet product ziet de VG30 er ondanks de kleine verschillen bij de body toch écht anders uit dan zijn voorgangers. En dat heeft alles te maken met die motorzoomfunctie en de meegeleverde lens. De 18-200 lens die bij de VG30 wordt geleverd is namelijk voorzien van gemotoriseerde zoom, en heeft daardoor een soort ‘bochel’ gekregen aan de onderzijde. Voordeel is wel dat de nieuwe lens compacter is dan zijn voorganger, en door zijn zwarte kleur ook wat minder opvallend is dan de chroomkleurige motorloze SEL18200 lens die hij vervangt.

Sony NEX-VG30 18-200mm kit
Sony NEX-VG30 18-200mm kit

Ook onder de kap is er het nodige verbetert. De NEX-VG30 kan opnemen in 1080p met 50 beelden per seconde, iets wat de VG20 ook al kon, maar de VG10 moest het stellen met slechts 25p. De VG30 ondersteunt overigens ook 1080p met 24 en 25 fps en kan bovendien foto’s schieten met een resolutie van 16,1 megapixels.

Sony NEX-VG30 18-200mm kit

Ook qua instelmogelijkheden biedt de NEX-VG30 belangrijke verbeteringen ten opzichte van de eerder door ons geteste VG10. Zo biedt de VG30 wél de mogelijkheid om middels een ‘peaking’ functie met gekleurde lijntjes aan te geven welke delen van het beeld volledige scherpgesteld zijn. Wat ons betreft is dit een essentiële functie op een camera als deze, waarbij je doorgaans zult opnemen met een kleine scherptediepte.
Andere welkome toevoegingen zijn de histogram en zebrafuncties die aangeven hoe de belichting van het beeld is. Het onscreen histogram laat live zien hoe de belichtingsbalans in zijn geheel is, terwijl de instelbare zebra-functie (bijna) overbelichte delen gearceerd laat oplichten. Ook deze functionaliteit is wat ons betreft essentieel bij een camera in dit segment, waarbij doorgaans veel met handmatige instellingen gewerkt zal worden. Ten opzichte van de VG10 is de bediening bovendien een stuk makkelijker geworden, omdat de VG30 is voorzien van een touchscreen.

  • Sony NEX-VG30 18-200mm kit
  • Sony NEX-VG30 18-200mm kit
  • Sony NEX-VG30 18-200mm kit
  • Sony NEX-VG30 18-200mm kit

In de praktijk werkt de NEX-VG30 grotendeels als zijn voorgangers. De relatief compacte camera is in combinatie met de meegeleverde 18-200 lens weliswaar groter dan reguliere handycam modellen, maar kleiner dan de meeste semiprofessionele videocamera’s. Helaas geldt ook bij de VG30 met kitlens dat het systeem qua gewicht niet mooi in balans is. De lens is duidelijk zwaarder dan de body, waardoor de camera eigenlijk altijd met twee handen vastgehouden moet worden omdat het zwaartepunt te ver naar voren ligt.

Sony NEX-VG30 18-200mm kit

Het voornaamste verschil qua bediening met zijn voorgangers is dat de VG30 motorzoom biedt waardoor het mogelijk wordt om langzaam en gelijkmatig in- en uit te zoomen. Met de VG10 en VG20 is dit zonder statief dat de body stabiel houdt eigenlijk niet mogelijk. Wij testten een pre-productiemodel van de VG30 waarbij tijdens het in- en uitzoomen soms een kleine hapering merkbaar was, bij de uiteindelijke productiemodellen is dit niet het geval zo verzekerde Sony ons.

Sony NEX-VG30 18-200mm kit

Wat ook anders werkt is het omschakelen tussen LCD scherm en viewfinder. Bij de VG10 en VG20 was hiervoor een knop op de body aanwezig, bij VG30 heeft een nabijheidssensor bij de viewfinder ingebouwd. Zodra je oog dicht bij de viewfinder in de buurt komt schakelt deze automatisch in, terwijl het LCD scherm wordt uitgeschakeld. Dat klinkt handig, maar in de praktijk bleek de sensor tijdens onze test nogal gevoelig waardoor de camera ook op ongewenste momenten regelmatig overschakelde, waardoor LCD scherm uitviel terwijl wij het gebruikten. Via het menu is het mogelijk om de camera vast op weergave via het LCD scherm in te stellen. In dat geval blijft het scherm altijd aan, ook wanneer de viewfinder gebruikt wordt. Dit gaat echter wel ten koste van de werktijd op de accu.

De beeldkwaliteit van de Sony NEX-VG30 is wisselend. Bij daglicht schiet de camera fraaie beelden met een prima dynamisch bereik en redelijk goede scherpte. Opvallend is wel dat ook de VG30 nog altijd (licht) last heeft van aliasing bij dunne lijnen zoals de bovenleiding bij treinrails. De kleurbalans bij daglicht is goed en de hoeveelheid beeldruis is zeer acceptabel.

Sony NEX-VG30 18-200mm kit

Ondanks de grote sensor weet de camera in combinatie met de standaard lens (F3.5-6.3) niet te overtuigen wanneer er echt weinig omgevingslicht beschikbaar is. Wanneer de gain handmatig of automatisch verhoogd wordt is vanaf circa 18dB duidelijk beeldruis zichtbaar, die verder toeneemt naar mate de gain wordt opgeschroefd. Deze beeldruis is vanaf ongeveer 24 dB écht storend zichtbaar, en de maximale stand van 30 dB is wat ons betreft sowieso af te raden. De beeldruis is dan zodanig aanwezig dat deze ook zorgt voor compressieproblemen in de MPEG4 stream, waardoor de beeldkwaliteit sterk terugloopt. Binnenshuis bij normale verlichting valt nog goed te filmen met de NEX-VG30, maar buiten bij straatverlichting heeft de camera het dus écht lastig.

Sony NEX-VG30 18-200mm kit

De toevoeging van de automatisch zoomlens is positief, omdat het hierdoor mogelijk is om langzaam en vloeiend in en uit te zoomen. Helaas is de motor die voor het in- en uitzoomen wordt gebruikt wel duidelijk hoorbaar in de audiostream wanneer de ingebouwde microfoon wordt gebruikt. Dit is wellicht op te lossen door een – goed ontkoppelde – externe microfoon te gebruiken, maar ideaal is het dus niet, vooral ook omdat een gebalanceerde XLR-microfooningang ontbreekt.

  • Sony NEX-VG30 18-200mm kit
  • Sony NEX-VG30 18-200mm kit
  • Sony NEX-VG30 18-200mm kit
  • Sony NEX-VG30 18-200mm kit
  • Sony NEX-VG30 18-200mm kit
  • Sony NEX-VG30 18-200mm kit
  • Sony NEX-VG30 18-200mm kit
  • Sony NEX-VG30 18-200mm kit

De NEG-VG30 is een grote verbetering ten opzicht van de NEX-VG10 die wij eerder testten. Ten opzichte van de VG20, een model dat wij niet zelf in handen hebben gehad, zijn de verschillen kleiner en biedt de VG30 als voornaamste meerwaarde de ondersteuning voor motorzoomlenzen.

Met toevoegingen als zebra en peaking weergave is de NEX-VG30 een stuk bruikbaarder dan de originele VG10 en de motorzoom maakt het voor het eerst ook mogelijk om vloeiende in en uit te zoomen. Wij bovendien graag met scherptediepte speelt kan zich uitleven met de VG30, door zijn grote APS-C sensor en de mogelijkheid om lichtsterke lenzen te gebruiken, kan je écht filmische beelden schieten. De beeldkwaliteit van de camera bij daglicht en lichte schemering is bovendien prima, maar wanneer het echt donker wordt blinkt de VG30 niet uit. De beeldruis bij gain-instellingen boven 18 dB wordt wat ons betreft al snel storend, waardoor de camera – zeker in combinatie met de standaardlens – minder geschikt is voor opnames na zonsondergang.

Sony NEX-VG30 18-200mm kit

Grote vraag is natuurlijk of de NEX-VG30 zijn kitprijs van ongeveer 2600 euro écht waard is. Hoewel wij veel positiever zijn dan ten tijde van de VG10, zijn wij niet onverdeeld positief gestemd. Ook de VG30 heeft naar onze mening nog te weinig knoppen om handmatige instellingen eenvoudig te kunnen uitvoeren. Ook het ontbreken van een XLR-audioingang vinden wij voor een camera in dit segment niet kunnen, zeker omdat de ingebouwde microfoon gevoelig is voor geluid van de zoom-motor.

Daar staat tegenover dat de NEX-VG30 vooral als concurrent gezien kan worden voor DSLR-camera’s waarmee ook gefilmd kan worden, maar die ook beperkingen kennen. Ten opzichte van APS-C camera’s van Canon en Nikon is de VG30 weliswaar stevig geprijsd, maar daar staat tegenover dat de formfactor een stuk beter is voor video, de camera veel betere audio aan boord heeft en dat motorzoom ondersteund wordt. Bovendien is het aantal knoppen in vergelijking met een DSLR wél goed, en zijn zebra en peaking functies lang niet bij alle DSLR’s terug te vinden. Wil je dus kunnen filmen met kleine scherptediepte en wil je de mogelijkheid hebben om met verschillende lenzen te kunnen werken, dan is de NEX-VG30 een goed alternatief voor DSLR camera’s, zeker als je al E-mount lezen van Sony bezit. Maar houdt er dus rekening mee dat ook deze camera nog altijd beperkingen heeft, al zijn het beperkingen waar goed omheen te werken is.

Nikon D7100 review deel 1: vergelijking met de D7000

Eind februari introduceerde Nikon de D7100 spiegelreflexcamera, die vooralsnog naast de populair Nikon D7000 gevoerd zal worden. Technyx ontving een testmodel van deze APS-C camera, DX formaat in Nikon-jargon, en onderwierpen deze aan een uitgebreide test. Daarbij vergeleken we de nieuwkomer uiteraard in detail met de voorganger. Hoewel daarmee duidelijke overeenkomsten zijn, heeft Nikon ook een aantal belangrijke verbeteringen doorgevoerd. Naast de toegenomen sensorresolutie is een low-pass filter weggelaten, om de scherpte te verhogen. Bovendien is het aantal autofocuspunten verhoogd naar 51 en de filmmodus verbeterd.

Nikon D7100


In dit artikel kijken we naar de verschillen tussen het oude en het nieuwe model en bespreken we de specificaties en mogelijkheden van de D7100. Uiteraard doen we verslag van onze hands-on ervaringen en van de harde testresultaten op basis van onze Imatest procedure – die aspecten lees je in deel 2 van onze review.

De resolutie van de D7100 sensor bedraagt 24,1 megapixels. Volgens Nikon is dit echter niet dezelfde sensor als in de D3200 en de D5200, die deze resolutie delen. Een interessante extra functie is de 1,3 crop modus, bovenop de standaard 1,5 crop. Daarop gaan we verder in deze review uitgebreid in. De body van de Nikon D7100 is nog altijd gemaakt van magnesium; met een gewicht van 675 gram is hij iets lichter dan de 690 gram van de D7000. Net als de voorganger is de D7100 stof- en spatwaterdicht. Het design van de D7100 sluit meer aan bij de D5200 en D600, met wat meer rondingen dan bij de D7000.


De D7100 (rechts) heeft meer rondingen

De belangrijkste specificaties van de Nikon D7100 zijn:

  • 24,1 megapixels APS-C CMOS sensor (1,5x crop)
  • 51 punten autofocus met 15 cross-type
  • Expeed 3 beeldverwerkingsprocessor
  • Sluitertijd 1/8000e  – 30 sec.
  • 6 beelden per seconde burst modus
  • ISO 100-6400
  • 1.228.800 dots ‘WhiteMagic’ LCD

Zoals gezegd beschikt de Nikon D7100 over een nieuwe 24,1 megapixel sensor. Deze is anders dan die van de lager gepositioneerde D3200 en D5200 modellen. Het low pass filter op de sensor is namelijk weggelaten, wat ook het geval is bij de D800E. Dit filter verwijdert moiré, dat storend zichtbaar kan zijn op een foto met herhalende beeldlijnen. Een low pass filter voorkomt dat effect, maar heeft als nadeel dat hierdoor ook scherpte verloren gaat. De D7100 kan scherpere beelden registreren door het weglaten van dit filter, iets dat onze test ook bevestigt. Nikon geeft aan dat door de hoge resolutie van de sensor moiré ook zonder filter nauwelijks zichtbaar is. Moiré is daarnaast ook softwarematig te verwijderen. Het ISO-bereik van de 24,1 megapixel sensor is hetzelfde gebleven en loopt van 100 tot 6400, maar volgens Nikon zijn de prestaties wel beter die van de D7000. Daarboven zijn de Hi 1 en Hi 2 standen ook aanwezig.


De sensor van de D7100 (links) heeft een hogere resolutie

Een tweede belangrijke vernieuwing betreft het autofocussysteem. Dat is uitgebreid naar 51 focuspunten, met 15 cross-type autofocuspunten in het midden. De naam van deze sensor is Multicam 3500DX, en het ondersteunt objectieven tot een diafragma van f/8. Dat is handig als je een lens gebruikt met teleconverter, waarmee je al gauw op een klein diafragma aangewezen bent. De autofocussensor wordt geholpen door een Scene Recognition System RGB sensor met 2016 pixels voor de lichtmeting. Daarnaast is de contrast-autofocusdetectie tijdens live-view en filmen verbeterd voor een betere nauwkeurigheid en snelheid. De opnamesnelheid van de D7100 is 6 beelden per seconde in JPG en 12-bit RAW, 5 beelden per seconde in 14-bit RAW en 7 beelden met de 1,3x crop modus. Dit wordt mogelijk gemaakt door de Expeed-3 beeldprocessor. De kortste sluitertijd is 1/8000.

De 1,3x crop modus is een extra uitsnede van de 1,5x crop DX-sensor in de Nikon D7100. Hierdoor wordt het telebereik van iedere lens nog meer vergroot. Ook geeft dit een extra grote autofocus dekking, doordat de autofocuspunten tot de rand van het op te nemen beeld komen. Met deze functie blijft een zeer goed bruikbare resolutie van ongeveer 15,4 megapixels over; deze instelling is ook bruikbaar in de filmmodus.


In de 1.3x crop modus komen de autofocuspunten tot aan de rand van de foto

Aan de linkerzijde van de Nikon D7100 vinden we aansluitingen voor een microfoon, USB, mini-HDMI, koptelefoonaansluiting en een aansluiting voor bijvoorbeeld GPS en een draadontspanner. Deze zijn in drie rijen onder elkaar uitgevoerd, met voor iedere rij een apart rubber uit twee delen om de weerbestendigheid tegen water en stof te bevorderen. Bij de D7000 zijn de aansluitingen nog afgedekt met twee rubberen klepjes. Aan de rechterkant in de grip van de D7100 vinden we twee geheugenkaartsleuven. Op de eerste geheugenkaart kunnen bijvoorbeeld de RAW bestanden opgeslagen worden en op de tweede JPG. Ook is het mogelijk om de tweede als backup of als volgende in rij te gebruiken. Eventueel kunnen video’s ook los van foto’s op het tweede kaartje opgeslagen worden.

Nikon D7100 Body
De aansluitingen van de Nikon D7100

Helaas heeft Nikon er voor gekozen om een nieuwe MB-D15 batterijgrip te introduceren. Wie al een oudere Nikon grip heeft kan deze dus sowieso niet gebruiken met de nieuwe D7100. Wel wordt er gebruik gemaakt van dezelfde EN-EL15 accu die ook de D7000 gebruikt.

Bruikbare accessoires voor de Nikon D7100 zijn:

  • GP-1 GPS ontvanger
  • Eye-Fi SD kaarten
  • WU-1A Wireless mobile adapter
  • UT-1 communicatie eenheid
  • WR-1 draadloze afstandsbediening (nieuw geïntroduceerd)
  • WR-10 Wireless remote controller

Voor de 1,3 crop modus van de Nikon D7100 is een kader met zwarte rand zichtbaar in de zoeker, die standaard 100% dekking heeft met een vergroting van 0,94x. Het ongebruikte gedeelte tijdens de 1,3x crop modus wordt dus niet donkerder. In de zoeker is ook een virtuele horizonfunctie aanwezig, die helpt om scheve foto’s te voorkomen. De indicator ziet er uit als de lichtmeter in de zoeker, maar wordt apart weergegeven en is voor horizontaal en verticaal bruikbaar.


De informatie die getoont kan worden in de zoeker van de D7100

De tekst in de zoeker is nu voorzien van de OLED-techniek voor een betere zichtbaarheid. De tekst is hierdoor duidelijk scherper. Ook een (uitschakelbaar) raster voor het makkelijker kaderen van een onderwerp ontbreekt uiteraard niet. Net als bij de D7000 is een autofocusmotor voor oude AF-lenzen aanwezig, alsmede een diafragma-voeler voor manual focus lenzen. Dat is handig, aangezien er nog veel oudere Nikon lenzen aangeboden worden, waarvoor deze opties nodig zijn. De D5200 en D3200 hebben deze af-motor niet.


De bovenste rode cirkel geeft de diafragma-voeler aan, de onderste de ingebouwde autofocusmotor

Het scherm van de Nikon D7100 is net iets groter dan dat van de D7000, met een formaat van 3,2” en 1.228.800 dots, ofwel subpixels. De feitelijke resolutie is 640×480, ofwel 307.200 pixels. Er wordt echter gebruik gemaakt van extra, witte subpixels naast de standaard RGB subpixels, voor een verbeterde beeldweergave. Deze ‘White Magic’-technologie is afkomstig van Sony, we zagen het eerder onder andere op de RX100 compactcamera. De helderheid van het scherm is hierdoor volgens Nikon twee keer zo hoog, wat een voordeel is bij het terugkijken van opnames en gebruik van live view in fel zonlicht; de geclaimde contrastverhouding van 1000:1 moet desondanks gelijk zijn aan die van de D7000.

Nikon D7100 Body

De interface van het menu is net als bij de meeste Nikon camera’s qua structuur hetzelfde gebleven, maar heeft wel een moderner uiterlijk. Ook zijn in het menu een aantal extra opties aanwezig met verbeteringen, die we bespreken in onze vergelijking met de D7000.

Liveview

De liveview functie is voorzien van verschillende weergavemogelijkheden. Met het raster zijn onderwerpen makkelijk in te kaderen, de virtuele horizonfunctie helpt bij het rechthouden van de horizon en het is mogelijk om zo min mogelijk informatie op het display weer te geven. De losse filmmodus in liveview laat standaard een 16:9 uitsnede zien en een microfoon volumemeter. Daarnaast zijn de informatie weergavemogelijkheden hetzelfde. Met de i-knop kunnen eenvoudig de belangrijkste instellingen gewijzigd worden, zoals de 1,3x crop modus, kleurinstellingen en beeldkwaliteit. Ook is er een extra spot-witbalans functie toegevoegd, waarmee sneller de witbalans ingesteld kan worden in liveview. Bij de D7000 was het nog nodig om de liveview te verlaten om de witbalans handmatig aan te passen.

Ook al wordt de Nikon D7100 in de markt gezet tussen de D600 en D7000, het knoppenspel is nagenoeg gelijk aan dat van de D600. Alleen de menuknoppen hebben een andere functieverdeling, de plaatsing is onveranderd.


De bediening van de D7100 (rechts) is vernieuwd tegenover de D7000

Bovenop de D7100 vinden we de sluiterknop, in het midden van de ring van de aan/uitschakelaar. Door deze door te draaien, kan ook de verlichting in het bovenste display geactiveerd worden. Verder vinden we op deze plek een aparte opnameknop voor video en de bediening van de lichtmeter en de belichtingscompensatie, die werken in combinatie met het achterste draaiwiel. Het bovenste schermpje is handig voor het raadplegen van de belangrijkste instellingen, zoals de sluitertijd en het diafragma, ISO-instelling, witbalans, autofocus, flits- en lichtmeterinstellingen. Ook welke van de twee geheugenkaartsleuven in gebruik zijn en de kwaliteitsinstellingen van de foto’s worden weergegeven. Hiervoor hoef je dus niet uit te wijken naar het beeldscherm op de achterkant.

Nikon D7100 Body
Het bovenste schermpje met daarvoor de sluiterknop met gerelateerde bediening

In de handgreep vinden we aan de voor- en achterzijde draaiwieltjes waarmee, corresponderend met de functie waarin de camera wordt gebruikt, bijvoorbeeld de sluitertijd en het diafragma ingesteld kunnen worden. Dit is een groot voordeel ten opzichte van lager geplaatste modellen zoals de D5200, waarbij hiervoor een extra functieknop ingedrukt moet worden. Ook moet je het bovenste display bij deze modellen missen.

Links bovenop de body van de D7100 bevindt zich het keuzewiel voor de MASP (oftewel PASM, maar dan in een andere volgorde) en automatische standen. Deze is vernieuwd met een vergrendelknop, waardoor deze niet makkelijk meer verschuift, wat bij de D7000 wel eens het geval is. Daaronder is het tweede keuzewiel te vinden (ook met vergrendeling), waarmee de opnamemodus geselecteerd kan worden. Hierbij heb je de keus uit één foto bij het indrukken van de sluiter en meerdere (burst modus) met de keus uit langzaam en snel. Daarnaast vind je hier de quiet-functie voor een stillere sluiter, de timerfunctie en de mirror up mogelijkheid om trilling tegen te gaan op een statief. Het is niet mogelijk om deze laatste functie te gebruiken in combinatie met de timer; hiervoor is dus een bedrade afstandsbediening benodigd. Wel is de exposure delay functie te combineren met de timer, waarbij de spiegel voordat de foto gemaakt wordt tot drie seconden omhoog geklapt blijft, met de keus uit 1, 2 of 3 seconden.


Het bovenste keuzewiel is nu vergendeld bij de D7100 (rechts)

Scherpstellen

Voor het instellen van autofocus vinden we aan de linker voorzijde een schakelaar tussen manual- en autofocus. Door deze in te drukken kunnen met beide draaiwielen de autofocusstand aangepast worden. Er kan gewisseld worden tussen single, continues en automatisch, waarbij de camera in de laatste stand zelf kiest welke van de eerste twee standen gebruikt wordt.

In de single modus kan gekozen worden voor enkelpunts autofocus en het automatisch kiezen van een scherpstelpunt door de camera. In de auto en continues stand komen daar 3D-tracking bij voor het automatisch volgen van een snel bewegend onderwerp en dynamische scherpstelling met keus uit 9, 21 en 51 autofocuspunten. Bij de laatste wordt een onderwerp ook automatisch gevolgd, maar zonder visuele feedback.

De D7100 body lijkt ondanks de interne technische verschillen in veel opzichten op zijn voorganger de D7000. Toch is er een aantal verschillen aan te wijzen. De indeling van de knoppen is een van de grootste veranderingen. Zo heeft de D7000 geen aparte live view standen voor fotograferen en video. Hierdoor zijn specifieke instellingen voor video makkelijk binnen handbereik bij de D7100, terwijl dit bij de D7000 via een menu-item aangezet moet worden.

Aan de linkerkant van het scherm heeft de D7000 ook de speciale i knop nog niet, waarmee veelgebruikte functies snel gewijzigd kunnen worden; ook zijn de + en – knoppen omgedraaid. De volgorde op de D7100 zien we de laatste tijd meer op Nikon body’s verschijnen. Een duidelijke verbetering is de lock-functie op het keuzewiel voor de MASP-standen, deze verschuift redelijk makkelijk bij de D7000. Ook de opnameknop voor het opnemen van video bevindt zich nu naast de sluiterknop, terwijl deze zich bij de D7000 achterop de body bevindt, in de schakelaar voor live view.

De effectenfunctie is ook nieuw in de D7100. Hiermee kunnen direct effecten toegepast worden op gemaakte foto’s. Deze functie is een bijzondere toevoeging op een semiprofessionele camera. Een enthousiaste hobbyist zal deze functie waarschijnlijk niet gauw gebruiken, aangezien RAW niet wordt ondersteund in deze modus. Naast de standaard bracketing-optie, die uitgebreid is van drie tot maximaal vijf beelden in de D7100 tegenover de D7000, is ook een in-camera HDR-functie toegevoegd. Deze kan ingesteld worden van low naar extra high, waarmee het zichtbare dynamische bereik wordt aangepast. Wederom wordt HDR alleen ondersteund in het JPG bestandsformaat en moet de opslag van RAW eerst uitgeschakeld worden, voordat de HDR functie geactiveerd kan worden.

Aan de linker voorzijde van de Nikon D7100 vinden we ook een bracketing-knop waarmee de camera ingesteld kan worden om tot vijf beelden met verschillende belichtingen te maken. Dit kan met vijf beelden tot een verschil van twee stops, en met drie beelden tot een verschil van drie stops. Ook kunnen twee beelden over- of onderbelicht worden, naast een standaard belichte foto. Door deze beelden te combineren in de computer krijg je een afbeelding met een hoger dynamisch bereik. Een ingebouwde HDR functie is ook aanwezig.

Boven de bracketing-knop vinden we de knop om de flitser uit te klappen en tegelijk flitsinstellingen aan te passen met de draaiwieltjes. Functies zoals tweede gordijn, synchronisatie met lange sluitertijd en rode ogen reductie zijn allemaal mogelijk en te combineren.

