5 Tips voor HDR Fotografie

In de afgelopen jaren zie je dat er steeds meer HDR fotografie (high dynamic range fotografie) wordt toegepast. Veel fotograferende mensen hebben een grote afkeer tegen HDR fotografie, maar vaak wordt HDR geassocieerd met zwaar bewerkte foto’s. Dit is onterecht, want je kunt HDR fotografie ook op een veel realistischere manier toepassen. Dit hangt helemaal af van de tonemapping in de fotobewerker. Je hebt daar zelf de controle over.

hdr-fotografie-tips

Voordat het bewerkingsproces gestart wordt moeten de foto’s natuurlijk eerst gemaakt worden. In dit artikel vind je 5 handige tips voor het maken van een HDR reeksopname.

Fotografeer in de A/Av-stand of M-stand

Bij alle foto’s die je in een reeks maakt moet de scherptediepte gelijk zijn. Omdat het diafragma invloed heeft op de scherptediepte moet je deze zelf kunnen instellen. Voor camera’s met een APS-C sensor kun je het diafragma als uitgangspunt instellen op f/11 als je de hele foto scherp wilt hebben. Bij een full frame camera kies je een diafragma dat net iets kleiner is. Voor alle foto’s in de reeksopname laat je het diafragma zo staan. De ISO waarde zet je zo laag mogelijk en het enige wat je aanpast is de sluitertijd. De sluitertijd zorgt er uiteindelijk voor dat de belichting in de foto varieert. Vanuit de M-stand kun je natuurlijk direct de sluitertijd aanpassen. In de A/Av-stand kun je dat doen door een belichtingscorrectie toe te passen met de +/- knop.

hdr-foto-tips

Bracketing functie

De bracketing functie kan bijzonder handig zijn bij HDR fotografie. Met de bracketing functie (AEB bij Canon en BKT bij Nikon) kun je instellen dat je meerdere opnames gaat maken en meestal ook hoeveel belichtingsverschil er tussen de opnames moet zitten. Je stelt alles van te voren in en daarna kun je direct alle foto’s achter elkaar maken (doe dat in de continu opnamestand zodat het echt snel gaat). Het enige nadeel van de bracketing functie is dat deze bij sommige camera’s erg beperkt is. Soms kun je maar 3 foto’s instellen terwijl je misschien wel 5 of 7 foto’s wilt maken. Indien je tegen deze beperking aanloopt dan moet je de foto’s zonder bracketing functie maken vanuit de A/Av-stand of M-stand.

Gebruik een stevig statief

Bij HDR fotografie ga je meerdere foto’s maken. Het enige verschil tussen de foto’s zit in de belichting. Omdat de foto’s later samengevoegd worden door software, is het belangrijk dat de compositie van de foto’s exact hetzelfde is. Als de afwijking te groot is dan komt de software in de problemen en worden de foto’s niet mooi samengevoegd. De HDR foto mislukt daardoor volledig. Een stevig statief is om deze reden dus aan te raden met de nadruk op STEVIG! Vaak worden er goedkope statieven gebruikt die gemaakt zijn van plastic. In de meeste gevallen zijn deze statieven te licht voor de camera die erop staat. Zodra het een beetje waait komen er trillingen in de poten en kunnen de foto’s onscherp worden. Dat is uiteraard niet de bedoeling.

tips-voor-hdr-fotografie

Voorkom iedere trilling

Als de camera op een stevig statief staat denk je dat de camera helemaal stilstaat. Toch kan het dan alsnog fout gaan. Het indrukken van de ontspanknop kan de camera doen bewegen als de statiefkop niet goed is. Dit is op te vangen door een afstandsbediening te gebruiken. Je hoeft de camera dus helemaal niet meer aan te raken. Daarnaast is het ook aan te raden om de camerariem van de camera te halen. Als deze heen en weer waait en tegen de camera of het statief aankomt dan kan het ook fout gaan.

Bewegende onderwerpen en HDR fotografie

Bewegende onderwerpen en HDR fotografie gaan niet zo goed samen. Als je een boot in beeld krijgt, en bij de 2e foto is die boot opeens net iets verder, dan gaan software pakketten zoals Photoshop CC of Photomatix fouten maken. Ook bij bewegende takken en bladeren heb je dit probleem al. Het resultaat is een ghosting effect waardoor het lijkt alsof het onderwerp meerdere keren in beeld te zien is. De uitgebreide fotobewerkers hebben hier gelukkig wel mogelijkheden voor om het ghosting effect weg te halen, maar het is altijd afwachten in hoeverre dat goed gaat. Let dus goed op of er bewegende onderwerpen zijn, en maak de foto’s zo snel mogelijk achter elkaar.

Meer leren over HDR fotografie

Wil je meer leren over HDR fotografie? Bekijk dan de onderstaande video die een korte introductie geeft over de online cursus HDR fotografie. Met behulp van ruim 4 uur videomateriaal leer jij stap voor stap hoe jijzelf de perfecte HDR foto kunt maken.

Vuurwerk fotograferen? 12 tips!

Over enkele dagen is het zover, dan luiden we enthousiast 2014 in. Terwijl familieleden nog met de champagneglazen in de hand staan, gaan anderen in de weer met vuurwerk. Voor jou als fotograaf een leuke aanleiding om dat te fotograferen. Of je nu een compactcamera, systeemcamera of spiegelreflex hebt, hou je camera bij de hand en ga lekker fotograferen. Om je op weg te helpen, hebben we een aantal concrete tips voor je om de kans op geslaagde foto’s te vergroten.

Gebruik een statief

Ga niet uit de hand fotograferen, maar gebruik een statief. Als je uit de hand fotografeert is de kans op onscherpte en overbelichting zeer groot. Onderbelichting levert een zeer donkere foto op die niet bruikbaar is. Een goed belichte foto zal vanwege de lange sluitertijd zeer waarschijnlijk onscherp zijn vanwege bewegingsonscherpte. Met de meeste camera’s kun je niet goed uit de hand fotograferen in het donker. Tenzij je een hoge lichtgevoeligheid (ISO) kiest in combinatie met een snelle sluitertijd. Maar dat heeft niet echt de voorkeur, omdat voor het uiteenspattende siervuurwerk een lange sluitertijd het mooist is. En daarvoor heb je echt een statief nodig.

Vuurwerk

Vermijd de automatische stand

Ben je van plan de automatische stand van je camera te gebruiken? Niet doen! De camera zal dan gaan flitsen en dat heeft geen effect, want het vuurwerk geeft zelf al licht. Bovendien zal de camera door de flits kiezen voor een korte slutiertijd, waarbij je alleen het allerfelste vuurwerk zult terugzien en de rest zwart is. Je kunt je camera het beste in de P-, M- of BULB-stand zetten. De laatste twee standen hebben de voorkeur, maar dan moet je camera daar natuurlijk wel over beschikken.

Scheveningen Fireworks Festival

Zet de flitser uit

Gebruik nooit een flits als je vuurwerk wilt fotograferen. Zoals uitgelegd bij tip 2 heeft dat geen enkele zin. Zet de flitser op je camera dus uit. Dit is vooral van belang als je camera geen P-, M- of BULB-stand heeft. Als de flits uit staat, zal de camera automatisch kiezen voor een lange sluitertijd.

Kies een lange sluitertijd

Een mooie vuurwerkscene duurt enkele seconden. Een normale sluitertijd is vaak te kort, mede omdat het lastig is om te bepalen wanneer een vuurwerkexplosie het mooist is. Juist de beweging van siervuurwerk is mooi om terug te zien en dat kun je alleen vastleggen met een lange sluitertijd. Een sluitertijd van een seconde of drie is een mooi uitgangspunt. Langer kan ook; je krijgt dan meerdere vuurwerkexplosies in één foto te zien. Zie ook het basiskennis-artikel over sluitertijd.

Vuurwerk

Perfecte timing met de BULB-stand

Het lastige van vuurwerk is dat je nooit precies weet waar en wanneer een explosie van siervuurwerk zich voordoet (en hoe lang dit duurt). Maar de BULB-stand is de perfectie oplossing. Je start de opname en wacht tot het juiste moment. Wanneer er een mooie vuurpijl te zien was, stop je de opname. Dit kun je het beste doen met een afstandsbediening, zodat je de knop van de camera niet continu hoeft in te drukken. Heeft jouw camera geen BULB-stand, dan is er nog een alternatieve methode: dek de lens af met de lensdop of een stuk zwart papier tussen twee vuurpijlen door. Zo voorkom je overbelichting en registreert de camera alleen de juiste momenten.

Vuurwerk

Speel met de diafragmawaarde

Vuurwerk geeft behoorlijk wat licht af, dus je hoeft niet voor de volle lensopening te kiezen (zoals f/2.8 of 3.5). Sterker nog, kies liever een kleinere lensopening (oftewel grotere diafragmawaarde), zoals f/8 tot f/11 De camera zal dan vooral het felle vuurwerk registreren en minder andere lichtbronnen (zoals straatverlichting). Bovendien zorgt de kleinere lensopening voor meer scherptediepte, zodat zowel vuurwerk dichtbij en veraf scherp op de foto komt. Zie ook het artikel over diafragma.

Gebruik een afstandsbediening

Gebruik indien mogelijk een afstandsbediening. Het indrukken van de ontspanknop van de camera (waarmee de opname gestart wordt) leidt tot een beetje beweging en trillingen en dit kan in de opname te zien zijn (bewegingsonscherpte). Wanneer je een afstandsbediening gebruikt heb je hier geen last meer van. Bovendien kun je de afstandsbediening in de voering van je jas bedienen, zodat je het niet koud krijgt. Er bestaan ook draadloze afstandsbedieningen waarmee je je camera op afstand kunt bedienen. Dan kun je je camera eventueel zelfs vanuit huis bedienen.

Fireworks - Beginning

Kies een lage ISO-waarde

Zoals gesteld bij tip 6 geeft vuurwerk behoorlijk wat licht. Het is daarom een misverstand dat je je camera op een hoge lichtgevoeligheid (zoals ISO 1600) moet instellen omdat het donker is. Zeker als je een lange sluitertijd gebruikt, kan de camera prima uit de voeten met ISO 100 of 200. Gebruik alleen een hogere waarde als je de omgeving ook goed wilt belichten of bijvoorbeeld geen statief gebruikt. Zie ook het artikel over de ISO-stand.

Daily Disney (Explored)

Scherpstellen

Scherpstellen kan een probleem zijn in het donker, vooral bij camera’s die op dit vlak wat trager zijn. Stel in dat geval scherp op een licht punt (nabij het vuurwerk) en zet de camera daarna op handmatige scherpstelling. Bij spiegelreflexcamera’s kun je dit op de lens instellen (MF in plaats van AF). Bij compactcamera’s moet je hiervoor het menu induiken.

Kies een mooi standpunt

Een goed standpunt is essentieel. Direct bij de voordeur fotograferen is waarschijnlijk niet zo mooi, omdat je dan ook grote delen van de straat op de foto krijgt. Het mooiste schouwspel speelt zich af in de lucht, dus kies een locatie waar je goed zicht hebt op de lucht. Wat ook meespeelt is de mate van activiteit en het gebruikte vuurwerk. Waarschijnlijk kun je je dit van vorig jaar nog wel herinneren, maar indien niet, kan dan kort na middernacht waar het mooiste vuurwerk te zien is. Dan kan ook een buurt verderop zijn. Misschien is er in jouw stad of dorp ook wel een speciale locatie waar siervuurwerk wordt afgestoken. Het fotograferen van de lucht ligt voor de hand, maar ook de combinatie met een object (zoals een gebouw) kan mooi zijn. Het type lens dat je het beste kunt gebruiken is mede afhankelijk van het standpunt (dichtbij of ver af).

Macy's 4th of July fireworks 2010, New York City

Ga vroeg op pad

Naarmate de nacht vordert zal er steeds meer rook blijven hangen. Dat komt zowel door sier- maar ook door knalvuurwerk. Die rook is terug te zien in foto’s en zorgt voor een mistige waas. Wacht dus niet te lang met het fotograferen, maar ga er kort na middernacht op uit.

Internationaal Vuurwerkfestival Scheveningen 2008

Wees voorzichtig

Ieder jaar vallen er weer vuurwerkslachtoffers, zowel onder afstekers als omstanders. Ook goedgekeurd siervuurwerk kan omvallen en de verkeerde kans op schieten (en ontploffen). Als je geen vinger(s) of oog wilt missen, wees dan voorzichtig. Kies een veilige locatie, blijf alert en gebruik een vuurwerkbril. Ga zeker niet zelf vuurwerk afsteken én fotograferen tegelijk. En fotograferen, vuurwerk afsteken en alcohol is ook geen goede mix voor geslaagde foto’s.

Daily Disney (Explored)

Wil je meer fraaie vuurwerkfoto’s zien ter inspiratie, bekijk dan dit overzicht met 25 vuurwerkfoto’s. Op de site staat ook een video met praktische tips voor vuurwerkfotografie, altijd leuk om die nog eens te bekijken.  En heb jij nog andere tips die we hier niet genoemd hebben? Of vragen? Of praktijkervaring die je wilt delen? Laat wat van je horen in het reactieveld!

Foto’s bewerken met een app (of pc)

Vrijwel iedereen fotografeert, maar slechts een handjevol doet ook aan fotobewerking. Dat is tegenwoordig makkelijker en goedkoper dan ooit tevoren. Bijvoorbeeld dankzij de talloze apps voor smartphones en tablets. Maar ook voor de pc bestaat er (gratis) software waar iedereen mee overweg kan. In dit artikel bespreken we het hoe en waarom en onderzoeken we de (on)mogelijkheden en kwaliteit van apps met die van reguliere beeldbewerkingssoftware.

We leven in spannende tijden waarbij de ontwikkelingen heel snel gaan, en eerlijk is eerlijk, daardoor is alles soms lastig bij te benen. Maar een groot pluspunt is dat zaken die vroeger relatief ingewikkeld waren, zoals fotobewerking, tegenwoordig kinderspel zijn. Voor de pc (en Mac) is er groot aanbod van gratis of betaalbare programma’s, die steeds meer kunnen en weinig of geen voorkennis vereisen. En wat te denken van apps? Bijna iedereen heeft tegenwoordig een smartphone, waarmee vandaag de dag zelfs meer foto’s worden gemaakt dan met ‘echte’ camera’s. Het grote voordeel van een smartphone (en een tablet) is de bediening, die heel intuïtief met de vingers gaat. Dat maakt fotobewerking ook veel makkelijker, want in plaats van met de muis kun je simpelweg met je vinger op de juiste plek wijzigingen aanbrengen, zoals een deel van een foto lichter of donkerder maken. Ook het wijzigingen van instellingen, zoals de belichting of kleur, gaat het heel natuurlijk en overzichtelijk. Dat roept de vraag op of fotobewerking via een aanraakgevoelig scherm eigenlijk niet veel handiger is dan met een muis achter de pc.

Wacom-CINTIQ-24HD-TOUCH

 

Photoshoppen met een aanraakgevoelig scherm kan al (zoals hier met de Wacom Cintiq), maar het is vrij prijzig. Met een tablet kun je in de basis hetzelfde.

Waarom fotobewerking?

Als je je foto’s op sociale media plaatst of aan vrienden of familie wilt tonen, is het natuurlijk fijn dat ze er een beetje verzorgd uitzien. Denk aan veelvoorkomende foutjes als een scheve horizon, een te donkere of lichte foto en een matige compositie. Je hoeft echt geen ervaren Photoshop-guru te zijn om je foto’s op te peppen. Een scheve horizon is zo rechtgezet en hetzelfde geldt voor het aanpassen van de belichting (zoals het oplichten van donkere delen en het verzwakken van fel licht). Ook de compositie kun je heel makkelijk achteraf nog aanpassen door een uitsnede van een foto te maken. Je ‘kadert’ je foto dan achteraf, door een kleiner deel van de foto te gebruiken en de rest weg te snijden. Dat is handig om bijvoorbeeld een persoon of object er meer te laten uitspringen of om te voorkomen dat de horizon precies in het midden staat.

De meer fanatieke fotobewerkers kunnen vervolgens, indien noodzakelijk, nog aan de slag met gevorderde bewerkingen. Zoals het lichter of donkerder maken van een bepaald deel in de foto (dus niet de foto in zijn geheel). Denk bijvoorbeeld aan een waterval die op de foto net wat te donker is, terwijl de rest wel goed belicht is. Of juist aan wolken die wat te fel zijn en die wat donkerder en contrastrijker gemaakt kunnen worden. Of het retoucheren van bepaalde storende elementen, zoals bijvoorbeeld rommel op de grond, een vlekje of een pukkeltje. Ook dat kan zowel met apps op een smartphone of tablet, of via software op de pc.

Filters

Los van correctieve bewerkingen, zoals het bijschaven van ‘foutjes’, kun je via dezelfde software natuurlijk ook je foto verfraaien. Denk dan bijvoorbeeld aan het verhogen van het contrast of de verzadiging, waar een foto vaak van opfrist. Ook dat is vaak een kwestie van een klik of het verplaatsen van een schuifbalk. Wat momenteel helemaal ‘hip’ is, is het toevoegen van filters. Veel camera’s (en smartphones) zijn er standaard al van voorzien, maar ook achteraf kun je heel eenvoudig een filter toepassen op je reeds gemaakte foto’s. Zo’n filter zorgt ervoor dat een ogenschijnlijk simpele foto ineens opvalt. Bijvoorbeeld met retrokleuren (uit de zeventiger jaren), een polaroid-randje of enorme scherptediepte (waarbij een klein deel van de foto scherp is en de rest onscherp). De app Instagram is er groot mee geworden en staat op het merendeel van de smartphones (de software werd onlangs voor 1 miljard dollar opgekocht door Facebook).

instagram-logo

Panorama

Sommige compactcamera’s hebben een panoramafunctie, maar lang niet allemaal. Voor een smartphone (of tablet) is dat geen probleem want als er niet standaard in deze functionaliteit is voorzien, kun je simpelweg een app downloaden die dit mogelijk maakt. Een panorama is extra indrukwekkend omdat dergelijke foto’s een veel breder perspectief tonen, dat ook meer in overeenstemming is met wat het menselijk oog ziet. Een panoramafoto bestaat uit meerdere horizontale (of verticale) foto’s die softwarematig aan elkaar worden geplakt. Daarnaast bestaan er ook talloze apps die een 360 graden-panorama mogelijk maken. Zo’n panorama is helemaal indrukwekkend omdat je hiermee voor, achter, boven, onder en van opzij kunt kijken. Je ziet praktisch alles om je heen terug in de foto, behalve jezelf. Een 360 graden-panorama wordt gemaakt door tientallen foto’s achter elkaar te maken. Begeleid door de software draait je langzaam rond en vul je verschillende ‘vakjes’ in met foto’s, die door de slimme software aan elkaar geweven worden. Dit leidt tot een foto waarbij je interactief rond kunt draaien. Je kunt deze ook omzetten naar een regulier fotoformaat. Daar moeten we wel bij zeggen dat een 360 graden-panorama zelden compleet ‘foutloos’ is. Vaak is er sprake van foutieve overlappingen, uitgebeten luchten (op de locatie van de zon) en lege delen (op het draaipunt).

panoramaBij een 360 graden-panorama wordt alles om je heen in een foto vastgelegd (maar soms wel met zichtbare foutjes)

Apps

Als voorbeeld bespreken we enkele bekende apps en de bewerkingsmogelijkheden die zij bieden. Het eerder genoemde Instagram bevat niet zozeer bewerkingsmogelijkheden, maar wel talloze filters die veel gebruikt worden voor publicatie op sociale media.  Instagram staat bekend om de ouderwetse vierkante foto’s met een randje en een jaren zeventig-effect, maar er zijn uiteraard meer opties. Er is een rechtstreekse koppeling naar sociale media als Facebook, Twitter, Tumblr, Foursquare en Flickr.

foto smartphone instagram

Instagram biedt tientallen filters en kan rechtstreeks op sociale media publiceren.

Photo Editor

De gratis app Photo Editor is Nederlandstalig en bevat een flink aantal bewerkingsmogelijkheden. De app kan automatisch een foto verbeteren, maar er zijn ook handmatig veel mogelijk. Zo is er flink aantal (kleur)effecten aan boord en zijn nagenoeg alle standaard bewerkingsmogelijkheden aan boord (bijsnijden, helderheid, contrast, saturatie, scherpte). Ook is het mogelijk om tekst toe te voegen. Geavanceerde bewerkingen, zoals retoucheren of lokale aanpassingen ontbreken in deze versie. Ook is er reclame die steeds in beeld staat.

Photo editor - foto-2 2

Photo Editor is gratis, maar wel inclusief ietwat hinderlijke reclame.

Snapseed

Snapseed is sinds de overname door Google gratis geworden. De app is Engelstalig, maar zeer uitgebreid. Een bewerking kan heel eenvoudig worden uitgevoerd door met de vinger naar links of rechts te bewegen. Bijvoorbeeld bij het onderdeel belichting (brightness) wordt de foto donkerder als je naar links beweegt en lichter als je naar rechts gaat. En zo werkt het ook bij de andere aanpassingen, die vlot te selecteren zijn door met de vinger naar boven op beneden te bewegen. Ook bevat de app een flink scala effecten en filters, zoals tilt-shift (scherptediepte), vintage, zwart-wit en diverse kaders (frames).

snapseed foto-1 2

 

Snapseed biedt zeer veel mogelijkheden en zeer eenvoudige bediening.

Photoshop Express

Ook Adobe heeft een aantal apps ontwikkeld, waaronder Photoshop Express. Dit is een gratis Engelstalige app die de alle standaardbewerkingen biedt, zoals uitsnijden, de horizon rechtzetten, de belichting en het contrast en de verzadiging aanpassen. Dit gaat vrij eenvoudig door je vinger omlaag of omhoog te bewegen (vergelijkbaar als bij Snapseed). Ook bevat de app een optie om een foto met één druk automatisch te verbeteren. Verder zijn er nog een groot aantal effecten, die qua sterkte aan te passen zijn. Maar juist dat waar de reguliere Photoshop mee uitblinkt, het retoucheren van foto’s, is dat met deze versie niet mogelijk. Er is ook nog een betaalde versie genaamd Photoshop Touch (€ 8,99) waarmee dit wel kan.

PS express - foto-3

Photoshop Express is een gratis variant op Photoshop, maar komt nog niet bij het origineel in de buurt.

iPhoto

iPhoto is betaalde (Nederlandstalige) software (€ 4,49) dat alleen beschikbaar is voor de iPhone, iPad en iPod Touch. Het is een van iPhoto (voor de Mac) afgeleide variant, met behoorlijk uitgebreide bewerkingsopties. Naast het toepassen van de standaardbewerkingen (rechtzetten, uitsnijden, contrast) is het met de app ook mogelijk ook lokale bewerkingen uit te voeren. Met behulp van de vinger kan een deel van de foto aangepast worden, bijvoorbeeld: donkerder, lichter, scherper, zachter en (on)verzadigder. Dat gaat vrij eenvoudig op basis van vingeraanrakingen. Ook bevat de app geavanceerde bewerkingsmogelijkheden, waar je kunt spelen met scherptediepte en het donkerder maken van de lucht (terwijl de rest van de foto intact blijft).

iphoto foto-3

iPhoto is een betaalde app, maar maakt ook retoucheren mogelijk, zoals het lokaal helderder of donkerder maken van een deel van een foto.

PC software

Voor de pc bestaan er diverse fotobewerkingspakketten. De bekendste is Photoshop, dat beschikbaar is als professionele versie en een consumenteneditie (Photoshop Elements). Een directe concurrent is Paintshop Pro van Corel. En een steeds populairder wordende alternatief is Adobe Lightroom. Dit is een zogenaamde ‘workflow’-pakket waarmee een reeks foto’s efficiënt en snel bewerkt kunnen worden. Sinds kort bevat dit pakket ook mogelijkheden om te retoucheren en om lokale aanpassingen te doen. De genoemde softwaretitels zijn allemaal betaalde pakketten van tussen de € 70 en € 100.

Uiteraard zijn er ook gratis alternatieven, zoals Paint.NET, The Gimp en Picasa (van Google). De laatstgenoemde is vooral interessant voor mensen zonder al te veel ervaring met beeldbewerking en die graag snel resultaat zien. Picasa lijkt qua opzet wel een beetje op de apps; het pakket is overzichtelijk en bevat de meest gebruikte bewerkingsmogelijkheden die eenvoudig te gebruiken zijn. Gevorderde bewerkingen zoals retoucheren ontbreken echter. Daarvoor kun je een beroep doen op betaalde of meer ingewikkelde software.