Nikon D7100 Body
De flitser met daaronder de instel- en bracketingknop (BKT)

Tussen de lensvatting en grip zitten twee knoppen waaraan naar wens een functie toegewezen kan worden. Dit kan bijvoorbeeld de preview voor de scherptediepte zijn of het instellen van de helderheid van het scherm. Om de virtuele horizonfunctie in de zoeker te activeren, moet de functieknop of de previewknop opgeofferd worden. Het is jammer dat deze functie niet gewoon altijd aan kan staan, dan kunnen deze knoppen voor een beter doel gebruikt worden.

Aan de achterzijde vinden we naast de zoeker een diopter om voor kleine oogafwijkingen te corrigeren. Aan de linkerzijde zitten de belangrijkste menuknoppen, waarmee tijdens het fotograferen ook de ISO-waarde ingesteld kan worden, samen met de beeldkwaliteit en de witbalans. Hiervoor moeten deze knoppen gecombineerd worden met de draaiwieltjes. Aan de rechterzijde naast het achterste draaiwiel zit een lock-knop, om de belichting en scherpstelling tijdelijk vast te zetten voordat een foto gemaakt wordt. Deze kan dienen voor beide tegelijk, alleen belichting of scherpstelling en het is ook mogelijk om de scherpstelling zelf te verplaatsen naar deze knop, waardoor autofocus niet meer werkt via de ontspanknop. Onder deze knop vinden we een d-pad en ok-knop om instellingen mee te wijzigen en daaromheen een vergrendeling voor het gekozen autofocus punt. Met het d-pad kun je tevens het focuspunt kiezen.

Nikon D7100 Body
De knoppen aan de achterzijde van de D7100

De liveview-knop heeft een keuzeschakelaar om te wisselen tussen de foto- en videomodus. Het grootste verschil zijn de handmatige instellingen voor video en de 16:9 uitsnede die standaard niet aanwezig zijn in de filmmodus. Helaas is het niet mogelijk om het diafragma in te stellen in de filmmodus. Door combinaties te maken van knoppen kan een aanwezige geheugenkaart geformatteerd worden, zonder het menu in te duiken en door de witbalans knop in te houden kan direct een handmatige witbalans ingesteld worden voor het omgevingslicht.

Extra functies

Op het MASP keuzewiel zit uiteraard ook een automatische stand en scene stand. Bijzonder voor een spiegelreflex in deze klasse is echter de effects modus. Hierin kunnen meerdere effecten direct op foto’s toegepast worden, zoals selectief kleurgebruik, high key en low key, miniatuur effect en color sketch. Jammer, zij het niet verbazingwekkend, is dat dit niet ondersteund wordt in combinatie met het RAW-formaat.


Color sketch, een van de effecten onder de effects modus

Een functie voor de gevorderde gebruiker zijn de U1 en U2 standen. Hierin kunnen gemaakte instellingen in de PASM standen opgeslagen worden, waaronder bijvoorbeeld speciale menuinstellingen. Na het selecteren van een van beide standen is het wel mogelijk om de instellingen tussendoor te wijzigen, maar deze zullen weer teruggaan naar hun vooraf opgeslagen waarden als je een van deze standen opnieuw selecteert. Dit is handig als je voor bijvoorbeeld sport en portretfotografie compleet andere instellingen gebruikt en hierdoor makkelijk kunt wisselen.

Een aantal functies is in de D7100 verder uitgebreid, zoals exposure delay waarbij het nu mogelijk is om de spiegel drie seconden omhoog geklapt te laten, met de keuze uit 1, 2 of 3 seconden. Bij de D7000 is dit een vaste waarde van 1 seconde. Flitscompensatie is nu zo instelbaar dat alleen het omgevingslicht wordt gecompenseerd, zonder dat de flitser daarbij wordt meegenomen. Ook is het aantal instelbare focuspunten nu door de verhoging instelbaar voor 51 en 11 punten. Een lager aantal focuspunten kan handig zijn als je snel moet wisselen van hoek naar hoek en een snellere werking van de autofocus wenst. Het verschil in stappen is echter wel erg groot, een stap er tussenin was prettig geweest.

De stille sluiter was al aanwezig in de D7000 en lijkt in de D7100 dezelfde snelheid te hebben. Wel klinkt bij het nieuwe model de sluiter iets anders. Na het maken van een foto met de normale sluiter geactiveerd laat de D7000 iets sneller het geschoten beeld in de preview zien. Dit komt waarschijnlijk door de hogere resolutie die verwerkt moet worden, maar zonder de nieuwere Expeed-3 beeldprocessor zou dit verschil waarschijnlijk nog groter zijn.

De zoeker van de D7000 heeft een net iets hogere vergroting van 0,95x tegenover 0,94x van de D7100, al is de dekking van de zoeker bij beide gelijk. De 1,3x crop functie is een nieuwe toevoeging en wordt in de zoeker aangegeven met een omlijning.

De GP-1 GPS ontvanger is voor beide body’s te gebruiken, maar bijvoorbeeld de nieuwe WU-1A wireless mobile adapter wordt alleen ondersteund door de D7100 en andere nieuwe Nikon modellen. Ook nieuw is de MB-D15 batterijgrip voor de D7100. De MB-D11 is dus alleen geschikt voor de D7000 en kan niet meegenomen worden bij een upgrade.

Zeker gezien de prijs en gelijke sensorresolutie kan de Nikon D5200 ook een serieuze optie zijn voor de gevorderde, veeleisende fotograaf. Het kantelbare scherm van de D5200 is dan een van de belangrijkse redenen om deze te overwegen als alternatief voor de D7100. Toch is deze laatste door zijn uitgebreidere mogelijkheden duidelijk superieur aan de D5200. Zo zijn belangrijke instellingen zoals ISO, beeldkwaliteit en autofocus op laatstgenoemde alleen te bereiken via het menu en niet via speciaal daarvoor bestemde knoppen zoals op de D7100. Ook ontbreekt het tweede draaiwiel en het bovenste display, wat de bediening van belangrijke instellingen veel makkelijker en sneller maakt. Wie snel en vaak instellingen wil aanpassen, is beslist beter uit bij de D7100.

Links de D7100, rechts de D5200

Daarnaast ondersteunt de D5200 geen oudere lenzen zonder ingebouwde autofocusmotor en -elektronica niet, omdat er geen diafragma voeler aanwezig is en geen scherpstelmotor in de D5200. De D7100 body is bovendien weerbestendig en verstevigd met magnesium. Daarnaast biedt de zoeker van de D5200 geen 100% dekking en is er geen AF Fine-tune aanwezig om de scherpstelling van autofocus lenzen te verbeteren. Voor het maken van video’s zijn handmatige instellingen niet mogelijk en mist een microfooningang. Ook biedt de D7100 mogelijkheid tot het gebruik van het creative lighting system van Nikon, waarmee Nikon reportage flitsers draadloos aangestuurd kunnen worden.

Links de D7100, rechts de D5200

De extra bedieningsmogelijkheden van de D7100 zijn vooral van belang voor mensen die hun camera bijna nooit tot nooit in de automatische stand gebruiken. In de manuele, diafragma- of sluitertijd stand zijn de genoemde extra’s erg belangrijk.

Op basis van onze eerste bevindingen is de D7100 voor de gevorderde, veeleisende fotograaf zeker een waardige camera en opvolger voor de D7000. Door de extra functionaliteit en de verbeterde techniek is deze camera weer helemaal up-to-date en klaar voor de toekomst. De 1,3x crop modus is bijvoorbeeld zeer interessant voor natuurfotografen. Een andere grote verbetering is dat Full HD 30p video wordt ondersteund en de hogere resolutie van de 24 megapixel sensor. Helaas is het nog altijd niet mogelijk om het diafragma aan te passen tijdens live-view of bij het opnemen van video in de M-stand.

Nikon D7100 Body

In de lijn van Nikon DX camera’s is dit de nieuwe top-camera, in ieder geval tot de opvolger van de Nikon D300S verschijnt, waar veel gevorderde Nikon gebruikers op zitten te wachten. Het weglaten van de low-pass filter zou naast de hogere resolutie voor nog meer scherpte moeten zorgen. Vooruitlopend op deel 2 van deze review, met testresultaten en onze ervaringen in de praktijk, kunnen we bevestigen dat dat ook echt zo is. Binnenkort meer over de toegenomen scherpte, de ruisprestaties en uiteraard de nodige testbeelden.

Lees hier deel 2 van onze Nikon D7100 review, met praktijkfoto’s en Imatest resultaten.

Hands-on preview: Panasonic Lumix G6

Toen in 2008 de Panasonic Lumix G1 het levenslicht zag tijdens de Photokina was dat een kleine revolutie. De G1 was de eerste ‘systeemcamera’, een camera met de sensor (en dus de beeldkwaliteit) van een spiegelreflex en verwisselbare lenzen, maar zonder spiegel en daardoor in een veel kleinere behuizing. Andere fabrikanten volgden snel en Panasonic hield er zelf ook een flink tempo in. Na de G2 en G10, G3 (review) en G5 (review)  is het nu tijd voor de G6. De G6 is een ‘extra’ model binnen de G-lijn, wat betekent dat de G5 nog even zal bestaan (net als de GF5 die naast de GF6 zal bestaan). Maar wat is er zoal nieuw aan de G6?


Op het eerste gezicht lijkt de camera niet tot nauwelijks veranderd ten opzichte van de G5. En eerlijk gezegd is dat ook wel een beetje zo. De GF6 is een stuk ingrijpender veranderd ten opzichte van de GF5, maar tussen de G5 en G6 zijn de verschillen te overzien. Uiteraard zijn er verbeteringen. Zo heeft de G6 nu een OLED EVF, betere AF-tracking, een hogere burst–snelheid en wifi plus NFC (net als de GF6). Ook ondersteunt de G6 ‘focus peaking‘, waarmee je makkelijker handmatig kunt scherpstellen. Wat betreft video schuift hij duidelijk wat meer omhoog richting de GH3; hij ondersteunt nu een externe microfoon, 24p AVCHD en 50p MP4 en volledige controle in de PASM-modi. We hebben op twee bijeenkomsten (onder embargo) kunnen spelen met de nieuwe G6. Testfoto’s volgen later.

De belangrijkste specificaties:

  • 16 megapixel-sensor
  • Verbeterde low-light performance
  • ISO 100-25.600
  • 1080p 50p/60p video (ook i.c.m. met PASM-standen)
  • NFC en wifi
  • 7 bps burst (ipv 6 bps)
  • stereo microfoon
  • aansluiting voor externe microfoon
  • Focus peaking
  • kantel- en draaibaar en aanraakgevoelig lcd-scherm (capacitief)
  • Elektronische zoom (i.c.m. met PZ-lenzen)
  • Extra’s: stop motion animatie, remote control via smartphone

In vergelijking met de G5 zijn er wat aanpassingen gedaan aan de body. De camera is iets minder hoekig en wat meer ronder van vorm. Zilveren details op de ontspanknop, de lens-ontgrendelknop en rondom de vatting zijn verdwenen. Ook is de camera aan de voorzijde van beduidend meer stug rubber voorzien voor een betere grip (de G5 had dit alleen aan de kant van de ontspanknop). De stereo microfoon en de flitsvoet zijn wat verzonken en ook het programmawiel is een stuk platter geworden. Het schuifje voor de elektronische zoom (waarmee je ook eventueel snel instellingen, zoals belichtingscompensatie, kunt aanpassen) is nog identiek aan de G5, terwijl Panasonic voor de GF6 voor een compactcamera-achtig zoomschuifje rond de ontspanknop had gekozen. Dat is ook wel een beetje logisch aangezien de GF6 deels op (voormalige) compactcamera-gebruikers is gericht, terwijl de G6 zich richt op de meer gevorderde amateurfotograaf.

Kantelbaar scherm en achterzijde

Dat de G6 een kantelbaar scherm heeft is geen verrassing. Zelfs de aloude G1 had dat al. Ten opzichte van de GF6 is het scherm niet alleen kantelbaar, maar ook draaibaar. Je klapt het scherm uit naar links en kunt er dan alle kanten mee op. Daardoor ben je nog flexibeler en kun je creatiever fotograferen (bijvoorbeeld vanuit lastige standpunten). Net als bij de G5 is het scherm aanraakgevoelig en kun je daardoor dus ook snel een instelling wijzigen of met één klik een foto maken. Nieuw is dat Panasonic nu geen resistief scherm meer gebruikt, maar een capicatieve variant, die we ook kennen van smartphones. Die zijn prettiger in het gebruik, maar het nadeel is dat ze wat minder makkelijk zijn te bedienen met bijvoorbeeld handschoenen. TouchPad AF, geïntroduceerd in de G5, is ook nog steeds van de partij.

EVF

Nieuw is ook een verbeterde EVF. Deze is nu van het OLED type, wat de beeldkwaliteit ten goede zou komen. Overigens is de resolutie ongewijzigd: 1440k dots. Wel is de verhouding anders, namelijk 3:2 in plaats van 4:3. De nieuwe OLED elektronische zoeker zou in vergelijking met die van de G5 beduidend minder ‘lag’ (zichtbare vertraging) hebben; de lag is gedaald van 25,9 msec naar 9,2 msec. Ook de contrastratio is flink toegenomen volgens Panasonic, van 150:1 naar 10.000:1.

Net als de GF6 is de G6 ook uitgerust met NFC en wifi. NFC is een vooral een hulpmiddel om foto’s en video’s via wifi over te zetten naar een smartphone of een tablet. Aan de zijkant van de camera zit het NFC vlak. Zodra hier een smartphone met NFC tegenaan wordt gehouden, wordt automatisch een link tussen beide apparaten gelegd. Dit maakt wifi eenvoudiger in gebruik, doordat handmatige instellingen overbodig worden (het kan natuurlijk nog wel). Ook kun je de camera op afstand besturen via wifi. Met één druk op de knop kun je nu een foto delen via een smartphone.

Nieuwe 14-140mm

Van Panasonic’s superzoom, de 14-140mm, is nu een nieuwe versie verschenen. De nieuwe G VARIO 14-140mm f/3.5-5.6 ASPH. / POWER O.I.S lens biedt nog steeds 10x optische zoom (omgerekend 28-280mm), maar is een stuk compacter geworden. De lens is compatibel met de sensordrive bij maximaal 240 fps, zodat optimaal kan worden geprofiteerd van camera’s met een ultrasnel AF-systeem, aldus Panasonic (doelend op de GH3 en G6)

Overig

Videofilmers zullen de G6 een stuk interessanter vinden dan de andere G-serie camera’s nu deze ook een externe microfooningang aan boord heeft. Bovendien is de sensor volgens Panasonic afgeleid van die van de GH2 wat perspectief biedt. Dankzij een nieuwe Venus Engine processor zou de beeldkwaliteit op foto- en videogebied beter zijn dan de G5. Dat zou vooral in low-light tot uiting moeten komen. Vandaar dat de G6 nu ook ISO 25.600 ondersteunt.

Panasonic introduceert nieuwe LUMIX G camera: DMC-G6 en LUMIX G VARIO 14-140mm lens

Panasonic kondigt de DMC-G6 aan, met een vernieuwde Venus Engine voor verhoogde beeldkwaliteit. De LUMIX G VARIO 14-140mm lens is erg veelzijdig: voor het maken van landschapsfoto’s tot actiefoto’s van sportevenementen

Vandaag introduceert Panasonic zijn nieuwste DSLM-camera, de LUMIX DMC-G6. Deze camera heeft een 16,05-megapixel Live MOS-sensor, geavanceerde ruisonderdrukkingssystemen en een Low Light AF-functie, zodat enthousiaste fotografen bij weinig omgevingslicht nog mooiere foto’s kunnen maken.

Systeemcamera met verbeterde beeldkwaliteit

Met de vernieuwde, krachtige Venus Engine en de 16,05-megapixel Live MOS-sensor van de LUMIX DMC-G6 kunnen gebruikers laten zien dat DSLM-camera’s een perfecte beeldkwaliteit leveren. Daarnaast heeft de camera een verbeterd ISO-bereik, van 160 ISO tot wel 25600 ISO (uitgebreid), waardoor zelfs bij heel weinig omgevingslicht foto’s kunnen worden gemaakt.

De LUMIX DMC-G6 beschikt over een zeer snel AF-systeem en Accurate AF en Low Light AF, ideaal voor het maken van foto’s bij mindere goede lichtomstandigheden. Men hoeft hierdoor nooit meer het perfecte moment te missen. De camera biedt een groot aantal AF-modi, waaronder multiple-area AF, Face Detection en AF Tracking. Met deze laatste modus blijft de LUMIX DMC-G6 zich scherpstellen op een onderwerp, zelfs als het beweegt. Daarnaast biedt de burstopnamefunctie van de LUMIX DMC-G6 de mogelijkheid om met zeven frames per seconde (fps) en in volledige resolutie uitzonderlijk scherpe serieopnames te maken van snelbewegende onderwerpen.

Niet alleen de beeldkwaliteit van foto’s is verbeterd. De LUMIX DMC-G6 beschikt ook over een 24p-videomodus waarmee de gebruiker bewegende beelden kan vastleggen en deze kan afspelen in een kwaliteit die die van film evenaart. De sensor en de Venus Engine stellen de camera in staat om opnames te maken in Full HD 1080/50p met stereogeluid. Dit zorgt voor een professionele filmkwaliteit met een minimale hoeveelheid ruis. De LUMIX DMC-G6 biedt verschillende compressie- en compatibiliteitsopties: videobeelden kunnen worden vastgelegd in zowel AVCHD Progressive als MP4. De camera biedt lange opnametijden, een zeer toegankelijke bediening, een geavanceerd AF-systeem en speciale LUMIX G lenzen voor video-opnames. Hierdoor is de LUMIX DMC-G6 de perfecte keus als men heel eenvoudig prachtige video’s wil maken.

Een beter beeld en snellere bediening

De LUMIX DMC-G6 beschikt over een OLED-zoeker die helderder is dan een traditionele LCD-zoeker. Daarnaast geeft deze zoeker beelden ook sneller weer, is buiten beter zichtbaar bij helder zonlicht en verbruikt minder energie, zodat de batterij langer meegaat.

Bij het bepalen van de compositie voor foto’s en video’s kan men de elektronische zoeker (EVF) met oogsensor gebruiken of het 3 inch grote, vrij draaibare, hoge resolutie scherm. Zo kan elk moment op de juiste wijze worden vastgelegd. Daarnaast geeft de revolutionaire touchbediening de gebruiker de mogelijkheid prachtige composities te kiezen en vast te leggen. De camera biedt bijvoorbeeld full-area touchscherpstelling: door het grote scherm aan te raken wordt onmiddellijk scherpgesteld op het onderwerp of op de achtergrond, zelfs als de EVF wordt gebruikt.

Draadloze connectiviteit met Wi-Fi en NFC

De LUMIX DMC-GF6, die eerder deze maand is geïntroduceerd, was de eerste camera in de LUMIX G serie die geïntegreerde Wi-Fi- en NFC-connectiviteit bood. De LUMIX DMC-G6 beschikt ook over deze technologie, waardoor met een camera met verwisselbare lens nu nog flexibeler en gemakkelijker beelden kunnen worden vastgelegd en gedeeld.  Na de eerste instelling kunnen tablets en smartphones die gebruikt worden voor het maken van opnames op afstand met één enkele aanraking worden aangesloten. De gebruiker hoeft dus niet iedere keer opnieuw autorisatiegegevens in te voeren.

De LUMIX G VARIO 14-140mm

Panasonic introduceert ook de LUMIX G VARIO 14-140mm/F3.5-5.6 ASPH./POWER O.I.S lens. Een verwisselbare lens die geschikt is voor het vastleggen van uiteenlopende beelden, van uitgestrekte landschappen tot actiefoto’s van sportevenementen.

Deze nieuwe lens biedt een 10x optische zoom, heeft een stijlvolle compacte, metalen body en is speciaal ontworpen voor DSLM LUMIX G camera’s en de Micro Four Thirds-standaard.  De lens is ook compatibel met de sensordrive bij maximaal 240 fps, zodat optimaal kan worden geprofiteerd van camera’s met een ultrasnel AF-systeem, zoals de LUMIX DMC-GH3 en de nieuwe LUMIX DMC-G6.

De LUMIX G VARIO 14-140mm (vergelijkbaar met 28-280 mm op een 35mm-camera) is ook geoptimaliseerd voor HD video-opnames. Daarnaast is hij zeer geschikt voor het maken van heldere, scherpe foto’s van sportevenementen en andere onderwerpen die zich veraf bevinden.

De lens heeft POWER O.I.S., de optische beeldstabilisator van Panasonic, met een lensshiftsysteem waardoor er zelfs in de telestand stabiele opnames kunnen worden gemaakt.  Dit zorgt er niet alleen voor dat kleine, snelle bewegingen maar ook grote, langzame bewegingen op effectieve wijze worden gecompenseerd. Zo kunnen er met gemak fantastisch scherpe opnames worden gemaakt, zelfs bij weinig licht, zoals ‘s avonds of binnenshuis.

De LUMIX G VARIO 14-140mm is de nieuwste toevoeging aan het LUMIX G microsysteem, dat het grootste assortiment Micro Four Thirds-lenzen en accessoires biedt dat er verkrijgbaar is. De gebruiker kan dus voor elk moment de juiste combinatie kiezen. Tot het assortiment behoort ook de  ‘X’-serie voor LUMIX G. Dit zijn ultracompacte elektronische power zoomlenzen waarin de meest geavanceerd optische technologieën zijn toegepast.

De Panasonic DMC-G6 is vanaf mei leverbaar in het zwart en bruin.

De Panasonic Lumix G6 is een interessant vervolg op de eerdere G-serie camera’s. Eerlijk gezegd zijn de verbeteringen niet bepaald revolutionair, maar alles bij elkaar opgeteld is het niet onaardig. De OLED EVF is een flinke stap vooruit, de betere AF-tracking beloofd veel goeds en de combinatie van wifi en NFC biedt nieuwe creatieve mogelijkheden (ook omdat de camera daardoor op afstand te bedienen is vanaf een smartphone of tablet). Wat betreft video schuift de G6 ook wat omhoog richting de GH6, wat goed nieuws is voor de in video geïnteresseerd consument (en meer fanatieke filmer).

De strategie van Panasonic is wel interessant. De G5 is nu inmiddels een jaar op de markt en heeft een aantrekkelijk prijspeil van zo’n € 500 (voor de body) in onze prijsvergelijker. Hij blijft voorlopig dus op de markt, als instapmodel voor de G-serie. De G6 wordt daar boven geplaatst met een adviesprijs van € 599 voor alleen de body. Dat is € 50 minder dan de G5 tijdens diens introductie. Panasonic zet dus duidelijk scherp in op prijs. En met het huidige uitgebreide productportfolio (GF5, GF6, GX1, G5, G6, GH3) is dat geen onaardige strategie.

Prijsinformatie

G6 body 599 euro
G6 14-42 699 euro
G6 14-42 PZ (PowerZoom) 849 euro
G6 14-140mm zoomkit 1099 euro
G6 14-42mm + 45-150mm 899 euro

Transcend Wi-Fi SD Card review: schieten en delen

Digitale camera’s hebben in relatief korte tijd een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Waren 4 megapixel sensors in 2003 nog behoorlijk luxe, in 2013 is de standaard al bijna 20 megapixels: de Wet van Moore doet ook hier zijn werk. Waar digitale camera’s tot dusver overwegend weinig innovatief zijn is op het gebied van connectiviteit. Hoewel er tegenwoordig steeds meer modellen met WiFi aan boord zijn, is die voorziening eerder uitzondering dan regel. Raar, want de meerprijs is laag en de voordelen zijn groot. Transcend wil met de Wi-Fi SD Card een oplossing bieden en wij zochten uit of het dat ook is.


De Wi-Fi SD Card is niet de eerste geheugenkaart met ingebouwde WiFi die op de markt is. De Eye-Fi, tegenwoordig onderdeel van de Sandisk portfolio, is alweer heel wat jaren op de markt. Die hebben we niet recentelijk kunnen testen, maar de laatste keer dat we naar dit product keken, was het tamelijk bewerkelijk in het gebruik. Voor (semi-)professionele fotografen een uitkomst, maar voor incidenteel gebruik niet de vriendelijkste oplossing, omdat steeds draadloze instellingen vooraf in de kaart moesten worden opgeslagen.

Transcend Wi-Fi SD Cards

De Transcend Wi-Fi SD Card werkt samen met apps voor iOS en Android en biedt daardoor ook de mogelijkheid tijdens het gebruik in de camera instellingen te wijzigen. Dat is althans de theorie, want het kostte ons nogal wat moeite om e.e.a. ook aan de praat te krijgen. We ontvingen een eerste sample eind 2012, maar dat had dermate veel kuren dat we een tweede exemplaar aanvroegen. We zijn inmiddels ook enige firmware-versies verder, voor dit artikel maakten we gebruik van firmware 1.6, daterend van maart van dit jaar.

Het kaartje is beschikbaar in twee uitvoeringen, een met 16GB opslagruimte en een met 32GB. De eerste kost volgens onze Prijsvergelijker gemiddeld zo’n 46 euro (ter vergelijking: de 8GB Eye-Fi van Sandisk kost gemiddeld bijna 60 euro), de tweede kost gemiddeld zo’n 65 euro.

Op papier zijn de mogelijkheden van de Wi-Fi Card erg interessant. Hij kan werken in peer-to-peer modus, waarbij de kaart dient als access point; je kan dan verbinding maken met je smartphone met app, of met een laptop via de browser en een webinterface. Daarnaast kan de camera verbinding maken met een personal hotspot, als je die mogelijkheid hebt op je smartphone, en zo dus mobiel online om direct foto’s te delen. Natuurlijk kan je ook verbinding maken met een draadloze router en via die weg foto’s delen. Ten slotte kan je met de app op afstand foto’s op de kaart in de camera bekijken. Aan zo ongeveer iedere denkbare toepassing van WiFi in een camera is dus gedacht (afgezien van foto’s op afstand nemen, maar dat is technisch heel complex), maar hoe werkt het in de praktijk?

De Transcend Wi-Fi Card is een klein wondertje van techniek, dat moet gezegd worden. In het binnenwerk bevindt zich niet alleen 32 GB opslagruimte (in het geval van ons testexemplaar, waar ruim 30 GB daadwerkelijk van beschikbaar is), maar ook een kleine processor, werkgeheugen en een WiFi-chip en -antenne. Samen met een beetje opslag van de geheugenchip draait hierop een mini besturingssysteem en webserver (vermoedelijk gebaseerd op Linux). Dat dit alles past in een SD-kaartje van 2,1 millimeter dik is zelfs voor door de wol geverfde hardwarejournalisten indrukwekkend.

Het betekent overigens wel, dat het kaartje meer stroom nodig heeft dan een standaard SD-kaartje. En dat betekent weer dat niet alle camera’s alle functies kunnen gebruiken – Transcend houdt een compatibiliteitslijst bij en die moet je dus zeker consulteren als je dit product overweegt. Daarnaast betekent het, dat de Wi-Fi Card behoorlijk warm kan worden. Wij testten het kaartje met een Canon EOS 60D SLR en een Sony DSC-WX100 compactcamera. Hoewel geen van beide geheel vlekkeloos werkte, leek de werking wel stabieler op de eerste, vermoedelijk kan de SLR meer stroom leveren aan de SD-kaart.

Het in gebruik nemen van de Wi-Fi Card had de nodige voeten in de aarde, we gaven het al aan in de inleiding. Ook met de laatste firmware 1.6 versie was het niet eenvoudig en dat had alles te maken met het feit dat de meegeleverde handleiding niet is aangepast op de laatste firmware en dat zowel de on-screen instructies van de app als de handleiding niet heel erg duidelijk zijn, om het met enig understatement te zeggen. Je moet sowieso de in de vorige zin gelinkte digitale handleiding gebruiken, want de quick-start handleiding die bij ons sample zat, zorgde ervoor dat de ingebruikname een stuk langer duurde dan nodig was geweest.

Transcend Wi-Fi SD Card 16GB
Je kan op twee manieren verbinding maken.

Feitelijk kan je op twee manieren verbinding maken: Direct Share en Internet Mode. Met de eerste maak je direct verbinding, met een smartphone of met een ander apparaat. Je kan dan door de gemaakte foto’s bladeren, een foto maken met de camera en die direct bekijken op je telefoon, en de instellingen wijzigen. Met de Internet Mode kan je feitelijk hetzelfde, maar dan kan je ook delen via e-mail, Twitter en een paar andere social media. De werking van de app is identiek in beide gevallen, alleen de functies zijn in het tweede geval dus wat uitgebreider. Wisselen doe je met de app: wanneer je aangeeft dat er van de Internetverbinding gebruik gemaakt moet worden, probeert de kaart via de vooraf ingevoerde gegevens verbinding te maken met één van in totaal drie mogelijke vooraf te definiëren hotspots.

Voordat je zover bent, moet je eerst de kaart nog in gebruik nemen en dat was in ons geval ook geen sinecure. De firmware update software van Transcend, waarmee je via Windows de firmware moet kunnen bijwerken, weigerde alle dienst, wat we ook probeerden. Informatie over de foutmeldingen die we zagen was niet te vinden, dus hebben we de handmatige update geprobeerd.

Daarvoor moet je de firmware in de root van de kaart zetten en die in een geschikte camera steken, deze aanzetten en vijf minuten wachten. Vervolgens moet je de camera uitzetten en weer aanzetten, weer vijf minuten wachten en dan staat als het goed is de nieuwe firmware erop. Het is letterlijk tasten in het duister, maar uiteindelijk is het ons gelukt.

Vanaf dat moment kan je de meegeleverde quick-start handleiding dus weggooien, want de instructies die daarin staan werken niet meer vanaf firmware versie 1.5. Je kan namelijk basale instructies aan de kaart geven, door afbeeldingen ervan te verwijderen. Aanvankelijk waren dat er drie, maar op dit moment is er nog maar één instructie die je zo kan toepassen: herstellen naar standaardwaarden. Het verbinden met een hotspot kan alleen nog via de app – zodra je aangeeft dat de kaart Internet Mode moet gebruiken, gaat hij proberen met een van de voorgedefinieerde SSID’s contact te leggen.

Transcend Wi-Fi SD Card 16GB
Definieer een hotspot waar de kaart verbinding mee kan maken in Internet Mode. Dat kan ook een personal hotspot op je smartphone zijn.

Feitelijk is dat dezelfde makke als bij de Eye-Fi: als een SSID niet is voorgedefinieerd, gebeurt er niets. Maar, dankzij de app kan je altijd eerst direct verbinding maken en vervolgens de WiFi-netwerkgegevens invoeren, om daarna het commando te geven met internet te verbinden. Daarbij viel wel op dat het bereik van het kaartje erg beperkt is – op een afstand van nog geen 3 meter met één bakstenen muur ertussen maakte het kaartje geen verbinding met een Netgear R6300 router, toch niet de minste als het gaat om reikwijdte. De snelheid houdt ook niet over: Transcend rept van ‘instantane verschijning’ van je foto’s op je smartphone bij de ‘Shoot & View’ modus, maar het duurt echt wel even eer een 18 megapixel foto arriveert.

Als je eenmaal door hebt hoe de Transcend Wi-Fi Card werkt, doet hij wat hij belooft. Wel wordt hij opvallend warm: na een tijdje intensief gebruik meten we een temperatuur van 43 graden aan de buitenkant. Daarnaast merken we dat de verbinding niet altijd even stabiel is, noch met een router of personal hotspot, noch in de Direct Share modus. Af en toe valt de verbinding even weg en dan geeft de app een foutmelding. Ook zijn de instructies van die foutmeldingen niet altijd even helder. Kortom, er zitten ruwe kantjes aan, maar er valt mee te leven.

Transcend Wi-Fi SD Card 16GB
Schakel je over van Direct Share naar Internet Mode, dan krijg je deze melding te zien. Bedoeld wordt dat je verbinding maakt met dezelfde hotspot die je hebt voorgedefinieerd op de SD-kaart. Als beide apparaten (smartphone/laptop enerzijds, SD-kaart anderzijds) met hetzelfde toegangspunt verbonden zijn, werkt de app net als in Direct Share modus.

Zoals we al aangaven gaat het doorsturen van foto’s niet supersnel – het kaartje heeft natuurlijk een beperkte zendkracht en slechts één antenne en zend/ontvangsteenheid, en 18-megapixel foto’s zijn ook bij gebruik van JPEG-compressie niet bijzonder klein. Maar goed, je hebt direct toegang tot de foto’s op je camera via de app en die kan je vervolgens naar de app kopiëren zodat ze op je telefoon komen te staan (zodat je ze op elk gewenst moment kan bewerken en versturen), of je kan ze direct doorsturen.

Transcend Wi-Fi SD Card 16GB
Een gemaakte foto wordt getoond inclusief rudimentaire EXIF-data.

Dat kan per e-mail, via Twitter, via Facebook, naar Flickr en via Weibo, een Twitter-variant die erg populair is in China, maar waar je als Westerling tamelijk weinig aan hebt. Het is geen ramp dat de mogelijkheden beperkt zijn, want je kan via je telefoon immers naar zoveel diensten sturen als je wilt, zolang je de betreffende apps maar installeert. De foto’s komen namelijk ook gewoon in je foto-overzicht op je camera terecht. Handig is dat je wat basale EXIF-metadata kan weergeven.

Transcend Wi-Fi SD Card 16GB
Delen met Twitter of Weibo kan direct vanaf de Wi-Fi SD Card.

Aangezien de Transcend Wi-Fi Card ook gewoon een SD-geheugenkaart is, hebben we deze even door onze testprocedure heen gehaald. We vergelijken het met een aantal andere 32GB Class 10 SD-kaartjes. Hieruit blijkt dat het Transcend WiFi-kaartje met lezen niet bijzonder goed presteert, maar met schrijven van kleine bestanden is hij, althans in deze vergelijking, een van de vlottere – al worden de prestaties van de twee snelste geteste kaarten niet geëvenaard. Het is snel genoeg voor gewoon gebruik, maar voor snelle sportfotografie kan je beter een ander kaartje kiezen: 39 foto’s in een minuut komt neer op nog niet eens 0,65 beelden per seconde.

 

Testresultaten 2013 benchmarks
Camera test – Continue Opnames 1 Minuut 39 foto’s
1000x 5 MB bestand lezen 257.1 sec.
1000x 5 MB bestand schrijven 672.2 sec.
10 GB bestand lezen 431 sec.
10 GB bestand schrijven 322.3 sec.
1000x 5 MB bestand lezen 19.4 MB/s
1000x 5 MB bestand schrijven 7.4 MB/s
10 GB bestand lezen 23.8 MB/s
10 GB bestand schrijven 31.8 MB/s
500x 5 MB bestand lezen 126.1 sec.
500x 5 MB bestand schrijven 330.7 sec.
3 GB bestand lezen 153.9 sec.
3 GB bestand schrijven 98.2 sec.
500x 5 MB bestand lezen 19.8 MB/s
500x 5 MB bestand schrijven 7.6 MB/s
3 GB bestand lezen 20 MB/s
3 GB bestand schrijven 31.3 MB/s

De Transcend Wi-Fi SD Card vertoont de nodige ruwe kantjes, zoveel moge duidelijk zijn. Aan de andere kant, het product doet wat het belooft: het bevrijd je foto’s uit je camera, zonder dat je op zoek moet naar een computer of een geheugenkaartlezer. Bovendien doet het dat voor een alleszins acceptabele prijs, want het is ook een 32 GB Class 10 kaartje en die kosten al gauw 25-30 euro. Ofwel voor een meerprijs van drie tientjes heb je daar WiFi bij. We kunnen ons zelfs voorstellen dat je twee 16 GB kaartjes koopt, zodat je standaard fotografeert met beschikking over WiFi. Ook zou dat wel eens handig kunnen zijn in warme omgevingen, want het kaartje wordt bij standaard kamertemperatuur al behoorlijk warm in het gebruik.

Je moet bedenken, dat áls er al een WiFi-accessoire voor je camera is van de fabrikant zelf, die doorgaans een stuk duurder zal uitvallen. Bij compactcamera’s zien we steeds vaker WiFi als functie, maar bij SLR-modellen is het alleen op de duurste modellen soms ingebouwd – doorgaans moet je een peperdure accessoire kopen. Die werkt dan vast beter dan dit kaartje en biedt meer mogelijkheden (zoals ook bediening op afstand), maar daar betaal je flink voor. De oplossing van Transcend is in dat licht een stuk aantrekkelijker als je niet specifiek een functie nodig hebt die alleen de officiële accessoire biedt (zo die er al is).

Daarbij moeten we opmerken dat de prestaties niet overhouden – het is niet de langzaamste kaart die we ooit getest hebben, maar Transcend heeft duidelijk niet de snelste geheugenchips gebruikt die verkrijgbaar zijn. Aan de andere kant, echt snelle SD-kaartjes zijn duidelijk duurder en dit product is juist aantrekkelijk door de relatief lage prijs.

Al met al valt er aan de gebruiksvriendelijkheid van dit product nog wel het een en ander te verbeteren, maar als je bereid bent wat te puzzelen en je houdt onze instructies erbij, dan valt er prima mee te werken. De app maakt een flink verschil, als je eenmaal doorhebt hoe die werkt. Voor een Silver Award vertoont de Wi-Fi SD Card wat veel onvolkomenheden, maar een Bronze Award is naar onze mening toch verdiend.

Naschrift 25-4-2013: Transcend heeft ons laten weten dat bij de Wi-Fi SD Card versies die in 2013 verkocht zijn, een bijgewerkte versie van de handleiding is opgenomen. Daarmee komt een groot deel van de kanttekeningen m.b.t. de gebruiksvriendelijkheid te vervallen.

Transcend Wi-Fi SD Card 32GB

Vergelijkingstest: GoPro Hero 3 vs Sony Actioncam vs Isaw A2 ACE

Actiecamera’s zijn momenteel razend populair. Ze zijn superklein, waardoor je ze makkelijk kunt meenemen. Superlicht, zodat je ze zonder problemen op kleding of een helm kunt monteren. En er bestaan talloze accessoires en uitbreidingen voor. De kleine camera’s hebben een vaste lichtsterke lens met een enorme beeldhoek (170 graden). Daardoor leggen ze vrijwel alles op de voorgrond vast en dat draagt bij aan een ware herbeleving als je de beelden terugziet. Een actiecamera gemonteerd op een helm (of met een band op het hoofd) ziet wat jij ziet, waar je alles nog eens opnieuw beleeft als je de video terugkijkt. Door dit perspectief (rond de positie van het oog) kan zelfs hoogtevrees ontstaan, terwijl je veilig achter je computerscherm aan het kijken bent.


Nadat we de GoPro Hero 3 hebben gereviewed, was het tijd voor vergelijkend warenonderzoek. Sinds eind vorig jaar is er een nieuwe speler op de markt bijgekomen: Sony. Geen onbelangrijke of te onderschatten naam, gezien de enorme expertise op (video)cameragebied. Sony zet meteen goed in met de HDR-AS15. Ook hebben we een ander nieuw merk aan de test toegevoegd, waar veel mensen nog nooit van gehoord hebben: Isaw. Ondanks dat dit op het eerste gezicht een goedkope GoPro-kloon uit China lijkt, betreft het een speler uit Zuid-Korea die vooral inzet op een goede prijs-kwaliteitverhouding. GoPro ten slotte is de bedenker van dit marktsegment en heeft de meeste expertise opgebouwd. De Hero 3 (leverbaar in drie versies) is dan ook de zoveelste generaties en zeker de hier getestte Black Edition is wat betreft specificaties superieur aan de directe concurrentie.

Maar het gaat natuurlijk om de prestaties in de praktijk. Hoe presteren deze drie camera’s?

Het is niet eenvoudig om een goede testopzet te maken. Het liefst zouden de drie camera’s direct naast elkaar gemonteerd moeten worden zodat het perspectief redelijk gelijk is, maar dat is vanwege de vorm van de camera’s (met en zonder behuizing) praktisch onmogelijk. Ze moeten bovendien stevig zitten en niet van standpunt veranderen tijdens de opname. De Isaw gebruikt exact hetzelfde voetje als de GoPro waardoor de accessoires uitwisselbaar zijn. Het is de vraag of dit juridisch mag (aangezien GoPro van alles gepatenteerd heeft), maar in dit geval is het wel praktisch. De Sony Actioncam heeft een afwijkende langwerpige vorm en een eigen voet.

Door de Isaw fysiek op de platte zijkant van de Sony te plakken kwamen we uiteindelijk een heel eind. De GoPro Hero 3 is gelukkig in staat om ook op de kop zijn werk te kunnen doen (er is een instelling waarbij je het beeld kunt omdraaien), wat tijdens onze autorit goed van pas kwam.

In alle gevallen is het perspectief niet 100% gelijk. Ook de synchronisatie is lastig, omdat hier ook kleine afwijkingen zijn. De video’s zijn op basis van het geluid gesynchroniseerd, maar zelfs als dit in het begin gelijk liep, ontstond er later toch weer een kleine afwijking. Desondanks is er wel een goede vergelijking te maken.

Nieuw in de Arena is het Zuid-Koreaanse merk ISAW, gedistribueerd in de Benelux door importeur DPM-International. Het eerste product, de ISAW A2 ACE, is naar eigen zeggen ‘klein in omvang, groot in prestaties en overtreffend in beeldkwaliteit’. In het persbericht wordt de nadruk gelegd op de beeldkwaliteit, met de kop ‘Eindelijk een action camera die duidelijker filmt’. Men noemt geen producten bij naam, maar in het persbericht wordt wel gesteld dat ‘andere action cams veel te wensen over laten’. Dat is best een pittig statement voor een nieuwkomer in de markt. De ISAW A2 ACE filmt in 1080p Full HD. Het geheel is gebouwd rondom een zeer lichtsterk f/2.0 groothoek objectief en een CMOS sensor die ook bij weinig licht goed zou presteren.

De Isaw valt ook op met een klein monochroom OLED scherm (1 inch). Waar de Sony en GoPro met een standaard monochroom lcd-scherm zijn uitgerust, geeft het scherm van de Isaw licht en is de tekst daardoor zeer goed af te lezen. Isaw probeert zich van concurrenten te onderscheiden door een relatief scherpe prijs. Hij is het goedkoopst van de actiecamera’s in deze test en wordt standaard geleverd met een heleboel accessoires. Naast een aantal 3M plakbevestigingen, wordt er ook standaard een hoofdband meegeleverd, evenals een stuurbevestiging en een plaatje voor een surfplank. Bij andere fabrikanten moet daar extra voor worden betaald.

De Isaw kan plat op de grond staan, zij het niet erg stabiel dankzij de afgeronde hoeken en het kleine stavlak. De GoPro Hero 3 heeft veruit de meest praktische vorm wat dat betreft. Een groot gemis van de Isaw is de afwezigheid van wifi. Je kunt hem daardoor niet op afstand besturen, terwijl dat bij de meeste actiecamera’s tegenwoordig redelijk standaard is.

Adviesprijs: € 220

Specificaties

  • 1080p 30 bps, 720p 60 bps
  • f2.0 objectief
  • 3,5 megapixel CMOS sensor
  • Max. 7 foto’s per seconde
  • 140 graden groothoek
  • Lichtgevend monochroom OLED scherm
  • 80 gram
  • Geen wifi
  • Inclusief losse onderwaterbehuizing

Pluspunten

  • Goede prijs-prestatieverhouding
  • Zeer lichtsterk objectief
  • Duidelijk OLED scherm
  • Eenvoudige bediening
  • Veel meegeleverde accessoires
  • Compatibel met GoPro-voet

Minpunten

  • Geen wifi
  • Lens steekt nogal uit (zonder behuizing)
  • Minder uitbreidingsmogelijkheden
  • Geen beeldstabilisatie

Sony had al een tijdje met argusogen moeten aanzien hoe kleine en betaalbare cameraatjes, zoals de GoPro, de camcordermarkt in de weg zaten. Vooral voor sportieve doeleinden vonden dergelijke actiecamera’s gretig aftrek. Sony, als prominente videocameraspecialist, kon dat niet negeren en kwam met de HDR-AS15 op de proppen – ook wel de ‘Actioncam’ genoemd. Hoewel de productnaam anders suggereert, is dit het eerste product van Sony in dit marktsegment.

Sony heeft wel naar de concurrentie gekeken, maar vaart toch z’n eigen koers. Zo is het ontwerp van de camera langwerpig, in tegenstelling tot de producten van Marktleider GoPro. Door zijn vorm past hij beter naast een helm en neemt daardoor wat minder ruimte in beslag. Toch is de langwerpige vorm niet altijd handig. Het lcd-scherm zit bijvoorbeeld aan de zijkant, in tegenstelling tot bij de GoPro en de Isaw. Door de vorm is het ook lastiger om de Sony met een band midden op het hoofd te dragen.

Een ander praktisch minpunt van de afwijkende vorm is dat je hem niet neer kunt zetten. Daarvoor heb je altijd de behuizing nodig. Dat is zonde, want als plastic voor de lens voorkomen kan worden, is dat altijd beter voor de beeldkwaliteit. De GoPro kun je vanwege zijn compacte body en platte onderkant bijvoorbeeld makkelijk in het dashboard van een auto plaatsen. Dat is bij de Sony simpelweg onmogelijk.

Een ander probleempunt tijdens de test bleek dat de MicroSD-kaart er op twee manieren in kan. Daardoor bleek de Sony soms niet te werken, doordat hij de kaart niet kon lezen. Dit komt doordat Sony zowel het MicroSD-formaat ondersteunt als ook het eigen M2-formaat, die beide in hetzelfde slot passen. Dat fenomeen kwamen we recent overigens ook tegen bij het testen van de TX30 en WX300.

Bij iedere druk op een knop geeft de Sony een piep. Dit is handig als hij op een helm gemonteerd zit en je hem niet kunt zien, maar de piepjes zijn helaas niet uit te schakelen (wat is sommige situaties vervelend is). De Sony is zeer eenvoudig te bedienen via de centrale knop aan de achterkant.

Wat vreemd is, is dat de knoppen aan de zijkant onbereikbaar zijn als de camera in de behuizing zit. De camera is daardoor bijvoorbeeld niet handmatig uit te schakelen. Hij is overigens wel bedienbaar via een app (Android en iOS) dankzij wifi, wat prettig is. De stereomicrofoon is leuk, maar als de camera in de behuizing zit heeft het geen meerware. Sony gebruikt een – voor dit productsegment – relatief grote 1/2,3 inch sensor van 12 megapixels, maar blijft ook in de fotomodus steken op 1920×1080 pixels. Een groot pluspunt is dat de Sony is uitgerust met beeldstabilisatie. De beelden komen daardoor vloeiender over. De GoPro en Isaw beschikken hier niet over.

Adviesprijs € 299

Specificaties

  • 1080p/720p 30 bps
  • f2.8 objectief
  • 12 megapixels (max 1920×1080 pixels)
  • 170 graden groothoek
  • Monochroom LCD-scherm
  • Wifi
  • Op afstand bedienbaar via smartphone
  • Stereo microfoon
  • 90 gram
  • Inclusief losse onderwaterbehuizing

Pluspunten

  • Goede prijs-prestatieverhouding
  • Goede bouwkwaliteit
  • Eenvoudig in gebruik
  • Wifi (bediening via app mogelijk)
  • Beeldstabilisatie (als enige)
  • Stereo microfoon (maar alleen zonder behuizing)

Minpunten

  • Minder gebruikelijke vorm
  • Camera kan los niet rechtop staan
  • Klepje van behuizing is los
  • Beduidend minder accessoires beschikbaar
  • Beperkte fotomodus
  • Relatief zwaar
  • Knoppen aan de zijkant onbereikbaar in behuizing
  • Multi-flashkaart ondersteuning verwarrend

Hieronder zie je een video waar we de beelden van de drie actiecamera’s op verschillende manieren tonen (individueel, 3-in-1, uitsnede).

Van de drie actiecamera’s leverde de Isaw de scherpste beelden af. Details, zoals letters, waren het duideijkst te lezen bij de Isaw, gevolgd door de GoPro. Op ware grote valt op dat de beelden van de Isaw wel softwarematig verscherpt zijn. Die van de GoPro zijn wat soft, maar de beeldkwaliteit is beter. De beelden van de Sony zijn vrij grof en beduidend minder scherp wat betreft kleine details. Ook zijn de kleuren wat minder realistisch (er is sprake van een groenzweem in enkele beelden). De Isaw levert direct uit de camera de scherpste beelden en het beste contrast. Daar moeten we wel bij opmerken dat de beelden aan de donkere kant zijn, wat ten nadele is van de details in schaduwpartijen. Ook wordt ruis in die donkere partijen daardoor verdoezeld. Daarnaast wordt er redelijk wat verscherping toegepast.

v.l.n.r. Sony, Isaw, GoPro (laatste cijfer is opzettelijk geblurred). Klik op de foto voor een vergroting.

Sony Actioncam HDR-AS15

Isaw A2 ACE

GoPro

Qua specificaties loopt de GoPro Hero 3 Black Edition flink voor op de concurrentie. Zo kan de camera op veel hogere resoluties werken (1440p, 2,7k), waardoor je zonder kwaliteitsverlies een deel van het beeld kunt gebruiken. De Black Edition van de Hero 3 kan zelfs filmen in 4k, zij het met 15 bps (wat voor actie vrij weinig is). Desondanks is dat laatste is uniek in een consumentencamera – er zijn simpelweg geen andere betaalbare camera’s waarmee je in 4k (Ultra HD) resolutie kunt filmen. In 720p haalt de camera zelfs 120 bps, wat ideaal is om actie om te zetten in slowmotion.

De Hero 3 Black biedt ook wat foto’s betreft de meeste mogelijkheden. De resolutie is 12 megapixels, wat beduidend meer is dan de concurrentie en hij kan zelfs 30 foto’s in één seconde produceren. Doordat wifi standaard is, kun je met de GoPro app (Android + iOS) de camera moeiteloos bedienen. Dat is ook wel fijn, want de vele menu-instellingen zijn via de twee knoppen (de derde knop is voor wifi) anders wat lastig te benaderen.