Picasa 3 24-5-2013 105929

Google’s Picasa blinkt op de pc uit door zijn eenvoudig en gemak. En… het is gratis.

Lightroomkopie

Adobe Lightroom is bevat zeer uitgebreide bewerkingsopties en kan het uiterste uit foto’s persen, met behoud van kwaliteit. 

Proef op de som

Apps op een smartphone en tablet zijn over het algemeen prettiger te gebruiken dan traditionele software op een pc. Dat komt door de overzichtelijke opzet, maar vooral ook door de bediening door middel van het aanraakgevoelige scherm. Je gebruikt simpelweg je vinger op de juiste plaats en ziet direct resultaat. Ook de mogelijkheden van de meest gebruikte bewerkingen zijn best uitgebreid en effectief. Dat roept de vraag op hoe het zit met de kwaliteit. In hoeverre is het eindresultaat van een app vergelijkbaar met een goed softwarepakket op een pc? Daarvoor gingen we aan de slag met de diverse apps op een tablet en Adobe Lightroom op een pc.

Voorbeeld 1:

Kroatie-5522-origineel

Origineel

IMG_0501-app

Bewerkt via app

Kroatie-5522-pc

Bewerkt met computersoftware

Conclusie #1: de foto is in via de app wel flink verbeterd. Maar de pc-versie is beter.

Voorbeeld 2:

EXA_5585-origineel

Origineel

IMG_0491-app

Bewerkt via app

EXA_5585-2-pc

Bewerkt met computersoftware

Conclusie #2: de waterval is goed uitgelicht in de app-versie, maar de bewerking is ten koste gegaan van de lucht.

Voorbeeld 3:

IMG_7680_origineel

Origineel

IMG_0729-app

Bewerkt via app 

IMG_7680-pc

Bewerkt via computersoftware 

Conclusie #3: de originele foto is wat onderbelicht. In de app is dit niet goed te corrigeren, maar via pc software wel.

App versus pc

Van iedere testfoto hebben we drie versies: het origineel en de bewerkte versies door respectievelijk een app en betaalde pc software. Op het eerste gezicht lijkt de door een app bewerkte versie zeker niet verkeerd. Een onderbelicht onderwerp kon succesvol aangepast worden en het aanpassen van het contrast en de kleurverzadiging was vlot en effectief. Met iPhoto was het zelfs mogelijk om een deel van een foto te bewerken, bijvoorbeeld door de waterval helderder te maken. Op klein formaat zijn de verschillen beperkt zichtbaar. Maar wie kritisch kijkt, ziet dat de op een pc bewerkte versie beter is. Het aanpassen van de belichting of het contrast via een app heeft vaak als bijeffect dat de belichting in de rest van de foto ook wat veranderd. Het onderwerp is goed te corrigeren, maar vaak met een negatief bijeffect, zoals de lucht (die gaat uitbijten of van kleur verandert). Ook kwalitatief, qua scherpte en detail, zijn de pc foto’s beter. Dat komt mede omdat apps vrijwel nooit opties bieden bij het opslaan, terwijl je bij pc software de mate van compressie (lees: kwaliteit) kunt bepalen.

Daar komt nog een ander belangrijk verschil bij. Apps zijn vooralsnog vooral bedoeld voor gemiddelde amateurfoto’s en niet voor serieuze fotobewerking. De meeste foto-apps ondersteunen geen raw-foto’s. Dit is een fotoformaat dat door spiegelreflexcamera’s en de betere compacts gebruikt kan worden, waarbij de foto in een veel hogere kwaliteit wordt opgeslagen. Dankzij die kwaliteit is een foto ook veel beter te bewerken, zonder dat er negatieve bijeffecten ontstaan. Zo is de belichting van een onder- of overbelichte foto vaak zonder schade te bewerken, terwijl dat bij jpeg-foto’s niet het geval is. Overigens kunnen sommige apps wel raw-foto’s openen, maar ze gebruiken dan de jpeg-versie van de foto (die eveneens in het raw-bestand is opgeslagen).

Conclusie

Het bewerken van foto’s via apps is veel eenvoudiger dan via traditionele pc software, mede doordat je je vingers kunt gebruiken. Dat werkt erg intuïtief en prettig. Apps bieden voor de meeste amateurs ook voldoende bewerkingsopties. Het is kinderspel om een foto op te peppen of van een fraai filter te voorzien, waardoor een foto veel meer impact krijgt. Voor de serieuze fotobewerkers zijn apps nog geen volwaardig alternatief. Software op een pc biedt niet alleen meer mogelijkheden, het uiteindelijke resultaat is mooier en vooral kwalitatief beter. Dat komt mede omdat apps alleen met het jpeg-formaat om kunnen gaan. Voor de gemiddelde amateurfotograaf, die geen raw-formaat gebruikt, is dat echter geen probleem en zijn apps een interessant alternatief voor de meest gebruikte fotobewerkingen. Met name tablets zouden in de toekomst wel eens een steeds grotere rol kunnen gaan spelen met beeldbewerking, vanwege de bediening. In combinatie met Photoshop (voor de pc) is het al mogelijk om een tablet te gebruiken. Beeldbewerking is dus niet iets wat je perse pas bij thuiskomt doet na je vakantie, in het vliegtuig of in de auto kun je al aan de slag.

[alert style=”yellow”]Heb jij wel eens foto’s bewerkt op een smartphone of tablet? Zo ja, deel je ervaringen in het reactieveld[/alert]

Workshop concertfotografie Guus Meeuwis Groots met een zachte G

Op uitnodiging van Nikon kregen we een workshop concertfotografie bij het concert van Guus Meeuwis ‘Groots met een zachte G’ afgelopen 7 juni. We kregen duidelijke instructies en uitleg van professioneel fotograaf Paul Barendregt en een Nikon D4 met 70-200 2.8 VRII tot onze beschikking. In totaal kregen we vijf nummers de kans om de artiest vast te leggen. In dit artikel doen we verslag van deze workshop concertfotografie en krijg je uiteraard het resultaat te zien.

Om het te maken in de fotografie en opdrachten te krijgen is naast een goede kennis van de techniek en de juiste apparatuur ook een goede uitstraling en charisma belangrijk. Met mooi bestaand werk kom je al een heel eind, maar zeker bij concertfotografie is de ‘gun factor’ belangrijk en zijn goede sociale vaardigheden bijna een must. Om die reden is het ook belangrijk om niet alleen de instellingen van de camera op orde te hebben, maar ook je eigen instelling tijdens een opdracht. Volg instructies altijd op en zit andere fotografen en publiek niet in de weg. Ook het gebruiken van flits is af te raden, aangezien dat het concert verstoort. Ook bij het opleveren van je werk is het belangrijk om de artiest in zijn of haar waarde te laten. Foto’s van scheve gezichten en rare houdingen staan uiteraard niet charmant en zullen al zeker niet voor nieuwe opdrachten zorgen. Mond-tot-mond reclame is namelijk zeer belangrijk wil je ergens komen in de fotografie.

Tijdens het fotograferen van een optreden is het belangrijk om je aan de etiquette te houden. Volg altijd de instructies van de beveiliging op, ook als hun voorstel onredelijk is of lijkt. Als je gevraagd wordt om niet te fotograferen – je krijgt meestal maar beperkt de tijd – maak dan ook niet stiekem toch een foto. Ook je licht meten is niet slim omdat het onderscheid niet voor de beveiliging te maken is.

Daarnaast is het belangrijk om de medefotografen de ruimte te geven om ook vanuit meerdere posities foto’s te maken. Als je een mooi punt hebt gevonden, blijf daar dan niet het hele optreden staan, maar gun die locatie ook aan collega fotografen. Probeer ook niet een plekje af te dwingen en anderen te benadelen.

Denk ook aan het publiek. Zeker in kleine zalen. Bij sommige concerten betalen ze veel geld voor een kaartje en dan is het uiteraard zeer vervelend als een fotograaf drie nummers het zicht blokkeert. Als je toch voor langere tijd in de weg staat, omdat vanaf die locatie de mooiste foto’s te maken zijn, overleg dit dan met de desbetreffende personen. Leg uit dat het maar voor maximaal drie nummers is en vertel bijvoorbeeld waar de foto’s te vinden zullen zijn. In de meeste gevallen wordt het dan wel geaccepteerd en sta je toch meer ontspannen te fotograferen.

Bijna altijd krijg je tijdens het fotograferen van een concert in totaal maar drie nummers de tijd om foto’s te maken van de artiesten. Het is dan ook belangrijk om te weten hoe de artiest zich gedraagt en aan welke kant van het podium de mooiste foto’s gemaakt kunnen worden. Paul Barendregt gaf ons de tip om van voorgaande concerten video’s op internet te bekijken. Hieruit kun je afleiden aan welke kant van de microfoon de mooiste foto’s gemaakt kunnen worden en naar welke kant de artiest het meest kijkt. Guus Meeuwis staat bijvoorbeeld veel aan de linkerkant van de microfoon en kijkt ook vaak die richting op. Fotograferen vanaf de rechterkant van het podium is dan ook de beste locatie. Anders zit de microfoon bij de meeste foto’s in de weg voor zijn gezicht. Als je dit tijdens het optreden in het kleine kwartiertje dat je krijgt moet uitzoeken, verlies je kostbare tijd. Als je de muziek van de artiest goed kent, kun je ook inspringen op de emoties van de artiest in bepaalde stukken van de nummers.

Het is belangrijk dat de artiest goed op de foto’s staat die je maakt. Zoals eerder gezegd is het dus niet de bedoeling foto’s van ongemakkelijke houdingen te leveren. Daarmee zullen je foto’s maar weinig bekijks en klandizie opleveren. Zorg er dus voor dat de artiest er op zijn mooist op staat.

Na de nodige voorbereidingen heb je het eindelijk tot het podium geschopt. Althans, je mag er voor staan. Je weet exact welke nummers je mag fotograferen en als het goed is ook hoe de artiest zich voortbeweegt over het podium. Je krijgt het startsein van de beveiliging dat je mag fotograferen en gaat aan de slag. De instellingen van je camera staan zo lichtsterk mogelijk ingesteld. Dat houdt in dat je kiest voor het wijdste diafragma waarop je objectief scherp is en je probeert een sluitertijd van 1/200 te bewerkstelligen. Bij het concert van Guus Meeuwis was het nodig om een ISO-waarde van 10.000 te gebruiken. Dat is hoog, maar wel nodig aangezien het Nikon 70-200 2.8 VRII objectief met 1.4x tele converter een maximaal diafragma heeft van vier. De stand waarin je fotografeert is afhankelijk van de situatie. Bij wisselend licht en contrastrijke situaties, waarbij alleen de podiumlichten voor verlichting zorgen, is de manuele stand aan te raden. Met evenredige verlichting bij een concert overdag is de diafragma stand ook goed te gebruiken. Het is wel raadzaam om altijd spot-metering te gebruiken en enkelpunts autofocus. Single autofocus (waarbij de scherpstelling vast blijft staan) gebruik je bij statische onderwerpen en continuous autofocus wordt aangeraden wanneer de artiest veel beweegt.

Guus Meeuwis liep het hele Philips stadion rond van voor tot achter en genoot zoveel van het optreden dat springen geen uitzondering was. Een korte sluitertijd is dan zeker een vereiste. Als een artiest stil zit op een stoel, zoals singer-songwriters vaak doen, zal een sluitertijd van 1/60 soms zelfs al voldoende zijn. Dan is het mogelijk om de ISO-waarde omlaag te halen naar bijvoorbeeld 5000, waarbij veel minder ruis vrijkomt. Gelukkig konden wij gebruikmaken van een Nikon D4 waarbij de ISO-ruis erg laag is. Bij optredens in kleine zalen is meestal weinig licht aanwezig, waardoor een lichtsterke lens zeker aan te raden is.

Vanuit het zaaltje waar wij de workshop kregen in het Philips Stadion worden we begeleid naar het stadion waar het concert al in volle gang is. We moeten aan de zijkant nog even wachten bij de tribunes, maar worden snel naar de locatie gebracht waarvandaan we mogen fotograferen. De afstand tot het podium is groter dan gehoopt en zelfs de Nikon 70-200 2.8 VRII is niet toereikend genoeg om Guus Meeuwis volledig in beeld te krijgen. We krijgen al gauw het startsein voor de eerste sessie waarin we twee nummers mogen fotograferen. Guus Meeuwis loopt ondertussen achterin het stadion. Tussen hem en ons wordt het zicht in eerste instantie geblokkeerd door een grote witte tent, maar hij komt gelukkig al snel in beeld, dus we kunnen aan de slag.

Het is belangrijk om continu in te springen op hoe de artiest beweegt voor het bepalen van de compositie. Zo is het mooi om de looprichting zo veel mogelijk vrij te houden in de foto. Ook het publiek betrekken in de foto’s kan een mooi sfeerbeeld geven. Omdat je werkt met enkelpunts autofocus moet je continu wisselen van scherpstelpunt. Hiervoor kun je gebruikmaken van het d-pad op de camera. De Nikon D4 heeft daar echter ook een extra knop voor die zowel in horizontale als verticale stand gebruikt kan worden.

Tijdens de tweede sessie krijgen we de mogelijkheid om in totaal drie nummers te fotografen. Het is uitzonderlijk dat we zo vaak mogen fotograferen, want meestal krijg je zoals gezegd maximaal drie nummers de tijd. Dit keer gebruiken we een tele converter op de Nikon 70-200 2.8 VRII om Guus Meeuwis beter in beeld te krijgen. Hierdoor krijgen we wat meer intieme foto’s. Een groot deel van de tijd loopt hij ook nog eens vlak langs ons, zodat we foto’s van nog dichterbij kunnen maken.

De workshop concertfotografie die wij door Nikon aangeboden kregen, was zeer leerzaam. Het is belangrijk om van te voren de artiest goed te bestuderen om de mooiste foto’s te kunnen maken. Ook is het belangrijk om je aan de etiquette van de concertfotografie te houden. Luister goed naar de instructies van de beveiliging en fotografeer alleen op de aangegeven momenten. Gun daarnaast andere fotografen ook de mooie plekken en zit hun en het publiek niet onnodig in de weg. Op die manier kom je uiteindelijk tot de mooiste beelden.

Iridium Flares fotograferen

Misschien heb je er wel eens aan gedacht, of het zelfs al geprobeerd, om een meteoor te fotograferen. Een vallende ster dus. Enkele malen per jaar kruist de aarde de baan van een zwerm minuscule deeltjes. Dat geeft mooie lichtverschijnselen. Een dunne, felle lichtstreep die eigenlijk alweer weg is zodra je er erg in hebt. Het verschijnsel duurt namelijk maar verschrikkelijk kort. Ook de lichtintensiteit wisselt. Sommige strepen zijn amper waarneembaar, andere doen bijna pijn aan je ogen. Als fotograaf wil je zo’n verschijnsel natuurlijk graag vastleggen. Al is het maar eens in je (fotografische) leven. Dat is nog niet zo eenvoudig, maar wij hebben een prachtig alternatief voor je.


Het probleem met meteoren is dat je nooit weet wanneer en waar ze te zien zijn. Oké er zijn perioden waarin we weten dat er meer zijn dan anders en dan is ook bekend vanuit welk punt ze ongeveer lijken te komen. Maar dan nog is het uitspansel zo immens groot, dat je er met de camera al snel naast zit. De beeldhoek van een lens is immers beperkt. Zo kan ik mij nog goed herinneren dat ik in mijn vroege jeugd samen met mijn vader naar een intens donkere polder reed en mijn camera op statief neerzette. In die tijd (ik was net van de basisschool) was dat een zeer eenvoudige Russische camera, een Zenith B, met ongetwijfeld het standaard lensje erop (een 50 mm die je toen nog letterlijk op de camera schroefde). Richtte ik naar links, dan was er even later rechts een meteoor te zien. Richtte ik naar rechts, dan… ach, je raadt het vast al 🙂 Grootste deel van de avond was er trouwens helemaal niets te zien. Dat noemen ze dan een meteorenregen, de grapjassen!

Zodoende is het mij eigenlijk nooit gelukt een meteoor goed vast te leggen. Niet dat ik het elk jaar probeer, maar zo nu en dan op vakantie wil ik wel eens een poging wagen. Zonder succes dus. Tot vorig jaar. Bij toeval. Rond een uur of drie ‘s nachts wilde ik de melkweg vastleggen en kreeg een heuse meteoor cadeau. Eén keertje. Daarna zag ik ze overal om mij heen scheren, behalve daar waar ik mijn camera op gericht had. Nu is er een ander verschijnsel dat – eenmaal gefotografeerd – behoorlijk veel op een meteoor lijkt en het bijzonder is: dat fenomeen is super eenvoudig vast te leggen. Waarom? Omdat zowel de plek als het tijdstip lang van tevoren exact bekend zijn. Je weet dus wanneer je klaar moet gaan staan en ook waar je de camera op moet richten. Gebruik je bij meteoren liefst een groothoeklens om je kans te vergroten er ooit eentje te ‘vangen’, in dit geval kun je desnoods flink inzoomen om hem lekker groot in beeld te krijgen. Het verschijnsel waar het omgaat heet Iridium Flare. Je kunt ze bijna met je ogen dicht en je handen in je zakken fotograferen – bij wijze van spreken dan. Dat lijkt misschien een spectaculair hemelverschijnsel voor de wat luie fotograaf. Misschien is dat ook zo, maar het is een uitgemunte kans om bijzondere foto’s te maken en meteen ook om ervaring op te doen die je goed kunt gebruiken als je ooit besluit op meteoren-jacht te gaan.

De enige meteoor die ik (tot nu toe) net heb weten vast te leggen 🙂

Wat is een Iridium Flare eigenlijk? Het is een stipje dat heel snel in lichtintensiteit toeneemt, eventjes fel aan de hemel te zien blijft en vervolgens langzaam weer uitdooft. Eerst zie je dus niets (nou ja, de gewone sterrenhemel wel natuurlijk) en plotseling licht een nieuwe ster op, die na een tijdje langzaam weer uitdooft en verdwijnt. Daarna is het alsof er niet gebeurd is. Wat je ziet, is niet meer of minder dan het zonlicht dat door de antennes van een communicatiesatelliet naar de aarde weerkaatst wordt. Hoog boven ons bevindt zich namelijk een enorm netwerk van satellieten van het bedrijf Iridium (satelliet telefoons) en de antennes ervan werken als spiegels. De lichtflits is steeds alleen maar op een klein stukje aarde te zien: de zon staat ergens onder de horizon en het zonlicht wordt door de antennes naar een bepaalde plek weerkaatst. Hetzelfde principe als wanneer je een reflectiescherm gebruikt om bijvoorbeeld een model bij te lichten.

Het is net een meteoor, maar wel eentje die voorspelbaar is

Waar en wanneer

Hoe weet je wanneer en waar een Iridium Flare te zien is? Daar bestaan handige apps voor (zowel voor IOS als Android). Zoek maar eens op ‘Iridium Flare’ in de app-store van jouw telefoon of tablet. Zelf gebruik ik iFlares van Pleasant Software (2,69 euro). Heb je geen smartphone/tablet, dan zijn er ongetwijfeld websites die het je ook kunnen vertellen (Google er maar eens op). Een app heeft wel een aantal voordelen. Je telefoon heb je immers altijd bij je, dus kun je waar dan ook het fenomeen aanschouwen. Ook op vakantie. Verder kun je met de app in de hand heel nauwkeurig timen wanneer je de opname op je camera moet starten. Een computer sleep je toch wat minder makkelijk mee 😉 Een (permanente) internetverbinding is doorgaans niet nodig, het gaat om een berekening die je telefoon zelf kan maken. Dankzij de GPS in het toestel weet de app waar jij je bevindt (als je dit toestaat) en kan daardoor exact laten zien wanneer je aan de slag kunt. Een Iridium Flare is immers sterk locatiegebonden. De meeste apps kunnen via Augmented Reality (AR) laten zien waar de Flare te zien zal zijn. Je richt de telefoon (of je tablet) omhoog en met pijlen en symbolen wordt je via het scherm naar de juiste plek gedirigeerd.

iFlares vertelt je waar en wanneer ze te zien zijn

Heb je nog nooit een Iridium Flare gezien? Dan wil ik je adviseren om eerst gewoon eens te kijken hoe het fenomeen eruitziet. Laat je camera in de fototas zitten en kijk op het aangegeven moment wat er in de lucht gebeurt. Ik kan mij nog herinneren dat ik de eerste keer redelijk verbijsterd was. Niet zo zeer door die extra ster die plotseling verscheen, maar vooral door de voorspelbaarheid van het fenomeen. Gezien de herinneringen uit mijn vroege jeugd, van meteoren die wegbleven of ver buiten bereik van mijn lens aan de hemel verschenen. Ditmaal wist ik exact wat er ging gebeuren en waar ik moest kijken. Maar goed. Je ziet dus een lichtpunt opgloeien en even later weer uitdoven. Als de geboorte en het einde van een ster, de complete levensloop. Dat lijkt niet zo spannend voor een foto. Alhoewel? Als je goed hebt opgelet, zag je dat de lichtpunt bewoog. Niet zo snel als een meteoor (die is weg voor je er erg in hebt) maar vrij langzaam. Omdat de zon al onder is, hebben we met lange belichtingen te maken, dus een bewegende stip wordt op een foto… inderdaad, een streepje. Vandaar dat een Iridium Flare op de foto wel iets weg heeft van het spoor van een meteoor.

Op een iPad werkt iFalres ook en zie je meteen alle details

We pakken de camera erbij

Zodra je een keertje (of vaker) hebt gezien hoe een Iridium Flare eruitziet, is het tijd om de camera erbij te pakken. Zet hem op statief, richt hem op het stukje lucht waar de Flare verwacht wordt en gebruik een afstandsbediening of de zelfontspanner van je camera om een paar testopnamen te maken. Doe dat wel ruim voordat de Flare verwacht wordt, want je moet echt helemaal klaarstaan op het moment dat hij verschijnt. Hoe lang je moet belichten hangt af van veel factoren. Zoals: is er lichtvervuiling (bebouwing), staat de maan aan de hemel (en in welke fase), wanneer ging de zon onder, welk seizoen is het, enzovoort. Fotografeer je in de schemering, dan neemt het licht razendsnel af, dus bepaal de sluitertijd niet te ver vooraf. Zelf maak ik vlak voordat een Flare te zien is altijd snel nog even een tijdopname, zodat ik eventueel nog wat kan bijsturen. Hoe je de belichting bepaalt, scherpstelt en diverse andere zaken instelt, is niet zozeer aan Iridium Flares gebonden, maar heeft te maken met het fotograferen bij (zeer) weinig licht. Als er behoefte aan is kan ik daar nog wel eens een keer op terugkomen.

Hoe dichter je bij het Flare-centrum bent, hoe feller hij je toestraalt

Zelf belicht ik doorgaans een halve minuut of een minuut. Ik wacht tot de app aangeeft dat de Flare over ongeveer tien of vijftien seconden verschijnt en dan activeer ik de camera. Het opgloeien wil ik namelijk ook vastleggen, dat is immers het begin van de streep. De Flare zelf duurt niet zo heel lang. Tien seconden misschien, ik heb het eigenlijk nooit gemeten. Dus bij een belichting van dertig seconden zit je redelijk veilig. Maak de belichtingstijd niet te kort, want het nagloeien duurt vrij lang. Ook als jij allang niets meer ziet, kan de camera dat nog wel! Alleen bij een voldoende lange belichting staat de hele streep erop. Ook de sterrenhemel beweegt natuurlijk (nee Kees de aarde draait, ja dat weet ik maar zo zeg je dat nu eenmaal). Hoe langer je belicht en hoe verder je inzoomt, des te beter is te zien dat sterren in streepjes veranderen door de draaiing van de aarde. De sterrenstreepjes hebben een andere richting dan de lange streep van de Iridium Flare. Dat staat ook wel zo leuk.

Tips

Nog wat extra tips. Vaak kun je de app in een nachtstand zetten. Het scherm kleurt dan rood. Vooral doen, want als je in het donker staat, is het scherm oogverblindend en je verliest er tijdelijk je nachtzicht door (ook daar wil ik een andere keer best meer over vertellen). Kijk voor donker alvast via de app (Augmented Reality) waar je de Flare kunt verwachten. In het donker toont je telefoon namelijk een nagenoeg zwart beeld en dan kun je je niet op de omgeving oriënteren. Kijk dus als er nog voldoende licht is en let op herkenningspunten in het landschap, zodat je straks weet waar je moet zijn (kijken).