Waar de GoPro zich verder mee onderscheidt zijn de oneindige uitbreidingen. Doordat het merk al enige tijd op de markt is, is er een overweldigend aanbod van producten waarmee je de camera’s ergens op kunt bevestigen. Er is zelfs kant-en-klare kleding die al voorzien is van aansluitpunten. Ook elektronisch zijn er uitbreidingen, zoals een afstandsbediening waarmee je meerdere GoPro’s tegelijkertijd kunt in- en uitschakelen. En er is een fraai kleuren lcd-scherm die je achterop de GoPro kunt plakken. Daardoor zie je direct wat je filmt of gefilmd hebt. Bovendien is hij daarmee ook een stuk beter te bedienen aangezien dit scherm aanraakgevoelig is en net zo prettig werkt als een smartphone.

Adviesprijs: € 449

Specificaties

  • 1440p (4:3), 2,7k (16:9/17:9), 4k video (16:9/17:9)
  • 1080p 24, 25, 30, 48, 50, 60 bps
  • 720p (16:9) 50, 60, 100, 120 bps
  • 12 megapixels
  • f/2.8 objectief met 6 lenselementen
  • 170 graden groothoek
  • Monochroom LCD-scherm
  • Max. 30 foto’s per seconde
  • Wifi
  • Optionele afstandsbediening + bedienbaar via smartphone
  • Bitrate 45 Mbps (H264)
  • 74 gram
  • Inclusief losse onderwaterbehuizing

Pluspunten

  • Zeer hoge resoluties (1440p, 2,7k, 4k)
  • Zeer variabele snelheden (24, 25, 30, 50, 60, 120 bps)
  • Zeer compact en licht
  • Platte body is erg praktisch
  • Max. 30 foto’s per seconde
  • Wifi (bediening via app mogelijk)
  • Grootste aanbod van accessoires (overal op te monteren)
  • Optioneel aanraakgevoelig kleuren lcd-scherm

Minpunten

  • Prijs van € 450 is zeer hoog (in de VS $399)
  • Geen beeldstabilisatie

Hieronder een tweetal andere scenes en een nachtscene van alle drie de camera’s.

Sony Actioncam HDR-AS15

Isaw A2 ACE

GoPro Hero 3

Sony Actioncam HDR-AS15

Isaw A2 ACE

GoPro Hero 3

Avondscene kermis Amsterdam

Links: Sony, midden: Isaw, rechts: GoPro

Na analyse van de beelden kunnen we stellen dat de GoPro Hero 3 Black Edition allround de beste beelden biedt. De beelden ogen weliswaar wat soft, toch is de scherpte voldoende. De beeldkwaliteit is het meest neutraal. De Isaw levert weliswaar rechtstreeks uit de camera de scherpste beelden, maar ze zijn overduidelijk softwarematig verscherpt. Dat is handig als je de beelden direct wilt uploaden, maar minder handig als je nog beeldbewerking wilt toepassing. Voor het contrast geldt hetzelfde: rechtstreeks uit de camera biedt de Isaw het beste contrast, zij het dat de schaduwtonen wel wat aan de donkere kant zijn. Maar de beelden van de GoPro zijn het meest naturel.

Tellen we daarbij de eerder genoemde plus- en minpunten bij op voor een volledige conclusie, dan kunnen we stellen dat de Isaw A2 ACE de beste prijs-prestatieverhouding biedt. De camera levert goed beeld rechtstreeks uit de camera, is het goedkoopst van alle drie en komt met een zeer compleet accessoirepakket. De GoPro Hero 3 Black Edition is wat betreft specificaties en mogelijkheden wel veruit superieur en biedt ook de meest neutrale beelden. De Sony Actioncam zit een beetje in het midden. De specificaties zijn netjes, maar niet onderscheidend. De beeldkwaliteit is goed, maar net iets minder dan van de beide andere camera’s. De vorm, enkele gemiste kansen wat betreft specs (b.v. de fotoresolutie) en het relatief beperkte aanbod accessoires kunnen – afhankelijk van het gebruik – een nadeel zijn. Qua prijs zit hij op het niveau van de Silver editie van de Hero 3. Wel is de ingebouwde beeldstabilisatie een grote plus.

Het gebrek aan wifi bij de Isaw is een serieus nadeel, tenzij je deze functionaliteit niet nodig hebt. Hetzelfde geldt voor de GoPro Hero 3 Black; hij biedt de beste specificaties, maar het is de vraag of je daar ook gebruik van zult maken.

Welk product voor jou de beste keus is, ligt dus sterk aan wat je doel is met de actiecamera.

Allround winnaar: GoPro Hero 3 Black Edition

Beste prijs-prestatie: Isaw A2 ACE

Testfoto’s Panasonic Lumix GF6

Deze week hebben we tijdens een tour door Wenen de nieuwe Lumix GF6 van Panasonic in de praktijk kunnen testen. Zoals je kunt produceert de camera in de basis prima beelden. We hebben zowel de nieuwe 14-42mm II kitlens gebruikt als de 14-42mm PowerZoom pancake. Alle foto’s zijn (op een lichte uitsnede na) onbewerkt, dus komen rechtstreeks uit de camera. Je kunt de foto’s vergroten door er op te klikken.


Een tweetal foto’s in deze reeks is gemaakt in combinatie met een vooraf ingesteld ‘filter’, zie het onderschrift. De hands-on preview van de Panasonic Lumix GF6 kun je hier lezen. 

Panasonic Lumix GF6 test photosPanasonic Lumix GF6 test photos  Panasonic Lumix GF6 test photos

Panasonic Lumix GF6 test photosPanasonic Lumix GF6 test photos Panasonic Lumix GF6 test photos
(met filter)
 Panasonic Lumix GF6 test photos Panasonic Lumix GF6 test photos Panasonic Lumix GF6 test photos
(met filter)
Panasonic Lumix GF6 test photos Panasonic Lumix GF6 test photos  Panasonic Lumix GF6 test photos Panasonic Lumix GF6 test photos

Panasonic Lumix GF6 test photos

Nikon 1 V2 review: betere body en PASM-wiel

Eind 2012 werd de Nikon 1 V2 aangekondigd. Voor het eerst sinds de lancering van de 1-serie van Nikon (in 2011) heeft men het ontwerp van de camera flink op de schop gegooid. De camera is iets minder compact geworden, maar tegelijkertijd wel beter afgestemd op de doelgroep van gevorderde gebruikers. Door de grotere grip ligt de camera wat beter in de hand en dankzij het aanwezige PASM-wieltje hoef je nu niet meer continu het menu in te duiken (een belangrijk kritiekpunt uit onze eerdere test van de Nikon 1 V1). Ook heeft de camera nu een ingebouwde filtser en ben je daardoor niet meer verplicht om altijd een externe flitser mee te nemen. Ook was een belangrijk minpunt van de V1-serie, mede omdat zijn goedkopere broertje(s) wel met een flitser uitgerust waren. Maar blinkt de V2 ook nog op andere punten uit? We hebben de hem een tijd getest en doen verslag.


De belangrijkste specificaties:

  • 14,2 megapixel CMOS-sensor (ontwikkeld door Aptina)
  • CX sensoromvang (1 inch) met 2,7x vergrotingsfactor
  • Ondersteuning voor 12-bits RAW (NEF)
  • SDXC geheugenkaart
  • Elektronische sluiter tot 1/16.000e seconde
  • PASM-standen bereikbaar via het menu
  • 5, 15, 30 en 60 bps (met af t/m 15 bps)
  • Fasedetectie en constrastdetectie autofocus
  • Gezichtsherkenning
  • ISO 100-6400

Verbeteringen

De camera bouwt voort op de basis die is ingezet voor de Nikon 1-serie, maar doet er nog een schepje bovenop. Dankzij de nieuwe Expeed 3A beeldprocessor kan de camera nu 850 megapixels per seconde vewerken. Daardoor kan de camera maar liefst 15 beelden per seconde verwerken met behoud van continue autofocus. Zijn voorganger, de V1, haalde maximaal 10 bps met autofocus. Zonder vaste autofocus (dus met eenmalige scherpstelling) kan de camera zelfs 60 foto’s per seconde vastleggen. Het hybride autofocussysteem bestaat uit 73 fasedetectiescherpstelvelden en 135 contrastdetectiescherpstelvelden, wat volgens Nikon voor zeer snelle scherpstelling zorgt onder alle omstandigheden. Dankzij een nieuwe sensor is de resolutie opgeschroeft van 10 naar 14,2 megapixels. De lichtgevoeligheid begint bij 160 ISO en gaat tot en met 6400. Dat is nagenoeg identiek aan de V1, behalve dan dat deze al op ISO 100 begon. Ook de videostand is er op vooruitgegaan; de V2 kan nu filmen in Full HD met 30 of 60 bps, waarbij de sluitertijd en het diafragma vrij kunnen worden ingesteld. Ook is er een indrukwekkende slowmotion-optie waarbij tot 1200 bps worden opgenomen (bij een filmformaat van 320×120 en maximaal 5 seconden).

Body

Waar Nikon aanvankelijk met haar eigenzinnige systeemcamera’s vooral uitging van zeer compacte camera’s, heeft men dat met de Nikon 1 V2 losgelaten. Was de V1 nog een zeer platte camera die meer aan een compactcamera deed denken dan aan een spiegelreflex (of gevorderde compact). De V2 heeft meer een spiegelreflexvorm en lijkt op een gevorderde ‘bridgecamera’ (compactcamera met grote zoomlens). Hij heeft een flinke grip, waardoor hij goed in de hand ligt – véél beter dan de V1. Ook bovenop is Nikon afgestapt van het compacte; de V2 heeft een duidelijke ‘bobbel’, waar ruimte is voor de EVF, een flitsvoet en een ingebouwde flitser die omhoog klapt.

Ter vergelijking: de Nikon 1 V1 (de voorganger van de V2)

 

Nu ook met ingebouwde flitser

Aan- en uitzetten

Een andere verandering bij de V2 ten opzichte van zijn voorganger is de manier van aan- en uitzetten. De camera gaat automatisch aan als je het objectief uitschuift, en weer automatisch uit als je het objectief terug in de Lock-stand zet. Dit werkt met alle bestaande zoomlenzen. Deze functie is erg handig, want het scheelt weer een handeling. Er is wel een aan-uit schakelaar aanwezig op de body, maar die heb je dus in veel gevallen niet nodig. Dit is een postief punt waarop de Nikon 1-serie zich onderscheidt van concurrerende systeemcamera’s (zoals die van Olympus, eveneens met ‘retractable’ lenselementen). De J2, J3 en S1 ondersteunen dit ook.

De achterkant

Doordat het programmawieltje omhoog verplaatst is, is de achterkant een stuk rustiger geworden. Doordat het draaiwieltje weg is, konden de afspeel- en menu-knop naar boven verhuizen. De achterkant doet daardoor wat strakker en eenvoudiger aan. De flitsknop is naar de linker zijkant van de body verhuisd. Deze is nog steeds in staat op indirect (via het plafond) te flitsen als je hem met je vinger tegenhoudt. De EVF (elektronische zoeker) is verder niet echt verbeterd ten opzichte van de V1.

De bovenkant en de PASM-knop

We hebben er uitvoerig over geklaagd in de review van de Nikon 1 V1, maar dat heeft geholpen! 😉

Hoewel we dezelfde kritiek geuit hebben bij de J3 vonden we het vooral onverteerbaar dat een gevorderde systeemcamera met een adviesprijs van € 869 (met kitlens) niet over een fatsoenlijke knop met PASM-standen beschikt. Vooral omdat iedere gevorderde compact vanaf circa € 250 dat wel heeft. Met name voor consumenten met wat meer foto-ervaring is dat echt een gemis, omdat dit funest is voor de creativiteit (doordat de drempel te hoog is om ‘even snel’ van stand te wisselen). Maar goed, op de V2 zit hij er dan eindelijk op. De andere standen zijn ook nog steeds present, waardoor je nu razendsnel kunt kiezen.

 

Autofocus

Het is prettig werken met de Nikon 1 camera’s, zoals de V2, wat vooral komt doordat ze zo razendsnel reageren. Een druk op de ontspanknop leidt vrijwel direct tot een foto. Dit is vooral te danken aan de 73 geïntegreerde autofocusdiodes op de sensor. Deze zitten in rechte lijnen over de 1 inch sensor verspreid, zodat ze een groot deel van het beeld kunnen dekken. Nikon heeft deze methode duidelijk beter onder de knie dan de concurrentie. Ook Canon gebruikt sinds de 650D en EOS M geïntegreerde af-diodes (zij het een lager aantal), maar de autofocussnelheid daarvan is opvallend traag. De Nikon 1 V2 focust vrijwel direct en doet op dat vlak eigenlijk niet onder voor een spiegelreflex. Aangezien ‘sluitervertraging’ één van de meest storende klachten van consumenten is, scoort Nikon punten op dit vlak.

Wie goed kijkt ziet duidelijk lijntjes lopen – dit zijn de rijen met af-diodes

Contrast- en fasedetectie

De autofocus van de 1-serie van Nikon schakelt automatisch tussen contrastdetectie en fasedetectie, afhankelijk van de omstandigheden. Door deze hybride benadering kan de camera in alle situaties snel scherpstellen. Bij goed licht wordt dit afgehandeld door de fasedetectie-diodes en bij weinig licht neemt contrastdetectie het over. In de praktijk is de autofocus is inderdaad vrij rap en hij blijft ook onder lastige omstandigheden, zoals een donkere setting met weinig contrast, nog goed werken. Ook is de camera vrij effectief met het volgen van objecten (focus tracking).

Kleine sensor

Het feit blijft wel dat de 1 inch-sensor (CX) van de V2 aan de kleine kant is. Om de CX-sensor in het juiste perspectief te plaatsen, zie je hieronder de afmetingen van een compactcamera en die van MFT en APS-C. Je ziet dan dat de CX-sensor bijna vier keer in een APS-C sensor past. De cropfactor van de CX-sensor is 2,7x. Ter vergelijking, die van APS-C is 1,5x en die van MFT is 2x (ten opzichte van fullframe sensoren).

Het nadeel van de kleine sensor is dat de Nikon 1-serie daardoor altijd achterop zal lopen ten opzichte van concurrerende systeemcamera’s met een APS-C of MFT-sensor. Zowel op het gebied van ruis, scherpte, dynamisch bereik en resolutie.

Scherptediepte

Maar een belangrijk ander verschil is scherptediepte: door de kleine sensor is het erg moeilijk om een onscherpe achtergrond te creëren. Bijvoorbeeld een portret waarbij het gezicht scherp is en de achtergrond onscherp. Om dat te realiseren moet je al snel kunstgrepen uithalen zoals een zeer lichtsterke lens (zoals de 18mm f1.8 prime) of het gebruik van een telelens.

 

Het is erg prettig werken met de Nikon 1 V2. Door de grotere body en betere grip ligt hij veel beter in de hand dan z’n voorganger en de camera reageert direct op het indrukken van knoppen. Hij stelt vooral razendsnel scherp, waarbij foto’s direct worden gemaakt zonder vertraging. Eveneens opzienbarend is het feit dat de V2 in staat is om maar liefst 15 foto’s in een seconde te maken met behoudt van autofocus en zelfs 60(!) met eenmalige autofocus. Er zijn maar weinig camera die dat ook kunnen (op volle resolutie). Ook het inschakelen van de videomodus gaat bijna direct, wat we van heel veel concurrenten niet kunnen zeggen. Ten slotte is het een hele verbetering dat de programmaknop nu naar boven is verhuisd en nu ook PASM-standen bevat. Daardoor kun je direct schakelen van de ene naar de andere stand, wat heel veel tijd (en ergernis) is het menu voorkomt. Een tweede draaiwieltje aan de bovenkant maakt het mogelijk om snel instellingen te wijzingen.

Menu

Hoewel je dankzij de PASM-standen op het draaiwieltje minder tijd in het menu zult doorbrengen moet je voor bepaalde instellingen nog steeds achter de schermen duiken. Bijvoorbeeld wanneer je de ISO- of witbalans-instellingen wilt wijzigen. Het tweede draaiwieltje, rechts van het programmawiel, biedt daarvoor wel uitkomst. Daarmee kun je snel een bepaalde instelling te wijzigen en hoef je minder vaak een speurtocht te doen door het menu.

Desondanks zou de bediening van het menu nog een stukje makkelijker zijn geweest als het scherm aanraakgevoelig zou zijn (zoals bij de meeste concurrenten). Wat we ook missen is een aanraakgevoelig scherm. Bijna alle concurrenten hebben dat inmiddels en dat kan helpen om het menu wat sneller te doorlopen. Een kantelbaar scherm wat ook prettig geweest, om vanuit lastige hoeken makkelijker te fotograferen. Ook dat is inmiddels vrijwel standaard bij de concurrentie.

Kleinere lenzen

Maar het afwijkende 1 inch sensorformaat heeft niet alleen nadelen (zoals besproken op de vorige pagina), maar ook voordelen. Dan zien we vooral terug bij de lenzen. Door het kleine sensorformaat kunnen die veel kleiner zijn. En dat is vooral te zien aan de telelenzen, zoals de 30-110mm. Of nog beter: de nieuwe 10-100mm superzoom. Die is voor een superzoom (gelijk aan 27-270mm) echt bijzonder compact, mede omdat hij enorm uitschuift. Dat is het grote voordeel van een camera met een 1 inch-sensor; je kunt op stap met een fatsoenlijke lens die samen met de camera gewoon in je jaszak past.

De nieuwe 10-100mm superzoom naast de 10-30mm kitlens

Beeldkwaliteit

De beeldkwaliteit van de Nikon 1 V2 is prima. De foto’s zijn scherp en goed van kleur. De kleurafwijking is minimaal en de witbalans wordt in de automatische stand ook doorgaans goed ingeschat (al is er wel een kleine afwijking). Wat we wel zien is dat de V2 het op de hoge ISO’s moet afleggen tegen de concurrende systeemcamera’s. Dat is niet gek, want die gebruiken allemaal grotere sensoren. De nieuwe 14 megapixel-sensor is redelijk gelijk aan de vorige 10 megapixel-sensor; op sommige vlakken doet hij het wat beter en op andere wat slechter.

ISO 800, 1600, 3200 en 6400.

Tot en met ISO 1600 is er beperkt sprake van ruis, wat een goede prestatie is. Op ISO 3200 verandert dat en begint ruis de eerste destructieve vormen aan te nemen. Toch is deze stand nog redelijk goed bruikbaar. Dat geldt niet echt voor ISO 6400, want dan lijdt de beeldkwaliteit er behoorlijk onder, zowel in egale gebieden als contrastrijke delen. Kleurruis is duidelijk zichtbaar en laat zich ook niet zo makkelijk wegpoetsen. Ook neemt de kleursaturatie op ISO 3200 en 6400 duidelijk af.

chart (21)
chart (22)

chart (23)

Testfoto’s

Op deze pagina zie je een aantal testfoto’s die we met de Nikon 1 V2 gemaakt hebben. De foto’s zijn klikbaar voor een uitvergroting.

Nikon 1 V2 test

Nikon 1 V2 testNikon 1 V2 testNikon 1 V2 testNikon 1 V2 testNikon 1 V2 testDSCNikon 1 V2 test_0119Nikon 1 V2 testNikon 1 V2 test

Conclusie

De nieuwe Nikon 1 V2 heeft een adviesprijs van € 899 inclusief kitlens en hij is beschikbaar in de kleuren zwart en wit. De adviesprijs is een tikkeltje omhoog gegaan in vergelijking met de Nikon 1 V1 (€ 869). Enerzijds is dit verklaarbaar omdat de V2 duidelijk een uitgebreidere camera is, anderzijds moet Nikon oppassen zich hierdoor niet uit de markt te prijzen want er is zeer veel concurrentie in dit segment. De marktprijs ligt overigens wel een stukje lager, zoals je kunt zien in onze prijsvergelijker.

Nikon heeft geluisterd naar de kritiek op de oorspronkelijke V1 en de J1, waardoor de Nikon 1 V2 met name wat betreft bediening een veel prettigere camera is. Het draaiwieltje zit nu aan de bovenkant, in (eindelijk!) uitgerust met PASM-standen en laat zich makkelijk door je duim bedienen. Daarnaast zit nog een extra instelwiel waardoor je bepaalde opties snel kunt aanpassen, zoals de witbalans of lichtmeting. Aan een ander kritiekpunt, het ontbreken van een interne flitser, is ook gehoord gegeven. Deze zit nu boven de lens gemonteerd, maar er is ook nog steeds een mogelijkheid voor een externe flitser. Verder profiteert de V2 van andere aanpassingen die Nikon ondertussen heeft doorgevoerd, zoals de ontgrendelknop van de lens waarmee je nu ook de camera aan- en uit kunt zetten.

De Nikon 1 V2 is nu met recht een gevorderde systeemcamera. Het relatief kleine sensorformaat blijft een nadeeltje ten opzichte van de concurrentie, want daarmee mis je (beperkte) scherptediepte en is er sprake van meer ruis op hoge lichtgevoeligheden. Aan de andere kant is veel scherptediepte voor veel consumenten juist ook een voordeel (minder kans op onscherpte) en zijn de objectieven echt behoorlijk compact. Verder missen we nog wat andere zaken, die we wel bij de concurrentie tegenkomen, zoals een kantelbaar scherm, gps en wifi (voor het laatstgenoemde is wel een adapter beschikbaar).

 

Pluspunten

  • Sterk verbeterde body (ten opzichte van de V1)
  • PASM-knop
  • Programmawiel aan de bovenzijde plus extra keuzewieltje
  • Zeer compacte objectieven
  • Camera gaat snel aan en uit
  • Goede beeldkwaliteit (tot en met ISO 3200)
  • Zeer snelle aufofocus (contrast- èn fasedetectie)
  • 15 bps met autofocus, 60 bps zonder
  • Full HD 1080p video (30 bps)
  • Stereo microfoon
  • Autofocus tijdens het filmen

Minpunten

  • Kleine sensor
  • Beperkte mogelijkheden met scherptediepte
  • Geen aanraakgevoelig scherm
  • Weinig extra’s (geen kantelbaar scherm, touchscreen, gps, wifi)

 

Nikon 1 J3 review: bijna volwassen

Begin dit jaar, tijdens de CES, werd de Nikon 1 J3 officieel aangekondigd samen met de Nikon 1 S. De J-serie was tot nu toe het instapmodel van de Nikon 1 systeemcamera’s, maar die rol is nu dus overgenomen door de S-serie. De J2 – die in augustus 2012 werd aangekondigd – is na amper een half jaar alweer opgevolgd door de J3. Dat is extreem snel voor een cameramodel, zeker omdat de vernieuwingen van de J3 ten opzichte van zijn voorganger beperkt zijn. Maar dit heeft ongetwijfeld te maken met de komst van de S1, waardoor de J3 qua positionering wat omhoog schuift. Zo heeft de J3 (naast de verbeteringen van de J2 ten opzichte van de J1) ook enkele onderdelen van de Nikon 1 V2 overgenomen – het topmodel uit de reeks. Maar nu de hamvraag… hoe presteert de Nikon 1 J3 in de praktijk?

De belangrijkste specificaties:

  • 14,2 megapixel CMOS-sensor (ontwikkeld door Aptina)
  • CX sensoromvang (1 inch) met 2,7x vergrotingsfactor
  • Ondersteuning voor 12-bits RAW (NEF)
  • SDXC geheugenkaart
  • Elektronische sluiter tot 1/16.000e seconde
  • PASM-standen bereikbaar via het menu
  • 5, 15, 30 en 60 bps (met af t/m 15 bps)
  • Fasedetectie en constrastdetectie autofocus
  • Gezichtsherkenning
  • ISO 100-6400

Verbeteringen

Laten we nog even beginnen met de verbeteringen die Nikon in de J2 doorvoerde die ook in de J3 te vinden zijn, juist omdat de J3 de J2 zo snel heeft opgevolgd. Ten opzichte van Nikon’s eerste J1 systeemcamera is er een nieuwe stand aan het instelwiel toegevoegd: naast de standen Motion Snapshot, Smart Photo Selector, Still Image en Movie hebben de J2 en J3 er een Creative Mode bijgekregen. Achter deze stand zitten acht fotografiestanden met creatieve effecten: Night Landscape, Night Portrait, Backlighting, Easy Panorama, Soft (een soft-focus effect), Miniature Effect en Selective Color. Bij Night Portrait worden er bijvoorbeeld twee opnames gemaakt, één met flitser en één zonder. Die opnames worden vervolgens automatisch gecombineerd, zodat een goed belicht en sfeervol plaatje ontstaat.

Aan- en uitzetten

Een andere belangrijke vernieuwing die sinds de J2 ook in de J3, S1 en V2 is terug te vinden is de manier van aan- en uitzetten. De camera gaat automatisch aan als je het objectief uitschuift, en weer automatisch uit als je het objectief terug in de Lock-stand zet. Dit werkt met alle bestaande zoomlenzen. Deze functie is erg handig, want het scheelt weer een handeling. Er is wel een aan-uitknop aanwezig op de body, maar die heb je dus in veel gevallen niet nodig. Dit is een postief punt waarop de Nikon 1-serie zich onderscheidt van concurrerende systeemcamera’s (zoals die van Olympus, eveneens met ‘retractable’ lenselementen).

Scherm

Sinds de J2 is de resolutie van het scherm verdubbeld ten opzichte van de J1. Er zijn nu 921.000 pixels in gebruik, waardoor het scherm merkbaar scherper is. De diameter van 3 inch is gelijk en ook iets als een aanraakgevoelige laag zien we tot nu toe nog niet terug in de Nikon 1-lijn (in tegenstelling tot vrijwel alle concurrenten).

Nikon 1 J3 body

De J3 neemt enkele sterke punten van het huidige topmodel, de V2, over. Zo is de J3 eveneens uitgerust met de 14 megapixel sensor van de V2. Ook de Expeed 3A-processor – goed voor 15 beelden per seconde met werkende autofocus – en de aansluiting voor de optionele WU-1b WiFi-module zijn nu ook te vinden op de J3. In die zin kunnen we zeggen dat de J3 de V2 dichter heeft genaderd, al is de laatst genoemde wel een veel uitgebreidere camera.De belangrijkste wijziging van de body betreft het instelwiel. Deze zat bij de V1, J1 en J2 nog achterop de body, maar bij de J3 zit hij bovenop, zoals eigenlijk ook veel gebruikelijker is. We zagen dit ook al bij de V2. Maar een groot verschil tussen de V2 en de J3 is dat de laatstgenoemde geen PASM-standen op het programmawieltje heeft. Dat is vreemd, mede omdat er ruimte zat is. Je moet nu alsnog in het menu duiken om een van deze standen te gebruiken. Net zoals in de Nikon 1 V1 review is dit wat ons betreft een opvallend minpunt. De reden dat Nikon dit heeft nagelaten komt waarschijnlijk omdat men denkt dat de doelgroep hier niet op zit te wachten. Die kunnen voor een PASM-knopje terecht bij de Nikon 1 V2.

De achterkant

Doordat het programmawieltje omhoog verplaatst is, is de achterkant een stuk rustiger geworden. Doordat het draaiwieltje weg is, konden de afspeel- en menu-knop naar boven verhuizen. De achterkant doet daardoor wat strakker en eenvoudiger aan. De flitsknop is naar de linker zijkant van de body verhuisd. Deze is nog steeds in staat op indirect (via het plafond) te flitsen als je hem met je vinger tegenhoudt.

De Nikon 1 J3 in vergelijking met de J2 (ga met de muiswijzer op de foto staan)

Autofocus

Het is prettig werken met de Nikon 1 camera’s, zoals de J3, wat vooral komt doordat ze zo razendsnel reageren. Een druk op de ontspanknop leidt vrijwel direct tot een foto. Dit is vooral te danken aan de 73 geïntegreerde autofocusdiodes op de sensor. Deze zitten in rechte lijnen over de 1 inch sensor verspreid, zodat ze een groot deel van het beeld kunnen dekken. Nikon heeft deze methode duidelijk beter onder de knie dan de concurrentie. Ook Canon gebruikt sinds de 650D en EOS M geïntegreerde af-diodes (zij het een lager aantal), maar de autofocussnelheid daarvan is opvallend traag. De Nikon 1 J3 focust vrijwel direct en doet op dat vlak eigenlijk niet onder voor een spiegelreflex. Aangezien ‘sluitervertraging’ één van de meest storende klachten van consumenten is, scoort Nikon punten op dit vlak.

Wie goed kijkt ziet duidelijk lijntjes lopen – dit zijn de rijen met af-diodes

Contrast- en fasedetectie

De autofocus van de 1-serie van Nikon schakelt automatisch tussen contrastdetectie en fasedetectie, afhankelijk van de omstandigheden. Door deze hybride benadering kan de camera in alle situaties snel scherpstellen. Bij goed licht wordt dit afgehandeld door de fasedetectie-diodes en bij weinig licht neemt contrastdetectie het over. In de praktijk is de autofocus is inderdaad vrij rap en hij blijft ook onder lastige omstandigheden, zoals een donkere setting met weinig contrast, nog goed werken. Ook is de camera vrij effectief met het volgen van objecten (focus tracking).

Sensor en scherptediepte

Het feit blijft wel dat de 1 inch-sensor (CX) van de J3 aan de kleine kant is. Om de CX-sensor in het juiste perspectief te plaatsen, zie je hieronder de afmetingen van een compactcamera en die van MFT en APS-C. Je ziet dan dat de CX-sensor bijna vier keer in een APS-C sensor past. De cropfactor van de CX-sensor is 2,7x. Ter vergelijking, die van APS-C is 1,5x en die van MFT is 2x (ten opzichte van fullframe sensoren).

Het nadeel van de kleine sensor is dat de Nikon 1-serie daardoor altijd achterop zal lopen ten opzichte van concurrerende systeemcamera’s met een APS-C of MFT-sensor. Zowel op het gebied van ruis, scherpte, dynamisch bereik en resolutie. Nu is dat niet altijd even duidelijk merkbaar, want de Nikon 1 J3 doet het zeker niet slecht op de hoge lichtgevoeligheden. Zeker ten opzichte van een compactcamera’s doet hij het stukken beter.

Scherptediepte

Maar een belangrijk ander verschil is scherptediepte: door de kleine sensor is het erg moeilijk om een onscherpe achtergrond te creëren. Bijvoorbeeld een portret waarbij het gezicht scherp is en de achtergrond onscherp. Om dat te realiseren moet je al snel kunstgrepen uithalen zoals een zeer lichtsterke lens (zoals de 18mm f1.8 prime) of het gebruik van een telelens.

Maar het afwijkende 1 inch sensorformaat heeft niet alleen nadelen (zoals besproken op de vorige pagina), maar ook voordelen. Dan zien we vooral terug bij de lenzen. Door het kleine sensorformaat kunnen die veel kleiner zijn. En dat is vooral te zien aan de telelenzen, zoals de 30-110mm. Of nog beter: de nieuwe 10-100mm superzoom. Die is voor een superzoom (gelijk aan 27-270mm) echt bijzonder compact, mede omdat hij enorm uitschuift. Dat is het grote voordeel van een camera met een 1 inch-sensor; je kunt op stap met een fatsoenlijke lens die samen met de camera gewoon in je jaszak past.

De nieuwe 10-100mm superzoom naast de 10-30mm kitlens

We hebben de 10-100mm samen met de Nikon 1 J3 in de praktijk kunnen gebruiken en het is een erg plezierige combinatie. De 10-100mm is in vergelijking met de J3 wel relatief groot, wat ietwat vreemd staat op de compacte body. Maar het bereik dat de lens biedt is uitstekend. Net zoals bij andere superzooms is het objectief niet bepaald vertekeningsvrij. Vooral in de groothoekstand is sprake van behoorlijk wat kussenvormige vertekening waarbij lijnen krom staan. Maar dat neem je voor lief als je een superzoom aanschaft.

Uitgezoomd is de nieuwe 10-100mm helemaal indrukwekkend

Snelheid

Verder valt vooral de snelheid op, zoals al eerder genoemd in deze review. De Nikon 1 J3 reageert direct op knoppen en stelt razendsnel scherp. Foto’s worden direct genomen, wat echt heerlijk werkt. Het feit dat de J3 in staat is om 15 foto’s in een seconde te maken (met behoudt van autofocus) bevestigt de snelheid die deze camera in zich heeft. Ook het inschakelen van de videomodus gaat bijna direct, wat we van heel veel concurrenten (zoals ook de illustere Panasonic GH3) niet kunnen zeggen.

Menu en touch

Los van de sensor is het grootste nadeel van de J3 het menu. Niet omdat deze onoverzichtelijk is, want met zes duidelijke symbolen en een vlotte menustructuur zit dat wel snor (hoewel het onderdeel ‘beeldverwerking’ wel wat letterlijk vertaald is, waardoor het lijkt op beeldbewerking – hier vind je o.a. de ISO- en witbalans-instellingen). Het is vooral vervelend voor gevorderde gebruikers dat je voor ieder wissewasje het menu in moet. De P/A/S/M-standen zitten immers niet op het programmawieltje, waardoor je hiervoor het menu moet induiken als je wilt schakelen. Iets simpels als een andere ISO-stand kiezen, leidt tot verschillende handelingen waarvoor in totaal vijf keer op een knop moet worden gedrukt. Dat zou al een stuk makkelijker zijn geweest als het scherm aanraakgevoelig zou zijn (zoals bij de meeste concurrenten).

Beeldkwaliteit

De beeldkwaliteit van de Nikon 1 J3 is prima. De foto’s zijn scherp en goed van kleur. De kleurafwijking is minimaal en de witbalans wordt in de automatische stand ook doorgaans goed ingeschat (al is er wel een kleine afwijking). Wat we wel zien is dat de J3 het op de hoge ISO’s moet afleggen tegen de concurrentie. Dat is niet gek, want die gebruiken allemaal grotere sensoren. Verder is het opvallend dat de nieuwe 14 megapixel-sensor het tot en met ISO 800 wat slechter doet dan de oude 10 megapixel sensor (die nu in de S1 zit), terwijl hij op ISO 1600 gelijk of marginaal beter scoort.

ISO 800, 1600, 3200 en 6400.

Tot en met ISO 1600 is er amper sprake van ruis, wat een goede prestatie is. Op ISO 3200 verandert dat en begint ruis de eerste destructieve vormen aan te nemen. Toch is deze stand nog goed bruikbaar. Dat geldt niet echt voor ISO 6400, want dan lijdt de beeldkwaliteit er behoorlijk onder, zowel in egale gebieden als contrastrijke delen. Kleurruis is duidelijk zichtbaar en laat zich ook niet zo makkelijk wegpoetsen. Ook neemt de kleursaturatie duidelijk af.

chart (17)

chart (14)

chart (15)

chart (16)

Conclusie

De Nikon 1 J3 is een prima camera. De wijzigingen ten opzichte van zijn voorganger, de J2, zijn beperkt, maar als we de J3 vergelijken met de eerste lichting systeemcamera’s van Nikon, dan is er zeker vooruitgang geboekt. De resolutie is iets opgeschroeft, waardoor de camera op dat vlak minder afwijkt van de concurrentie. En er zijn allerlei kleine wijzigingen toegepast, waardoor de camera beter uit de verf komt. In de praktijk is de Nikon 1 J3 bijzonder prettig in gebruik. Hij reageert zeer vlot, gaan aan wanneer je de lens uitschuift en stelt razendsnel scherp. Ook is hij vrij compact en licht, al zijn er meer systeemcamera’s van deze omvang.

Natuurlijk hebben we wel een paar kanttekeningen. De evolutie ten opzichte van zijn voorgangers is beperkt. De J3 heeft weliswaar dezelfde sensor als de V2, maar verder is er weinig verschil ten opzichte van de J2. Dat het programmawieltje is verhuisd naar de bovenzijde is prima, maar het is jammer dat Nikon deze nog steeds niet heeft voorzien van PASM-standen (zoals bij de V2). Daar is ruimte genoeg voor. Daardoor moet je nu veel tijd doorbrengen in het menu, wat vooral gevorderde gebruikers zal tegenstaan. Verder missen we nog wat andere zaken, die we wel bij de concurrentie tegenkomen, zoals een kantelbaar scherm, gps en wifi (voor het laatstgenoemde is wel een adapter beschikbaar). Jammer, want er is behoorlijk wat concurrentie in de markt.

Pluspunten

  • Compact
  • Zeer compacte objectieven
  • Camera gaat snel aan en uit
  • Goede beeldkwaliteit (tot en met ISO 3200)
  • Zeer snelle aufofocus (contrast- èn fasedetectie)
  • Full HD 1080p video (30 bps)
  • Stereo microfoon
  • Autofocus tijdens het filmen

Minpunten

  • Kleine sensor
  • Beperkte mogelijkheden met scherptediepte
  • Geen PASM-standen op het programmawiel
  • Geen aanraakgevoelig scherm
  • Veel handelingen in het menu
  • Beperkte vooruitgang ten opzichte van J2
  • Weinig extra’s (geen kantelbaar scherm, touchscreen, gps, wifi)

 

Hieronder vind je wat extra beeldmateriaal

De J3 in vergelijking met de S1. Zoek de verschillen…

Casio Exilim EX-ZR1000 review: serieus leuk

In onderstaande tabel vind je alle specificaties van de Casio Exilim EX-ZR1000:

Algemeen
 
Merk Casio
Productnaam Exilim EX-ZR1000 White
Productcode EX-ZR1000WEECBEX
Details Productinfo
Specificaties
Type camera Compactcamera
Beelden per seconde 30 fps
Digitale zoom 4 x
Optische zoom 12.5 x
Ingebouwde flitser
Automatisch scherpstellen
Handmatig scherpstellen
Automatische belichting
Sluitertijd (min.) 1/4000 sec
Sluitertijd (max.) 15 sec.
Intern geheugen 52.2 MB
Verwisselbare lens
Geïntegreerde GPS
Zelfontspanner
Microfoon Stereo
Sensor
Resolutie 16.1 MPixel
Beeldverwerking Exilim Engine HS 3
Beeldsensor formaat 1/2.33″
Beeldsensor type CMOS
Beeldsensor afmeting (horizontaal) 6.17 mm
Beeldsensor afmeting (verticaal) 4.55 mm
Max. fotoresolutie (horizontaal) 4608 pixels
Max. fotoresolutie (verticaal) 3456 pixels
Beeldverhouding 1:1
Beeldverhouding 3:2
Beeldverhouding 4:3
Beeldverhouding 5:4
Beeldverhouding 16:9
Beeld
Foto’s – JPEG
Foto’s – RAW
Rode ogen-reductie
Beeldstabilisatie Optisch
Automatische witbalans
Handmatige witbalans
ISO gevoeligheid minimaal 80
ISO gevoeligheid maximaal 3200
Beeldscherm / zoeker
Type beeldscherm TFT
Beeldschermdiagonaal 3 inch
LCD aantal beeldpunten (dots) 460800 dots
LCD aantal beeldpunten (pixels) 153600 pixels
LCD resolutie (horizontaal) 480 pixels
LCD resolutie (verticaal) 320 pixels
Live view
Kantelbaar scherm
Aansluitingen
Audio/video uitgang
PictBridge compatible
USB 2.0 aansluiting
USB 3.0 aansluiting
Bluetooth
HDMI-aansluiting
Type HDMI-aansluiting mini-HDMI (Type C)
WiFi verbinding
Fysieke eigenschappen
Afmetingen – Hoogte 6.15 cm
Afmetingen – Breedte 10.75 cm
Afmetingen – Diepte 3.67 cm
Diepte handgreep 2.78 cm
Diepte incl. lens (camera uit) 3.68 cm
Diepte incl. lens (aan, uitgezoomd) 5.41 cm
Diepte incl. lens (aan, ingezoomd) 7.54 cm
Gewicht 255 gram
Batterijduur (CIPA) 470 foto’s
Waterdicht
Stofbestendig
Schokbestendig
Opslag
MicroSD
Secure Digital
Secure Digital High Capacity (SDHC)
Secure Digital Extended Capacity (SDXC)
CompactFlash
Memory Stick Pro Duo
xD-Picture Card
MultiMediaCard
XQD
Video eigenschappen
Video opnemen
Max. videoresolutie (horizontaal) 1920 pixels
Max. videoresolutie (verticaal) 1080 pixels
Video framerate 30 fps
Lenseigenschappen
Brandpuntsafstand (min.) 4.24 mm
Brandpuntsafstand (max.) 53 mm
Brandpuntsafstand (min.) (35mm equiv.) 24 mm
Brandpuntsafstand (max.) (35mm equiv.) 300 mm
Maximaal diafragma (uitgezoomd) f/3.0
Maximaal diafragma (ingezoomd) f/5.9
Opnamemodi
3D
HDR
Night shot
Panorama
Panorama (auto)
Portret
Tegenlicht
Sneeuw / strand
Weinig licht

Voor al onze tests maken we gebruik van de professionele Imatest software, gecombineerd met een testopstelling met professionele, gecalibreerde testobjecten en vaste lichtomstandigheden.

We meten aan aantal zaken om de kleurechtheid van camera’s in kaart te brengen, alle op ISO 200 en met een brandpuntsafstand van 50 mm (35 mm equivalent). Allereerst de saturatie-afwijking, ofwel een tekort of juist overschot aan kleur in het beeld. Een te lage saturatie ofwel verzadiging resulteert in een grauwig, kleurarm beeld. Een te hoge kleurverzadiging is zichtbaar doordat kleuren teveel aangezet worden, met een evenzeer onrealistisch resultaat. Camera’s produceren vaak iets te veel gesatureerde beelden, omdat die er op het eerste gezicht mooier uit lijken te zien: de kleuren ‘spatten’ als het ware het beeld uit. Wij zijn echter van mening dat het beeld natuurgetrouw moet zijn: wie een sterkere kleurverzading wil, kan dat beter later zelf in postprocessing aanpassen. 

Verder meten we de gemiddelde kleurafwijking, volgens de gestandaardiseerde ΔE methode. Deze ΔE is de afwijking tussen de kleur zoals gereproduceerd door de camera en de kleur hoe die hoort te zijn. We meten de gemiddelde ΔE waarde van uiteenlopende basiskleuren. Hiervoor geldt: hoe lager, hoe beter. 

Tenslotte meten we de witbalans afwijking op 20%, 40%, 60% en 80% grijs, waar we een gemiddelde van nemen. Hoe lager die gemiddelde afwijking, hoe beter een camera exact lineair de overgang van zwart naar wit kan volgen.

De Casio Exilim EX-ZR1000 komt hier behoorlijk uit de bus, al is de gemiddelde witbalans afwijking toch aan de hoge kant.

{GRAPH|8754|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,157909-blue,172338-red,144695-blue,144695-blue}

{GRAPH|8757|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,157909-blue,172338-red,144695-blue,144695-blue}

{GRAPH|8762|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,157909-blue,172338-red,144695-blue,144695-blue}

Als je niet de grootste of de bekendste bent, moet je gewoon de slimste zijn. Dat lijkt de strategie van Casio, dat vermoedelijk bekender is als leverancier van polshorloges en rekenmachines, maar ook sinds jaar en dag camera’s in het assortiment heeft. Die camera’s onderscheiden zich doorgaans door ten minste één opvallende eigenschap: robuuster dan een standaardmodel of, zoals in het geval van de Exilim EX-ZR1000 die we vandaag bespreken: sneller. Afgezien van een fenomenale 1000 fps video-opnamefunctie (we zeggen er maar direct bij, dat die snelheid alleen bij een zeer lage resolutie wordt bereikt) is de ZR1000 in heel wat andere opzichten ook snel te noemen. Bovendien is het een enorm veelzijdige camera. Het was even wennen, maar aan het einde van de test hadden we toch moeite afstand te doen van deze slimme camera.

Casio Exilim EX-ZR1000 White


Net als wel meer camera’s van Casio weet de EX-ZR1000 zich goed te onderscheiden van de toch wat uniforme look die bij de grotere merken Canon, Nikon, Sony en Panasonic overheerst. Ook Samsung hanteert doorgaans een conservatief cameradesign, al geldt dat wat minder voor een model als de Galaxy Camera en wat meer voor een NX20. Ook Casio’s EX-ZR1000 springt uit de toon, al zie je het meer wanneer je de camera vast hebt, dan vanaf een plaatje alleen.

De EX-ZR1000 is leverbaar in zwart, rood en, zoals ons testmodel, in wit. Alle drie hebben een afwijkend gekleurde, opstaande strook aan de bovenkant en een dito ring rond de lens. Die ring is aluminiumkleurig bij alle drie de uitvoeringen, de opstaande strook en bedieningselementen zijn aluminiumkleurig bij de zwarte en witte uitvoering en zwart bij de rode versie. De bedieningselementen zijn verder zwart.

Op papier zijn de basiskenmerken van de Exilim EX-ZR1000 niet bijzonder: een standaard compactformaat 1/2,33″ sensor met een resolutie van 16,1 megapixels en een optisch zoombereik van 4,24 tot 53 mm – uitgedrukt in 35mm equivalent komt dat neer op een groothoek van 24 mm en een telebereik van 300 mm. Dat 12,5x zoombereik kan worden verdubbeld met iets wat Casio ‘Multi SR Zoom’ noemt naar 25x zoom en met digitale zoom kan je nog verder komen, maar dan blijft er van de resolutie weinig over en de beeldkwaliteit evenmin. In totaal heeft de ZR1000 vijf (!) zoom-modi, een indicatie van de veelheid aan functies die deze camera herbergt.

Veel functies betekenen niet per se een goede camera, maar na een tijdje spelen en fotograferen met de ZR1000 waren we toch behoorlijk onder de indruk van dit toestel. Dat wil niet zeggen dat er geen kanttekeningen te maken zijn, zo is de plaatsing van functies in het menu niet altijd even handig en laat de indeling van het menu ook in andere opzichten te wensen over. Over het geheel genomen is het voor een gemiddelde prijs van zo’n 275 euro echter een heel interessante optie, die bovenal heel veelzijdig is. Welke ander toestel in deze prijsklasse laat je 1000 beelden per seconde opnemen, of een zelfontspannerafdruk maken door te wuiven naar de camera? We kunnen niet alle mogelijkheden van de ZR1000 aan bod laten komen, maar met deze review kunnen we in ieder geval een indruk geven van deze compact, die niet alleen vol vermakelijke functies zit, maar ook echt nuttige mogelijkheden aan boord heeft: een serieus leuke camera, dus.

De scherpte van de camera meten we via diverse methodes (MT50 en MT50P in jargon), zowel in het midden van de foto als in de hoeken. Uiteindelijk berekenen we hieruit het gewogen gemiddelde. Deze waardes compenseren we daarna voor kunstmatige verscherping en op basis daarvan berekenen we de procentuele effectieve scherpte. Een theoretische score van 100% betekent dat alle pixels van de sensor volledig scherp gebruikt kunnen worden. Door de effectieve scherpte in beide richtingen te vermenigvuldigen met het daadwerkelijke aantal pixels, kunnen we een uiteindelijk effectief aantal megapixels berekenen. Dat laatste getal is het meest interessant om camera’s mee te vergelijken. We doen deze meting volledig uitgezoomed (maximale groothoek), volledig ingezoomed (maximale tele) tot een maximum van ca. 300 mm brandpuntsafstand (35 mm equivalent) als ook op een brandpuntsafstand van 50 mm (35 mm equivalent) bij een diafragma van F/4.0 of zo dicht als we dat kunnen benaderen.

De gemeten scherpte van de Casio Exilim EX-ZR1000 is hier in telestand onder de maat; in groothoek blijft er wel redelijk wat over van de geclaimde 16 megapixels. Ook op 50 mm is het resultaat niet geweldig, maar bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal kunnen we daar nog geen grafiek van laten zien.

{GRAPH|9129|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,157909-blue,172338-red,144695-blue,144695-blue}

{GRAPH|9109|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,157909-blue,172338-red,144695-blue,144695-blue}

De Casio Exilim EX-ZR1000 voelt behoorlijke solide in de hand, wat in niet geringe mate veroorzaakt wordt door het gewicht. Met 255 gram is het niet de lichtste compactcamera ooit. Het gewicht wordt deels veroorzaakt door de bovenmodale accu, die zowel qua omvang als qua capaciteit (opgave: 470 opnames) wat breder bemeten is dan de doorsnee accu. De solide indruk wordt grotendeels bevestigd in de stevige body en bedieningselementen. Alleen de ring rond de lens vertoont duidelijk speling; niet voldoende om goed functioneren te voorkomen, wel voldoende om afbreuk te doen aan de eerste indruk.

De gladde body biedt niet veel houvast en er is net voldoende ruimte voor duim en vingers om hem vast te houden – het kan, maar door het relatief hoge gewicht moet je redelijk wat kracht zetten. Gelukkig zijn er wat opstaande randen die voorkomen dat het toestel op een warme dag uit je klamme vingers glijdt, maar wat rubberen stukjes afwerking zijn een goed idee voor een eventuele opvolger.

Casio Exilim EX-ZR1000 White

Zet je de camera aan, dan schuift de lens een behoorlijk stuk naar buiten. Verder inzoomen zorgt ervoor dat de lens nog een paar centimeter groter wordt. Casio heeft een stevige zoommotor gemonteerd, inzoomen gaat bijzonder snel. Ook het aanzetten gaat snel; Casio claimt dat minder dan een seconde nodig is eer de ZR1000 gebruiksklaar is, maar in de praktijk was de eerste opname zelden onder de 4 seconden gemaakt. Dat beeld is wat vertekend, want de ZR1000 ‘snapt’ het niet wanneer tijdens het opstarten al de sluiterknop wordt ingedrukt – andere camera’s drukken dan af op het moment dat het toestel gereed is, de ZR1000 registreert het indrukken pas wanneer dat gebeurt ná die ene seconde opstarten. Dat maakt meten wat lastig, maar ook in handmatige stand zonder autofocus (een weinig realistisch gebruikscenario voor een snelle opname uit de hand) lukte het niet om veel sneller een eerste opname te maken.

Is de camera eenmaal operationeel, dan is hij in alle opzichten snel, van reageren op toetscommando’s tot zoomen, scherpstellen en afdrukken. Een formidabele eigenschap is de mogelijkheid 30 foto’s in één seconde te maken. Daarna duurt het ook wel even eer de buffer weer leeg is (en komen snelle SD-kaartjes goed van pas), maar als je net die perfecte actiescène wilt hebben, zou dit wel eens de compact voor jou kunnen zijn. Die hoge snelheid kan nog veel meer toenemen, maar dan werk je met veel lagere resoluties: in filmstand bij een resolutie van 224×64 beeldpunten is het maximum zelfs 1000 beelden per seconde. Ideaal voor slow-motion filmpjes, zij het op postzegelformaat. Gelukkig is er een aantal ‘tussenstappen’, zoals 480 beelden per seconde in 224×160 pixels of 120 beelden per seconde in VGA-resolutie (640×480). Opmerkelijk is dan wel weer dat bijvoorbeeld 720p/60bps ontbreekt, laat staan 1080p 50p.