Doe je ogen een lol, gebruik de nachtstand (mouse-over)

De app wijst je de weg, maar kijk voor het donker is alvast waar je moet zijn

Heb je een paar keer een Iridium Flare vastgelegd? Probeer dan een locatie te vinden waar je ook wat voorgrond in beeld kunt nemen. Dan krijg je wat meer variatie in je foto’s en niet alleen met sterren gevulde plaatjes. Zelf heb ik tijdens een weekje Zuid-Limburg enkele Flare’s vastgelegd. Helaas was het maar een paar avonden (deels) onbewolkt. Daarnaast verschenen de Iridium Flare’s pas rond middernacht. Ik heb mij daarom beperkt tot het dakraam van ons vakantiehuisje. Lekker makkelijk. Met een Joby Gorillapod heb ik mijn Canon 5D Mark II aan het raamkozijn vastgeklemd. Met een miniatuur Joby heb ik hetzelfde gedaan met mijn Sony RX100 (grote sensor van een inch). De laatste avond heb ik zelfs met beide camera’s dezelfde twee Flares vastgelegd, die minder dan een minuut na elkaar verschenen. Het leek wel spits. Met de reflexcamera op 50 millimeter en de andere op ongeveer 70 millimeter om de flares wat groter in beeld te krijgen. Opmerkelijk was (en waar ik op gehoopt had), dat de flares dwars door de sluierbewolking te zien waren. Na een onbewolkte dag verscheen ‘s avonds plots bewolking, die rond middernacht gelukkig steeds dunner werd. De Iridium Flares waren zodoende alsnog te zien.

Canon 5D Mark II met 50 mm prime (Sigma Macro)

Sony RX100 ingezoomd tot 100 mm (kleinbeeld)

Streepjes

Let op dat je niet te ver uitzoomt. De streep van een Flare is vrij kort. Omdat je toch weet waar hij verschijnt, is de trefkans groot genoeg om veilig de groothoekstand te verlaten. Te ver inzoomen is weer niet handig, dan zit je er misschien net naast of je mis een stuk van de streep. Het spoor van een meteoor is daarentegen (vaak) juist enorm lang. Voor die verschijnselen gebruik je liefst wel een groothoek. Alleen al om de kans te vergroten dat je er in ieder geval eentje ‘vangt’. Dankzij de langere sporen die meteoren trekken, zijn ze op een foto gemaakt in groothoek alsnog goed te zien. Iridium Flares zie je dan amper terug.

Met 50 mm (kleinbeeld) is het spoor vrij kort; 70 mm is beter maar kost voorgrond (mouse-over)

Er is nog een belangrijk verschil tussen een meteoor en een Iridium Flare. Meteoren verschillen van keer tot keer in lichtintensiteit. De onvoorspelbaarheid is dus groot (locatie, tijdstip en intensiteit). Van een Iridium Flare is vooraf bekend hoe fel hij zal opgloeien. Het heeft immers vooral te maken met jouw locatie op aarde. Alleen in het centrum van de vlek (de door de satelliet weerkaatste bundel zonlicht) is de Flare op z’n felst. In de app zie je hoe fel een Iridium Flare is. Dat wordt de magnitude genoemd. Hoe kleiner het getal, hoe feller hij oplicht. Om ze heel goed te zien moet je vooral op de negatieve getallen letten. De helderste ster heeft dacht ik een magnitude van -1,46 terwijl Venus (die vaak morgen- of avondster genoemd wordt omdat deze planeet zo fel oplicht) vaak rond een magnitude van -3 of -4 schommelt. Dat is echt behoorlijk fel. Kortom, een Flare van -3 of lager valt direct op als hij opgloeit. Kun je nagaan als je een flare van -7 of -9 mag aanschouwen! Overigens is meer licht (dus een negatiever getal) fotografisch gezien niet altijd beter. De streep wordt er op het hoogtepunt (ongeveer in het midden van de streep) alleen maar breder en sterker overbelicht door. Magnitude -4 is op de foto misschien wel mooier dan magnitude -9.

Hoe nu verder

Voor een volgende gelegenheid heb ik al wat ideetjes klaarliggen. Een mooiere voorgrond met de lichtstreep lekker prominent in beeld, bijvoorbeeld. Thuis is het uitzicht niet echt spectaculair, het zal daarom wel stilliggen tot de volgende vakantie vermoed ik. Ook wil ik meerdere flares tegelijk in één opname vangen. Dat durfde ik afgelopen vakantie nog niet aan. Nu ik twee losse opnamen die direct na elkaar gemaakt zijn in Photoshop gecombineerd heb, weet ik dat het mogelijk is. Ze overlappen elkaar niet, althans niet op die dag. Tot slot vraag ik mij af of ze al te zien zijn als de zon onder is maar het nog steeds licht is. Een Iridium Flare met een magnitude van -7 bijvoorbeeld. Vandaag wordt er eentje verwacht, maar helaas, het is bewolkt 🙂 Ik ben zeer benieuwd of jij ook wel eens een Iridium Flare gefotografeert, of dat je naar aanleiding van dit artikel een poging wilt wagen (doen hoor!). Hoe leg jij ze vast? Lukt het je om een mooie voorgrond of zoiets als een bergketen op de achtergrond mee te nemen in de foto?

Video Camera X–series-look voor EOS en evaluatie 5DIII firmware

Voor velen is de langverwachte functie toch wel uitgedraaid op een teleurstelling. Misschien ook om die reden ontbreken de echt diepgravende tests, want er zijn nog wat dingen onduidelijk of beperkt getest. De kwaliteit van de externe opname is niet die stap vooruit die was gehoopt, het kwaliteitsverschil met de interne opname valt toch wat tegen en er zijn wat scherpe randjes met de kleuren en scherpe randen met de audio bij de externe opname. Helemaal als dan ook nog moet worden bedacht dat er een externe opname oplossing moet worden aangeschaft (300-1000 euro) en gebruikt.

Resultaten met HDMI uit

Ook wat de HDMI-uit kwam James Miller met een reactie en wel met één die redelijk overeen komt met de algemene opvatting wat de kwaliteit van HDMI out betreft. De algemene, impliciete consensus is dat:

  • er vergeleken met de interne opname een beperkte kleurshift naar groen is en dat deze kleurshift ongewenst is, maar dat de shift beperkt genoeg is om geen probleem te zijn in de nabewerking (ook mogelijk mede dankzij de extra kleurinformatie);
  • het beeld iets lichter is vergeleken met de interne opname;
  • de beeldkwaliteit niet echt veel beter is dan de interne opname, de opnamen blijven nog altijd vrij soft .


Footage geschoten door Andrew Reid van EOSHD

Wat de beoogde voordelen betreft, hoewel de limiet van 29m59s doorbroken zou kunnen worden zijn diverse mensen toch tegen een dergelijke limiet aan gelopen. Ondanks dat ze de energie besparingsstand hadden uitgeschakeld stopte de 5DIII met de uitvoer naar HDMI. Ook op het gebied van 4:2:2 is het een wat minder eenduidig verhaal. Diverse mensen twijfelen aan de claim of het werkelijk 4:2:2 is, terwijl anderen toch het idee hebben dat ze in de nabewerking iets meer kleurinformatie hebben. Of dit daadwerkelijk het gevolg is van 4:2:2 of dat er simpelweg meer informatie beschikbaar is met de nieuwe firmware (zoals met de interne opname) is de vraag.

Er was ook even de nodige vertwijfeling over het aantal beelden per seconde. Er zou voor Europa geen 25p mode zijn, alleen 24p en 50i. Maar uiteindelijk lijkt het bij 50i daadwerkelijk om 25p te gaan.
De 24p mode is in werkelijkheid 23,976 en is de standaard voor film en een gangbare framerate voor bijvoorbeeld Amerika (naast 30p / 29,976p). De andere optie 50i, een interlaced opname, wordt door veel minder mensen gewaardeerd omdat individuele frames er minder uitzien. De eerste 1/50e seconde worden de even lijnen uitgelezen en de tweede 1/50e seconde worden de oneven lijnen uitgelezen. Deze worden samengevoegd en resulteren in 25 beelden per seconden. Dit heeft als voordeel dat beweging vloeiender kan worden vastgelegd met kwalitatief mindere afzonderlijke frames. Dit alles maakt minder interessant voor liefhebbers van filmisch beeld. Voor dat beeld wordt het hele beeld in ‘één keer’ vastgelegd (afgezien van rolling shutter) en wordt een langere sluitertijd zoals 1/50e gekozen om het beeld wat te vervagen.
Uiteindelijk lijkt het er  toch gewoon op dat het beeld met 25p wordt vastgelegd, maar dat het wordt uitgestuurd in een 50i signaal. De reden hiervoor zou kunnen zijn dat hiermee meer monitoren met het signaal overweg kunnen.

Zoals aangegeven wordt er geen audio signaal uitgestuurd over de HDMI kabel. Om toch zowel op de interne als de externe opname te hebben gebruikten de nodige personen de koptelefoon aansluiting van de 5DIII. Deze blijft namelijk gewoon actief. Die aansluiting voerden ze door naar de recorder, zoals dat bij bijvoorbeeld de Atomos Ninja 2 mogelijk is. Helaas treed hier wel een klein probleem op aangezien de audio en video niet synchroon lopen. Het verschil is vijf of zes frames, maar zorgt toch voor een extra stap in de nabewerking. Misschien wel lastiger is dat het uitgangsvolume van de koptelefoon bepalend is voor de opname op de externe recorder. Deze dient dan ook dusdanig te worden ingesteld dat deze tijdens de opname niet meer aangepast hoeft te worden.

Een functionaliteit, de impact althans, die wel mee over de HDMI uitgang ‘meekomt’ is de focus assist. Het oordeel daarover zal per persoon verschillen en zal dan ook voor- en tegenstanders treffen.
De 5DIII (en meerdere EOS camera’s) hebben die focus assist functie om een deel van het beeld in stapjes te vergroten. Daarmee is het beter mogelijk om vast te stellen op welk gebied er precies is scherpgesteld. Het is feitelijk de enige methode die altijd werkt om op een stock 5DIII dat gebied vast te kunnen stellen. Een alternatief die sommigen gebruiken is door bij een zoomlens in te zoomen, de focus waar nodig aan te passen, en weer naar de oorspronkelijke focal length terug te keren. Helaas werkt deze techniek op veel fotografie lenzen niet! Door de zoom beweging verandert de focus met dergelijke lenzen. Echte cine lenzen zijn hierop een uitzondering, evenals een aantal fotografie lenzen. Tot slot zit er op sommige externe EVFs en recorders een peaking functionaliteit om te laten zien welk gebied scherp in beeld is.
Bij gebruik van de focus assist functie wordt de vergroting van het beeld zogezegd niet alleen op het LCD scherm getoond, maar ook op het beeld dat over de HDMI uitgang komt. De vergroting heeft wel een negatief gevolg voor de beeldkwaliteit. De kwaliteit van het beeld ligt namelijk lager dan zonder de vergroting. Maar gebruik van de vergrotingsoptie tijdens de opname is wel een betere optie dan het beeld later in de nabewerking te vergroten, daarvan ligt de kwaliteit namelijk, vooralsnog, lager.

Apparaat om het HDMI signaal vast te leggen

Om daadwerkelijk gebruik te kunnen maken van de HDMI out kan een externe recorder worden gebruikt. Velen gebruiken hiervoor de Atomos Ninja 2 die al een paar keer zijdelings ter sprake kwam. Op NAB (5-10 april) werden al diverse demonstraties gegeven van een 5DIII met de destijds aanstaande firmware en diezelfde Ninja 2. De Ninja 2 is een kleine recorder die de inkomende beelden kan comprimeren naar bijvoorbeeld ProRes 422. De beelden worden opgeslagen op een 2.5” opslagschijf. Dit kan een SSD of een draaiende harde schijf zijn. In het geval van de 5DIII volstaat de snelheid van een harde schijf en is opslagruimte goedkoper. Aan de andere kant is een SSD een betere keuze als de camera en de recorder bewegen. Een uiterst uitgebreide bespreking van de Ninja 2 en de 5D Mark III door Stefan Czech is hieronder te bekijken.

Een video door Stefan Czech waarin van alles rondom de nieuwe firmware en de Ninja 2 aan bod komt.

Naast de Ninja 2 heeft Atomos nog twee recorders, de Samurai en de Blade. Beide recorders vereisen nog wel een convertor omdat ze wel de (veel) degelijkere SDI ingang bezitten, maar geen HDMI ingang. Daar staat bij de Blade wel tegenover dat het een veel beter scherm heeft dan de Ninja 2 en de Samurai. Het gaat om een 5” IPS paneel met een 1280×720 resolutie. De Blade heeft daarnaast een  waveform en vector scope functionaliteit. Een andere, simpelere recorder is de Hyperdeck Shuttle 2 van Blackmagic. Daarnaast heeft Blackmagic ook capturekaarten (pci-e insteekkaart, usb3.0 en Thunderbolt) waarmee HDMI signalen direct op de computer kunnen worden opgeslagen.

Op NAB 2013 (5-10 april) werd duidelijk dat de nieuwe firmware voor de 5D Mark III met ‘clean HDMI’ daadwerkelijk aanstaande was. Op 26 april lekte de firmware uit en op 30 april kwam firmware versie 1.2.1 daadwerkelijk uit. De twee grotere veranderpunten zijn de toevoeging van clean HDMI out en de verbetering van de autofocus waarmee deze op gelijke hoogte zou komen als de 1D X.

Aanpassingen in firmware v1.2.1

De door Canon aangeleverde lijst met aanpassingen is als volgt:

  1. Uncompressed HDMI output is now enabled.
  2. Enables the center AF point to autofocus when the camera is used with Canon EF lens/extender combinations whose combined maximum aperture is f/8.
  3. Improves the speed of the camera’s acquisition of focus when using a Canon Speedlite’s AF-assist beam.
  4. Fixes a phenomenon in which the LCD monitor may freeze and display Err 70 or Err 80 when a still photo is taken during Live View or in movie shooting mode.
  5. Fixes a phenomenon that may occur when the continuous shooting priority setting is enabled for multiple exposures, such that, after the sixth image is taken, there is a slight pause before the remainder of the sequence is completed.
  6. Fixes a phenomenon in which the viewfinder display shows incorrect information during AEB shooting.
  7. Communication with the WFT-E7 Wireless File Transmitter has been improved.
  8. When images have been successfully transferred with the WFT-E7 Wireless File Transmitter through the FTP protocol, an “O” will be displayed. When images have not been successfully transferred with the WFT-E7 Wireless File Transmitter through the FTP protocol, an “X” will be displayed.
  9. Fixes a phenomenon in which the camera may not function properly when an Eye-Fi card is used.
  10. Fixes a phenomenon in which the focal length value listed in the Exif information is not displayed correctly for images shot with the EF 24-70mm F4L IS USM lens.
  11. Fixes a phenomenon in which the lens firmware cannot be updated properly.
  12. Corrects errors in the Arabic language menu.
  13. Fixes a phenomenon in which the camera changes the AF microadjustment value to -8.
  14. Fixes a phenomenon in which the on-screen guidance cannot be fully displayed when setting the maximum limit value for the “Setting the ISO Speed Range for Auto ISO” option.

Uncompressed HDMI

Met de eerste aanpassing in de lijst, uncompressed HDMI output, krijgt de 5DIII een functionaliteit die de Nikon D800 al sinds de introductie bezit. Bij de 5D Mark III en de lager gepositioneerde DSLRs met video mogelijkheden was de HDMI output tot dusver niet ‘clean’. De diverse instellingen die bij het maken van een video opname op de LCD van de camera te zien zijn waren ook op de HDMI uitgang te zien. Het grote voordeel van uncompressed HDMI out is dat een externe opname nu interessant kan zijn wat de volgende zaken mogelijk maakt:

  • er kan voor een andere compressie, zoals ProRes 422, worden gekozen om zodoende betere kwaliteit te bereiken dan met de compressie opties van de interne opname,
  • de video opname limiet van 29m59s kan worden omzeild, een limiet die is ingesteld omdat daarmee de DSLR daadwerkelijk in het goedkopere belastingtarief valt van fotocamera’s en niet het duurdere van de videocamera’s,
  • het maakt dat er geen frames meer verloren gaan zoals met de interne opname naar de flash kaart het geval is, dat gebeurt zodra de camera een nieuwe file moet aanmaken vanwege de 4GB limiet per file (wat grofweg neerkomt op 12 minuten video).

Clean, Uncompressed HDMI

De uncompressed, clean HDMI uitgang stuurt beeldmateriaal met een 4:2:2 color sampling en een 8 bit kleur diepte uit. De kleur diepte blijft hiermee gelijk aan de interne opname, maar de sampling is een vooruitgang ten opzichte van de 4:2:0 van de opname naar de flash kaart. Dit moet zich resulteren in meer mogelijkheden om aan kleurcorrecties te doen. De hogere color sampling versies (met als heilige graal 4:4:4) is vooral van belang om een persoon goed te kunnen isoleren bij een greenscreen opname. Bij 4:2:0 is er dusdanig weinig informatie op het gebied van kleur dat het lastig is om goed de groene gebieden uit de opname, zoals bij haren, weg te halen.

De HDMI uitgang stuurt verder een time code uit en maakt het mogelijk om met de camera een opname van het HDMI signaal door een externe recorder te kunnen starten en stoppen. De timecode is interessant om beelden van verschillende camera’s te kunnen synchroniseren. Het audio signaal komt niet mee in het HDMI signaal, de recorder ontvangt alleen videobeelden van de camera.

Bij het gebruik van de HDMI uitgang is het nog altijd mogelijk om het LCD scherm achterop de camera te gebruiken. Hiervoor dient wel de mirroring mode te worden geactiveerd. Daarbij is het mogelijk de instellingen op het LCD scherm te laten zien, zonder dat deze ook over de HDMI uitgang te zien zijn. Daar bovenop is het nog altijd mogelijk om een interne opname te maken op de flashkaarten, terwijl er een signaal wordt uitgestuurd over de HDMI uitgang.

De lang verwachte firmware update werd door velen al snel in gebruik genomen. Na enige tijd kan er dan ook een algemeen beeld worden gevormd. De volgende tekst is gebaseerd op talloze reacties op fora als Planet5DEOSHDdvxuser en diverse Twitter reacties. Hierbij is er gekeken of er langzaam aan een impliciete consensus middels soortgelijke reacties van gebruikers. Zoals wel vaker blijken er goede, mindere en ronduit vervelende punten aan firmware versie 1.2.1 voor de 5D Mark III te zitten.

Hoewel de interne video opname onaangepast zou zijn gebleven heeft James Miller deze toch getest. Hiervoor vergeleek hij de opnamen die hij maakte terwijl de vorige firmware versie op de camera stond met opnamen van hetzelfde onderwerp toen de gelekte firmware op de camera stond. Zijn conclusies waren dat de kleuren met de nieuwe firmware wel degelijk wat anders zijn en wel op een positieve manier. De schaduwpartijen zouden ook meer kleur hebben. Tot slot zou er ook iets meer detail in de opnamen zitten met firmware versie 1.2.1.

Vergelijking van de interne opname

Twee frames met een vergroting van 300%, afkomstig uit twee opnames terwijl er een verschillende firmware versie op de camera stond. Druk op de foto om het grotere origineel, dat door James Miller, is gedeeld te zien.

Met James waren er nog een aantal mensen die tot soortgelijke bevindingen kwamen en dit werd veelal toegeschreven aan een betere interne compressie. Er zou dan ook moeten worden gekeken hoe de balans tussen de twee interne compressie methoden (ALL-I en IPB) momenteel precies ligt. Tot v1.2.1 was de algemene consensus dat de ALL-I de betere interne compressievorm was als er relatief veel beweging in het beeld was. Wel zien sommigen een wat opmerkelijke, vervelende vorm van ruis bij lagere ISO waarden. IPB wordt doorgaans gezien als de betere keuze als er langzame beweging in het beeld is. IPB resulteert dan ook, dankzij de variabele bitrate, in kleinere bestanden.

Eén van de eerste dingen die mensen opmerkten was dat er nog een ‘vijftiende functionaliteit’ in de firmware zit. Compatible, decoded batterijen die met de voorgaande firmware versie volledig functioneel waren laten met de nieuwe firmware de accustatus niet meer zien. De gebruiker krijgt een melding daarvan (“Communication with Canon LP-E6 battery is Irregular. Continue to use this battery?”) en de accustatus blijft op 100% staan. Hiermee krijgt de 5D Mark III dezelfde ‘functionaliteit’ als de 6D.

Een punt waar Canon op zich niets aan kan doen, maar dat wel in gedachte dient te worden gehouden is de incompatibiliteit met Magic Lantern. Om het programma Magic Lantern te kunnen laden heeft het team achter Magic Lantern een speciale firmware versie gemaakt. Die versie is nog gebaseerd op de door Canon aangeleverde firmware met versienummer 1.1.3. De nieuwste versie die Canon aanlevert mist de functionaliteit om Magic Lantern aan te kunnen spreken. Helaas is er vooralsnog geen speciale firmware versie uitgekomen die op v1.2.1 is gebaseerd en die wel Magic Lantern wel weer kan aanspreken. Of dit alleen een kwestie is van het aanpassen van de firmware of dat het programma zelf ook niet meer zou functioneren is ons niet duidelijk.

Firmware versies

Om firmware versie 1.2.1 te downloaden kun je naar deze pagina gaan. Kijk uit dat je geen Eye-Fi kaartje gebruikt om de firmware update uit te voeren! Mocht je nu na het lezen van dit alles en met de recente ontwikkelingen van Magic Lantern spijt hebben van de upgrade dan is er hoop. Het is mogelijk om een downgrade uit te voeren ondanks diverse berichten dat dit niet mogelijk zou zijn.

Naast de firmware update heeft Canon ook een nieuwe picture style uitgebracht die te gebruiken is in diverse EOS camera’s. De nieuwe picture style geïntroduceerd is is (vooral) gericht op mensen die video’s maken. Met de picture style zouden video’s minder contrast en minder verzadigde kleuren hebben. Maar fotografen kunnen ook gewoon gebruik maken van de picture style voor in hun foto’s.

De keuze van de picture style is van belang omdat het beeld bij interne opname wordt gecomprimeerd. Door die compressie blijft er minder informatie over om de beelden te bewerken. Het gaat dan om bewerkingen als color grading en verscherping, ingrepen op de beelden zelf dus.
Het algemene devies is dan ook om een picture style te kiezen die het dichtst bij het uiteindelijke doel ligt. Echter, voor diegenen die zoveel mogelijk ruimte willen hebben voor in de nabewerking, in welke richting dan ook, gaat het erom om een beeldstijl te vinden die zo ‘plat’ mogelijk is. Een bijkomend voordeel, dat ook al terugkomt in de naam, is dat de beelden vergelijkbaar zouden zijn met de beeldstijl die geselecteerd kan worden in de professionele X-series camcorders. Dit maakt het beter mogelijk en makkelijker om de beelden van de verschillende camera’s te combineren in één video zonder dat aan de beeldstijl opvalt dat er andere camera’s gebruikt zijn.

Naast de door Canon aangeleverde Video Camera X-series-look kunnen gebruikers ook eigen beeldstijlen creëren, worden er diverse beeldstijlen gedeeld door allerlei partijen of worden standaard instelling enigszins aangepast en aanbevolen.

High Dynamic Range-fotografie (HDR) in de praktijk

Iedereen kent het wel. Lastige lichtsituaties waarbij het simpelweg onmogelijk is om de donkere als lichte onderdelen goed te fotograferen. Het is kiezen of delen: overbelichten of onderbelichten en vervolgens een reddingspoging met Photoshop. Maar er is ook een alternatief: HDR. Zowel softwarematig achter, of bij sommige camera’s zelfs als optie in de camera vooraf. Maar hoe werkt HDR en Tone Mapping en hoe maak je er optimaal gebruik van?

Een situatie met groot contrast bevat onder- en overbelichte delen. Door meerdere belichtingen te maken en deze samen te voegen (HDR) ontstaat een veel beter belichte foto. Ga met de muisaanwijzer op de foto staan om het verschil te zien.

Voorbeeld

Stel je eens voor: je staat voor een kasteelruïne die je wilt fotograferen. Deze staat aan de rand van een afgrond, dus je kunt er niet omheen lopen. Binnenin is het donker, buiten schijnt de felle zon. Hoe krijg je de fraaie structuur van de kasteelmuur in beeld en tegelijkertijd de witte wolken en blauwe lucht? Dat is praktisch onmogelijk omdat het contrast te groot is. De lucht is fel, het kasteel donker. Je oog is redelijk in staat om details in donkere en lichte delen te zien, maar je camera kan dat niet. Een foto met standaardbelichting, bijvoorbeeld in de automatische stand, levert een contrastloos plaatje op: schaduwen zijn zwart, de lucht is wit. Als je overbelicht, wordt de structuur van het kasteel goed zichtbaar, maar wordt de buitenlucht een felle gloed. Als je onderbelicht, worden de witte wolken en blauwe lucht goed zichtbaar, maar wordt het kasteel simpelweg zwart. Hoe kan dit?