Casio Exilim EX-ZR1000 White

Terug naar de camera zelf. Op de bovenzijde bevinden zich de aan/uitknop, de gecombineerde zoom-knop en sluiter, een aparte video-opnameknop en een modusselectiewiel. Aan de achterkant een gecombineerde draai/druktoets voor het bedienen van het menu, een afspeelknop en de menu-knop zelf, alsmede een ‘ring’-knop. Met die laatste verander je de functie van de draairing rond de lens; afhankelijk van de stand waarin je de camera gebruikt heb je daarvoor meer of minder opties. In P-modus kan je kiezen om de ring te gebruiken om een van deze zaken aan te passen: ISO, witbalans, handmatige scherpstelling, belichtingscompensatie, zoom en ‘make-up niveau’.

Die laatste functie komen we nog op terug, voor ISO en witbalans werkt de ring goed om deze snel aan te passen. Voor handmatig scherpstellen werkt het aardig, maar dit voelt nooit erg nauwkeurig op compactcamera’s en deze ring biedt geen voordeel in dat opzicht. Ook belichtingscompensatie is een nuttige functie om snel aan te kunnen passen – voor zoom is het een zinloze toevoeging, dat gaat sneller en nauwkeuriger met de daarvoor bestemde knop.

Onderaan treffen we de statiefschroefdraad en het luikje voor accu en geheugenkaart (SD, SDHC en SDXC worden ondersteund). Dat kan je niet openen als de camera op een statief staat: onhandig, maar in dit segment eerder regel dan uitzondering. Een klepje aan de rechterkant verbergt een gecombineerde USB 2.0/analoge AV-uitgang en een mini-HDMI-aansluiting.

Casio Exilim EX-ZR1000 White

De Casio Exilim EX-ZR1000 is geen goedkope camera, dus het zal niet verbazen dat de functie-omvang aan de uitgebreide kant is. De volautomatische stand is in tegenstelling tot bij veel andere camera’s geen ‘domme’ stand: je kan als gebruiker nog behoorlijk veel aanpassen in deze modus, waaronder witbalans en belichtingscompensatie. In de P-stand kan je nog veel meer aanpassen en in de A/S/M modi heb je volledige controle. Handmatig scherpstellen behoort ook tot de mogelijkheden, al blijft dat zoals in alle compactcamera’s vrij gekunsteld aanvoelen.

Casio Exilim EX-ZR1000 White

Op het eerste gezicht valt het wel mee met de functies, want veel mogelijkheden zitten verstopt in het menu. Dat is bijna letterlijk verstopt, want zowel in de ART als in de BS modi moet je eerst met de SET-knop het instellingenmenu oproepen en vervolgens onderaan een optie ‘art’, respectievelijk ‘bs’ kiezen om een van de 9 speciale effecten en respectievelijk 35 (!) scènemodi op te roepen.

Los van deze toch wat verborgen plaatsing (een aparte knop was handig geweest) is de indeling van de opties zelf ook niet even logisch. Met name onder BS (we verklappen het maar, het staat voor ‘Best Shot’) treffen we een wel zeer gemengd aanbod aan. Zo is er een ‘HS (high speed) nachtopname’ optie, maar ook een ‘HS night scene’ die in het Nederlands gewoon ook ‘HS nachtopname’ heet, maar ook een ‘HS nachtopname en portret’ optie én aparte zonsondergang en vuurwerk opties. Naast dit soort duidelijke, zij het wat redundante scènestanden vind je hier echter ook de opties om in Raw-formaat opnames te maken (de ZR1000 kan Adobe DNG-bestanden wegschrijven), om supersnelle opnames te maken, een ‘vooropname’ modus waarbij de camera al start met beeld wegschrijven als de sluiter half wordt ingedrukt (om geen moment te missen) en een modus die kant-en-klare YouTube filmpjes moet opnemen.

Dat zijn toch functies die we elders zouden hebben ondergebracht. Voor een camera die zoveel kan doen met opnames van bewegend beeld zou een aparte filmstand geen overbodige luxe zijn, bijvoorbeeld. De HDR-functie daarentegen heeft een eigen positie op het moduswiel aan de bovenkant. Kortom, het zijn niet allemaal even logische keuzes in het menu.

Wel heel handig is de mogelijkheid om voor zo ongeveer iedere instelling aan te geven of de camera die moet onthouden na het uit en weer aanzetten. Zo kan je niet alleen instellingen onthouden voor belichtingscompensatie, witbalans en ISO-waarde, maar ook voor de fysieke zoomstand, de flits, de focus, het AF-gebied en nog veel meer. Na verloop van tijd merk je dat je sommige waardes weinig aanpast, andere onderbrengt onder de lensring en weer andere eigenlijk steeds weer anders instelt. De Exilim EX-ZR1000 helpt je dan heel aardig om zich aan te passen aan jouw favoriete manier van gebruiken en dat is een flink pluspunt.

Casio Exilim EX-ZR1000 White

Een andere handige functie is de mogelijkheid om ‘handsfree’ zelfontspanneropnames te maken. Klapt het LCD omhoog en het beeld draait 180 graden. Vervolgens kan de camera herkennen aan een handbeweging dat de teller voor de sluiter gestart moet worden en even later is de opname gemaakt. Uiteraard zijn er ook 2- en 10-seconden modi om de zelfontspanner op gewone wijze af te laten tellen, maar deze extra functie is wel grappig. Bovendien helpt het opklapschermpje om de fameuze ‘vanuit de hand met gestrekte arm’ profielfoto’s te maken én is het erg handig om bijvoorbeeld opnames van laag bij de grond of gewoon vanaf je middel te maken. Dat het niet ook opzij kan klappen vergeven we Casio dan maar even.

Iedere lens heeft altijd tot op zeker hoogte last van lensvervorming, wat het beeld ofwel een tikkeltje opgeblazen maakt (barrel distortion) ofwel een beetje ineengeknepen (pincushion distortion). Dit resulteert in foto’s waarbij objecten die recht horen te zijn (bijvoorbeeld de muren van een gebouw) uiteindelijk een beetje krom zijn. Bij een theoretisch perfecte lens zijn alle rechte lijnen altijd recht, zowel volledig ingezoomd als volledig uitgezoomd.  We doen deze meting volledig uitgezoomed (maximale groothoek), volledig ingezoomed (maximale tele) tot een maximum van ca. 300 mm brandpuntsafstand (35 mm equivalent) als ook op een brandpuntsafstand van 50 mm (35 mm equivalent) bij een diafragma van F/4.0 of zo dicht als we dat kunnen benaderen.

Zichtbaar is dat de vervorming van de lens van de Casio Exilim EX-ZR1000 meevalt, maar niet bijzonder laag is.

{GRAPH|9137|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,157909-blue,172338-red,144695-blue,144695-blue}

{GRAPH|9131|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,157909-blue,172338-red,144695-blue,144695-blue}

We hebben de Casio Exilim EX-ZR1000 een aantal dagen meegenomen en er een paar honderd foto’s mee geschoten. Zodoende hebben we een behoorlijke indruk gekregen van de sterkere en zwakkere punten van de camera, voordat we deze aan de technische tests onderwierpen. We gaan in op een aantal gebruiksaspecten.

Gebruiksvriendelijkheid

De Casio ZR1000 is in de basis zeer vergelijkbaar met andere camera’s qua bediening. Ga je uit de automatische modus, dan doe je je er goed aan even na te denken over de instellingen die voor jou het best werken, met name voor het wiel rond de lens. De meestgebruikte modi zijn gewoon toegankelijk, maar wil je bijvoorbeeld actiescènes schieten met de scènemodi, dan moet je in het BS-menu duiken en dat is minder handig. De knoppen zijn voldoende groot en eenvoudig in te drukken, ondanks de compacte afmetingen van de camera. De gedetailleerde geheugeninstellingen voor diverse functies is erg handig, evenals de ‘gebruikersinstellingen’ stand op het functiewiel.

Snelheid & responsiviteit

De snelheid van de ZR1000 is een sterk punt en vaak echt een genot, van het aanzetten tot 30 foto’s achter elkaar vastleggen tot in- en uitzoomen: het gaat gewoon snel. Daardoor valt het echter des te meer op dat de camera soms flink wat tijd nodig heeft om het resultaat te verwerken. Zeker als je de buffer volschiet, moet je echt even wachten tot je weer door kan fotograferen. Een snel kaartje zal daarbij enigszins helpen. Hoewel de automatische stand heel acceptabele foto’s oplevert, zijn we niet enthousiast van het feit dat dit vaak gaat door een reeks foto’s achter elkaar te maken en dan de beste te bewaren, of een composiet te maken (afhankelijk van de gebruikte instelling). Hierdoor zit er namelijk een merkbare vertraging in je snelheid van fotograferen. Na een tijdje stap je daardoor over op de P-modus, wat eigenlijk alleen maar voordelen biedt voor de beeldkwaliteit (zie onder).

Functie-omvang

Er is weinig dat we missen op de Casio Exilim EX-ZR1000, maar toch valt er wat te verbeteren hier. Zo zouden de diverse opnamesnelheidinstellingen best onder een aparte knop mogen vallen, gecombineerd bijvoorbeeld met de zelfontspanneropties. Nu moet je het BS-menu in en dat is niet handig. Dat is echter meer een kwestie van gebruiksvriendelijkheid. Een scènemodus voor tegenlicht lijkt afwezig, al zal Casio daar wellicht de HDR-functie voor bestemd hebben – maar dat is niet hetzelfde. Aan de andere kant zit de belichtingscompensatie altijd onder handbereik, dus dit is niet heel hinderlijk. Functies die we wel echt missen op dit toestel dat toch al een hoger dan gemiddeld gadgetgehalte heeft zijn GPS en WiFi.

Beeldkwaliteit

Het belangrijkste is natuurlijk de kwaliteit van het eindresultaat en die is gelukkig heel behoorlijk. De slimme composietfuncties zorgen voor zelfs fatsoenlijke opnames bij slechte lichtomstandigheden. Ruis is wel zichtbaar maar niet bijzonder storend. In automatische stand zijn de kleuren naar onze smaak wat teveel verzadigd, maar dat is eenvoudig te corrigeren – hetzij door wat te spelen met de witbalans, hetzij achteraf. Sowieso is dit vooral zichtbaar bij opnames in auto-stand. Vanaf ISO-1600 is er duidelijk zichtbare achteruitgang in de beeldkwaliteit, maar mede door een vrij agressief vervagingsfilter valt de kwaliteit bij lagere instellingen erg mee, al boet je in aan scherpte. De ZR1000 kan echter prima meekomen in zijn prijsklasse en in sommige disciplines zal zeker de minder geoefende fotograaf sneller een geslaagd plaatje krijgen dankzij de vele voorgeprogrammeerde scène-instellingen.

Sensors binnen camera’s werken met drie primaire kleuren: rood, groen en blauw. De bouw van een lens kan er voor zorgen dat de drie verschillende kleurenspectra net even verschoven van elkaar op de sensor vallen. Zo’n verschuiving kan zorgen voor een wat minder scherp beeld en voor ongewenste ‘kleurrandjes’ rond objecten. We doen deze meting volledig uitgezoomed (maximale groothoek), volledig ingezoomed (maximale tele) tot een maximum van ca. 300 mm brandpuntsafstand (35 mm equivalent) als ook op een brandpuntsafstand van 50 mm (35 mm equivalent) bij een diafragma van F/4.0 of zo dicht als we dat kunnen benaderen. De waardes in de grafieken zijn een gewogen gemiddelde van het midden van de foto als ook de vier hoeken. Idealiter valt de verschuiving ruim binnen de pixel. Is de verschuiving groter dan één pixel, dan kan het effect duidelijk zichtbaar zijn.

In deze discipline scoort de Casio Exilim EX-ZR1000 erg goed.

{GRAPH|9150|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,157909-blue,172338-red,144695-blue,144695-blue}

{GRAPH|9142|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,157909-blue,172338-red,144695-blue,144695-blue}

Hoe hoger de ingestelde ISO-waarde van een camera, hoe lichtgevoeliger deze wordt. De foto’s worden helderder, maar tegelijkertijd wordt ook de ruis groter. Wij meten de door de camera geproduceerde ruis op de laagst mogelijke ISO-waarde, als ook (indien mogelijk) bij ISO 200, 400, 800, 1600, en zo verder tot het maximum.

Naast de grafieken met de ruisniveaus per ISO-waarde vergelijken we in het lijndiagram ook de iets goedkopere, maar qua functionaliteit vergelijkbare en recent geteste G1 van BenQ en de eveneens besproken G5 systeemcamera van Panasonic om een indruk te krijgen van hoe de ZR1000 zich verhoudt tot een rechtstreekse concurrent en een nog wat duurder, minder compact alternatief. In de nabije toekomst hebben we meer materiaal om te vergelijken met directere alternatieven.

Tot en met ISO-400 is het ruisniveau prima. Vanaf ISO-800 wordt de ruis storender en ISO-1600 zouden we alleen gebruiken voor situaties waarin kwaliteit minder belangrijk is. ISO-3200 is de facto onbruikbaar, al lijkt de grafiek een positiever beeld te schetsen: het ogenschijnlijk lage ruisniveau wordt veroorzaakt door zeer agressieve vervagingstechnieken.

In het dagelijks gebruik valt op hoe goed de resultaten zonder flits bij weinig licht zijn. De low-light composietmodus levert soms wat bewegingsonscherpte op bij bewegende objecten, maar in over het algemeen kan je uitstekende plaatjes schieten zonder flits. Het resultaat bij ISO-3200 in combinatie met de speciale weinig-licht modi is dan ook beter dan wanneer je in P-stand handmatig de ISO op 3200 zet en de camera diafragma en sluiter daarop laat aanpassen. Een typisch voorbeeld van een ingebouwde techniek die je niet met de standaardtest eenvoudig kan beoordelen – maar op de volgende pagina’s zijn enige avondopnames ingevoegd.

{LINEGRAPH|8836,8837,9193,9194,8838,8839|158438-green,163905-blue,172338-red}

De testfoto’s zijn klikbaar. Je krijgt dan een uitvergroting te zien.

{GRAPH|8836|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,158438-green,157909-blue,158438-green,172338-red}

Casio Exilim EX-ZR1000 White

{GRAPH|8837|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,158438-green,157909-blue,158438-green,172338-red}

Casio Exilim EX-ZR1000 White

{GRAPH|9193|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,158438-green,157909-blue,158438-green,172338-red}

Casio Exilim EX-ZR1000 White

{GRAPH|9194|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,158438-green,157909-blue,158438-green,172338-red}

Casio Exilim EX-ZR1000 White

{GRAPH|8838|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,158438-green,157909-blue,158438-green,172338-red}

Casio Exilim EX-ZR1000 White

{GRAPH|8839|142812-blue,139198-blue,129711-blue,145602-blue,137862-blue,143884-blue,144017-blue,146554-blue,149618-blue,162745-blue,147817-blue,149611-blue,148999-blue,158438-green,157909-blue,158438-green,172338-red}

Casio Exilim EX-ZR1000 White

Om buiten de grafieken een beeld te krijgen van de kwaliteit van de camera maken we altijd dezelfde testfoto, zowel met weinig licht (ca. 50 Lux) als met veel licht (850 Lux). Deze foto maken we zo dat ons doel de middelste circa 25% van de pixels beslaat en maken we op het midden van het zoombereik. Hieronder zie je de resultaten:

Casio Exilim EX-ZR1000 White

Casio Exilim EX-ZR1000 White

Hieronder zie je nog enkele testfoto’s. Let op: alle foto’s zijn gemaakt in automatische stand, zonder enige nabewerking. Alle foto’s zijn klikbaar voor een vergroting en informatie over de instellingen. Meer testfoto’s vind je op Flickr.

Casio Exilim EX-ZR1000
Groothoek

Casio Exilim EX-ZR1000
Maximum optisch zoombereik

Casio Exilim EX-ZR1000
Avondopname

Casio Exilim EX-ZR1000
Avondopname: de automatische kleurbalans is niet altijd even trefzeker

Casio Exilim EX-ZR1000

Casio Exilim EX-ZR1000
Deze foto is gemaakt recht tegen de zon in: de EX1000 kan behoorlijk goed overweg met tegenlicht.

Casio Exilim EX-ZR1000

Casio Exilim EX-ZR1000
Onder de ‘Art’-knop gaan wat ‘artistieke’ filters verscholen.

De Casio Exilim EX-ZR1000 is een hele leuke camera, in de letterlijke zin van het woord: je kan je alleen al uren vermaken met het uitpluizen van alle functies. Dat duurt misschien wat langer dan nodig omdat de indeling van de functies in de menu’s niet overal even logisch is, maar onder de streep is dit een camera voor wie houdt van experimenteren en voor wie perfecte beeldkwaliteit niet de eerste vereiste is. In die zin kan je wel stellen dat als je een Instagram-liefhebber bent en meer foto apps op je telefoon hebt dan spelletjes, de ZR1000 zeker op je verlanglijstje zou moeten staan. De functieomvang is veel groter dan die van de slimste smartphone en de zoommogelijkheden zijn al helemaal veel uitgebreider.

Helaas moesten we de camera retourneren voordat we het gebruik als videocamera helemaal konden uitdiepen, dus dat houd je van ons tegoed. Als fotocamera alleen rechtvaardigt de ZR1000 naar onze mening zijn toch vrij stevige prijs niet, maar de supersnelle filmopname mogelijkheid maakt het echt een all-rounder die we met een Silver Award belonen. Daarbij maken we wel nogmaals de proviso dat dit qua beeldkwaliteit niet de beste compactcamera is, maar qua functies wel een van de meest veelzijdige en simpelweg leuke toestellen om mee onderweg te zijn. De bovengemiddelde accuduur en slimme zaken als het instelbaal selectieve geheugen voor instellingen, 1000 fps-modus en ‘handsfree’ zelfontspanner zijn voorbeelden van zaken waarmee de ZR1000 zich echt onderscheidt en dat is voor ons voldoende reden deze camera aan te bevelen aan wie in de markt is voor een eigenwijze compact.

Pluspunten

  • Zeer snelle beeldverwerking
  • Snelle werking, respons en zoom
  • 1000 fps video-opnamefunctie
  • 30 bps continu-opname
  • Extreem veel functies en mogelijkheden
  • P/A/S/M-modi, incl. handmatig scherpstellen
  • Handige functiering rond lens
  • Bovengemiddeld goede avondopnames

Minpunten

  • Beeldkwaliteit is niet de beste
  • Hoge ISO’s bij P/A/S/M niet bruikbaar
  • Automatische modi hebben langere verwerkingstijd
  • Geen 720p 60p / 1080p 50p video-opname

{AWARD-FV-SILVER}
Casio Exilim EX-ZR1000

Casio Exilim EX-ZR1000 White

Noorderlichtfotografie met de Nikon 1

Van 7 tot en met 10 februari ben ik met een groep social media en astrofanaten naar Nellim in het uiterste noorden van Finland gereisd om daar een poging te wagen het Noorderlicht te fotograferen. Bij de voorbereiding ontstond bij mij het idee dat ik in plaats van de water- en stofbestendige D700 eigenlijk mijn Nikon 1 camera eens aan de tand wilde voelen. Dat scheelde tegelijkertijd ook een hoop gewicht, dus al snel was ik een klein tasje met mijn Nikon V1 en objectieven aan het inpakken. Maar is een systeemcamera als de Nikon 1-serie wel geschikt voor deze specialistische vorm van fotografie?

Aurora through the trees

Jammer genoeg was de nieuw aangekondigde 6.7-13mm ultra groothoek nog niet beschikbaar, ondanks mijn pogingen bij Nikon een vroeg productie model los te peuteren. Nikon Nederland vond het eigenlijk helemaal niet zo een goed idee deze “consumer grade” camera mee naar het poolgebied te nemen. Daar zit natuurlijk een kern van waarheid in. Omdat de Nikon V1 niet weathersealed is, zou vocht een probleem kunnen zijn. Ook de temperaturen ter plekke waren ver buiten specificaties. Mij leek dat juist geen beperking te zijn: alleen de accu’s zouden minder lang werken, maar dat is een kwestie van voldoende reserves meenemen, toch?

Nikon 1 kit

Uiteindelijk bestond mijn Nikon 1-kit uit de Nikon 1 V1 body met 10mm F2.8, 18.5mm F1.8 en de standaard 10-30mm en 30-110mm zoomobjectieven. Daarnaast had ik 4 EN-EL15 compatible accu’s bij me, 2 originelen en 2 chinese namaak accu’s, dit leek me voldoende om flink wat opnames te kunnen maken zonder te moeten laden. Als opslag had ik de nieuwste Sandisk Extreme Pro 16GB SDHC kaartjes met een doorvoersnelheid van 95MB/s. Sandisk is wat dat betreft verwarrend bezig, want mijn wat oudere SD Extreme Pro SDHC kaartjes hebben slechts 45MB/s doorvoersnelheid en deze zijn ook nog steeds te koop. Ook de class 10 identificatie is nietszeggend in dit geval. Dus goed opletten wat je besteld! Een draadloze ontspanner, in dit geval de ML-L3, is erg praktisch, zo niet noodzakelijk voor nacht- of aurorafotografie. Oh, en een stevig statief uiteraard!

Aangekomen stond ons een aangename temperatuur van -29 graden Celcius te wachten. Praktisch geen wind, dus gevoelsmatig viel het eigenlijk best mee, mits goed gekleed. In vliegtrips draag ik altijd zo min mogelijk kleding, dus mijn tshirt was wel wat frisjes onder mijn jas. Ach, gelukkig hoefden we niet lang buiten rond te hangen om de transfer richting hotel te halen. Het hotel lag op 40 minuten rijden van Ivalo airport in Nellim, een piepklein plaatsje op 68.4 Noorderbreedte, vlak bij het Inari meer, één van de grootste meren in Finland. Letterlijk in the middle of nowhere.

Het Inari meer, één van de grootste meren in Finland, in the middle of nowhere

Aangekomen in het hotel was de club bijna compleet en na een diner konden we al snel er op uit. Onze gastheren kwamen ons waarschuwen dat er al Noorderlicht te zien was en dat we allemaal naar het meer moesten gaan voor het beste uitzicht. Snel omgekleed. Nouja, snel is een relatief begrip in dit geval. Thermische onderkleding, skisokken, skibroek, fleecetrui, snowboots, winterjas, bivakmuts, col, binnen handschoenen, buiten handschoenen, camera, statief, objectieven, zaklamp, al met al ben je toch weer 15 minuten verder voordat je één stap buiten de deur gedaan hebt.

Bediening van de camera

Een camera zoals de Nikon V1 is lastig te bedienen met dikke handschoenen aan dus ik was blij dat ik dunne binnenhandschoenen aan had. Geen koude handen en toch goed de kleine knopjes op de camera kunnen bedienen. Bij het bedienen loop je eigenlijk tegen het grootste mankement van de Nikon 1 serie aan: alles zit in menu’s verstopt, en even snel ISO aanpassen is er niet bij. In dit soort gevallen is het dus raadzaam om voordat je op pad gaat al e.e.a. goed in te stellen, zodat je geen dingen vergeet of onnodige handelingen moet verrichten. Aangezien we eigenlijk net uit het vliegtuig waren, had ik dit dus niet gedaan. Thuis had ik wel al getest, dus de juiste instellingen waren snel geregeld. Nikon, als je dit leest: een aantal geheugenbanken om instellingen op te slaan zou handig zijn!

Aurora above Inari

Het noorderlicht (Aurora) was duidelijk te zien!

Wat is nu mijn conclusie van dit verhaal? Vooral dat je niet te bang moet zijn om je camera echt te gebruiken, ook al zijn de omstandigheden er niet naar. Sneeuw en kou zijn echt andere factoren dan regen en ik denk dat het laatste schadelijker is voor je camera dan wat kou en ijsafzetting. De Nikon V1 body is heel robuust en kan gelukkig tegen een stootje, daar is geen twijfel over. Zelfs nadat ik door onoplettendheid met onze Husky slee omkiepte en de camera onbedoeld als sneeuwschuiver gebruikte.

Me watching the Aurora

Zelfportret met de Aurora op de achtergrond

Over de geschiktheid van de Nikon 1 voor astrofotografie in het algemeen heb ik gemengde gevoelens. De kleine sensor is duidelijk niet gemaakt voor langere belichtingstijden, wat de harde limiet van 2 minuten belichting op B stand ook laat zien. Maar door goede keuzes te maken, niet te lang te belichten en in nabewerking eventueel te stacken krijg je hoge kwaliteit beelden. Het is echter allemaal net wat bewerkelijker dan bij fullframe camera’s. Voor het fotograferen van het Noorderlicht is deze beperking echter niet echt een probleem, omdat je belichtingstijden over het algemeen toch wat korter zijn en bij actieve aurora aardig wat licht komt kijken.