Het verschil tussen het mensenlijk en camera’s (afbeelding: Ricoh)

De oorzaak ligt in het feit dat een camerasensor, evenals het menselijk oog, een beperkt contrastverschil kan waarnemen. In situaties waar het ofwel heel erg donker of erg licht is, moet er gekozen worden. In het donker worden onze pupillen groter, waardoor we beter kunnen zien. Maar fel licht doet dan wel pijn aan onze ogen. De sensor van een digitale camera heeft hetzelfde probleem. In technische terminologie heet dit het dynamisch bereik en komt neer op hoeveelheid kleurgradaties die waargenomen kunnen worden tussen pikzwart en helderwit. Een camera ziet minder gradaties dan een mens, waardoor schaduwen al snel zwart worden in plaats van donkergrijs en fel licht wit. Onder normale lichtomstandigheden doet dit zich niet voor, maar wanneer er sprake is van een groot contrast met donkere schaduwen en felle hooglichten wordt het kritiek. Het probleem is dat een camera een overbelicht deel van een foto als witte pixels opslaat (en een onderbelicht deel als zwarte), omdat hij de verschillende lichtwaarden niet kan onderscheiden. Hierdoor gaat er dus beeldinformatie voorgoed verloren. Het dynamisch bereik van een camera wordt uitgedrukt in stops. Een gemiddelde camera heeft een bereik van 5 tot 8 stops, zeg maar een contrastratio van 128:1. Een spiegelreflexcamera heeft veel een grotere sensor en doordoor meer dynamisch bereik. Een professionele camera met fullframe-sensor biedt gemiddeld circa 11 stops dynamisch bereik (een contrastratio van 2048:1). Niet slecht als je bedenkt dat de lcd-monitoren waar we op werken gemiddeld een dynamisch bereik hebben van iets minder dan 10 stops (700:1). Ter vergelijking: het menselijk oog heeft een dynamisch bereik van circa 14 stops, wat neerkomt op een contrastratio van 11.000:1. Maar omdat deze goed in staat is zich aan te passen aan de omgeving (b.v. zeer licht of zeer donker) kunnen we ook wel spreken van 1.000.000:1 (24 stops). Dat is een wereld van verschil met camera’s.

Het toepassen van HDR, zij het via beeldbewerking of op de camera leidt meestal tot een flinke toename van het contrast. Ga met de muisaanwijzer op de foto staan om het verschil te zien.

Bracketing

Het menselijk oog heeft dus een beduidend beter dynamisch bereik dan een camera en het is bovendien in staat om zich aan te passen. Maar gelukkig zijn er wel trucs om het dynamisch bereik van camera’s te verbeteren. Een situatie met fel licht en donkere schaduwen laat zich weliswaar niet in één foto vangen, maar wel in meerdere. Je kunt dan een belichtingstrapje maken met verschillende sluitertijden. Dit stel je op je camera in via de optie bracketing, maar het kan eventueel ook handmatig. Je begint met een lange sluitertijd waarbij de donkere schaduwen goed belicht wordt en gaat door tot een korte sluitertijd waarbij de details van de hooglichten goed vastgelegd worden. Dit zijn minimaal drie verschillende opnamen (onderbelicht, neutraal, overbelicht), maar afhankelijk van de lichtsituatie kan het aantal oplopen tot 10 of meer. Voorbeeld: je maakt drie foto’s, waarvan één standaard belicht, één -2 stops onderbelicht en één +2 stops overbelicht (-2 EV, 0 EV, +2 EV). Uiteraard is een statief hiervoor een aanrader, omdat de compositie anders teveel van elkaar afwijkt (waardoor samenvoeging bemoeilijkt wordt). We hebben dan alle details van de omgeving vastgelegd, zij het niet in één opname. Maar via fotobewerkingssoftware zouden de foto’s kunnen worden samengevoegd. Nu kan dat ingewikkeld, via meerdere transparante lagen, maar ook relatief eenvoudig. Een tip is om te foto’s (indien mogelijk) op te slaan in het raw-formaat. Dit formaat bewaart beduidend meer kleurinformatie dan jpeg en bevat dus een veel hoger dynamisch bereik.

Door drie foto’s met verschillende belichtingen te maken en deze samen te voegen wordt het dynamisch bereik kunstmatig vergroot. (afbeelding: Ricoh)

De term ‘HDR’ staat voor High Dynamic Range (oftewel een hoog dynamisch bereik). Je kunt een HDR-foto maken door meerdere foto’s met verschillende belichtingstijden samen te voegen tot één HDR-bestand. Alle kleurinformatie van alle opnamen blijft in dit bestandsformaat behouden, waardoor het dynamisch bereik van je camera dus enorm toeneemt. Het is een bestandsformaat dat kleurinformatie in 32-bits opslaan in plaats van de gebruikelijke 8-bits van jpeg en 16-bits van tiff. Hierdoor kan een veel groter kleurbereik kan worden vastgelegd dan met een jpeg of  tiff. Het probleem is echter dat er vrijwel geen hardware (en slechts een beperkt aantal softwaretitels) om kan gaan met HDR-bestanden. Daarnaast zijn er eigenlijk nog geen monitoren die een dergelijke hoeveelheid kleurinformatie kan weergeven. Een gemiddelde lcd-monitor geeft 8 tot 10 bits kleurinformatie weer, dus alles daarboven is zo goed als onzichtbaar. Wanneer je een 32-bits HDR-bestand opent met geschikte software, zul je een vreemd belicht plaatje te zien krijgen omdat je monitor het simpelweg niet goed kan weergeven. In een apart venster, dat een klein deel van het beeld terugberekend naar 16-bits, kun je de verschillende lichtnuances zien wanneer je er met de muis over beweegt. Er bestaan wel een paar professionele HDR-monitoren, maar die hebben een prijskaartje van circa € 45.000. Zoals de BrightSide DP37-P, die een constrastratio heeft van 200.000:1 en een helderheid van 3000 cd/m2. Dat is tien tot twintig keer zo helder en contrastrijk is als een normale monitor. Ze worden dan ook uitsluitend gebruikt door filmmakers en enkele professionele studiofotografen.

Een 32-bits HDR-foto is niet goed zichtbaar op een standaardmonitor, omdat deze niet alle kleurnuances kan weergeven. De beeldinformatie is er echter wel (zie het hoofd van het standbeeld linksboven).

Tone Mapping

Leuk, zo’n HDR-foto, maar wat heb je er aan als je de kleuren niet correct kunnen worden weergegeven door je monitor? Je kunt de kleurinformatie natuurlijk weer terugbrengen naar 16-bits en de foto vervolgens opslaan als een tiff-bestand (of jpeg, maar dan met 8-bits). Om gebruik te maken van de enorme hoeveelheid details en kleurinformatie van het 32-bits bestand, kun je de kleuren kunstmatig samenvoegen met behulp van een functie genaamd ‘tone mapping’. Deze comprimeert het aantal kleuren, maar dan met zo veel mogelijk behoud van details in schaduwpartijen en hooglichten. Helemaal nieuw is dat niet: een soortgelijke methode werd vroeger ook al in kranten toegepast omdat contrastrijke kleurenfoto’s in zwart-wit-druk niet echt uit de verf kwamen. Om een HDR-foto om te zetten via tone mapping heb je speciale software nodig, zoals Photoshop, Photomatix of Picturenaut. Met dezelfde software kun je je overigens ook foto’s samenvoegen tot een HDR-opname. Omdat er geprobeerd wordt zoveel mogelijk kleurinformatie en lichte en donkere details in de foto te behouden, is het gevolg wel dat het resultaat wat kunstmatig kan overkomen. Veel amateurfotografen vinden dit resultaat juist erg kunstzinnig, bijzonder en mooi om te zien. Maar de meningen zijn verdeeld, want soms is de bewerking echt te veel van het goede omdat kleuren volstrekt onrealistisch worden. Dat verlegd de focus van de foto naar de bewerking zelf, in plaats van het onderwerp en de compositie. Een HDR- en tone mapping-bewerking loslaten op je foto’s is geen doel op zich, maar een hulpmiddel om details zichbaar te maken met als leuke bijkomstigheid dat de kleuren versterkt worden.

HDR-stand op camera’s

Overigens beginnen cameramakers ook steeds meer in te spelen om deze trend. Veel (compact)camera’s bevatten een speciale stand, waarbij details in fel licht veel beter worden opgenomen. Dit kost wel meer verwerkingstijd en kan de mogelijke ISO-standen wat beperken. In feite is dit een kunstmatige methode, waarbij feitelijk iets wordt onderbelicht, waarna de schaduwpartijen softwarematig worden verhelderd en de hooglichten intact blijven. Dezelfde methode kan worden toegepast op schaduwen. Oneerbiedig gezegd is het een soort ‘schaduw en hooglichten’-bewerking die we ook kennen van Photoshop. Maar er zijn ook een camera’s die zelf meerdere opnamen met verschillende sluitertijden maken en daar zelf een samengesteld beeld van produceren. Dat heeft een beter effect.

Er is verschillende software in omloop waarmee je meerdere foto’ kunt samenvoegen tot een HDR-bestand en vervolgens weer kunt omzetten via Tone Mapping. De meest toonaangevende software is Adobe Photoshop CS6, waar HDR nu volledig ondersteund wordt, en het pakket Photomatix van HDRsoft. Het laatst genoemde pakket was één van de eerste titels die een complete oplossing bood voor HDR-fotografie en is dan ook razend populair. Maar zowel Photomatix als Photoshop zijn betaalde pakketten. Er zijn ook gratis alternatieven, al moet je daarvoor goed zoeken. Op internet worden tientallen HDR-pakketten onder de noemer ‘free’ aangeboden, waarvan een groot deel in de praktijk toch betaald zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om testversies die slechts 30 dagen functioneren, of software die weliswaar volledig functioneel is maar steeds een watermerk toevoegd (wat natuurlijk niet wenselijk is). Een goed gratis pakket is Picturenaut 3.

In dit artikel gebruiken we Photomatix als voorbeeld

Een overzicht:

HDR uit één foto

Soms zien we pas achteraf dat een bepaalde scene wat betreft belichting niet goed uit de verf komt. Of is het niet mogelijk om een reeks foto’s te maken vanwege bijvoorbeeld een bewegend onderwerp of het gebrek aan een statief. Geen nood. Als je in het raw-formaat fotografeert kun je daar ook een HDR-bestand uit persen. Een raw-foto bevat onbewerkte beeldinformatie rechtstreeks vanaf de sensor, dat zonder schadelijke compressie en met maximaal kleurdetail wordt opgeslagen. Het dynamisch bereik van een raw-foto is vele malen groten dan die van een jpeg-versie. Daardoor is een raw-foto ook zo  goed te corrigeren in beeldbewerkingssoftware. In het raw-formaat is een overbelichte lucht is bijvoorbeeld niet 100% wit, maar bevat meer tussenliggende kleuren. Met behulp van HDR software kun je alle aanwezige details – zowel in de extreem lichte als donkere delen – uit uw foto persen. Het gaat dan niet om een echt HDR-bestand, omdat de totale kleurinformatie slechts 16-bits is, maar je kunt toch tone mapping gebruiken om de foto te bewerken. Het gevolg is dat uw foto wint aan details in donkere en lichte delen, evenals contrast en kleurverzadiging. Een echte HDR-foto op basis van meerdere belichtingen is nogal altijd beter, maar het is beter dan niets.

Hieronder het complete stappenplan voor het maken van HDR-foto’s.

FASE 1: foto’s maken

Kom je een situatie tegen met lastig licht, zoals donkere schaduwpartijen en fel licht tegelijkertijd, dan is dat een ideaal uitgangspunt voor HDR. Het maken van HDR-foto’s is vooral voor architectuur van toegevoegde waarde. Voor personen is het niet wenselijk, omdat mensen er onnatuurlijk uit gaan zien.

Tips:

  • Gebruik bij voorkeur een statief
  • Maak minimaal drie foto’s (via de bracketingoptie)
  • Gebruik (indien mogelijk) het raw-formaat in plaats van jpeg

FASE 2: Samenvoegen tot één HDR-bestand

Eenmaal thuis opent u uw HDR software en selecteer je de reeks foto’s die je wilt omzetten. Om het overzicht te bewaren, is het aan te raden om de foto’s die je wilt omzetten in een aparte map te plaatsen. Soms biedt biedt de (betaalde) software geavanceerde opties die je veel werk kunnen besparen. Zoals de optie om foto’s op elkaar aan te laten sluiten (wanneer je geen statief hebt gebruikt), het reduceren van kleurschifting en ruis en het wegpoetsen van ghosting (een bewegend onderwerp dat op verschillende posities staat in de fotoreeks). Daarna begint het wachten, want het samenvoegen neemt enige tijd in beslag. Een snelle computer is een pré en ook een 64-bits besturingssysteem en dito software werkt vlotter.

FASE 3: Omzetten via Tone Mapping

In de laatste fase wordt kleurinformatie uit de HDR-foto gecomprimeert naar een 8- of 16-bits bestand, dat zichtbaar is op onze monitoren. In de meeste software kun je voor het omzetten verschillende prioriteiten aangeven, die het resultaat sterk kunnen beïnvloeden. Er is dus niet één mogelijkheid, maar een groot scala variabelen. Je kunt bijvoorbeeld de sterkte van het effect bepalen, evenals de helderheid, het microcontrast en de kleurverzadiging. Ook de overgangen van licht naar donker kun je beïnvloeden (via smoothing). Je hoeft dus niet af te wachten welk resultaat er uiteindelijk uitrolt, maar hebt hier grote invloed op.

Tips:

  • Overdrijf niet. De foto wordt dan zo surrealistisch dat alle nadruk naar het effect gaat en niet meer naar de foto zelf.
  • Let op ruis. Het samenvoegen van beelden en het comprimeren van kleuren werkt ruis in de hand.
  • Let op onrealistische kleurverschillen. Sommige zaken, zoals sneeuw of een witte lucht, horen zo te blijven als ze zijn. Een foto waarin sneeuw grijs wordt, is niet erg realistisch meer.

FASE 4: Beeldbewerking

Het eindresultaat kun je openen in je favoriete fotobewerkingsprogramma en dan nog wat verfijnen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er veel ruis is, wat je kunt reduceren. Soms is het ook mooi om het constrast nog wat te verhogen, de kleurverzadiging te verminderen of –meerderen en de wat helderheid bij te stellen.

Hieronder staat een aardige selectie foto’s met en zonder HDR. Als je niets doet, zie je de normale foto. Ga je met de muispijl op een foto staan, dan zie je de HDR versie van dezelfde foto. De eerste foto is bijvoorbeeld een mislukt exemplaar van George Washington bij Wall Street (New York City), maar dankzij HDR viel er nog behoorlijk wat te redden (let wel: het gaat hier om RAW-foto’s).

Het origineel is overbelicht, maar na bewerking met Photomatix is het resultaat een stuk beter.

HDR toepassen op een waterval kan, maar of het mooi is…? Het effect is wel aardig, maar grijze sneeuw? Ugh…

Even wat schaduwpartijen wegwerken

Een donkere voorgrond en een felle achtergrond, de nachtmerrie van iedere fotograaf. De HDR-versie toont beide delen. (Shanghai)

Door het licht op de achtergrond is de voorgrond onderbelicht. Maar Photomatix weet er nog flink wat detail uit te slepen, hoewel het wel erg surrealistisch wordt.

Het origineel is erg flets, mede door het tegenlicht van de zon. De HDR versie is een stuk beter.

Jouw HDR’s?

Heb jij ook HDR foto’s? Of ken je andere voorbeelden? Of gebruik je een afwijkende techniek (zoals schaduw en hooglichten)? Laat het ons weten in het reactieveld en/of stuur ze in naar onze Flickr-groep.

Dertien tips voor videofilmers

Het maken van een goede video vergt een combinatie van factoren: een leuk onderwerp, goede montage en kwalitatief goed bronmateriaal. Op dat laatste richten we ons in dit artikel. Middels 13 tips helpen we je op weg om het onderste uit je camera te halen en te zorgen dat je de juiste shots maakt.


1) Establishing shots

Met video leg je niet één moment vast, maar vertel je een verhaal. Om je publiek te laten begrijpen wat er gebeurt en vooral ook wáár het gebeurd, is het belangrijk om een of meerdere ‘establishing shots’ te maken. Ben je op vakantie in New York, begin je video dan niet met een video vanuit één van de drukke straten, maar probeer eerst een shot te krijgen met de bekende skyline van de stad. Op die manier geeft je de kijker een de benodigde ‘context’ zodat deze meteen begrijpt waar de video zich afspeelt.

Gebruik een establishing shot zodat de kijker weet wáár de video plaatsvindt

2) Tien seconden

Eén van de allerbelangrijkste tips die we kunnen geven is ervoor te zorgen dat je shots lang genoeg zijn. Niets is vervelender dan om er tijdens het monteren achter te komen dat je shot bewogen is of toch nét even te kort duurt. Zorg er daarom voor dat je elk shot zeven – of liever nog tien – seconden lang maakt. Dat geldt zowel voor wide shots als voor details die je opneemt. Tijdens het monteren heb je zo genoeg materiaal om mee te werken en kan je het beste deel van het shot kiezen. Zelfs al je uiteindelijk maar één of twee seconden van een shot gebruikt is het aan te raden om toch (veel) langer op te nemen.

3) Drie shots in één

Probeer elk shot waarbij de camera beweegt te zien als drie shots. Of het nou gaat om het horizontaal (pannen) of verticaal (tilten) bewegen van de camera, of om een zooomshot, in alle gevallen heb je een beginpositie, een transitiedeel en een eindshot. Door te zorgen dat je ook het beeld aan het begin en het eind van je shot minimaal zeven tot tien seconden laat duren, maak je automatisch drie shots in één. Start de opname dus ruim voordat je de beweging inzet en laat de opname aan het eind van de beweging ook nog meerdere seconden lopen. Tijdens de montage kan dit ‘onbedoelde’ extra materiaal goed van pas komen.

4) Zoom weinig, zoom langzaam, zoom snel.

Eén van de belangrijkste tips is om vooral niet te veel in en uit te zoomen. Niet alleen omdat het veel moeilijker is om een mooi stabiel shot te krijgen als je te ver inzoomt, vooral omdat het zoomen zelf vermoeiend werkt voor de kijker. Bovendien oogt het in- en uitzoomen tijdens shots erg amateuristisch; bij professionele producties zie je zoomshots alleen als ze écht meerwaarde hebben. Wil je het onderwerp groter in beeld? Loop er dan naartoe!

Toch kan het in sommige gevallen juist wél goed zijn om een zoomshots te gebruiken. Bijvoorbeeld om middels een uitzoom-shot langzaam prijs te geven in welke omgeving het onderwerp zich bevindt. Of om de aandacht van het publiek langzaam naar een detail in het shot toe te trekken.

Wil je een dergelijk shot maken, doe dat dan bij voorkeur meerdere keren met verschillende zoomsnelheden. Tijdens het monteren kan je vervolgens kiezen welk shot qua tempo het best in de video past. Lukt het om continuïteitsredenen niet om een shot meerdere keren te doen, let er dan op dat je niet te langzaam, maar ook niet te snel zoomt. Een shot van vijftien seconden wordt al snel saai, maar als je binnen een seconde van groothoek naar maximale telezoom gaat, zullen de kijkers je shot niet kunnen volgen.

5) Statief is je beste vriend

Hoewel niet elke situatie zich ervoor leent, is een goed statief eigenlijk onmisbaar voor de serieuze videofilmer. Want hoewel beeldstabilisatie bij moderne camera’s érg goed werkt, biedt niets de stabiliteit van een statief. Niet alleen voor statische shots is een statief eigenlijk onmisbaar, ook pans en zoomacties zien er veel rustiger en professioneler uit wanneer een statief gebruikt wordt.

Het voert te ver om hier uitgebreid aankoopadvies te geven, maar let erop dat een fotostatief vrijwel nooit geschikt is voor video: een fotostatief heeft een kop die bedoeld is om in één stand vastgezet te worden, terwijl een videokop juist mooi vloeiend moet kunnen draaien. Een statief met vloeistofgedempte kop is daarom aan te raden voor video. Prijzen hiervan lopen sterk uiteen en het gewicht van de camera moet goed afgestemd zijn op de videokop voor optimaal resultaat. Het loont daarom de moeite om met je eigen camera naar een speciaalzaak te gaan en verschillende statieven uit te proberen.

Een videostatief heeft een vloeistofgedempte kop die het mogelijk maakt de camera vloeiend te bewegen.

6) Twee of drie contactpunten

Film je uit de hand, dan is het zaak om de camera zoveel mogelijk contactpunten met je lichaam te laten hebben. Eén contactpunt heb je altijd, namelijk de hand waarmee je dat camera vasthoudt. Gebruik ook altijd je tweede hand om de camera te ondersteunen. Bij de meeste compacte camcorders biedt het uitklapbare LCD-schermpje een uitstekend tweede contactpunt. Door de camera met twee handen beet te houden worden je shots meteen een heel stuk stabieler en heb je bovendien betere controle bij het bewegen van de camera.

Om je shots nog stabieler te krijgen, is het aan te raden ook een derde contactpunt te gebruiken. Bij grotere camera’s kan je deze tegen je schouder laten rusten, bij compacte camcorders is dat niet mogelijk. Hoewel het er wat vreemd uitziet, kan het toch de moeite zijn om de camera tegen je wang of jukbeen te houden voor extra stabiliteit.

Een ander optie is een speciaal schouderstatief. Als gevolgd van de toenemende populariteit van de spiegelreflexcamera als videocamera zijn er inmiddels tientalleen oplossingen op de markt om betere controle over je camera te krijgen. Deze lopen uiteen van eenvoudige beugels van enkele tientjes tot compleet instelbare ‘rigs’ bestaande uit buizen en klemmen, waarvan de prijs kan oplopen tot ver boven de duizend euro. Hoewel deze oplossingen primair bedoeld zijn voor DSLR camera’s, zijn ze ook zeer bruikbaar voor normale compacte videocamera’s.


Een (schouder)rig biedt extra ondersteuning en zorgt voor stabielere shots

8) Handheld shots met een statief

Zodra je met een camera gaat lopen zal je merken dat het beeld begint te schokken bij het neerzetten van je voeten. Camera’s met goede beeldstabilistatie kunnen dit deels ondervangen, maar helemaal vloeiend wordt het beeld er niet door. Voor professionele producties wordt vaak een steadycam gebruikt, een bewegingsdempende arm die middels een harnas met het lichaam van de cameraman verbonden is. Dergelijke oplossingen zijn helaas érg duur en bovendien onpraktisch als je snel wilt filmen.

Er is echter een goedkopere manier om handheld shots meer stabiliteit te geven. Gebruik hierdoor een lichtgewicht videostatief of een fotostatief met een gewicht van drie tot vijf kilo. Monteer de camera op het statief en klap de poten in. Als je de camera nu handheld gebruikt, bungelt het statief als een trillingsdempend gewicht onder de camera. Hoe verder je de poten uitgeschoven houdt, hoe meer ook rolbewegingen tegengegaan worden.

Door de (relatief) zware combinatie van camera en statief met semi-gestrekte armen zo’n halve meter bij je lichaam vandaan te houden, gaan je armen automatisch als schokdempers dienen. Shots waarbij je loopt zullen op deze manier veel stabieler worden dan wanneer je alleen de camera vasthoudt. Nadeel is uiteraard dat het extra gewicht snel tot vermoeidheid leidt, zeker wanneer je de camera ook nog op enige afstand van je lichaam houdt.

9) Beeldkwaliteit

Een universele tip is dat je sowieso in de best mogelijke kwaliteit moet opnemen die jouw camera biedt.  Heb je een camera die in 1080p kan opnemen, maar wil je jouw video’s alleen in SD-kwaliteit op DVD branden? Kom dan niet in de verleiding om ruimte te besparen door in een lagere kwaliteit op te nemen en bijvoorbeeld voor 720p of SD-kwaliteit te kiezen. Bij het her-comprimeren na bewerking gaat altijd iets aan kwaliteit verloren en bovendien biedt een beeld met hoge resolutie en bitrate een véél scherper beeld, wat je eventueel de mogelijkheid biedt om tijdens de montage in te zoomen zonder dat je daarbij aan scherpte verliest in je uiteindelijke montage.

Behalve de hoogste resolutie is het ook zaak te kiezen voor de hoogst mogelijke bitrate. Om ruimte op de harddisk of geheugenkaart van de camera te besparen bieden veel apparaten de optie om in de hoogste resolutie te kiezen voor presets met verschillende bitrates. Ook hier geldt: kies altijd voor de hoogste bitrate. Vooral bij snelle bewegingen in beeld is de scherpte dan beter en treden er minder snel compressiefouten op.

Een laatste punt is de framerate. Daarbij ligt de keuze genuanceerder. In Europa gebruiken we sowieso een 50Hz systeem voor televisie, waardoor de keuze voor 30 of 60 beelden per seconde – als de camera die al biedt – niet logisch is. Bij camera’s die laten kiezen tussen 25 of 50 beelden per seconde is de keuze ook niet altijd makkelijk: in veel gevallen zal het gaan om 25 beelden in progressive (p) mode, en 50 beelden in interlaced (i) modus. Zonder de verschillen hier uitgebreid te behandelen kan gesteld worden dat interlaced beeld bij bewegingen minder scherp is dan progressive. Daar staat tegenover dat opname in 50i modus een vloeiender beeld oplevert dan 25p, al kan dat laatste juist een voordeel zijn als je bewust op zoek bent naar een ‘filmlook’.

Maak je de video’s bovendien primair voor internetgebruik, dan ligt 25p ook voor de hand, omdat webvideo met 25 of 30 beelden per seconde werkt en altijd progressive is. Het beste van twee werelden is 50p, al vinden we die optie nog niet op veel consumentencamera’s terug. 50p biedt én maximale scherpte én vloeiend beeld.

5) Hulpkaders en compositie

De meeste videocamera’s bieden de optie om hulpkaders of rasters te tonen. Veelvoorkomend zijn hulplijnen op 1/3 van het beeld, waardoor je beeld in negen vakken verdeeld wordt. Gebruik deze lijnen als hulp bij compositie. Shots waarbij het onderwerp zich in het midden van het beeld bevindt zien er saai uit. Door je onderwerp op 1/3 vanuit de zijkant te plaatsen, wordt het shot al snel interessanter. Zorg er ook voor dat het hoofd zich op 1/3 van de bovenkant van het beeld bevinden en niet in het midden. Hetzelfde geldt voor de hoogte van de horizon, zet deze bewust op (ongeveer) 1/3 of juist op 2/3 van de hoogte van het shot.


Hulpkaders geven assistentie bij het maken van de juiste compositie

10) Belichting

Goede belichting maakt het verschil tussen een video die er amateuristisch uitziet en een professioneel resultaat. Alle camera’s kunnen de belichting automatisch instellen en in de meeste gevallen levert dat prima resultaten op. Maar vooral wanneer er veel contrast in het beeld is, bijvoorbeeld bij opnamen binnenshuis met door zonlicht verlichte ramen op de achtergrond, raken heldere delen van het beeld snel overbelicht. En dat is vervelend, want overbelichting valt achteraf met videobewerkingssoftware niet of nauwelijks te verhelpen.

Het is dan ook zaak om de belichting goed in de gaten te houden. Wanneer jouw camera beschikt over een zebra- of histogramfunctie is het aan te raden deze in te schakelen en om zo gemakkelijk te controleren of het beeld niet overbelicht raakt. Bij (semiprofessionele) camera’s die de belichting handmatig laten instellen via knoppen en draaiwieltjes zijn instelfouten gemakkelijk te corrigeren. Bij veel consumentencamera’s zit de optie voor handmatige belichting echter in het menu verstopt, zodat deze niet (gemakkelijk) gebruikt kan worden tijdens het filmen zelf.

Wil je zeker weten dat je niet overbelicht, kies er dan voor om belichtingscompensatie in te schakelen. Door bij heldere omstandigheden één of twee stapjes te onderbelichten, voorkom je dat heldere delen van het beeld details verliezen. Vind je het beeld achteraf in het geheel te donker, dan is dit softwarematig op te lossen door helderheid, contrast en/of gamma aan te passen. Let er overigens wel op dat je niet te ver onderbelicht, want dan wordt het beeld te donker en verlies je juist weer details in donkere delen van het beeld.

11) Cameraprofiel

Veel videocamera’s en ook digitale spiegelreflexcamera’s bieden de mogelijkheid om verschillende camera- op kleurprofielen te gebruiken bij het opnemen van video. Deze profielen bepalen de mate van kleurverzadiging, maar vaak ook de contrastinstelling en de scherpte van het opgenomen beeld. Zo geeft een ‘cinema’ profiel vaak een wat contrastrijker beeld waarbij details in donkere delen van het beeld als zwart worden weergegeven en lichte delen juist extra helder worden gemaakt. Beschikt jouw camera over dergelijke opties kies dan voor de neutral, natural, flat of uit-stand. Want hoewel veel kleur en een hoog contrast een lekker knallend plaatje opleveren, biedt het je bij het bewerken achteraf weinig mogelijkheden om het beeld aan te passen.

Kies je daarentegen voor ingetogen instellingen met matig contrast en minder knallende kleuren, dan heb je tijdens de montage veel meer vrijheid om het beeld aan te passen. Bovendien is extra kleur en contrast toevoegen altijd mogelijk, terwijl een te hoog contrast en te felle kleuren netjes terugbrengen vaak veel lastiger is.

12) Telefoon als camera

De camera’s in mobiele telefoons worden steeds beter en hoewel de kwaliteit en mogelijkheden het nog altijd niet halen bij die van een goede camcorder, heb je je telefoon wél altijd op zak. Heb je dus even geen échte camera bij de hand en wil je wel filmen, dan is de mobiele telefoon een goede optie. Hoewel de mogelijkheden verschillen willen we graag twee tips geven. De eerste is meteen de belangrijkste: houd je telefoon in de landschapstand! Televisies en monitoren zijn niet bedoeld voor ‘vertikale’ 9:16 video’s. Filmen met je mobiel? Nooit rechtop dus!

De tweede tip is om je mobiel zo stil mogelijk te houden. Omdat de sensors in mobiele telefoons langzaam uitgelezen worden gaat het beeld snel ‘golven’ bij snelle (tril)bewegingen van je hand. Houdt de telefoon dus met twee handen vast voor een zo stabiel mogelijk resultaat en beweeg de camera langzaam.

13) Regels, welke regels?

Alle tips in dit artikel zijn niet meer dan tips. Uiteraard kan je er van afwijken om juist een eigen look te creëren. Bij interviews op bijvoorbeeld MTV en bij veel webcasts is het tegenwoordig bijvoorbeeld zo dat er opzettelijk heftig wordt in- en uitgezoomd tijdens shots, dat er expres off-focus wordt gedraaid, of dat de camera snelle en abrupte bewegingen maakt. Dat geeft de video een dynamische look, ook als er feitelijk weinig gebeurt in beeld. Nadeel is dat het erg vermoeiend is om naar te kijken en deze methode minder goed werkt als er juist wél veel in beeld gebeurd, want dan is het lastig voor de kijker om te volgen wat er gebeurd.

Regels zijn er dus om gebroken te worden en wat voor het ene onderwerp goed werk, zal in andere gevallen een te saai of juist te druk eindresultaat opleveren. Eén tip gaat echter sowieso altijd op: oefening baart kunst. Schiet dus zoveel mogelijk, leer je camera goed kennen, bekijk je eigen werk kritisch, vraag feedback aan anderen en wees niet bang om te experimenteren!

Beeldbewerking: St. Etiënne – van kerk tot surrealistische ruïne

Hoe is de onderstaande foto gemaakt? De naam van de foto is Saint Etiënne en verwijst naar de kerk die er op te zien is. De foto is de afgelopen weken een ‘viral’ geworden, wat betekent dat hij zich snel verspreidde naar verschillende sites. In fora, op sites over urbanfotografie en HDR verzamelingen. De reden moge duidelijk zijn; de foto spreekt tot de verbeelding. Hij straalt surrealisme uit, door de kerk in vergane glorie, waar een rivier vol rotsen doorheen lijkt te lopen.  Het licht dat door de voorste ramen naar binnen komt, is bijna goddelijk, temeer omdat dit het surrealisme op de voorgrond letterlijk en figuurlijk versterkt. Maar wat je het meest pakt is het meisje dat te midden van deze bizarre scene lijkt te balanceren op een angstvallende hoogte. Dat geheel maakt het een plaat waar je minutenlang naar kunt kijken… Maar hoe is deze foto gemaakt?

Foto: Jurg Roessen


Beeldbewerking

De foto is gemaakt door de Nederlandse fotograaf Jurg Roessen. In werkelijkheid ziet er kerk er heel anders uit en is het geen ruïne. De foto is een knappe samensmelting van vier verschillende individuele foto’s die niets met elkaar te maken hadden. De oorspronkelijke foto van de kerk en de drie foto’s waar beeldmateriaal uit gebruikt is, zie je op de volgende pagina. Op de laatste pagina zie je hoe het beeldbewerkingsproces is verlopen.

Jurg: “Voor St. Etiënne heb ik inspiratie opgedaan bij een airbrushbeeld wat ik een keer tegen kwam. Ik vond het een uitdaging om een zo’n soort droombeeld te maken aan de hand van foto’s. Voor de volledige bewerking heb ik Photoshop gebruikt en als basis diende een foto van de kathedraal van Bourges.”

“Daar zijn de nodige storende elementen weggehaald met behulp van het kloongereedschap en het retoucheerpenseel, waarna ik een voorgrond heb toegevoegd van een kloof bij het Gardameer.”

“De lichtinval bovenin is in Photoshop gecreëerd waarbij ik goed heb gelet op perspectief en het principe van licht dat op stof- of waterdeeltjes valt. De waterloop op de voorgrond is van een beekje nabij slot Neuschwannstein.”

“Vervolgens heb ik nog een menselijk element toegevoegd in de vorm van een spelend meisje. Dit is een foto van een ballerina tijdens een open dag van een dansacademie.”

“Als laatste heb ik elke afzonderlijk montagedeel kleurgecorrigeerd naar een groentint die in de buurt kwam van het gewenste kleur. Als laatste is er een totale kleur- en contrastcorrectie toegepast om de groene soberheid te krijgen. Alle basisbeelden komen uit eigen archief.”

En zo ontstond St. Etiëne, dat nu de hele wereld rond gegaan is. Hieronder zie je in zes stappen hoe het uiteindelijke beeld, met behulp van Photoshop, tot stand is gekomen.

In de onderstaande compliage zie je alle vier de foto’s nog eens bij elkaar.

Landschappen, modellen en urbex

Jurg is breed gespecialiseerd, maar het begon oorspronkelijk vooral met een voorliefde voor landschappen. “Dat heeft zich voornamelijk tijdens vakanties gevormd” vertelt Jurg, “maar ik probeer daarnaast zo breed mogelijk te opereren om voor mezelf niet het gevoel te hebben dat ik een trucje beheers maar dat ik kan ‘zien’. Modelfotografie was een volgende stap om uit te diepen. En dat heeft zich inmiddels weer doorontwikkeld in de wens om meer verhalend te werken met modellen met behulp van geënsceneerde beelden. Soms met snufjes magisch realisme, dan weer surrealisme, en soms juist weer richting realisme met bijvoorbeeld een thriller thema of opgebouwd als collage. Verder gun ik mezelf momenten van rust met een abstracte vorm van autofotografie waarbij ik minutieus klassiekers afspeur naar boeiende vormen en details en daarnaast momenten van spanning door het bezoeken van leegstaande en verpauperde gebouwen; het urban exploren, kortweg urbex.”

Inspiratie

Zijn inspiratie voor het maken van dergelijke beeld haalt Jurg vooral uit stukjes van andere beelden. “Dat kunnen zowel tekeningen en schilderijen als foto’s en film zijn, waarvan ik korte aantekeningen maak in een klein zwart boekje” vervolgt hij. “Vanuit dat boekje chambreert zo’n idee van aantekening tot uitgewerkt concept, al kan dat soms maanden of jaren duren.”

Op de site van Jurg vind je nog meer van dit soort surrealistische beelden. Wat ons betreft zouden we dit ‘kunst’ kunnen noemen. Maar is het nog steeds een foto? Wat vind jij van deze manier van fotografie en beeldbewerking?

10 tips voor fotograferen in de sneeuw

Hoewel de wegen spiegelglad zijn en de trein ook hinder van de sneeuw ondervindt, is er voor fotografen juist weer een schitterende tijd aangekomen. Want wat is er nu mooier dan het fotografen van landschappen met verse sneeuw? Dus hop naar buiten en vastleggen die unieke foto’s. We zien graag de resultaten van je pogingen hier op het forum terug. Om mee te pronken, of voor advies. En over dat laatste gesproken, we helpen je graag nu alvast op weg met een aantal tips. Een goede voorbereiding is immers het halve werk.

The Mountain Exhaled

The Mountain Exhaled – LASZLO ILYES

1. Overbelicht je foto’s (of gebruik de sneeuw-instelling)

De meeste camera’s gaan voor de automatische berekening van de beste belichting uit van een gemiddelde scene. In de meeste gevallen levert dat prima resultaten op. Maar helaas werkt dit niet met scenes waarin veel zwart of wit aanwezig is. De camera benadert dit dan als een gemiddelde scene waardoor de belichting te kort is om het wit ook echt wit te maken. Het resultaat is dan grauwe sneeuw, in plaats van kraakwit. Ook zie je vaak een blauwe gloed over de foto. Dit is de combinatie van onderbelichting en daarmee een onjuiste witbalans.

Eyjafjallajokull 2
Eyjafjallajokull 2 – eirasinn

Gelukkig is dit ook makkelijk te voorkomen. Op compactcamera’s is soms een sneeuwstand aanwezig. Deze is specifiek om de bovenstaande reden aangebracht. Je kunt dus simpelweg voor deze optie kiezen om tot betere resultaten komen. Als je niet zo’n stand hebt op je compact, of als je een spiegelreflexcamera gebruikt, moet je het op een andere manier oplossen. Dat kan heel simpel door de fout die de camera maakt, handmatig compenseren. Dit doe je door de zogenaamde “belichtingscompensatie”. De meeste camera’s (ook compactcamera’s) beschikken over een knop voor het aanpassen van de belichting (vaak aangeven met het +- teken). De instelling is herkenbaar door een balkje dat meestal van -2 via 0 tot 2 loopt. Bij een spiegelreflex kan dit ook, als moet je hiervoor dan vaak wel afwijken van de automatische instelling. Bij sommige camera’s moet je eerst overschakelen van een 100% automatische stand, op een semi-automatische stand, voordat je belichtingscompensatie kunt gebruiken.

De “overbelichting” die je moet kiezen is afhankelijk van de situatie. Als de sneeuw maar een klein deel van de foto bevat is heb je meestal aan +1/3 of +2/3 stop genoeg. Bij een foto die grotendeels uit sneeuw of besneeuwde oppervlakten is soms wel +2 stops overbelichten noodzakelijk. Het is dus erg afhankelijk van de situatie, maar meestal is +1 stop een goed vertrekpunt. Als je gebruik maakt van het histogram op je camera, kun je meestal goed indicatie krijgen of de belichting in orde is. Bij sneeuw moet je namelijk aan de rechterkant van de grafiek hoge waarden zien. Als dat niet het geval is, moet je de belichting nog wat verhogen.

2. Kijk ook naar details

Een besneeuwd wit landschap is vaak zo mooi dat dit hele landschap ook wordt vastgelegd. Schitterend, zeker maken die foto! Als je dat gendaan hebt, probeer dan ook eens te zoeken naar details. Ook daarin is vaak iets unieks te vinden. Juist kleine details zoals bevroren rijp op een blaadje, of sneeuw in een spinnenweb leveren prachtige plaatjes op. Dit geldt trouwens niet alleen bij landschappen en natuur. Ook als je meer bezig bent met het fotograferen met mensen zijn er vaak details te vinden. Denk dan aan de schoenen vol met sneeuw die na een dag buiten spelen in de gang staan.

Leaf
Leaf – audreyjm529

3. Houd rekening met reflecties

De sneeuw werkt als een grote reflector. De witte oppervlakten op de grond, soms nog in combinatie met allerlei andere voorwerpen die bedekt zijn door een laag sneeuw, kaatsten het licht terug. Hierdoor valt op veel verschillende manieren licht op de lens. Hierdoor heb je eerder te maken met lensflare. Dit zijn gekleurde vlekken in de foto, zoals in het onderstaande voorbeeld duidelijk te zien is. Dit is overigens zeker niet altijd te voorkomen. Zeker met fotograferen tegen de zon in heb je hier snel mee te maken. Wel kun je verschillende dingen doen om het effect zoveel mogelijk te voorkomen.

Gebruik op je spiegelreflexcamera een zonnekap als je die hebt. Hierdoor hoef je alleen rekening te houden met het licht waar je je camera op richt. Licht van de zijkant dat voor problemen zorgt, wordt dan door de zonnekap tegengehouden. Ook beschermt de zonnekap de lens tegen eventuele sneeuwvlokken die naar beneden komen. Als je geen zonnekap hebt of een compactcamera, dan kun je meestal wel je hand tussen de zon en de camera houden voor eenzelfde effect. Wel opletten dat je hand op het moment van afdrukken niet net in beeld is gekomen! Wat voor alle camera’s geldt is dat het belangrijk is dat je lens zo schoon mogelijk is. Lensflare is vooral zichtbaar bij vuil op de lens, dus hoe schoner hoe kleiner de kans dat je er last van hebt.

Snow Chutes
Snow Chutes – Peretz Partensky

4. Varieer met sluitertijd

Wanneer je meer tijd neemt om foto’s te maken kun je goed experimenteren met sluitertijden. Wel is het gebruik van een statief dan aan te raden. Als je langere sluitertijden gebruikt is het al snel niet meer mogelijk om de foto uit de hand te nemen. Door het vallen van de sneeuw kun je verschillende effecten krijgen die je foto meer dynamiek geven. Je kunt enerzijds de sneeuw als punten vastleggen, zoals ook in de onderstaande foto is gedaan. Eventueel kun je daarbij gebruik maken van een flitser, om de sneeuwvlokjes goed op te laten lichten.

Een heel ander effect kun je bereiken door juist te kiezen voor een lange sluitertijd. In dat geval zie je de vallende sneeuwvlokjes als streepjes over je scherm. Dit geeft een bijzonder effect aan je foto.

Snowy Dock
Snowy Dock – Aaron

5. Experimenteer met tegenlicht

De sneeuwvlokken kennen een complexe structuur. Deze structuur kan ervoor zorgen dat er veel meer diepte ontstaat in een foto. In gewone foto’s is dit vaak al te zien. Het effect wordt nog sterker als bij een foto het licht van achteren komt, of van de zijkant. In de winter lukt dit vaak ook beter, omdat de zon de hele dag al lager staat. Door de laagstaande zon worden schaduwen langer. Hiermee kun je veel meer dieptewerking in een foto krijgen en worden structuren beter zichtbaar.

Juist dat effect op structuren is met sneeuw een mooie combinatie. Sneeuw heeft van zichzelf een bijzondere structuur, reflecteert en is deels doorzichtig. Door belichting van de achterkant wordt kun je die verschillende eigenschappen mooi inzichtelijk maken. Ook belichting van de zijkant toont in plaats van een strakke witte deken allerlei details in de sneeuwlaag.

Snow Texture at sunrise
Snow Texture – Jim Staley

6. Zoek het contrast

Doordat een pak sneeuwlaag het hele landschap afdekt ontstaan er vaak monotoon gekleurde landschappen. Net als met de sluitertijd kun je hier op verschillende manieren mee omgaan. Je kunt dit effect verder versterken door over te stappen op zwart-wit. Daarmee schakel je de kleur helemaal uit en richt je je in de foto’s meer op lijnen, structuren en lichtwerking. Tegenwoordig wordt zwart-wit fotografie steeds minder toegepast, waardoor je op deze manier juist een keer iets anders kunt laten zien in vergelijking met de foto’s van je vrienden. Bovendien kun je door de meer monotone kleuren in het landschap al beter zien wat het effect van een zwart-wit foto ongeveer zal zijn.

Een alternatieve benadering is juist op zoek te gaan naar dat ene aspect in een foto dat wel een opvallende kleur heeft. Door juist te zoeken naar die ene rode auto, die gele laarsjes of dat rode verkeerslicht in een verder monotoon landschap leg je heel erg de nadruk op juist dat gekleurde voorwerp. Door ook op dat onderwerp specifiek scherp te stellen kun je die focus nog verder versterken. Een goed voorbeeld van een dergelijke toepassing is te zien in de onderstaande foto.

Snow
Snow “Explore” – Luis Hernandez

7. Zorg voor volle batterijen

Je staat klaar bij een prachtige scene. Je bent gereed om af te drukken en …. niets. De batterij is leeg en er zit niets anders op dan je camera weer op te bergen. De kans dat dit met het winterweer gebeurt is alleen maar groter. Door de koude temperatuur vertragen de chemische reacties in de batterij. Het gevolg is dat je minder foto’s kunt maken met een batterij. Zorg er dus voor dat je batterijen zijn opgeladen voordat je je dikke winterjas, handschoenen en moonboots hebt aangetrokken. Beter nog, zorg voor een extra batterij. En als je deze hebt, draag deze dan dicht op je lichaam zodat hij warm blijft.

Om de levensduur van je batterijen te verlengen, kun je met een extra batterij ook tussentijds wisselen. Dit zorgt ervoor dat de batterij iedere keer niet helemaal afkoelt. Op die manier haal je maximaal rendement uit je batterijen. Let wel op mogelijke condensatie, zie hiervoor ook de volgende tip.

8. Voorkom problemen met je camera door condensatie

Wanneer je een koud voorwerp in een warme omgeving plaatst, krijg je te maken met condensatie. Je ziet bijvoorbeeld goed wanneer je op een mooie zomerdag een koud drankje inschenkt. Aan de buitenkant van je glas ontstaat dan vaak allemaal waterdruppels. Maar wat heeft dit nu met fotograferen van sneeuw te maken? Denk dan dat je camera dat koude drankje is, en die mooie zomerdag jouw warme huiskamer. Als je camera koud is van het fotograferen buiten, is deze helemaal afgekoeld. Als je deze dan mee naar binnenneemt waar de kachel lekker brandt, ontstaan er condensdruppels aan de buitenkant van de camera. En we weten allemaal dat water en camera’s niet echt een fijne combinatie is.

Cold Sweat
Cold Sweat – Dustin Ginetz

Natuurlijk kun je dit voorkomen. Het beste is door de camera geleidelijk te laten opwarmen. Dus in plaats van de camera om je nek hangend mee naar binnen te nemen, kun je hem beter opbergen in je tas. De tas met camera kun je dan eerst gesloten in de gang te zetten en later gesloten in de woonkamer. Op die manier warmt de camera heel geleidelijk op. Condens treedt dan niet zo snel op. Als je dit te lang vindt duren, dan kan je ook je camera in een goed afgesloten plastic tas stoppen met zo min mogelijk lucht erbij. Als je dan de camera in een warme ruimte plaats, zal de condens ontstaan aan de buitenkant van de plastic tas. Als de camera dan warm genoeg is, kun je hem uit de tas halen en kan je je resultaten gaan bekijken.

9. Vroeg je bed uit

Misschien minder leuk om te horen, maar de beste sneeuwfoto’s maak je toch echt in de ochtend. Je hebt kans op mist, de sneeuw is lekker vers en nog niet onder invloed van de zon alweer deels verdwenen of qua samenstelling verslechterd. Nee, er gaat niets boven vers gevallen sneeuw. In de ochtend is het licht meestal ook het mooiste, juist in de periode net na zonsopkomst. Het voordeel in de winter is dat je er niet eens echt vroeg je bed voor uithoeft. Het belangrijkste voordeel van vroeg opstaan met sneeuw is trouwens nog iets anders. Als je als eerste bent, vind je op welke locatie dan ook een vers pak sneeuw zonder voetsporen of platgetrapte sneeuw. En de sporen die je vindt, leiden je misschien wel naar dieren die je plaatje helemaal compleet kunnen maken.

10. Kleed je warm aan

De laatste tip is zeker niet de onbelangrijkste. Kleed je warm aan! Werk met veel verschillende laagjes, dat werkt beter dan slecht enkele dikke lagen. Een thermosfles met warme drank om je een beetje warm te houden is ook geen slecht idee. Misschien voor de hand liggend, maar als je lang op pad bent en stilstaat krijg je het snel koud. En als je het niet comfortabel hebt, worden je foto’s daar over het algemeen niet beter van. Denk er ook aan dat als je een statief mee hebt, dit ook bijzonder koud kan worden. Dit kan dan zelfs pijnlijk zijn om vast te pakken. Sommige statieven hebben een rubberen deel om een poot wat hier een oplossing voor biedt. Heeft jouw statief dat niet dan kun je wat isolatiemateriaal van leidingen te kopen, en die om je statief te bevestigen met tape. En wat plastic zakken om op de grond te leggen is ook geen overbodige luxe als laag bij de grond wil fotograferen. Vergeet ten slotte handschoenen niet – er bestaan speciale versies voor fotografen (met deels ontblote vingertoppen).