De precieze instellingen voor het fotograferen van Noorderlicht zijn lastig te samen te vatten. Veel is afhankelijk van de camera en objectief combinatie, maar ook de hoeveelheid lichtvervuiling speelt een grote rol. Bij Inari was van dat laatste praktisch geen sprake, waardoor je veilig wat langere opnames kon maken zonder dat je een oranje gloed in je foto’s kreeg. Noorderlicht heeft ook de eigenschap dat het beweegt, dus als je erg lange sluitertijden gebruikt, zullen de zogenaamde “streamers” (gordijnachtige sluiers) vervagen.

Sluitertijden en ISO

Het fotograferen van Noorderlicht is daarom een compromis tussen sluitertijd en ISO, waarbij je bij de laatste ook nog eens zo min mogelijk ruis wil hebben. Na wat experimenteren kwam ik uiteindelijk op 8 seconden bij ISO 800 op F2.8 uit. Hiermee was de belichting kort genoeg dat ik het detail van het Noorderlicht goed kon vastleggen terwijl de ISO waarde nog goed bruikbare foto’s zou moeten leveren.

Winter Aurora

Aurora achter de besneeuwde bomen

Ruisonderdrukking

De Nikon V1 heeft twee verschillende soorten ruis-onderdrukking in de camera. De eerste is High ISO ruis onderdrukking. Deze heb ik standaard AAN staan. Ten tweede is er de lange belichtingstijd ruisonderdrukking. Deze start bij sluitertijden langer dan 1 seconde. In deze modus maakt de camera na de normale opname van bijvoorbeeld 8 seconden nog één opname, een zogenaamde “dark frame”. Dit frame wordt dan van de originele opname afgetrokken om de door de lange belichtingstijd ontstane ruis (ook wel hot pixels genoemd) te verwijderen. Het grote nadeel van deze optie is dat dit voor ELKE opname gebeurt. Maak je dus een opname van 30 seconden, ben je een minuut kwijt voordat je de volgende foto kan maken. Stel je voor dat je een timelapse wil maken, dan gaat dat echt teveel tijd kosten. Een betere manier is dus om zelf een aantal dark frames te maken, heel simpel door een foto te maken met dezelfde instellingen als je gewone foto’s maar dan met de lensdop op het objectief. Naderhand kan je dan op je computer deze dark frames gebruiken om de hot pixels te verwijderen van je opnames. Hiervoor zijn speciale applicaties, maar het kan ook eenvoudig in Photoshop of Gimp.

Handmatig scherpstellen

Een ander belangrijk punt is focus! Autofocus is geen optie voor het fotograferen van de sterrenhemel of Noorderlicht. De camera krijgt te weinig licht om goed scherp te kunnen stellen (m.u.v. wellicht de Maan of Jupiter), en zal zeker de focus verkeerd hebben. Het eenvoudigst is het om je camera op oneindig in te stellen met behulp van manual focus. Of je richt je camera eerst op een helder object in de verte (bijvoorbeeld een lantaarnpaal) en schakel zodra je focus hebt de AF uit. Zorg dan dat je niet meer aan je objectief draait! De Nikon 1 camera’s hebben geen echte manual focus, hier moet je dus digitaal je focus instellen mbv het LCD scherm of EVF. Eigenlijk ook wel zo makkelijk, want je kan je focus niet meer per ongeluk veranderen zodra je hem ingesteld hebt. Alleen de beoordeling van de focus op het schermpje is wat lastig als je weinig heldere objecten in beeld hebt. Gelukkig heb je altijd wel mensen die hun LED zaklampen aan hebben als ze hun camera bedienen, maak hier gebruik van als ze ver genoeg weg staan om je focus goed te krijgen!

AuroraTweetup

Naast de technische zaken zijn er ook wat esthetische puntjes voor het fotograferen van Noorderlicht. Probeer altijd wat basis in je foto te krijgen. Alleen een Noorderlicht opname zonder voorgrond of basis is redelijk saai en kijkers krijgen helemaal geen indruk van het majestueuze lichtspektakel op die manier. Zorg dus voor een leuke voorgrond of op zijn minst een boomgrens die als basis kan dienen voor je foto. Sommige mensen vinden het leuk om met lightpainting een lichtspel effect te krijgen op de voorgrond. Anderen proberen in een meer de reflectie van het noorderlicht te vangen. Allemaal leuke en creatieve manieren om de foto’s net ietsje meer te geven. Maar vergeet vooral niet zelf te kijken, want wat je met je ogen ziet kan je niet altijd op de foto vastleggen.

Aurora at Nellim

Aurora boven boot

De Nikon V1 in de praktijk (-30 C)

Hoe hield de Nikon V1 zich onder deze extreme omstandigheden? Eigenlijk verrassend goed, zelfs boven verwachting. De metalen body wordt na een tijd blootgesteld te zijn aan -30C ijskoud natuurlijk. Zo koud dat ik de kou door mijn binnenhandschoenen door voelde. Ik raad iedereen af de camera te willen likken op dat moment, ook al ziet de body er nog zo goed uit, je tong zal zeker vastvriezen aan de body! Op een gegeven moment vormt zich zelfs een laagje ijs op de body en objectief, maar functioneel heeft de camera geen krimp gegeven. Alleen de LCD en EVF werden door de kou traag, waardoor je ook wat ghosting kreeg bij bewegende voorwerpen of als je door het menu heen navigeerde. Maar niets wat echt het fotograferen onmogelijk maakte. Het LCD (en EVF) waren wel beperkend in het maken van een compositie. Omdat het zo donker was, zag je bijna niets op het LCD, waardoor het richten van de camera eerder gokwerk was. Als je je camera door en door kent, is dat overigens geen probleem, je weet immers wat in je beeldveld valt en je kan altijd chimpen en compositie iets aanpassen. Vooral de horizon recht krijgen is vaak even uitproberen. Hier heb je dus zeker voordeel als je een gewone dSLR hebt, dan kan je gewoon door de optische zoeker kijken.

Cold Nikon 1 V1

De koude Nikon 1 na de fotosessie

Accu

Ook de accu’s hielden het goed vol. Goed, bij lange na niet zolang dan bij normale temperaturen, maar met een volle accu waren toch wel 150 foto’s te maken voordat de indicatie in het “rood” ging. Je houdt rekening met een flinke terugval in capaciteit, dus met 4 accu’s op zak zat ik nooit verlegen om een foto. De “lege” accu werd onder de kleding bewaard en vaak was er na opwarming weer ruim voldoende capaciteit om verder te fotograferen.

Minder last van ruis

Een groot voordeel van de kou was wel dat er minder last van ruis was. Althans, de lange belichtingstijdruis. Deze is mede afhankelijk van temperatuur en met -30C was de sensor lekker gekoeld, dus van hot pixels was bij 8 seconden belichting nauwelijks sprake, scheelt weer in nabewerken! Het is overigens bij specialistische astrofotografiecamera’s vaak zo dat deze tot ca -30C gekoeld worden met behulp van een Peltier koeler. Dat was in dit geval niet nodig 🙂

Of de camera na dit avontuur geen lange termijn schade heeft opgelopen moet zich nog uitwijzen. Het kan natuurlijk dat door het dooien van de camera er iets van vocht naar binnen gesijpeld is wat later corrosie kan veroorzaken en de hele camera kapot kan maken. Ik vermoed dat dit niet gaat gebeuren, want ook al is de camera niet weathersealed, een beetje ijs moet hij wel kunnen verdragen en ik heb natuurlijk gezorgd dat de camera niet in een tas verdween na het gebruik, zodat hij goed kon uitwasemen.

Cold Nikon V1

Na het fotograferen is het belangrijk dat een koude camera de kans krijgt om uit te wasemen

Canon Powershot S110 review

De Canon PowerShot S110 ziet er vrijwel hetzelfde uit als het vorige model. Dat was de S100, die op zijn beurt erg leek op voorganger S95. Kortom, het mag duidelijk zijn dat de camera’s in deze lijn wat althans betreft het uiterlijk niet echt grote veranderingen hebben ondergaan.

De S-serie wordt van binnen echter wel steeds verbeterd en dat gebeurt doorgaans in kleine stapjes. Ook de filosofie achter deze kleine krachtpatser lijkt hetzelfde gebleven. De S110 is een ultra-compacte camera op broekzak-formaat, met veel instel-mogelijkheden en een voor een compact-camera hoge beeldkwaliteit. Raw wordt ondersteund en kan tegelijkertijd of in plaats van jpg-bestanden worden weggeschreven. Een ingebouwd ND-filter (grijsfilter) van drie stops ontbreekt ook niet. Perfect dus voor de veeleisende (amateur)fotograaf die altijd een camera op zak wil hebben om mooie plaatjes te schieten zodra zich een fotokans voordoet.

Originele beelden

Alle foto’s in deze review zijn met de standaard-instellingen van de camera gemaakt en hebben we onbewerkt gelaten. Dit betekent dat er met Photoshop (Elements) of Lightroom nog meer uit de beelden te halen is, vooral als er met raw-bestanden gewerkt wordt. Wij hebben dus de kant-en-klare jpg-foto’s gebruikt en er is geen fotobewerking aan te pas gekomen. De nachtopname is in de M-stand geschoten, de overige foto’s in de Av-stand. Waar nodig is belichtingscompensatie toegepast. Ook de effectfoto’s achteraan dit artikel zijn zoals ze uit de Canon PowerShot S110 komen rollen. De Super Slowmotion filmpjes zijn ingekort met behulp van de S110 (knippen in de afspeelstand).

We vinden een sensor met 12,1 miljoen pixels in de doos. Gelukkig zit er meteen ook een camera omheen 😉  De zoomlens van de PowerShot S110 heeft een mooi bereik dat begint bij een riante 24 millimeter groothoek en doorloopt tot maar liefst 120 millimeter tele. Een prima zoombereik dus waarmee je veel fotosituaties de baas bent.

Het ruime bereik van de 24-120 zoomlens (mouseover)

Een groot verschil ten opzichte van de S100 is de toevoeging van een aanraakscherm. Hoewel het nog niet op alle punten zo ver is doorgevoerd als we graag zouden willen, maakt het de bediening eenvoudiger. Ook nieuw is WiFi. Foto’s kunnen nu draadloos naar een ander apparaat worden overgezet, of rechtstreeks vanuit de camera online geplaatst worden op bijvoorbeeld Facebook. De camera kan ook zelf als draadloos toegangspunt dienen om foto’s naar je smartphone of tablet over te pompen. Erg handig.

Wat we zijn kwijtgeraakt is de kleine verdikking  aan de voorzijde, het steuntje voor de vingers. Aan de achterzijde zit nog wel een lichte verdikking voor de duim. Misschien minder prettig voor sommigen, zelf hebben we absoluut geen last gehad van het ontbreken van de ‘voorgrip’.

Opmerkelijk is dat de gps-ontvanger die pas met de S100 werd geïntroduceerd, meteen weer is afgevoerd. In de Canon PowerShot S110 zul je hem tevergeefs zoeken. Geotaggen, het vastleggen van locatie-gegevens in foto’s, kan echter nog steeds via een kleine omweg.

Van Canon ontvingen wij een witte testcamera. Hoewel we zelf altijd graag met een zwart exemplaar rondlopen, combineert de kleur wit erg mooi met de zilveren en grijze details van de behuizing. Het toestel ziet er echt mooi uit. Voor wie niet zo bekend is met de S-serie van Canon, deze kleine camera kan volledig automatisch werken, half-automatisch, maar desgewenst ook handmatig ingesteld worden. De hoeveelheid informatie op het scherm is instelbaar. Een histogram zit daar ook bij, evenals een waterpas voor het horizontale vlak (digitale horizon).

Zelfs tijdopnamen in de M-stand zijn mogelijk

Voor iedereen heeft het toestel passende middelen aan boord om de best mogelijke foto te maken. Bovenop de camera zit een draaiknop waarmee snel van stand gewisseld kan worden, zoals de overbekende P, Av, Tv en M, maar ook Auto, de Scènes en uiteraard een stand speciaal voor het filmen. Een setje eigen instellingen opslaan kan onder de C van Custom.

Aan de voet van de lens zit een ring en door deze te verdraaien kan op eenvoudige wijze een zelf aan te wijzen instelling gewijzigd worden. De draairing heeft een duidelijk voelbare en (misschien iets te) hoorbare klik.

Aan de achterzijde zit behalve een aantal ‘losse’ knoppen ook nog een gecombineerde draai-/druk-/kantelknop. Met dat wieltje is weer een andere instelling te wijzigen.

Via de lensring pas je een instelling zoals belichtingscompensatie aan

Zo zijn er altijd twee instellingen die je ogenblikkelijk kunt aanpassen. Voor de andere instellingen moet je iets meer moeite doen, maar ze zitten ook weer niet diep in een menu verstopt. Je kunt dus vrij snel op een situatie reageren.

De Canon S110 is trouwens een heerlijke camera om mee te filmen. Je steekt het toestel immers zo bij je en zodoende ben je op werkelijk elk moment in staat om filmmateriaal van hoge kwaliteit te schieten. Filmen kan in 1920×1080 (Full HD, 24 fps), 1280×720 (HD, 30 fps) of 640×480 (SD, 30 fps). Het aantal beeldjes per seconde hangt af van de resolutie en zelf omschakelen is er dus helaas niet bij. Tijdens de opname blijft de camera netjes scherpstellen en zoomen, dat blijft gelukkig ook mogelijk.

Een stereomicrofoon is aanwezig. Er is geen aansluiting voor een losse microfoon. Een ietsiepietse jammer is dat het aanraakscherm in de filmstand niets doet. Daar had Canon toch wel iets leuks (en desnoods nuttigs 😉 voor kunnen bedenken? Filmen kan overigens in elke camerastand simpelweg door op de rode opnameknop aan de achterzijde te drukken. Fotograferen en filmen heeft dus elk een eigen ontspanknop.

Je hoeft om te filmen dus niet per se via de draaiknop naar de filmstand te gaan. Doe je dat wel, dan heb je wel ineens meer instel-mogelijkheden en ook verspringt het beeldscherm dan naar de beeldverhouding voor film. In de fotostanden is de beeldverhouding vier op drie (tenzij je een andere uitkiest in het menu) en pas zodra je op de filmknop drukt verspringt het beeld. Dat maakt het wat lastiger om goed te kadreren, want je raakt beeldinformatie aan boven- en onderzijde kwijt zodra het filmen start.

Slow-motion

Leuk extraatje is dat je kunt overschakelen naar Super Slow-motion. Er wordt dan ineens met naar keuze 240 of 120 beeldjes per seconde gefilmd, waardoor snelle bewegingen die met het blote oog haast niet te zien zijn, goed in beeld zijn te brengen. Afspelen gebeurt op normale snelheid, waardoor de weergave vertraagd plaatsvindt (minder beelden per seconde dan bij de opname). Dat ziet er al snel heel spectaculair uit.

Erg jammer is dan weer wel dat de camera deze snelheid alleen haalt door de resolutie drastisch te verlagen naar 320 bij 240 pixels (bij 240 beelden per seconde) of het wat redelijker 640×480 (120 beelden per seconde). Vooral bij de hoogste snelheid houdt de beeldkwaliteit niet echt over, zeker niet bij afspelen op een scherm groter dan dat van de camera zelf.

Het aanraakscherm is op meerdere momenten en manieren te gebruiken. Zo kun je ermee door het menu bladeren en instellingen aanpassen. In de afspeelstand veeg je door al je gemaakte foto’s. Nog interessanter is dat er razendsnel mee is aan te gegeven op welk punt de camera moet scherpstellen. Op de ouderwetse manier een scherpstelpunt kiezen, via knoppen dus, is op veel camera’s een beetje omslachtig en tijdrovend. Vooral in dynamische omgevingen waar je maar weinig reactietijd hebt, mis je dan al snel mooie fotokansen.

Nu tik je heel even het juiste plekje op het scherm aan en de scherpte is in een oogwenk geregeld. Je hoeft alleen nog maar op de ontspanknop te drukken en je hebt een foto. Heb je een onderwerp aangetikt en verplaatst het zich of verander je zelf de compositie, dan blijft de focus netjes het onderwerp volgen dankzij Focus Tracking. Zelfs als het onderwerp even uit beeld verdwijnt.

Dankzij Touch AF wijs je op het scherm aan wat scherp moet zijn

Afdrukken met een tik op het scherm kan ook. Deze Touch Shutter moet wel eerst in het menu worden aangezet, maar komt dan in de plaats van Touch AF. Je zult dus voor de een of de ander moeten kiezen. Handiger was het geweest als dit omschakelen via een pictogram op het scherm gebeurde (zoals bij sommige concurrenten), dat werkt namelijk veel sneller. Je kunt er moeilijk steeds het menu voor induiken.

Nadelen kan een aanraakscherm natuurlijk ook hebben. Bij een compacte camera als de PowerShot S110 raak je natuurlijk al snel het scherm aan en daarmee kan onbedoeld het scherptepunt veranderen. Al is dat tijdens onze praktijktests niet vaak gebeurd, is het wel iets om op te letten. Een virtuele blokkeerknop (op het scherm dus) zou volgens ons dan ook een nuttige toevoeging zijn (ook dit kennen we van enkele concurrenten). Feit is dat een aanraakscherm enorm handig is, maar je het soms gewoon even wilt blokkeren.

Het scherm kan ook als ontspanknop gebruikt worden. Tik ergens en je maakt een foto

De Canon PowerShot S110 beschikt over een WiFi-module. Erg handig, want net als met je smartphone kun je foto’s nu rechtstreeks vanaf de camera delen via het internet. Er moet dan wel een draadloos netwerk in de omgeving zijn waarmee je verbinding kunt krijgen. De camera kan ook zelf als toegangspunt dienstdoen. Waar je ook bent, door dan met je smartphone of tablet verbinding met het toegangspunt op de camera te maken, kun je dan alsnog foto’s naar bijvoorbeeld je telefoon overzetten, ze eventueel bewerken en daarna online zetten via het mobiele telefoonnetwerk. Verbinden kan ook met een computer, andere camera, webdiensten zoals Canon Image Gateway, of een printer (via PictBridge DPS). Instellen is wel wat gepriegel en te vaak moeten de gegevens van het (uiteraard beveiligde) netwerk weer helemaal opnieuw ingegeven worden.

Verder is het mogelijk je foto’s in de camera van locatiegegevens te voorzien. Maar er zat toch geen gps-module in de S110? Dat klopt, maar die zit wel in je telefoon. Door een gratis app op je telefoon (of tablet) te installeren en daarna draadloos verbinding met de PowerShot S110 te maken, krijgen je foto’s alsnog locatiegegevens. Dat mag je doen wanneer het gelegen komt, de toestellen hoeven dus niet continu in verbinding te staan. Bijvoorbeeld ‘s avonds als je weer thuis of in je hotelkamer bent. Je belast nu de batterij van je telefoon zo wat meer, in plaats van die in de camera. Waarschijnlijk is gps in je telefoon toch al vaak actief, bijvoorbeeld tijdens het navigeren of raadplegen van een kaart.

Met de camera als toegangspunt, bewerk en deel je foto’s ‘live’ via je smartphone

Aan de lensring kan een camerafunctie naar keuze worden toegekend. Zoals diafragma, sluitertijd, belichtingscompensatie of zoomen. Welke functie, dat bepaal je zelf via het menu. Dat was al zo op eerdere modellen, maar nu is er een handigheidje bijgekomen. Aan de rechterzijde van het scherm is een grijs randje te zien. Tik erop en een virtueel draaiwiel komt in beeld. Veeg vervolgens met je vinger over het wiel om tijdelijk een andere functie aan de lensring toe te kennen.

Snel even een andere functie aan de lensring toekennen

Haal je vinger niet meteen weg, want zolang je het virtuele wiel ingedrukt houdt, kun je die instelling veranderen door (met je andere hand) aan de lensring te draaien. In de M-stand is dat helemaal super, want nu kun je enorm snel schakelen tussen diafragma, sluitertijd en iso-waarde. Haal je vinger van het scherm en de oorspronkelijke functie is weer hersteld.

Snel schakelen tussen instellingen kan zonder het menu in te duiken

De Canon PowerShot S110 is snel met scherpstellen en ook het volgen van onderwerpen gaat heel behoorlijk. Enkele generaties geleden gebeurde dat nog een stuk trager. Vooral in de groothoekstand gaat alles lekker vlot, dan is de lichtsterkte van de lens natuurlijk ook het beste. Ingezoomd heeft de camera soms wat meer moeite, vooral als het licht afneemt of als er toch al minder contrast is. De lens is dan ook een stuk minder lichtsterk.

Scherpstellen in groothoek bij goed licht gaat razendsnel

Wat erg jammer is bij de S110 is de nog steeds erg lange tijd tussen twee opnamen. Je kunt niet lekker ‘doorschieten’ (er is uiteraard wel een continu-stand). De camera stelt snel scherp, maar na het maken van een foto gaat het scherm lang op zwart. Wel zo’n twee seconden! Je kunt niet lekker vlot door-fotograferen, iets wat storend is. Je mist er fotomomenten door. Bijvoorbeeld als een geportretteerde net knippert en er vlak erna ineens een prachtig moment volgt – die mis je dan gegarandeerd. In twee seconden tijd loop je in (te) veel situaties mooie fotokansen mis.

Tussen twee opnamen is de wachttjd lang en mis je mooie momenten

De vertraging treedt zelfs op als we via het menu uitschakelen dat gemaakte foto’s getoond worden. Ook een ultrasnelle geheugenkaart maakte geen verschil. De vertraging bleef. Alsof er geen buffergeheugen is en alle data eerst naar de kaart geschreven moet worden.

Beeldkwaliteit

Wat betreft beeldkwaliteit doet de Canon PowerShot S110 het goed, maar hij stijgt niet echt boven de concurrentie uit. De witbalans is zeer accuraat, met nauwelijks een afwijking. De beeldkwaliteit op hogere lichtgevoeligheden is zeker niet slecht voor een compactcamera, maar hij scoort daar wel in de bovenste regionen, oftewel slechter dan andere recent geteste compactcamera’s.


chart (25)

chart (26)

Conclusie

De Canon PowerShot S110 is net als zijn voorgangers een mooie compacte camera met veel instelmogelijkheden en een voor een compactcamera goede beeldkwaliteit. Het zoombereik is lekker ruim (24-120), het nieuwe aanraakscherm is handig maar kan nog wat worden doorontwikkeld en  WiFi is best een welkome aanvulling. Jammer blijft dat de gps-ontvanger weer is verdwenen, al zal dat de accuduur zeker ten goede zijn komen. Die accu is namelijk ook zonder gps (en uitgeschakelde WiFi) best snel leeg. De S110 is een leuke camera voor wie hoge beeldkwaliteit in een zo klein mogelijke behuizing zoekt. Je neemt het toestel echt overal mee naartoe zonder er ‘last’ van te hebben en komt met prima beelden thuis.

Er zijn wel kapers op de kust. Systeemcamera’s worden steeds kleiner, goedkoper en beter. Ook verschijnen er nieuwe compacte camera’s, ongeveer even groot als de kleinste compactcamera’s, maar dan wel met grote sensoren en de bijbehorende verbeterde beeldkwaliteit en extra creatieve mogelijkheden. Ja, de S-serie in de huidige vorm zal het misschien nog moeilijk krijgen.

{AWARD-FV-SILVER}

Canon PowerShot S110

Pluspunten

  • Draadloze mogelijkheden (WiFi)
  • Aanraakscherm
  • Super Slowmotion
  • Raw
  • Uitgebreid en toch superklein

Minpunten

  • Vertraging tussen opnamen
  • Capaciteit accu
  • Geen GPS meer
  • WiFI-instellen gaat wat omslachtig

Over de reviewer

Kees Krick is freelance schrijver en fotograaf. Hij werkt voor diverse fotografie- en computerbladen en bedrijven. Verder is hij auteur van de boeken Licht en belichting en Kinderen in de fotografiereeks van Pearson Education.

Enkele foto-effecten

 

Nikon D5200 review

De Nikon D5200 – de opvolger van de D5100 – is een geavanceerde instapcamera die boven de D3100 en D3200 gepositioneerd is. De nieuwe 24 megapixel-sensor en de Expeed 3 beeldprocessor zijn identiek aan die van de D3200, maar verder heeft de Nikon D5200 hetzelfde AF-systeem, dezelfde lichtmeetsensor en hetzelfde systeem voor onderwerpherkenning als de semi-professionele Nikon D7000-serie. In die zin maakt hij een interessante sprong naar boven, ten opzichte van zijn voorganger. Waar de D5200 zich vooral mee onderscheidt ten opzichte van andere Nikon camera’s is het kantelbare scherm (alleen de 5×00-serie is hiermee uitgerust). De lichtgevoeligheid gaat van ISO 100 tot en met 6400 en is optioneel uitbreidbaar tot ISO 25.600. De RGB-meetsensor bevat 2016 pixels en de camera kan 5 foto’s in één seconde schieten. De filmstand is ook verbeterd en kan nu in de 1080p modus 24, 25 of 30 bps aan en in 720 zelfs 50 en 60 bps. Het geluid wordt in stereo opgenomen en de camera blijft continu scherpstellen. Verder bevat de D5200 naast actieve D-Lighting ook een HDR-modus. Wat betreft specificaties lijkt de D5200 een serieuze concurrent voor de semi-professionele D7000 te worden, maar maakt hij dat in de praktijk ook waar?