Hopelijk heb je met al deze tips nog wat goede ideeën opgedaan. Anders op zijn minst toch inspiratie. En het belangrijkste is, trek eropuit! En laat die foto’s dan ook zien. Op verschillende plekken in het forum kun je foto’s plaatsen. Zo is er bijvoorbeeld een speciaal verzameltopic voor sneeuwfoto’s. Ook kun je foto’s plaatsen in Foto feedback forum. Er is altijd wel iemand die reageert. Succes!

Heb jij nog andere sneeuwtips? Plaats ze hieronder in het reactieveld!

Rondje Las Vegas: vijf wereldlandschappen in vier dagen

Veel toeristen blijven hangen in de pracht en praal van gokstad Las Vegas. Maar in een straal van 600 km rond de stad bevindt zich veel meer schoonheid, zoals Zion, Bryce, Monument Valley, Arches, de Grand Canyon en natuurlijk Death Valley. In een tijdsbestek van slechts vier dagen nemen we je mee langs vijf wereldlandschappen. Zowel in de zomer als in de winter zijn die gebieden een absolute aanrader om te verkennen. Een reisverslag!


Las Vegas (Nevada) is leuk, maar buiten de stads is veel meer moois te zien

______________________________________________________________________________________

Dit reisverhaal is eigenlijk een reisblog dat aansluit aan op de wedstrijd ‘Vakantiefoto’s en reisverhalen‘ die deze zomer speelt op Technyx. Tijdens de maand augustus en september zullen we enkele verhalen publiceren. Dit verhaal is slechts bedoeld als voorbeeld en niet als maatstaaf. De wedstrijd draait om een mix van foto’s en een verhaal die samen een eenheid vormen. Het gehele plaatje telt mee in de beoordeling, niet een enkele mooie foto. Hoewel dit reisverhaal over Las Vegas vrij uitgebreid is (hoewel, er valt nog veel meer te vertellen en te tonen), hoeft een bijdrage voor de wedstrijd uiteraard niet van dezelfde lengte te zijn. Een richtlijn is circa vijf foto’s en wat begeleidende tekst met een rode draad. Meer mag, maar hoeft niet. Ook hoeft het onderwerp niet over een tropisch oord te gaan, maar kan het net zo goed dicht bij huis (zoals al enkele inzendingen aantonen). Doe mee mee met de wedstrijd en stuur ook je vakantiefoto’s en reisverhaal in en maak kans op drie mooie prijzen, waaronder een Apple iPod Touch! Klik hier voor meer informatie.

______________________________________________________________________________________

Het beroemde uitzicht van Bryce Canyon (Utah)

Het is half tien ’s ochtends als ik aankom bij Bryce Canyon (Utah). Vlak daarvoor kom je door het Dixie National Forest, waar het kenmerkende rode gesteente en de bijzondere rotsformaties al een beetje zichtbaar worden. Kort daarna sta ik bij het visitor center, waar ik naast een toegangsbewijs ($25) ook een kaart mee krijg. In de zomer rijden bussen naar alle uitzichtpunten, maar in de winter ben je aangewezen op eigen vervoer. Bryce Canyon kent verschillende fraaie uitgangspunten die stuk voor stuk de moeite waard zijn. Sunrise- en Sunset Point zijn een must als je er bent tijdens respectievelijk zonsopkomst en zonsondergang. Helaas heb ik dat vanwege de vertraging niet mee kunnen maken, maar het schijnt een unieke ervaring te zijn. Maar ook overdag zijn de rotsformaties zeer indrukwekkend. Ze worden ook wel hoodoo’s genoemd; reusachtige stalagmieten die met tienduizenden tegelijk de lucht in prijken. De bijzondere formaties zijn in miljoenen jaren gevormd door vorst en erosie. Tijdens de winter sijpelt er water in kleine scheuren in de rotsen, dat vervolgens bevriest. Door het bevriezen wordt de scheur nog groter, waarna er vervolgens meer water in komt. Uiteindelijk breken er daardoor stukken rots af. Regen verplaatst de afgebroken stukjes rots vervolgens. Bovendien is het kalksteen, waar de hoodoo’s uit zijn opgebouwd, gevoelig voor zure regen, wat leidt tot verdere afbraak. Andere fraaie uitkijkpunten zijn Inspiration Point en Bryce Point. In de winter is het uitzicht misschien nog wel mooier dan in de zomer, omdat de witte sneeuw met de blauwe schaduw een mooi contrast vormt met de rood-oranje hoodoo’s. Het gebied bevat ook diverse wandelroutes, waarbij je tussen de rotsformaties door kunt lopen – iets waar ik gezien het strakke schema geen tijd voor heb. Enkele bekende ‘trails’ zijn Mossy Cave, Rim Trail, Queens Garden, Navajo Trail en Swamp Canyon. In de directe omgeving zijn voldoende overnachtingsmogelijkheden, waaronder Ruby’s Inn (mijn oorspronkelijke doel), de Bryce Canyon Lodge en twee campings (waarvan er één het hele jaar open is).

Een deel van Bryce Canyon in de sneeuw

Het is 4 januari 2012 19:00 – aankomst in Las Vegas (Nevada) voor de CES die over vier dagen begint. Helaas had mijn vliegtuig 3,5 uur vertraging en begin ik met een achterstand. Volgens mijn oorspronkelijke plan zou ik direct na aankomst in de auto stappen richting Bryce Canyon. In de zomer is dat ’s avonds nog wel te doen, maar in de winter een slecht plan in combinatie met een jetlag. Het is immers al donker in Las Vegas en volgens de biologische klok is het vier uur ’s nachts (Nederlandse tijd) en de reistijd is vijf uur. Ik accepteer het verlies en rij naar een motel ($49) in Downtown Las vegas – het oude deel van de stad waar de gokstad bekend mee werd. Daar loop ik voor het slapen gaan nog even door Fremont Street; een overdekt winkelcentrum vol met activiteiten, restaurants en casino’s. Het bekendste en meest chique casino is het Golden Nugget. In 1971 werd hier de James Bond-film ‘Diamonds Are Forever’ gedeeltelijk opgenomen. Het hotel-casino kan prima meekomen met de nieuwere casino’s op The Strip. Het goud en de flikkerende lampjes vliegen je om de oren.

Haaien in het zwembad van het hotel. Het kan allemaal in Vegas…

Zwembad

Maar het meest bijzonder is nog wel het zwembad in de binnentuin. Daar zwem je nooit alleen, maar altijd tussen een aantal levensgevaarlijke haaien. Het reusachtige aquarium is verweven met het buitenzwembad. Je zwemt zowat tegen de haaien aan, ware het niet dat deze veilig achter dubbeldik glas zitten. Wie zich aan een duikvlucht op de glijbaan waagt, gaat recht door het haaienbassin heen. Na een korte ronde langs de boulevard koop ik wat proviand en duik het bed in. Ik zet de wekker op 6 uur lokale tijd, om vroeg te kunnen vertrekken. Dankzij de jetlag word ik echter al om 4 uur wakker en stap fris als een hoentje de huurauto in.

Blauw licht

Ik had geen mooier tijdstip kunnen kiezen. Het is nog donker, maar ik weet dat het snel licht wordt. Er gloort al een stukje blauw aan de horizon. En wat is er mooier dan een zonsopkomst in de ruige woestijn? Even later glimt de oranje gloed van de ochtendzon tegen de bergtoppen aan en wordt de lucht langzaam blauw. Met een glimlach rij ik Bryce Canyon tegemoet. Die glimlach verdwijnt snel als ineens een politiewagen achter mij uit de middenberm opduikt. De blauwe zwaailichten gaan aan en ik weet direct dat het voor mij is. Aan de kant van de weg vraagt de dienstdoende Officer van deHighway Patrol mij of ik weet hoe hard ik reed? Ik stamel dat het volgens mij zo rond de tachtig mijl was. Negenentachtig, reageert de agent star. Dat is omgerekend 143 km per uur waar maximaal 120 km (75 mile) is toegestaan. Ik reken op een forse boete en wellicht zelfs nog meer onvoorziene vertraging (soms moet je je zelfs melden bij een rechter). Met de toeristenpet op verklaar ik ongevraagd dat ik op weg ben naar Bryce Canyon en dat de auto de hele tijd op cruise control stond totdat ik een keer kort moest remmen, waarna ik eerlijk gezegd niet echt op de snelheid heb gelet. De agent loopt naar zijn wagen en meldt even later dat ik door kan rijden. “But put it on cruise, okay?”

Halverwege de middag zet ik mijn reis voort richting Page (Arizona), drie uur rijden verderop. Page is een klein plaatsje aan de grens van Utah en Arizona, waar de Colorado rivier, die naar de Grand Canyon leidt, ook stroomt. De weg er naartoe is erg mooi, omdat het landschap steeds verandert. Het gebied rondom Bryce Canyon is erg bosrijk, maar verandert al snel in een kale vlakte met ruige bergen. Page zelf is een klein plaatsje van amper 7000 inwoners, waar niet veel te doen is. Maar het is wel een mooie uitvalsbasis om toeristische hotspots te bekijken, zoals Horse Shoe Bend, Marble Canyon, de Colorado River, Lake Powell en natuurlijk Antelope Canyon.

Horse Shoe Bend (Page, Arizona)

Om 17:30 stap ik het Page Boy motel binnen, waar ik voor $60 een kamer heb gereserveerd. Even snel de spullen dumpen en dan snel door naar de Horse Shoe Bend, een bocht in de rivier die een beetje doet denken aan d’Ardeche in Frankrijk. Zes kilometer onder Page ligt een parkeerplaats richting het uitkijkpunt, langs de US Route 89. Vanaf daar is het nog 0,8 km lopen over gangbaar maar heuvelig terrein. Eenmaal aangekomen is het uitzicht adembenemend. Maar ook schrikwekkend, want je kijkt rechtstreeks in een afgrond van vele tientallen meters hoog. Er zijn geen hekken en je zult zelf op de rotsen moeten klauteren die over de afgrond uitsteken. Daarbij moet je echt tot het puntje gaan om vrij uitzicht te hebben, dus voor mensen met hoogtevrees is dat een flinke uitdaging. Als je dit mooie uitzicht wilt fotograferen heb je een cameralens met een extreme groothoek nodig, anders krijg je het niet allemaal in één foto vastgelegd (een goed alternatief is dan een panoramafoto).

Antelope Canyon (Page, Arizona)

De volgende ochtend sta ik om 9:00 bij Roger en Caroline Ekis van Antelope Canyon Tours. Zij zijn van Indiaanse afkomst, net als de meeste mensen in dit deel van Amerika, dat ook wel Navajo-land genoemd wordt. De Indianen beheren hun landschap en zijn de enigen die toeristen door Antelope Canyon mogen rondleiden. Desondanks vragen ze daarvoor zeer schappelijke tarieven. Antelope Canyon is een soort grot, maar dan bovengronds. Tijdens het regenseizoen werd het zachte zandsteen weggespoeld door heftige water- en modderstromen, waardoor een ondergrondse rivier werd uitgesleten. Door het uitslijten zijn fraaie streeppatronen op de muren binnenin ontstaan, die de lichtval nog mooier maken. In het Indiaans heet Antelope Canyon Tsé bighánílíní, wat ‘de plek waar water door de rotsen stroomt’ betekent. Je kunt zowel op eigen gelegenheid in de Lower Antelope Canyon rondlopen, als onder begeleiding in de Upper Antelope Canyon. Het Upper-deel is het meest toeristisch vanwege de nauwe doorgangen en mooie lichtval. In juli en augustus schijnt de zon hier rond het middaguur door enkele lichtgaten in de ‘grot’ recht naar binnen, waardoor een straal van licht zichtbaar wordt. In de winter is dat niet het geval, maar desondanks is een bezoek zeker de moeite waard. De Indiaanse gids is erg vriendelijk en helpt je tijdens het maken van foto’s. Dat is overigens niet makkelijk vanwege het extreem hoge contrast (zeer donkere en zeer lichte delen). De prijzen beginnen bij $35 voor een normale toer (1,5 uur) tot $60 voor een speciale fototoer (3 uur en kleinere groepen, waardoor je ook een statief kunt meenemen).

Het magische licht van Antelope Canyon

Na een lunchpauze zeg ik Page vaarwel en rij ik door richting Monument Valley. Dit is slechts 2,5 uur verderop, waardoor ik onderweg ook voldoende tijd heb om af en toe te stoppen en te genieten van het uitzicht. Hoewel er overeenkomsten zitten tussen het gesteente in Bryce, Antelope Canyon en Monument Valley, wordt de gelige woestijn langzaam bruinrood van kleur. Na circa twee uur rijden beginnen de eerste kleine bergen, die ook op onze eindbestemming te zien zijn, zich af te tekenen tegen het landschap. Juist omdat het landschap verder redelijk vlak is, vallen deze kleine bergformaties extra op. Monument Valley zelf is een erg afgelegen gebied. Er wonen eigenlijk alleen maar Navajo indianen, in kleine gehuchten met simpele houten huizen en trailers. Op het dorp Kayenta (5000 inwoners) na, is er vrijwel niets in de nabije omgeving te bekennen. Monument Valley ligt vlakbij een kruispunt (‘Four Corners’) van vier Amerikaanse staten: Arizona, Utah, Colorado en New Mexico. De vallei ligt op een hoogte van 1700 meter boven zeeniveau en bestaat voornamelijk uit zand- en siltsteen. De rode kleur heeft het gebied te danken aan ijzeroxide in de bodem. Door erosie hebben zich karakteristieke zandsteenformaties gevormd die ook wel Mittens of Butte’s genoemd worden. De grotere bergen worden Mesa’s genoemd. Het gebied werd halverwege de vorige eeuw bekend omdat er diverse Western-films opgenomen zijn (onder andere met John Wayne en later Clint Eastwood).

Monument Valley (Utah)

Hier kun je ook de Valley Drive beleven, een off-road zandroute van 17 miles (28 km) tussen de Mesa’s en Mittens door. Door het steeds variërende uitzicht is deze tocht echt de moeite waard. We hebben hem tweemaal gereden; eenmaal tijdens de zonsondergang en eenmaal vlak na zonsopkomst. Het is goed te doen met een normale auto, al moet je wel goed sturen om te voorkomen dat je vast komt te zitten in het zand. Tijdens de route rij je dichterbij de drie Butte’s die zo kenmerkend zijn voor Monument Valley. Daarna blijft het uitzicht telkens veranderen met eerst de Three Sisters (drie puntige rotspilaren naast elkaar) en vervolgens John Ford’s Point, vernoemd naar de regisseur van de John Wayne films, die dit uitzicht vaak als decor gebruikte. Vervolgens rij je langs de Rain God Mesa, waar je het zandsteen ziet afbrokkelen, met de bijzondere structuren als gevolg daarvan. Daarna kom je langs de Totem Pole die z’n naam eer aandoet (een zeer hoge pilaar). Bij het Artist Point kun je genieten van het fraaie uitzicht over de vallei. Onderweg kom je trouwens verschillende aftakkingen van de weg tegen, maar je mag niet van de route afwijken. Dat mag wel onder begeleiding met iemand van de Navajo stam, die je op plekken kan brengen waar toeristen normaal niet mogen komen (zoals vlakbij de Totem Pole en Mystery Valley). Je kunt ook paardrijden in het gebied. En in de zomermaanden zijn er ballonvluchten.

Totem Pole, Valley Drive

Er zijn slechts twee overnachtings-mogelijkheden in de buurt; Gouldings Lodge (vanaf $78) een kilometer of zes verderop en The View hotel (vanaf $119). Wij kozen voor de laatste, omdat je daar vanuit je hotelkamer rechtstreeks op de drie beroemde Butte’s uitkijkt. Het is daardoor met recht ‘a room with a view’ te noemen. Het hotel is gesticht door Armanda Ortega, een jonge Indiaanse die ook tot de Navajo stam behoort. Het hotel werd geopend in 2008 en opereert volgens Indiaanse tradities. Je vindt er geen zwembad of andere luxe, want dat vindt men niet in stijl met het landschap. Er is wel een restaurant met goed en betaalbaar eten, maar geheel in Navajo-traditie wordt er geen alcohol geschonken.

De volgende ochtend ben ik na een machtige zonsopkomst en een tweede Valley Drive weer vertrokken richting de Grand Canyon. Vanaf Monument Valley is dit ongeveer 3,5 uur rijden. De eerste anderhalf uur rij je dezelfde route als op de heenweg, maar daarna splitst de weg zich richting het zuiden. Ook op deze route blijft het landschap erg afwisselend en daarom een genot om doorheen te rijden. Kort nadat je op Highway 89 afslaat naar Highway 84, verandert het landschap opnieuw. Op een gegeven moment rij je parallel aan de Colorado River en krijg je een voorproefje van de Grand Canyon. Langs de route zijn er een aantal uitkijkpunten. Tegen het eind buigt de weg weer af naar het noorden en ben je bijna bij het officiële startpunt. De Grand Canyon (entree $25) begint met de Desert View Watchtower. Hier vind je een grote parkeerplaats met een bezoekerscentrum en een paar restaurants en een mooi uitkijkpunt. Hier staat een stenen Indiaanse wachttoren van 21 meter hoog en met vier verdiepingen. De toren is gratis toegankelijk en biedt informatie over de Indiaanse cultuur en prachtig uitzicht. Onderweg richting Grand Canyon Village rij je op de South Rim, de weg ten zuiden van de Colorado River. Er is ook een North Rim, maar deze is alleen in de zomer toegankelijk. Onderweg kom je langs verschillende uitkijkpunten die duidelijk worden aangegeven. Net als bij Bryce Canyon zit er soms overlap in het uitzicht, maar is het de moeite waard om zo veel mogelijk te stoppen. Het andere perspectief en de stand van de zon kunnen tot een heel ander beeld leiden. Hetzelfde geldt voor de oostelijke route ten opzichte van Grand Canyon Village, genaamd Hermits Road. In de zomer is deze gesloten voor het verkeer, maar rijden er bussen (iedere 30 minuten). In de winter is het rustiger en mag je er zelf rijden. Hopi Point, Mohave Point, Pima Point en Hermits Rest zijn aanbevolen. Met name ’s ochtendsvroeg zijn deze uitkijkpunten de moeite waard om de zonsopkomst mee te maken. Blijf vooral nadat de zon opgekomen is even hangen, want juist dan verspreidt het licht zich mooi over de bergen en wordt de rivier langzaam zichtbaar.

Grand Canyon (Arizona)

In Grand Canyon Village zijn voldoende Lodges en enkele hotels te vinden en anders kun je ook nog terecht in Grand Canyon Camper Village, waar een grote camping en diverse hotels gelokaliseerd zijn. Ik verbleef in het El Tovar hotel. Dit is een historisch hotel dat geheel gemaakt is van hout en 108 jaar oud is ($180). Dat ligt aan de rand van de Grand Canyon, maar zijn er maar drie (dure) kamers die hier uitzicht op hebben. Direct naast het hotel is wel een uitkijkpunt. Het hotel is comfortabel, maar de kamers zijn naar moderne maatstaven wel wat klein en gehorig. Met name onder Amerikaanse toeristen is het, mede gezien de historie, zeer populair en een waar familiehotel. Na de overnachting ging de wekker weer vroeg om van de zonsopkomst te kunnen genieten vanaf Hopi Point. Daarna begon de terugreis. Vanaf Grand Canyon Village ben je nog 450 km verwijderd van Las Vegas, wat zonder stops ongeveer vijf uur rijden is. Het landschap onderweg mag er zijn, maar is beduidend minder boeiend dan tijdens het eerste deel van de reis. Vlak voor Las Vegas kom je nog langs de Hoover Dam, wat zeker een bezoek waard is.

Tot slot

Deze route is uitgevoerd in vier dagen. Hoewel dat goed te doen is, is het wel een reis in Japanse stijl. Een beetje vluchtig van het ene naar het andere toeristische punt, daar uitstappen en foto’s maken en dan snel weer verder. Het is aan te bevelen om meer tijd uit te trekken voor het ‘rondje Las Vegas’ als dat mogelijk is. Je hebt dan meer tijd voor wandelingen en musea, waardoor je het gebied nog beter leert kennen. Ook zijn er in de directe omgeving nog meer natuurwonderen te zien, zoals Zion, Arches en Death Valley (zie kader). Wil je er de tijd voor nemen en ook een beetje van je vakantie genieten, dan is een minimum van twee weken aan te raden, zeker als je ook nog tijd wilt overhouden om Las Vegas te bezichtigen.

Ontsnap aan de drukte van Las Vegas en ga op stap buiten de stad

Death Valley

Death Valley ligt in Californië, maar bevindt zich op slechts twee uur rijafstand van Las Vegas. Het is daardoor een ideale bestemming om een dag te bezoeken, al kun je er ook met gemak een week doorbrengen. Death Valley is bekend om wisselende landschappen met diverse zoutvlakten, zandduinen (woestijn) en verlaten spookdorpen. Het nationale park dankt z’n naam aan de hoge temperaturen in de zomer (tussen de 45 en de 55 graden) waardoor aan het begin van de vorige eeuw veel goudzoekers in het gebied om het leven kwamen. Het gebied wordt (al minimaal 1000 jaar) bevolkt door deTimbisha indianen.

Death Valley (Californië)

Zion

Het Zion National Park is een groot natuurreservaat van bijna 600 km2 ten noorden van Las Vegas en ten westen van Bryce Canyon. Het park staat bekend om de enorme diversiteit aan flora en fauna. Er zijn een groot aantal populaire wandelroutes, waaronder Weeping Rock, Angels Landing en Taylor Creek.

Arches

Het Arches National Park ligt ongeveer twee uur ten noorden van Monument Valley, nabij Moab. Het park bestaat uit vergelijkbare rotsen van zandsteen, maar is vooral bekend om de vele boogformaties, waaronder de reusachtige Double O Arch en de Landscape Arch. In het gebied vind je ook rotstekeningen (er wordt aangenomen dat er al 10.000 jaar mensen wonen).

Hoover Dam

De Hoover Dam is een betonnen boogdam 48 km ten zuiden van Las Vegas. Voordat de dam er was werd de regio regelmatig geteisterd door overstromingen door smeltwater vanaf de Rocky Mountains. Tijdens de grote depressie van de jaren dertig werd de dam gebouwd. De dam dankt zijn naam aan Herbert Hoover, toenmalig minister van handel. De generatoren van de dam voorzien Las Vegas en zelfs Los Angeles van stroom.

Meteor Crater

Ten zuiden van onze route is de best zichtbare krater ter wereld van een meteoor te zien. Nabij Winslow in Arizona ligt de Meteor Crater, waar 50.000 jaar geleden een meteoriet met 40.000 km/u de aarde raakte. De krater is ruim 1 kilometer breed en 170 meter diep. De toegangsprijs is $16.

Praktijktest: Foto- of videocamera voor film? (II)

Het beeld naar de hand zetten

In plaats van alles op de nabewerking aan te laten komen is het beter om het type ISO waarde en de beeldprofiel vast te stellen. Deze twee zaken hebben betrekking op aspecten in de camera die voor de digitale conversie, respectievelijk compressie plaatsvinden.

ISO

Ruisniveaus bij diverse ISO waarden door Amila C. Kumarasinghe

Native

+1/3 stop

-1/3 stop

100

125

160

200

250

320

400

500

640

800

1000

1250

1600

2000

2500

3200

4000

5000

6400

Op de 60D loopt het ISO bereik van 100 tot 6400 (met een boost naar 12800), maar ruisniveau is niet lineair. Er zijn drie typen ISO waarden die kunnen worden gekozen. De richting die in deze test is genomen is de ‘oude’ aanbevolen richting. Door diverse cineasten zijn testen gedaan waaruit bleek dat de ‘native ISO’ waarden 160, 320, 640, 1250 en 3200 zouden zijn. Met de andere ISO waarden is er meer ruis. De ‘native ISO’ waarden werden en worden dan ook aanbevolen.