De D5200 heeft een adviesprijs van € 809 voor alleen de body en € 919 inclusief de 18-55 VR kitlens. De straatprijs voor alleen de body ligt zo rond (of iets onder) de € 700. Hij is wereldwijd beschikbaar in verschillende kleuren, maar in de Benelux zul je hem waarschijnlijk alleen in het zwart aantreffen.

Belangrijkste specificaties:

  • CMOS-beeldsensor met 24,1 megapixels en Expeed 3 processor
  • Kantelbare lcd-monitor van 7,5 cm (3,0 inch), 921.000 beeldpunten
  • Compatibel met draadloze mobiele adapter WU-1a
  • Hoge ISO-waarden (100-6400), uitbreidbaar tot 25.600
  • 39-punts AF-systeem met negen kruissensoren in het midden,
  • RGB-meetsensor met 2016 pixels
  • Continu-opnamen van 5 bps
  • HDR (hoog dynamisch bereik)
  • Actieve D-Lighting
  • D-film: Full HD-films (1080p) tot 60i/50i en een ingebouwde stereomicrofoon
  • Autofocus bij D-films
  • Ingebouwde stereomicrofoon voor hogere geluidskwaliteit
  • Nieuwe gebruikersinterface
  • 16 onderwerpstanden
  • Zeven effecten, waaronder Selectieve kleur en Miniatuureffect, die al tijdens de opname kunnen worden toegepast.
  • Compatibel met de draadloze transceiver WR-R10 en de draadloze transmitter WR-T10, waardoor belangrijke camerafuncties via radiofrequenties op afstand kunnen worden bediend
  • GPS-optie: compatibel met de optionele GPS-eenheid GP-1

Qua specificaties heeft Nikon met de D5200 voortgeborduurd op die van de D5100, maar zijn er componenten van zowel de goedkopere D3200 als duurdere D7000 gebruikt. Puur en alleen wat betreft beeldkwaliteit zal de D5200 niet beter zijn dan de D3200 aangezien ze dezelfde sensor delen, maar de D5200 heeft verder wel betere specificaties die belangrijk kunnen zijn tijdens het fotograferen.

Autofocus

Eén van die verbeteringen is de autofocus. Nikon gebruikt daarvoor namelijk de basis van de D7000, wat resulteert in 39 scherpstelpunten! Dat zijn er zoveel dat je op dat vlak nauwelijks nog kunt spreken van een instapper. Negen van de 39 punten (in het midden) zijn kruislingsgevoelig. Dat maakt de D5200 ook geschikt voor actie waarbij het onderwerp snel beweegt (zeker in combinatie met de vijf beelden per seconde).

De autofocuspunten van de nieuwe Nikon D5200

De D5200 van de bovenzijde. Ga met je muis op de afbeelding staan om deze met de D5100 te vergelijken. Zoals je ziet heeft de D5200 een extra knopje gekregen (rechts naast het programmawiel en een stereomicrofoon).

De body van de D5200 is niet schokkend veranderd ten opzichte van zijn voorganger. Sterker nog, hij is aan de bovenzijde nagenoeg identiek. Wat nieuw is, is een extra knop waarmee je de zelfontspanner en het aantal beelden per seconde snel kunt instellen. Verder is er boven de flitser een stereomicrofoon toegevoegd. Het programmawieltje is helemaal identiek. Ook aan de achterzijde zijn er nauwelijks verschillen. Alleen de ronde selectieknop en het rubberen rustvlak voor je duim zijn wat van vorm veranderd.

De D5200 aan de achterzijde. Ga met je muis op de afbeelding staan om deze met de D5100 te vergelijken.

Kantelbaar scherm

De unieke eigenschap van de D5200 is het kantelbare schermpje. Het begon allemaal met de D5000 die de eerste Nikon spiegelreflex was met een kantel- en draaibaar scherm. Dast was echter een afwijkend ontwerp waar nogal wat kritiek op kwam doordat het scherm zich bij het uitklappen zich niet aan het zijkant, maar aan de onderkant bevond (onhandig als de camera op een statief staat). Sinds de D5100 is dat gecorrigeerd en bij de D5200 is die wijziging intact gebleven, zonder nieuwe toevoegingen.

Net als de D3200 is de D5200 niet standaard voorzien van wifi en gps. Je kunt dit wel toevoegen door middel van accessoires. De GPS-unit (GP-1) wordt bovenop de flitsvoet geplaatst en met een losse kabel verbonden met de body. Die kabel is wel wat jammer, want Canon laat zien dat het ook zonder kabel kan (bij de nieuwste modellen althans). Voor wifi is de WU-1a beschikbaar. Daarmee kun je de camera onder andere besturen met een Android of iOS smartphone (of tablet).

De D5200 beschikt niet standaard over een gps, maar is daar wel mee uit te breiden

Menu

De weergave van het menu ziet er zoals we van Nikon gewend zijn overzichtelijk en fraai vormgegeven uit. In één oogopslag die je de belangrijkste instellingen, los van primaire zaken als de sluitertijd en het diafragma.

Bediening

We hebben enige tijd met de Nikon D5200 kunnen werken en dat viel niet tegen. De knoppen zijn goed gepositioneerd en de body voelt degelijk aan en is prettig te bedienen. Een ISO-knop ontbreekt, maar die functie is wel terug te vinden onder de programmeerbare Fn-knop (onder de flitsknop), die met de duim bereikbaar is. De live view-schakelaar werkt vlot en prettig en de opname-knop ernaast is prima om snel over te schakelen op filmen. Die knop kun je na een tijdje blindelings vinden, maar in het begin kan het even oefenen zijn, omdat je geen goed zicht hebt op de knop en hij niet afwijkend voelt van de andere knoppen in de buurt. De autofocus is tijdens live view en video wel wat aan de trage kant, maar wel sneller dan bij de grootste concurrent. Als je een bepaalde functie in het menu zoekt en de Nikon-structuur niet gewend bent, dan is het wel even zoeken, maar dit is een kwestie van gewenning.

Een ISO-knop ontbreekt, maar de programmeerbare Fn-knop biedt die functie wel

De videoknop is vanaf de achterzijde niet altijd goed te zien

Wifi en gps

We hebben de Wifi- en GPS-capaciteiten van de camera tijdens de test niet benut, maar het is wel prettig dat je de camera hier altijd nog mee kunt uitbreiden voor relatief lage bedragen. Nog mooier was het geweest wanneer wifi- en/of gps-functionaliteit gewoon standaard geïntegreerd was in de body. Met name omdat het – nog los van de aanschaf – niet heel praktisch om allerlei losse items op de body te bevestigen (waardoor je de flitsvoet kwijtraakt of waardoor de openingen kwetsbaarder worden voor bijvoorbeeld regendruppels).

Of dergelijke functionaliteit in jouw persoonlijke situatie belangrijk is, kunnen wij niet bepalen. Het feit is echter wel dat wifi heel praktisch kan zijn. Niet zozeer om foto’s online door te sturen, maar vooral om je camera op afstand te kunnen bedienen met een smartphone. Gps functionaliteit is vooral handig wanneer je bij wilt houden waar je foto’s gemaakt zijn.

De D5200 is optioneel uit te breiden met wifi- en gps-functionaliteit

Alles is niet altijd rozengeur en maneschijn, dus we hebben tijdens een review altijd wel wat kanttekeningen te plaatsen. Maar heel veel of heel zwaarwegend zijn ze niet dit keer. De D5200 is gewoon een prima camera die best een flinke stap gemaakt heeft ten opzichte van zijn voorganger, met name dankzij het superieure autofocussysteem (van de D7000). Tegelijkertijd is de camera verder niet schokkend veranderend.

Geen touch

Het kantelbare scherm is nog steeds een van de grootste unieke punten. Als je Nikon camera met een kantelbaar scherm wilt, dan is de D5200 de enige en beste keus. Maar het scherm is niet verder verbeterd met bijvoorbeeld een aanraakgevoelige laag. Dat zou de bediening van de camera nog een stukje makkelijker maken.

Geen autofocusmotor

We hebben het eerder genoemd in reviews, dus we gaan er niet al te veel woorden aan vuil maken, maar net als zijn voorganger moet de D5100 het doen zonder eigen autofocusmotor. Je hebt AF-S objectieven nodig (of third party lenzen met eigen af-motor). In de praktijk is dit geen groot probleem, aangezien Nikon een zeer groot aanbod AF-S lenzen heeft en andere lensfabrikanten als Sigma en Tamron speciale Nikon versies hebben uitgebracht met een eigen autofocusmotor. Het overgebleven nadeel is dat je als bezitter van de D5200 wat beperkter bent in het aankopen van tweedehands objectieven, zoals AF-D primes. Daarvan werkt de autofocus dan niet, in tegenstelling tot bij andere Nikon camera’s zoals de D7000 of D90.

Autofocus tijden video en live view

De D5200 blinkt uit met zijn autofocus dankzij de 39 af-punten. Tijdens live view en video is dit voordeel beperkt, want hoewel de scherpstelling acceptabel is, is het merkbaar trager. Fabrikanten als Olympus, Panasonic en Sony hebben dit wat beter onder de knie. Het is daarom jammer dat Nikon geen gebruik heeft gemaakt van technologie die al in huis is: geïntegreerde af-diodes op de sensor. De autofocus van de Nikon 1 systeemcamera blinken op dat vlak juist enorm uit. En ook fabrikanten als Canon, Sony en Samsung maken inmiddels gebruik van deze techniek. Iets degelijks had de D5200 echt helemaal ‘af’ gemaakt.

24 megapixels

Net als bij de D3200 (die met dezelfde sensor is uitgerust) hebben we wat vraagtekens bij de enorme resolutie van 24 megapixels. Er zijn fotografen die deze resolutie wel benutten, maar voor een groot deel van de consumenten is dit totaal oninteressant. De stap van 16 megapixels (van de D5100) naar 24 is best flink. Dat had wat ons betreft ook gewoon 18 of 20 megapixel mogen zijn. Maar Nikon kon eigenlijk niet meer anders toen men het instapmodel (de D3200) van een 24 megapixel-sensor had voorzien. Zoals eerder getest is het optisch vermogen hoger dan wat de standaard 18-55mm kitlens aan kwaliteit kan leveren. Het is dus aan te bevelen om vooral voor een kwalitatief beter lens te kiezen als je voor de D5200 gaat.

De D7000

Dankzij de verbeteringen nadert de nieuwe D5200 zijn grote broer, de D7000, op een aantal vlakken. Toch zijn er nog voldoende verschillen. Zo is de D7000 uitgerust met twee geheugensloten (net als de D600 en D800), waardoor je bijvoorbeeld de een voor JPEG en de ander voor RAW kunt gebruiken. Ook is de D7000 nog een stuk degelijker gebouwd, met een body van magnesium legering en goede afdichtingen. Ook het knoppenspel van de D7000 is behoorlijk uitgebreider, waardoor je minder snel het menu in hoeft te duiken. Ook heeft de D7000 twee instelwielen, wat de bediening nog wat vlotter maakt. De verschillen zijn kleiner geworden, maar ze zijn er nog wel.

De beelden die uit de D5200 rollen zijn prima. De scherpte en het contrast is prima, zelfs met de kitlens. Maar een scherpe prime of een lens als de 18-135mm kan nog wel meer uit de camera halen. Wel merkten we af en toe dat de camera wat moeite had met felle lichten, waardoor in situaties met een hoog contrast een foto met wat overbelichte delen ontstaat. D-Lighting kan dan helpen, maar dat hebben hadden wij in het grootste deel van de test bewust uitstaan (omdat we zo min mogelijk softwarematige bemoeienis wilden van de camera). Ook bij matig licht kan de D5200 prima uit de voeten. Hij blijft goed scherpstellen en de ruis is redelijk onder controle (zij het niet zo goed of beter dan de D5100 op hoge ISO’s).

Testfoto’s

Hieronder staan een aantal voorbeeldfoto’s (klikbaar).

Nikon D5200 testNikon D5200 testNikon D5200 testNikon D5200 test

Nikon D5200 test Nikon D5200 test Nikon D5200 test

Nikon D5200 test

Beeldkwaliteit

De D5200 kan bij alle situaties wel uit de voeten, ook bij matig licht. Ook op hogere lichtgevoeligheden vanaf ISO 1600 en 3200 zijn de resultaten goed, maar de kanttekening die we daarbij moeten maken is dat de de oude sensor van de D5100 en D7000 het nog net een stukje beter doet. Tot en met ISO zien de resultaten er uitstekend uit. Vanaf ISO 3200 wordt ruis met name in egale delen zichtbaar en vanaf ISO 6400 loopt dat nog een stukje op. De D5200 kent dan nog Hi1 (ISO 12.800) en Hi2 (25.600) en een aantal tussenliggende standen, maar de kwaliteit gaat dan heel snel achteruit. Als het even kan zouden we die proberen te vermijden.

ISO 800, 1600, 3200 en 6400

ISO 3200, 6400, 12.800 en 25.600

chart (27)

Conclusie

De D5100 was één van de best lopende Nikon camera’s en de D5200 zal deze rol ongetwijfeld gaan overnemen. De camera is niet revolutionair veranderd, maar wel verbeterd. Zo zijn er wat knoppen toegevoegd, heeft de D5200 de autofocus-module overgenomen van de D7000 (39 af-punten!) en is hij uitgerust met een 24 megapixel-sensor (dezelfde als de D3200). De resolutiesprong van 16 naar 24 megapixels is wat ons betreft wat overkill voor de doelgroep, maar cijfermatig had een D5200 met minder pixels dan de D3200 een psychologisch probleem opgeleverd. De resolutie stelt in ieder geval hogere eisen aan het gebruikte objectief. Het zou zonde zijn om de 18-55mm kitlens als enige lens op de D5200 te gebruiken. De D5200 levert zeer goede beeldkwaliteit, maar het is wel opvallend dat de voorgaande 16 megapixel-generatie (D5100/D7000, NEX-5N) het in slechte lichtomstandigheden een stukje beter doen.

Het kantelbare scherm is een uniek pluspunt van de D5200 (en D5100) omdat je daarmee creatiever (en eenvoudiger) vanuit lastige hoeken kunt fotograferen, zoals laag bij de grond of hoog in de lucht. Ook is het een groot pluspunt dat je de D5200 voor een geringe meerprijs kunt uitrusten met een gps- en een wifi-module. Al was het natuurlijk nog mooier geweest als Nikon deze standaard geïntegreerd had. Dat had de opgevoerde prijs ten opzichte van de D5100 ook wat goedgemaakt. De adviesprijs van de D5100 was oorspronkelijk € 699 voor de body, maar D5200 is ruim € 100 duurder met een prijskaartje van € 809. Met 18-55 VR kitlens wordt dat € 919. De marktprijzen liggen natuurlijk een stukje lager.

Kortom, de D5200 schuurt behoorlijk tegen de D7000 aan, zij het met een plastic body, wat minder bedieningselementen en een afwijkende sensor. Vanwege de goede specificaties en op basis van de resultaten uit onze praktijktests belonen we de Nikon D5200 met een Silver award.

.

Pluspunten

  • Goede beeldkwaliteit
  • Kantelbaar lcd-scherm
  • Snelle autofocus (39 autofocus-punten)
  • Continue autofocus tijdens video en live view
  • Optionele betaalbare wifi-module (Android en iOS)
  • Optionele gps-module
  • Stereo microfoon
  • Microfoon aansluiting
  • 5 bps
  • Programmeerbare Fn-knop

Minpunten

  • Resolutie hoger dan de optiek van de kitlens kan benutten
  • Autofocus relatief traag tijdens video/live view (geen geïntegreerde af-diodes)
  • Geen ingebouwde AF motor
  • Prijs wat gestegen t.o.v. D5100 (adviesprijs)

 

eBook review: The Complete Guide to Sony’s Cybershot RX-100

Wie de Sony RX-100 snel wil doorgronden en optimaal gebruik wil maken van de vele mogelijkheden en instellingen, kan eigenlijk niet zonder ‘The Complete Guide to Sony’s Cybershot RX-100’ van Gary L. Friedman. Nog sterker, Sony zou dit boek standaard met de camera mee moeten leveren. Want het is toch wel erg vreemd dat deze enorm geavanceerde camera die ook nog eens een behoorlijk prijskaartje heeft, uit te leveren zonder diepgaande gebruikershandleiding. Vrijwel alle instellingen en mogelijkheden worden door Friedman uitgebreid en duidelijk besproken. Een nadeel is de hoge prijs. Want liefst $21,45 zijn wij echt niet gewend om voor een e-book te betalen (al is het aantal pagina’s indrukwekkend). Ook hadden we graag wat meer praktische tips van de schrijver als ervaringsdeskundige gezien, vooral ook omdat het niet op beginners maar gevorderden is gericht.

meer info
The Complete Guide to Sony’s Cybershot RX-100
Gary L. Friedman
Pagina’s: 424
Prijs: $ 21,45
Website: http://www.friedmanarchives.com/RX100/index.htm

De Sony Cybershot RX-100 wordt door velen gezien als een revolutionaire camera, die dit marktsegment naar verwachting volledig op z’n kop zal zetten. De Sony RX-100 (review) is geen spiegelreflex, nee zelfs geen systeemcamera, maar een compactcamera. Het is een toestel met een vaste zoomlens die opvalt door de naar verhouding enorm grote beeldsensor, met een cropfactor van ongeveer drie. Dat levert een opmerkelijk goede beeldkwaliteit op, zelfs onder barre lichtomstandigheden. Toch is dit toestel zo compact, dat het met alle gemak van de wereld in je broekzak of jaszak past. Draag je een spiegelreflex met bijbehorende lenzen vast niet constant bij je, dit discrete toestelletje kan dus wel altijd en overal mee naartoe. Zo loop je geen fotokans meer mis en weet je tegelijkertijd dat je toch met hoogwaardige beelden thuiskomt. Toch mist er een belangrijk onderdeel bij deze camera – en dat is de handleiding. Maar is dat erg?

Redder in nood

Deze compactcamera is een wolf in schaapskleren. Hij loopt over van de mogelijkheden en instellingen. Menige instap-spiegelreflex kan daar jaloers op zijn. Hoe gek het ook klinkt, je zult in de doos tevergeefs naar een uitvoerig boekwerk met alle ins en outs van de Sony RX-100 zoeken. Ook is er geen glimmend schijfje mee verpakt waar een lijvige PDF opstaat. Er is wel een online handleiding beschikbaar op Sony’s website en die is tegenwoordig ook te downloaden, maar het leest niet bepaald als een roman en ook nadat je je er doorheen geworsteld hebt, zit je nog met veel onbeantwoorde vragen. In dit gapende gat is Gary L. Friedman gesprongen door het (e-)boek ‘The Complete Guide to Sony’s Cybershot RX-100’ uit te brengen.

In dit Engelstalige boek worden wel de talloze instellingen en functies van deze camera gedetailleerd uit de doeken gedaan. ‘The Complete Guide to Sony’s Cybershot RX-100’ is beschikbaar als e-book, maar je kunt het eventueel ook als tastbaar boek thuis ontvangen. In kleur of naar wens in zwart-wit. De auteur geeft vrij snel aan dat zijn boek niet bedoeld is om van begin tot einde door te lezen. Je mag gerust ergens middenin beginnen, door meteen naar het onderdeel te springen waar je meer over wilt weten. Toch raden wij aan het boek ook eens volledig te lezen, al is het maar vluchtig. Ook bij onderwerpen waar wijzelf niets nieuws verwachtten te leren, bleek de auteur soms toch leuke invalshoeken te hebben, of bleek de camera een min of mee verborgen mogelijkheid te bieden. Dat loop je anders mis. 

Heb je dit boek wel nodig?

Weet je wat een beetje een probleem met dit toestel is? Het oogt als een simpele compactcamera, maar onder de motorkap zit het net zo ingewikkeld in elkaar als een geavanceerde spiegelreflex. Er kan heel veel mee, dus zijn er veel instellingen. Waarvan sommige verdacht veel op elkaar lijken, maar toch net iets anders blijken te doen. Of ze hebben ietwat verhullende namen Uiteraard kun je dan gewoon wat met de camera spelen en kom je vanzelf veel dingen te weten. Zeker als je al weet hoe een spiegelreflex werkt. Maar dat kost je veel tijd. Ook zul je waarschijnlijk met enkele onbeantwoorde vragen blijven zitten.  Want wat is bijvoorbeeld het verschil tussen geavanceerde mogelijkheden zoals Multi-Frame Noise-Reduction, Anti-Motion Blur, Handheld Twilight en Night Scene? Ze hebben alle vier met fotograferen bij weinig licht te maken, maar wat doen ze nu precies en wanneer kies je welke? De schrijver heeft het allemaal voor je uitgezocht en wil je graag over zijn bevindingen vertellen. Dat scheelt jou veel werk. De RX-100 heeft ook enkele eigenaardigheden en het is prettig dat iemand je daarover inlicht. Zo zul je vast niet de eerste zijn die plotseling alle foto’s kwijt lijkt te zijn. Je weet dat je daarnet honderden plaatjes hebt geschoten, maar zomaar ineens zie je niet meer terug. Behalve een kort filmpje dat je zojuist gemaakt hebt. Geen paniek, alles is er nog, maar geloof me, het is best even schrikken!

Opbouw van het boek

Het e-book bestaat uit dertien hoofdstukken en samen met drie appendices brengt dat het totaal op zo’n 418 pagina’s. Nagenoeg alle instellingen en mogelijkheden worden in het boek besproken. Ook die met raadselachtige namen waar je zonder experimenteren niet  makkelijk achter de werking komt. De auteur laat ook zijn eigen favoriete instellingen zien en vertelt hoe hij tot die keuzes gekomen is. Omdat wij al wat langer met de RX-100 gespeeld hadden, was het ook leuk om te zien dat we vaak tot eenzelfde conclusie als de auteur gekomen waren. Friedman besteed veel aandacht aan de talrijke instellingen en functies waarmee je de hoogste beeldkwaliteit en de meeste detaillering uit deze kleine camera perst, zoals DRO (Dynamic Range Optimization), HDR en nog veel andere methoden die de camera aan boord heeft om het dynamische bereik zo optimaal mogelijk uit te buiten en ruis zoveel mogelijk uit beeld te weren. Ook voor filmen is veel aandacht, want ook op dat gebied heeft deze camera veel slimmigheden, maar ook een paar eigenaardigheden aan boord waar je echt even van moet weten.

De eerste elf hoofdstukken zijn het meest interessant en gaan specifiek over deze camera. Daarna komen nog wat algemene onderwerpen aan bod, die best leerzaam zijn, maar niet zozeer over de RX-100 gaan. Ook is er een hoofdstuk waarin voornamelijk aanvullende producten en andere boeken van de auteur kort besproken worden. Al met al gaan meer dan driehonderd pagina’s echt specifiek over de Sony RX100.

Waar is Bulb gebleven?

Ietwat opmerkelijk is dat er in dit boek met geen woord over de Bulb-stand gerept wordt. Dat is vooral vreemd omdat er over deze stand best wat te vertellen valt. De maximale sluitertijd is (in de M-stand) net als bij de meeste camera’s beperkt tot dertig seconden. Voor wie dat niet lang genoeg is, kan uitgeweken worden naar de Bulb-stand. In deze specialistische stand zijn belichtingen van vele minuten mogelijk. Alleen heb je er in dit geval een zeer vaste hand voor nodig, want er is geen enkele mogelijkheid om een draadontspanner of afstandsbediening op RX-100 camera aan te sluiten! Je moet de ontspanknop ingedrukt houden zolang als je wilt belichten. Dat is best een ernstige tekortkoming. Het lijkt er een beetje op of deze stand ‘per ongeluk‘ op dit toestel is overgenomen. Er zijn wel wat creatieve oplossingen op internet te vinden, zoals een DIY-beugel of wat klittenband in combinatie met een universele draadontspanner. Maar het blijft flink behelpen voor wie langer dan een halve minuut wil belichten, of de belichting voortijdig wil afbreken.

Praktijk ‘weetjes’

Wat wij ook een beetje missen in dit e-book zijn leuke praktijkervaringen, de echte gebruikerservaringen. Er is wel iets van aanwezig hoor, maar de nadruk ligt in het boek echt op camerafunctionaliteit en instellingen. Zelf merkten wij bijvoorbeeld dat het bij nachtfotografie behoorlijk moeilijk is om scherp te stellen. Deze camera heeft Focus Peaking, waarbij scherpe delen een duidelijke kleur krijgen. Daarmee is handmatig scherpstellen echt een feest. Toch bleek het behoorlijk lastig te zijn om ‘s avonds in het donker te bepalen wat nu wel en niet scherp is. Uiteindelijk ontdekten wij dat het de truc is om tijdelijk het diafragma volledig open te draaien. Dat werkt het beste in de groothoekstand, want alleen dan is de maximale lichtsterke van f/1.8 binnen bereik. Zo zie je niet alleen wat je doet, ook Focus Peaking werkt dan ineens duizendmaal beter. Kortom: diafragma open, scherpstellen met Focus Peaking en pas daarna het gewenste diafragma van bijvoorbeeld f/8 of f/11 instellen. Dit soort leermomenten zouden in dit boek niet misstaan.