Echter, wat er in werkelijkheid gebeurt is een correctie van 1/3e stop ten opzichte van de native ISO waarde 100 van de sensor (bij Canon) met diens versterking 200, 400, enz, een gelijke implementatie als bij fotografie. Omdat de sensor in een digitale camera maar één gevoeligheid heeft, de native ISO, moet het signaal (elektrisch) worden versterkt voor hogere gevoeligheid. De versterkingsfactor waarmee de versterker werkt wordt uitgedrukt in dB aan gain. Omdat de versterking plaatsvindt aan de hand van het analoge signaal, voor de analoog naar digitale verwerking, is de keuze van ISO echt wat anders dan de digitale aanpassing in de nabewerking. De ISO waarden die of native zijn of een versterking daarvan staan in de eerste kolom. In het geval van ISO waarden in de kolom van 125 wordt de belichting met 1/3e stop verhoogt ten opzichte van (de versterkte) ISO 100. De toename van ruis is evident. Met ISO 160 is er juist een verlaging van 1/3e stop ten opzichte van ISO 200. Bij het doorbladeren van de ISO waarden is het ritme dan ook native, +1/3 stop, -1/3 stop. Wat feitelijk dus gebeurt bij de ‘native ISO’ waarden is een verlaging (verplaatsing) van het gebruikte dynamische bereik. Hierbij wordt het onderste deel van het dynamische bereik onder het 0 IRE gebied gedrukt; verlies van details in het donkere gebied. De verplaatsing van het gebruikte dynamische bereik beïnvloedt niet hoeveel details er kunnen worden opgenomen in de lichte gebieden. (Josh Silfen gaat hier in een goed artikel op in en geeft ook aan dat het deels een persoonlijke kwestie is.) De vraag is waar de gebruiker de voorkeur aan geeft. Maximalisatie van het gebruikte dynamisch bereik of beperkte ruis uit de camera.

Beeldprofiel

Deels gerelateerd aan het dynamisch bereik is het beeldprofiel. In de camera kan een keuze worden gemaakt uit diverse profielen, maar ze kunnen ook worden gemaakt in en buiten de camera. In de test is er in de camera een beeldprofiel aangemaakt waarbij de verscherping, contrast en verzadiging waren teruggedraaid. Dit biedt wat meer mogelijkheden bij de correctie, maar is echt maar het begin. Middels de applicatie EOS Utility is het ook mogelijk om een profiel op de camera te zetten (meer informatie over beeldstijlen en een stappenplan). Omdat Canon een tijd dominant was op het gebied van de HD-DSLR was het een aantrekkelijk platform om beeldprofielen voor te ontwikkelen en dat is gebeurt… Er zijn diverse beeldprofielen uitgekomen, waar soms grote bedrijven achter zitten. Het voornaamste doel dat daarbij door menigeen wordt nagestreefd is het maximaliseren van het dynamisch bereik. Daarbij wordt wel het totale plaatje beïnvloed, wat in vele video’s op Vimeo is gedemonstreerd. Preston Kanak hiervan presenteert een mooi overzicht van beeldprofielen inclusief video’s van derden en een korte beschrijving wanneer het beeldprofiel nuttig is. Een advies dat in het artikel van Preston ter tafel komt en door velen is onderstreept is dat er een beeldprofiel moet worden gekozen dat het gewenste eindresultaat zoveel mogelijk benadert.

Per slot van rekening is de opgeslagen kleurinformatie beperkt bij menig camera, zo ook de 60D. Bij de 60D gaat het om 4:2:0 subsampling. Subsampling hangt samen met het filter van een sensor en geeft aan hoeveel beeld informatie er op de Y’, Cb en Cr kanaal wordt verwerkt (maximaal 4:4:4).  In het geval van de 60D is dit beperkt op het blauwe- (Cb) en rode kanaal (Cr). Zou er te fanatieke kleurcorrectie moeten worden toegepast dan gaat het gemis aan kleurinformatie parten spelen. Voor meer informatie zijn dit, aardige, startpunten.

De keuze van het kleurprofiel en de ISO waarde is dus geen exacte wetenschap aangezien het samenhangt met de gewenste (mogelijke) nabewerking en de gewenste uiteindelijke beeldstijl. Hier zit dan ook echt de meerwaarde in ten opzichte van menig videocamera en andere HD-DSLRs. Het is behoorlijk goed om de gewenste kleurgradering te bereiken.

Controle

Een zwak punt van menig HD-DSLR is de afwezigheid van functionaliteiten om te zien hoe het opgenomen beeld er precies uitziet.

Het potentieel lastigste is de afwezigheid van focus assist of peaking tijdens de opname aangezien de camera ook niet automatisch kan scherpstellen. Voorafgaande aan de opname kan er met de 60D, middels twee knoppen, worden in- en uitgezoomd op het resulterende beeld. De zoomfactor is vijf of tien keer waardoor goed te zien is of de focus van de camera goed is. Het probleem is dat deze functionaliteit tijdens de opname ontbreekt, waardoor aan de hand van het (goede) scherm moet worden vastgesteld of de focus goed is. Zonder is het in de praktijk toch een lastige klus, zeker als de camera en het onderwerp bewegen. Op dat moment is een grotere scherptediepte wenselijk of zelfs noodzakelijk.

Een basisfunctie die helaas ontbreekt bij de 60D is de indicatie van overbelichting (en ook onderbelichting). Op steeds meer videocamera’s is deze functionaliteit geïmplementeerd door met diagonale strepen (zebras) overbelichte delen te duiden. Hierbij is vaak dan ook de optie om de gevoeligheid in te stellen, met minimaal 70 IRE en 100 IRE. De instelling van 70 IRE is gevoeliger en wordt gebruikt om overbelichting van gezichten te voorkomen. Een instelling van 100 IRE wordt gebruikt om te kunnen zien wanneer objecten in het algemeen overbelicht zijn. Bij HD video is boven een IRE index van 100 nog wel detail te verkrijgen, maar daar moet niet op worden geschoten. Het gemis aan een dergelijke functie doet zich vooral voelen in een ongecontroleerde omgeving. De viewfinder heeft als voordeel dat het zonlicht meer kan worden geblokkeerd. Echter, deze werkt niet bij de 60D. Hierdoor is het gevecht met het licht, de veranderde helderheid van het scherm en het resulterende plaatje een uitdaging voor kritische belichting.

Een laatste regelrechte handicap is de monitoring van audio, toch al een zwak punt van menig cineast. De volumemeters zijn alleen te zien in hetzelfde menu waar het volume ingesteld kan worden, niet tijdens de opname! Daarnaast ontbreekt de koptelefoonaansluiting waardoor je echt niet kunt zien en horen wat er gaande is.

Zebra of een vingerafdruk?

Hoewel de camera, mede dankzij de ND filters, prima in staat is om in vol zonlicht opnames te maken, is de bediening ervan lastig. In het setup menu kan de helderheid van de backlight worden ingesteld. Helaas valt de helderheid tegen, zeker in vergelijking met de maximale helderheid van de 60D dat superieur is aan dat van de HF-G10. Daarnaast blijft een nadeel van een touchscreen dat er vingerafdrukken op te zien zijn.

Om toch nog goed te kunnen bepalen of de belichting in orde is kan de zoeker (EVF) worden gebruikt. Daarnaast biedt de EVF in potentie een extra contactpunt, ter stabilisatie, met het lichaam. Helaas valt de waarde van de zoeker op de HF-G10 nogal tegen. Allereerst heeft de EVF een nogal kleine diameter. Daarnaast is de EVF alleen uittrekbaar (wat op eerdere modellen nog wel eens wou ontbreken) maar niet kantelbaar. Dit zou prettig zijn voor op een tripod. De uittrekbaarheid lijkt wel voldoende te zijn om nog bruikbaar te zijn met hoge capaciteit accu’s. Helaas heeft Canon op de HF-G10 de rubber flap rondom de EVF van de XA-10 weggelaten. Gecombineerd met kleine diameter van de EVF wordt zodoende het oog weinig afgesloten van invallend zonlicht.

Opnametijd

Erg prettig is het dubbele opslagsysteem van 32GB intern flash geheugen en daarnaast de twee SDHC/SDXC kaartsloten. De twee kaartsloten kunnen zowel aan relay als aan backup opname doen. In het eerste geval zal er automatisch van opslagmedium worden gewisseld, tot in het ultieme geval in de volgorde van intern naar kaart a naar kaart b. Helaas is er volgens Canon wel een korte pauze bij de wisseling. Er is niet getest hoe lang de stop precies is. Bij backup opname wordt het beeld tegelijk naar beide SD kaarten opgeslagen.

Wat meteen al opviel was het kleine formaat van de accu, de capaciteit is slechts 850mAh. Met zo’n anderhalf uur opnemen was het doorgaans wel gedaan met de accu. Omdat het accucompartiment bij de EVF over gedimensioneerd is kan een hoge capaciteitsaccu worden gebruikt zonder de werkbaarheid te beïnvloeden. Dit komt vooral van pas als de camera allerlei controle mechanismen en alle stabilisatiemechanismen moet inzetten.

Controle

Een sterk punt van de HF-G10, zeker in vergelijking met de 60D, is de aanwezigheid van functionaliteiten om de kwaliteit van de opname in te schatten.

Focus

De HF-G10 heeft zowel Focus Assist als Focus Peaking. De eerste mode vergroot tijdelijk het beeld voorafgaande aan de opname. Daarnaast kan Focus Peaking worden ingeschakeld. Peaking kleurt de delen van het beeld die scherp in beeld zijn. Praktische aanvullingen, maar helaas wat weggestopt in het functiemenu, zijn de peaking kleur (rood, blauw of geel) en de mogelijkheid om de rest in zwart-wit weer te geven. Zeker onder lastige omstandigheden was de combinatie erg prettig om wat beter vast te stellen of de juiste delen in focus waren. Denk hierbij aan een opnamen van kleurrijke bloemen in de zon. Toch waren er ook omstandigheden dat de aangegeven indicatie van de focusafstand nuttig waren om sneller op het juiste gebied scherp te stellen. Daarnaast is het ook indicatief voor de scherptediepte.

Focus assist op de HF-G10

Middels blauwe lijnen is aangegeven op welke objecten is scherpgesteld. Bij de HF-G10 gaat het daarbij om een relatief groot gebied.

Belichting

De HF-G10 heeft zebras die ingesteld kunnen worden op 70 of 100 IRE. Een 70 IRE instelling is nuttig om gewaarschuwd te worden voor overbelichting van gezichten. Zodra over gezichten diagonale strepen komen dan moet de belichting worden gecontroleerd. Hetzelfde gaat op voor 100 IRE met andere objecten in het shot die van belang zijn. Aanvullend hierop heeft de HF-G10 een waveform monitor. De monitor is vooral interessant voor mensen die in een gecontroleerde omgeving zitten en zodoende dynamisch bereik willen optimaliseren en tegelijk clipping (overbelichting) willen voorkomen.

Audio

Op zichzelf heeft de HF-G10 geen opmerkelijke controle middelen voor audio. Een volume meter en een koptelefoonaansluiting zijn aanwezig, waar deze op de 60D verstopt respectievelijk afwezig zijn. Helaas is alleen de volumemeter in beeld en kan het ingaande volume niet erg snel worden aangepast.

In het vorige deel stonden we stil bij de stormachtige ontwikkeling van de HD-DSLR, wat hieraan ten grondslag ligt, wat dit mogelijk maakt en wat dit betekent voor de videocamera’s.

Maar in een tijd die gedomineerd lijkt te worden door HD-DSLRs moet niet worden vergeten dat videocamera’s zich ook ontwikkelen. En omdat ze primair gericht zijn op het maken van video’s lopen ze niet tegen bepaalde problemen van HD-DSLRs aan. Het gevolg is dat beide type camera’s eigen toepassingsgebieden hebben. Waar die liggen en makkelijk het is zal in deze test aan bod komen.

De 60D en de HF-G10

De camera’s in de praktijktest, de Canon 60D en de Canon HF-G10

Verantwoording

Om niet de verkeerde verwachtingen te scheppen is het van belang om op de hoogte te zijn van de opzet van de praktijktest. In deze praktijktest gaat het erom waar je bij de inzet van de twee typen camera’s zoal tegen aan loopt (dit deel) en hoe je daar mogelijk om heen kunt (deel III).

Er worden geen conclusies verbonden aan de beelden omdat het aantal variabelen veel te groot is. Het gaat echt om een praktijktest, het maken van opnames in alledaagse situaties. Er zijn geen testkaarten gebruikt en er is geen poging gedaan om de omgeving te beheersen door bepaalde condities constant te houden, behalve voor wie [behoudens diegene die] de test uitvoert en de onderwerpen. Daarnaast zijn de twee camera’s uit de praktijktest totaal verschillend. Wie de camera bedient moet hem echt goed kennen om ze vergelijkbaar te maken. Het gaat dan onder meer om de lastige en arbitraire keuze welke (tweede) lens er voor de 60D nodig is om de ‘bodies’ echt te kunnen vergelijken. Maar ook de beeldstijl zou op dusdanige wijze moeten worden gekozen dat deze voor een breed publiek interessant  is, wat tot meerdere beeldstijlen per camera zou leiden. Hoewel lang de tijd is genomen om de camera’s goed te leren kennen zou het simpelweg te veel tijd en onderzoek kosten om een zorgvuldig, alomvattend, objectief en correct antwoord te kunnen geven. Dit staat dan nog los van de vraag of een dergelijk antwoord, komende van één partij, mogelijk is.

De waarde van de test zit in de bespreking van de zaken die vaak achterwege blijven, die niet in de handleiding staan of direct in de video te zien zijn. De dingen die je moet doen om de opname te maken, in het echt, met de bijbehorende spanning…

Om een gefunceerde tekst te schrijven is veel getest en zodoende veel testmateriaal verzameld. In de volgende twee video’s is een impressie te zien van een bonte verzameling beelden die daaruit kwamen. Het gaat hierbij met nadruk om testmateriaal, waarbij diverse dingen werden uitgetest. Zo zitten er opnames bij waarin maximaal ingezoomd is en bijvoorbeeld de powered image stabilisation op de HF-G10 niet is ingezet. Diverse shots vertonen dan ook een mindere belichting en/of een minder stabiele opname. De volgende beelden zijn dan ook echt enkel geplaatst om een impressie te bieden, de conclusies zijn in de tekst aan bod gekomen.

De twee video’s bevatten niet exact dezelfde beelden omdat in sommige gevallen dit niet mogelijk was, vanwege beperkingen van de camera of omdat de tijd ontbrak om op dat moment de opname te maken. Daarnaast zouden beperkte tot geen conclusies mogen worden aan de beelden omdat de opnamen niet in een gecontroleerde omgeving zijn gemaakt.

Canon 60D met Canon 17-85 f/4-5.6

Muziek: Spinningmerkaba – Theatrical Trailer (annabloom vs. Jeris) en artiesten tijdens Leiden ontzet 2011

Canon HF-G10

Muziek: Spinningmerkaba – Theatrical Trailer (annabloom vs. Jeris) en artiesten tijdens Leiden ontzet 2011

De Canon 60D met Canon 17-85 f/4-5.6 IS USM

De HD-DSLR is een Canon 60D met een Canon 17-85 F/4-5.6 IS USM lens. Dit komt neer op 27.2-136mm bij 35mm. De camera is nu ruim een jaar geleden geïntroduceerd en valt in het (lagere) midden segment van Canon DSLRs. De sensor in de camera is een APS-C formaat sensor, met een cropfactor van 1.62 en een resolutie van 17.9MP. Middels line-skipping wordt één op de drie lijnen uitgelezen en verwerkt tot een Full HD beeld, zoals reeds besproken in het eerste deel. De camera kan opnames maken in 1080p25 (1920×1080 in progressieve mode met 25 beelden per seconde) en 720p50 (1280×720 in progressieve mode met 25 beelden per seconde). De opnames worden opgeslagen op een compact flash kaart die minimaal van een klasse zes moet zijn. De beelden worden opgeslagen met een MPEG-4 codec met een variabele bitrate met een gemiddelde van rond de 45Mbit/sec.

Bovenkant van de 60D - Foto afkomstig van B&H

Progressief betekent dat de sensor een geheel beeld in één keer inleest. Bij veel lagere segment videocamera’s gaat het om interlaced beelden, daarbij wordt in 1/50e van een seconde de helft van de beelden uitgelezen en de andere 1/50e de andere helft. Het voordeel is dan ook dat 25i bij snelle beweging ‘betere’ beelden oplevert, minder schokkerig, maar individuele frames er minder mooi uitzien. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat de sluitertijd ook een belangrijke factor in dit geheel is. En uiteindelijk is de echte kwalificatie of het betere beelden zijn een persoonlijke. Sommigen willen echt de beelden van de bioscoop bereiken, waarbij je (in Europa) vastzit aan 25p en (doorgaans) een sluitertijd van 1/50e. De wat minder vloeiende beelden worden dan als de charme van film gezien.

Positionering van de Canon 60D

De 60D is gepositioneerd tussen de 600D en de 7D, het zijn alle drie crop camera’s. Qua videoresultaten zijn de camera’s vergelijkbaar, de verschillen zitten vooral op het fotogebied en de body. Zo heeft de 7D een dubbele processor. Maar ook het aantal focuspunten is één van de verschillen tussen de camera’s. Voor meer daarover kun je één van de diverse reviews raadplegen.

Achterkant van de 60D - Foto afkomstig van B&H

De voor video interessante verschillen zitten in de body, een enkele feature en de opnametijd. De body van de 60D zit qua degelijkheid echt tussen de 600D en de 7D in. Het echt duidelijke verschil zit in het kantelbare en draaibare scherm op de 60D en de 600D. De 7D mist deze functionaliteit.

Ook de 550D mist het kantelbare en draaibare scherm. De 550D is de voorloper van de 600D en is qua video mogelijkheden zo goed als identiek aan de anderen. De 550D is opgevolgd door de 600D, maar is momenteel nog steeds te koop. In de VS werd de 550D de T2i genoemd (en de 600D de T3i).

Andere interessante verschillen tussen de 60D en de goedkopere 600D zijn het extra draaiwiel en het LCD bovenop de body op de duurdere versie. Daar staat tegenover dat de 600D een digital zoom functionaliteit op de body, die van 3x tot 10x loopt. In tegenstelling tot wat de naam suggereert gaat het niet om alleen digitale zoom. Het eerste deel levert daadwerkelijk weinig kwaliteitsverlies op.

Canon omschreef het zelf als You can also reach distant subjects using the Movie Digital Zoom function, which crops the centre of the sensor from 3x to 10x while still maintaining Full HD quality…” Op het Internet zijn meerdere video’s te vinden waarin te zien is dat de kwaliteit bij de lagere zoomfactoren daadwerkelijk nog goed blijft. Door deze functionaliteit krijg je in essentie hetzelfde effect als je een full frame lens op een crop sensor camera plaatst. Er wordt maar een kleiner deel van de lens benut, waardoor de zoom factor toeneemt. Wat er precies gebeurt is niet geheel duidelijk. Er zullen mogelijk minder lijnen worden overgeslagen, maar het feit dat op 9x de kwaliteit een stuk lager is, geeft aan dat line skipping nog altijd actief is. Op dat moment wordt ruis reductie en verscherping duidelijk toegepast. Daarnaast moet worden bedacht dat dit het bereik van de lens verlegt, waardoor het niet een standaard keuze zou moeten zijn. De lens uit de test zou opeens een 51-255 zijn, het equivalent van een 81.6-408 op 35mm.

Tot slot is op de 60D en de 600D handmatige audio instelling mogelijk.

In tegenstelling tot de 5D Mark II kregen de 550D en de 7D geen firmware update waarmee handmatige audio instellingen mogelijk werkden.

Voor de exacte verschillen is het verstandig om de website en handleidingen te raadplegen omdat bovenstaande passage de positionering in een vogelvlucht bespreekt. Daarnaast moet worden bedacht dat het hier om de droge cijfers gaat. In de praktijk moet blijken hoe goed een lens is, niet alleen wat de lens wel of niet kan.

De Canon Legria HF-G10

De Canon Legria HF-G10 is de camera die het mag opnemen tegen de 60D. Het gaat om een Europese camera, de Amerikaanse tegenhanger is een Vixia. Voor de Legria gaat op dat kan worden gekozen tussen 50i en 25p. De lens is een 4.25-42.5mm, wat neerkomt op 30-305mm als dit zou worden vertaalt naar een 35mm situatie. Het diafragma loopt van f/1.8 tot f/2.8 in volledig ingezoomde toestand.

Het interessante van de camera is de sensor die hetzelfde is als in de XA10, het instapmodel van de professionele lijn. De sensor heeft slechts 2.37MP en volgens Canon komt dit effectief neer op 2.07MP. Deze resolutie is identiek aan FullHD, waardoor de hele sensor voor de video is ingezet. Dit komt de lichtgevoeligheid ten goede en is zonder meer één van de sterke punten van de camera.

De camera heeft een aantal opname formaten, waarvan MXP en FXP aan te bevelen zijn aangezien die direct in 1920×1080 opnemen, dit kan of in 50i of 25p. Bij MXP gaat het om een AVCHD compressie met een bitrate van 24Mbit/sec, bij FXP om 17Mbit/sec. De beelden kunnen worden opgeslagen op het interne geheugen (16GB) of op de SD kaarten. Het is hierbij mogelijk om dezelfde beelden naar beide SD kaarten weg te schrijven, of automatisch te wisselen als de eerste vol is. De opnametijd hangt dan ook af van de gekozen kwaliteit, opslagmethode en opslagruimte van de SD kaart(en).

Positionering van de Canon HF-G10

De Canon HF-G10 is het vlaggenschip van de consumentenlijn, met eronder twee lijnen. De HF-S en de HF-M. De HF-S lijn is in 2011 slechts met één camera uitgebreid, de HF-S30. De HF-S30 heeft 1/2.6 inch sensor met effectief 6MP voor video en 8MP voor foto’s. Daarnaast is er de HF-M lijn, waarin in 2011 drie camera’s zijn uitgekomen. De HF-M41, HF-M40 en de HF-M400. De camera’s vallen in een lagere midden(prijs)klasse dan de HF-S30 en zeker de HF-G10. Toch zijn ze interessant omdat de drie camera’s dezelfde sensor als de HF-G10 hebben. Hiermee zijn de camera’s wel de uitzondering, de andere camera’s uit de HF-M lijn hebben andere sensoren. De onderlinge verschillen zitten in de afwezigheid van de elektronische zoeker (M40 en M400) en de hoeveelheid interne opslagruimte (32GB, 16GB, 0GB) allen met twee SD kaartsloten. Verschillen ten opzichte van de HF-G10 zijn het iets kleinere scherm en met een lagere resolutie, een andere lens met een bereik van 6.1-61mm en een diafragma van f/1.8-3.0 en zijn er minder handmatige instelmogelijkheden. Het meest in het oog springende is de afwezigheid van de focusring van de HF-G10. Tijdens CES2012 heeft Canon een zestal nieuwe camera’s aangekondigd, die een deel van de bestaande camera’s moeten aflossen. Het gaat om drie uit de instapserie (HF-R) en drie uit het middensegment (de reeds genoemde HF-M serie). De HF-G10 blijft dan ook het topmodel. De nieuwe camera’s uit de HF-M serie zouden volgens Canon een verbeterde sensor hebben ten opzichte van de HF-G10. De minimale hoeveelheid licht zou met de nieuwe camera’s 1.2 lux zijn, in plaats van 1.5 lux op de HF-G10. Andere verschillen zitten in het verbeterde touchscreen (zowel in gevoeligheid en het gebruik van iconen voor makkelijker gebruik), de verkleining van de fysieke omvang en het toevoegen van Wi-Fi voor snelle deling van de video’s (alleen van toepassing op camera’s met ingebouwd geheugen. De beperking van de fysieke omvang gaat wel ten koste van een SD kaartslot en de zoeker (EVF).

Boven de HF-G10 zit het instapmodel van de professionele lijn van Canon, de XA-10. De camera deelt veel eigenschappen met de HF-G10. Het voornaamste verschil is en zit in het verwijderbare handvat. Het verwijderbare handvat heeft twee professionele XLR audio-ingangen. De ingangen zijn apart aan te sturen middels fysieke knoppen en draaiknoppen. Daarnaast bezit het handvat een grip voor een microfoon, zoom- en opnameknoppen bovenop en een cold shoe. Deze cold shoe ontbreekt in zijn geheel op de HF-G10, enkel een mini advanced shoe is daarop aanwezig. Tot slot kan de XA10, in tegenstelling tot de HF-G10, ook infrarood opnamen maken en heeft de camera 64GB in plaats van 32GB op de HF-G10.

Voor de exacte verschillen is het verstandig om de website en handleidingen te raadplegen omdat bovenstaande passage de positionering in een vogelvlucht bespreekt. Daarnaast moet worden bedacht dat het hier om de droge cijfers gaat. In de praktijk moet blijken hoe goed een lens is, niet alleen wat de lens wel of niet kan.

Werkbaarheid

In ergonomisch opzicht bieden DSLRs een uitdaging. Voor fotografie is een compacte maar misschien ietwat verkrampte houding goed te doen en kan zelfs helpen. De optische zoeker geeft daarnaast nog een extra contactpunt met het lichaam waardoor de meest uitdagende shots nog mogelijk zijn. En ook op knoppen vlak is degelijkheid en werkbaarheid troef. Voor video is het iets anders…

Een combinatie van video’s waarin uitdagingen te zien zijn waarmee om dient te worden gegaan, te weten achtereenvolgens aliasing, moiré, discrete en luidruichtige diafragma instelling, gebrek aan een bruikbaar autofocus tijdens de opname en de uitdaging op een vloeiende zoom te krijgen. Het laatste deel van de video bevat een worst case ISO testje met een kitlens op f/5.6 tegenover een 50mm op f/1.8. Op de keuze van ISO waarden zal later nader worden ingegaan.

Hanteerbaarheid

Door de ondoorzichtige spiegel is de optische zoeker niet te gebruiken en moet je volledig werken via het LCD scherm. Gelukkig is het scherm bij de 60D, net als de 600D, wel draaibaar waardoor je ook in lastigere posities kunt zien wat je opneemt. De afhankelijkheid van het LCD scherm maakt de kwaliteit ervan wel belangrijk. Gelukkig heeft de 60D een scherm waarvan de helderheid erg hoog kan worden ingesteld. Hierdoor is het scherm opvallend goed te gebruiken in de volle zon.

Met het verlies van het extra contactpunt met het lichaam is de balans van de camera belangrijker om stabiel te kunnen werken, indien je uit de hand opnames maakt. Veel hangt hierbij af van het type lens, waardoor de balans kan verschuiven. Maar ook de eigenschappen van de ringen voor de focus en zoom zijn van belang. Beide zaken moet je handmatig aanpassen. De lengte (het aantal graden dat je de ring moet draaien), de positionering en de weerstand bepalen waar je tweede hand moet zijn. Met de Canon 17-85mm f/4-5.6 IS USM viel de focus erg mee. De focusring had relatief weinig speling, liep soepel en zat dichtbij de body. Hierdoor kan iemand (in ieder geval iemand met grotere handen) met de linkerhand de body ondersteunen en met de middelvinger de ring rustig draaien. Maar nogmaals, dit gaat op voor deze specifieke lens. Zo heeft de Canon 50mm F/1.8 II een kleine focusring die vrij zwaar loopt en vooraan de camera zit. Omdat de lens korter en ronduit licht is valt er nog altijd wel behoorlijk mee te werken. De Canon 18-55mm f/3.5-5.6 IS (maakt geen deel uit van de test) scoort op dit punt laag. De manuele focusring zit helemaal voorop en heeft de naam extreem lastig te zijn (speling), voor fotografie alleen al… De zoom op de 17-85mm is ronduit vervelend. Uit de hand is het gebrek aan consistentie in de weerstand problematisch, waardoor een vloeiende zoom een uitdaging is. Maar ook de dolly (counter) zoom zal nog lastig zijn. Daarnaast, enigszins triviaal, is het bereik te klein om de lens echt als een allrounder in te zetten en in te spelen op onverwachte situaties. De beeldstabilisatie werkt heel behoorlijk, wat met enkel een lens aan de body essentieel is.

Een voorbeeld van een (Hitchcock) dolly (counter) zoom, een manier om de emotie in een shot extra aan te kunnen zetten.

Zoals meermaals aangegeven moet er handmatig worden scherp gesteld tijdens de opname. Weliswaar heeft de camera, ook in de videostand, automatische scherpstelmethoden, maar die blijven niet actief tijdens de opname. Er zijn drie vormen van automatische scherpstelling, AF Live, AF face detection en AFQuick. De eerste twee modi gebruiken de LCD waarbij er middels de draaiknop achterop de camera een rechthoekje op het scherm een object kan worden geselecteerd. Bij de twee modi gaat het enkel om de selectie van gezichten. De derde modus gebruikt de focuspunten uit de fotostand en kan dan ook alleen voorafgaande aan de opname worden ingezet. Omdat negen focuspunten worden ingezet is dit een hele snelle manier om de focus te bepalen. Om daadwerkelijk scherp te stellen kan, voorafgaande aan de opname, zowel de AF-ON als de sluiterknop worden gebruikt. Tijdens de opname is de AF-ON knop nog altijd te gebruiken, alleen is de camera dan beperkt tot contrastdetectie. Het gevolg is dat je de camera echt ziet zoeken welke kant de focus naar verlegt moet worden. Deze methode is nutteloos tijdens de opname, tenzij je het als speciaal effect wil gebruiken.

Nu zijn er wel camera’s op de markt die tijdens de opname kunnen blijven scherpstellen, deze camera’s bezitten ‘continuous autofocus’. Wel hangt het van de implementatie af hoe snel en accuraat de autofocus is. Daarnaast moet de camera een duidelijk onderwerp hebben, om niet halverwege het verkeerde object te volgen. Een dansuitvoering van een zoon of dochter volgen kan dus een uitdaging zijn als er nog meerdere talenten rondgaan.

Handmatige instellingen

De 60D heeft de mogelijkheid om de ISO, sluitertijd en diafragma automatisch te laten regelen. Echter, de camera is dan erg enthousiast met de belichting waardoor hogere ISO waarden gekozen worden. Een compensatie van de belichting is dan ook aanbevolen, zeker omdat uit (iets) onderbelichte opnamen beter beelden te halen zijn dan (iets) overbelichte opnamen. Tijdens een shoot kun je dit ook aanpassen, maar dit beïnvloedt de sluitertijd, niet de ISO.

Maar de 60D biedt ook de mogelijkheid om de drie variabelen handmatig in te stellen. Hiervoor moet de camera in het menu, bij belichting, op handmatig worden gezet. Dit is vooral van belang als je op zoek bent naar een bepaald resultaat. Zoals eerder aangegeven speelt het diafragma en de sluitertijd daar een grote rol in. Daarnaast kan de nabewerking een dagtaak (of erger) worden om de aanhoudende veranderingen bij te houden. Dynamiek wil je in het shot houden, niet beperken door de camera de belichting aan te laten passen.

Voor de manuele aanpassing heeft de 60D, in tegenstelling tot de 600D, twee draaiknoppen. Het is daarbij wel jammer dat de ISO nu net de derde functie is. Om de ISO aan te passen moet de ISO knop worden ingedrukt alvorens de ISO kan worden aangepast, middels de ring bovenop de camera. Doe je dit niet dan pas je met die ring de sluitertijd aan, dat gevolgen heeft voor de hoeveelheid beweging in een frame. (Zoals gedemonstreerd middels twee filmpjes in het vorige deel.) De andere draaiknop past het diafragma aan. Deze draaiknop ontbreekt op de 600D. Een nadeel van de draaiknoppen op de 60D is dat ze stroef zijn en echt klikken. Dit maakt een vloeiende aanpassing van bijvoorbeeld de ISO waarde problematisch. Maar daarnaast maakt de hantering van de knoppen dermate veel geluid dat de microfoon het geluid oppikt.

In deze bespreking wordt er bijna aan voorbij gegaan dat de goedkopere videocamera’s deze mogelijkheden niet eens bezitten. Als er al aanpassingen mogelijk zijn dan gaat het vaak om één van de variabelen. Maar voor de 60D en de HF-G10 gaat op dat de variabelen onafhankelijk in te stellen zijn.

Zijkant 60D - Foto afkomstig van B&H

Naast instellingen voor het beeld kan op de 60D ook de audio worden ingesteld. Standaard probeert de camera de audio in bedwang te houden middels AGC (Automatic Gain Control. Bij AGC wordt het ingaande volume geanalyseerd en aangepast om het juiste volume te krijgen. Het probleem is dat hierdoor ook dynamiek meer uit de audio wordt gehaald. Zou je een muziekstuk opnemen dan zullen middels AGC de harde en zachte passages (qua volume) meer naar elkaar toe worden gebracht. Om dit te voorkomen kun je het opgenomen volume ook handmatig instellen. Daarnaast kan er een windfilter worden ingesteld.

Het probleem blijft wel dat de microfooninstellingen erg beperkt blijven. Er zijn geen additionele instellingen om het opgenomen volume te limiteren. Daarnaast ontbreken mogelijkheden om de richtingskarakteristiek aan te passen (eventueel automatisch aan de hand van de zoom factor). Daarbij dient dan wel opgemerkt te worden dat met de microfoon van de 60D en de plaatsing daarvan de waarde sowieso al discutabel is. De microfoon zit achter vier kleine gaatjes linksvoor op de body (op de foto linksboven de badge). Dit maakt dat de beeldstabilisatie, zoals die van de 17-85 uit de test, in de opname te horen is. Om dit probleem (en mogelijk het klikgeluid van de knoppen) op te lossen is er op de 60D een (3.5”) microfoonaansluiting aanwezig. Een populaire keuze is de RØDE Videomic, een shotgun microfoon die meer directioneel geluid opvangt. Op de audio zal in het derde deel nog worden teruggekomen.

Opnametijd

Fotocamera’s zijn qua mogelijke opnametijd vooralsnog gelimiteerd door het opslagsysteem, hitte problemen of financiële overwegingen. Alle Canon camera’s hebben te maken met de Fat32 limiet van 4GB, die in de praktijk, bij maximale kwaliteit neerkomt op zo’n 12 minuten. De opname stopt dan automatisch en kan meteen weer worden hervat. In tegenstelling tot de voorgaande Canon HD-DSLRs en fotocamera’s van concurrenten treedt bij de 60D (en de 600D) geen oververhitting op in het sensorgebied. De derde mogelijke opnamelimiet is kunstmatig ingevoerd en wel met het oog op de regels van de belastingdienst. In Europa valt een videocamera onder een hoger belastingtarief. Door onder de 30 minuten aan onafgebroken opnametijd te blijven vallen fotocamera’s in het gunstigere belastingtarief.

Naast de hiervoor genoemde limieten zijn de accu en kaartopslag een beperkende factor. De accuduur is beter dan verwacht. Omdat live view de hele tijd actief is trekt de 60D de batterij relatief snel leeg, maar anderhalf uur zit er wel in. Het is wel jammer dat de Canon 60D geen twee kaartsloten heeft voor backup of relay recording zoals op de HF-G10. Zeker relay recording, automatische kaartwisseling, zou prettig zijn om de SD kaarten zorgeloos optimaal te kunnen benutten. Een aspect waar weer even duidelijk is dat het om een fotocamera gaat is de manier van weergeven van de resterende opslagcapaciteit. De opslagcapaciteit wordt namelijk in foto’s gemeten, met een maximum van 999 foto’s.

Slow motion

Naast 1080p25 kan er met de 60D worden opgenomen in 720p50. Dit is voor velen vooral interessant voor diegenen die beeld vertraagd willen afspelen. De eerste snelheidshalverweging levert daarbij dan geen kwaliteitsverlies af. Helaas heeft 720p50 wel het nadeel dat de kans op aliasing toeneemt, vanwege de lagere resolutie. Opnieuw, wat er intern precies gaande is kan alleen aan de hand van de testkaarten naar worden terug geredeneerd. Maar met de beperkte informatie en tests is dit lastig en aan het einde van de rit telt de kwaliteit. Deze valt in de praktijk erg tegen als je in een stad rondloopt. Er zijn simpelweg, in potentie, teveel objecten die op 1080p25 al problemen veroorzaken. Om deze reden en de toch iets lagere resolutie moet 50p dan ook als een bonus worden gezien die beperkt inzetbaar is. (In het eerste deel werd al vastgesteld dat de ware resolutie van de 60D geen 1080p is. Een effect dat sowieso opgaat voor een zeer groot deel van de camera’s en een motivatie is dat resolutietesten toch zinnig zijn.)

De Canon 60D met Canon 17-85mm f/4-5.6 IS USM

Voor een run-and-gun manier van schieten viel de Canon 17-85mm f/4-5.6 IS USM erg tegen, wetende dat er ook nog een HF-G10 in de tas zit. Het bereik is beperkt en de kit legt het bij weinig licht af tegen de HF-G10, zeker als ongeveer dezelfde ruisniveau’s  worden nagestreefd.

60D ISO 6400 kit 4.0 LINKS en G10 23 dB 2.8 RECHTS

De 60D ISO 6400 kit f/4.0 (links) (fullsize) en de HF-G10 23dB f/2.8 (rechts) (fullsize)

Om die reden is het echt aan te raden om, ook voor mensen die rondlopen, een snelle prime mee te hebben. In de praktijktest is een Canon 50mm f/1.8II meegenomen. Een dergelijke lens heeft een nog kleinere scherptediepte en laat veel meer licht door. Hierdoor pakt de 60D wel ‘gewoon’ de kroon als het om opnames met weinig licht gaat.

60D ISO 6400 50mm f/1.8 (links) en G10 23dB f/2.8 (rechts)

60D ISO 6400 50mm f/1.8 (links) (fullsize) en G10 23dB f/2.8 (rechts) (fullsize)

Om die reden kan een combinatie van een trage zoom met bereik en een snelle prime, zoals een 35mm of 50mm met een f/1.8 of groter een mooie combinatie zijn. Op het vlak van bereik zou misschien de 18-135mm toch een wat betere keuze zijn. De lengte is niet zo extreem dat aanpassing van de sluitertijd noodzakelijk is, maar biedt net dat beetje meer voor tijdens het rondlopen. De 17-85 is dan ook niet echt een allround lens, maar wel geschikt voor iemand die een (eerste) ‘film’ wil maken. Het bereik dekt de gebruikelijke brandpuntsafstanden, zeker voor dialogen. De enige uitdaging is zoals gezegd de inconsistente weerstand van de zoom. Het prijsverschil met snellere lenzen of een set van primes zou dan in lampen, tripods en recorders kunnen worden gestoken. Per slot van rekening komt de gewenste ‘film-look’ niet van het gebruik van 25p. Uitlichting, camera beweging en standpunten zijn andere belangrijke(re) elementen.

Werkbaarheid

De HF-G10 is een camera met een lage instapdrempel, maar die vooral sterk is op het handmatige vlak. Tal van instelmogelijkheden en toch nog een aantal handige knoppen maken het mogelijk om de situatie naar de hand te zetten. Maar na langere tijd met de camera opnames te hebben genomen kan de HF-G10 op ergonomisch vlak niet helemaal overtuigen. Dit schuilt vooral in de positionering van knoppen en het half opleggen van een bepaalde manier van schieten die soms niet gewenst is. Daarnaast is de camera zelf heel allround, maar helaas minder goed allround werkbaar.

Instellingen

Bij het opnemen in de automatische stand moet het touchscreen worden gebruikt om aan te geven waarop de camera moet scherpstellen. Door het onderwerp op het scherm aan te tikken verschijnt er een klein vierkantje om het gevolgde onderwerp. Ook in complexe situaties, bijvoorbeeld met veel personen in beeld, blijft de camera toch behoorlijk lang de juiste persoon volgen. Daarnaast is de camera heel behoorlijk in staat om in te schatten welke instellingen noodzakelijk gegeven de omstandigheden waarin het onderwerp zicht bevindt.

Om vanuit de automatische stand naar de handmatige stand te gaan is er een schuif aan de zijkant van de camera. Die schuif bevat nog een derde instelling, cinema voor de ‘filmlook’. Na instelling op de manuele of cinema instelling zijn zowel het functie paneel als het setup menu beschikbaar. In het setup menu is het mogelijk om de limiet van de camera in te stellen ten aanzien van onder meer zoom factoren, inzet van ND filters, opname kwaliteit en gevoeligheid ten aanzien van de focus (snelheid in de wisseling) en (versnelling, vertraging en snelheid van de) zoom functionaliteit. Een simpele maar handige functionaliteit is het kunnen instellen van de focus richting. Op deze manier kunnen focusfouten worden voorkomen omdat Nikon lenzen een omgekeerde draairichting voor de focusring hanteren. Het functie menu bevat de opties om de opname (deels of gedeeltelijk) naar de hand te zetten, door bijna alle instellingen handmatig in te voeren. Bijna. Net als de 60D kan op de HF-G10 de sluitertijd, gain (middels ISO op de fotocamera) en het diafragma worden ingesteld. Daarnaast bezit de HF-G10 ook drie ND filters (fysiek of in variabele stappen, vermoedelijk het laatste). Het gaat hierbij om ND1/2, ND1/4 of ND1/8. Met de ND filters kan de hoeveelheid licht dat op de sensor valt worden beperkt. Helaas is het niet mogelijk om de ND filters apart aan te sturen. Bij het verkleinen van het diafragma wordt na een aantal stappen het ND filter geactiveerd. Maar om de scherptediepte te minimaliseren zou het prettig zijn als het ND filter eerder, of los, in te stellen zou zijn. Dit zou de HF-G10 helpen om, vergeleken met de 60D, aan de broodnodige kleinere scherptediepte te komen.

Depth of Field met links de HF-G10 en rechts de 60D

Twee frames uit twee opnames, waar bij de HF-G10 (links) de scherptediepte nog relatief groot blijft. Bij de opname is, tenopzichte van de opname van de 60D, meer afstand genomen en ingezoomd om het effect van een kleine scherptediepte te versterken en toch nog enigszins hetzelfde beeld te krijgen De 60D met kit (rechts) produceerde desondanks, zoals te verwachten, een kleinere scherptediepte op veel eenvoudigere wijze.

Op de HF-G10 kan de beeldstijl worden aangepast. In de eerste plaats is er de reeds benoemde optie, cinema, specifiek gericht op het imiteren van de beeldstijl van film. Hiermee verschijnen allerlei filters betreffende verzadiging, helderheid en contrast. In de handmatige instelling zijn dit soort instellingen ook terug te vinden in het menu.

De HF-G10 heeft opmerkelijk veel instelmogelijkheden voor een ingebouwde stereo microfoon. Zo is het mogelijk om de richtingskarakteristiek (polar pattern) aan te passen in vier instellingen waarmee het gebied waarbinnen geluid kan worden aangepast. Daarnaast zijn er equalizer opties om de type inkomende frequenties beperkt vast te leggen of juist aan te zetten. Hoewel de microfoons van behoorlijke kwaliteit zijn blijft voor hoge kwaliteitsaudio opname een externe microfoon aanbevolen, voor bijvoorbeeld filtering van de wind.

Hantering camera

Bij instelling van (semi-)handmatige opname komen de twee draairingen, de grote focusring voorop en de kleine achterop, van pas. De focus ring voorop de camera heeft behoorlijk wat weerstand en is extreem gedempt. In combinatie met de menu instellingen (gevoeligheid en snelheid) is een nauwkeurige of een snelle focus mogelijk. Maar hoewel de focusring prettig aanvoelt heeft de weerstand een impact op de stabiliteit. Om deze te behouden is een omgekeerde grip van de rechterkant met de duim naar boven soms praktischer. Het is erg prettig dat naast het LCD scherm optioneel een AF/MF knop zit. Op die manier kan er snel worden gewisseld tussen automatische en handmatige focus. De knop kan ook toegewezen worden aan een aantal andere functies. Eronder zit nog een instelbare knop voor één van de overige opties (exclusief AF/MF). Één van die opties, die alleen beschikbaar is voor de tweede knop, is Powered IS. De functie is een additionele manier van stabiliseren, naast de optische stabilisatie in het setup menu. De optische stabilisatie (Dynamic SuperRange Optical Image Stabilization) is een combinatie van een gyroscoop en bewegingen in het beeld. Wat Powered IS precies doet is vooralsnog een vraag, het lijkt niet om digitale stabilisatie te gaan. In ieder geval is de functie erg effectief in de stabilisatie. Powered IS kan permanent worden ingeschakeld middels- of alleen bij het ingedrukt houden van- de tweede instelbare knop.

Zijkant van de Canon HF-G10

Problematisch is de plaatsing van de tweede draairing en bijbehorende knop achter op de camera (op de foto rechtsonder). Deze twee worden gebruikt om de sluitertijd, diafragma en gain snel aan te kunnen passen. Zelfs met relatief grote handen is het noodzakelijk om de handgrip strakker te zetten zodat de camera meer op de vingers van de rechterhand hangt. Zonder deze grip aanpassing zijn de knop en draairing niet goed bereikbaar met de rechterduim. Wel is het de moeite waard omdat het veruit de snelste en soepelste manier is om de belichting aan te passen. Het zou prettig zijn als het wiel ook ingezet zou kunnen worden voor audiolevels. Nu moet daarvoor, middels het touchscreen, het functiemenu worden opgeroepen.

Demonstratie van het gebruik de onderscheidende functionaliteiten op de HF-G10, waaronder gain controle, focus peaking en de powered image stabilisatie.

Touchscreens op videocamera’s vallen niet bij iedereen in goede aarde. De gevoeligheid, afhankelijkheid en het niet blind en snel kunnen aanpassen staat sommigen tegen. Met dank aan de knop en draaiwiel achterop is de afhankelijk enigszins beperkt. Toch moet het touchscreen regeregeld worden gebruikt voor het instellen van controlefuncties. Hierbij valt de gevoeligheid toch tegen. Daarnaast is het onhandig dat de selectie van een optie aan de rechterkant van het scherm plaatsvindt. Voor stabiele hantering en rechtshandigen zou de linkerkant prettiger zijn.

Na de camera’s lange tijd naast elkaar te hebben kan worden onderschreven dat de Canon 60D met 17-85 f/4-5.6 een camera met potentie is, maar de Canon HF-G10 daadwerkelijk allround is.

Beide camera’s zijn sterk op het vlak van handmatige instellingen, met onafhankelijke instelmogelijkheden voor sluitertijd, diafragma en ISO/gain. Alleen mensen die in een gecontroleerde omgeving zitten zullen zonder meer met de 60D kit uit de praktijktest een behoorlijke start kunnen maken. Bij gebruik van vaste opstellingen en voorspelbare bewegingen is een goede focus mogelijk, zeker met de digitale zoom optie ter controle. Mensen die met een 60D rondlopen zullen toch moeten overwegen om de scherptediepte wat groter te houden. Hoewel het scherm van goede kwaliteit is, blijft het namelijk een uitdaging om echt de gewenste focus te krijgen. Daarnaast is het lastig dat de LCD de enige monitoring tool is, waar veranderende lichtcondities opvallen. Zeker als ook de backlight geregeld hierop aangepast zal worden is een goede belichting een uitdaging. Op ergonomisch vlak viel de lens erg mee, zeker ook door de weerstand en positionering van de focusring. Hierbij dient wel te worden bedacht dat dit kan veranderen bij een andere lens. Voor wat betreft kwaliteitsaudio zal er echt naar een andere oplossing moeten worden gekeken. Zeker met de geactiveerde beeldstabilisatie van de 17-85 f/4-5.6 is de audiokwaliteit te laag. Tot slot moet de 720p50 echt als een bonus worden gezien omdat moiré en aliasing eerder optreden. Met 1080p25 is moiré en aliasing binnen perken te houden en lang niet altijd een probleem. Zeker na een tijd opnamen maken wordt wel een gevoel ontwikkelt hoe met overige problematische objecten kan worden omgegaan. Echter, in een aantal situaties is de opname simpelweg niet te maken, zonder het gezichtsveld teveel aan te passen. De Canon HF-G10 is een complete camera. De camera is voorbereid om in veel en weinig licht opnamen. Daarnaast heeft de camera diverse handige instellingen om soepele opnamen te kunnen nemen. Voor de zoom en focus acties zijn er zowel acceleratie en snelheidsinstellingen. Helaas is de waarde van de goede focusring soms erg beperkt door de toch relatief grote scherptediepte bij daglicht. De dubbele beeldstabilisatie heel behoorlijk tot goed, afhankelijk van de omstandigheden. En tot slot heeft de camera handige opties om goed te kunnen controleren dat de belichting en focus goed liggen. De aanwezigheid van de waveform monitor was een prettige verrassing die voor documentaires nuttig kan zijn.

De 60D en de HF-G10

In het volgende en laatste deel zal worden besproken hoe met name de 60D beter inzetbaar gemaakt kan worden en volgen algemene aanbevelingen ten aanzien van het werken met de typen camera’s.

Praktijktest: Foto- of videocamera voor film?

Het is slechts drie(!) jaar geleden dat de eerste HD-DSLR het licht zag. Het was Nikon dat de primeur had met de D90. Het was een beetje een valse start, zeker gezien de eerstvolgende DSLR met video, de Canon 5d Mark II. Na een aantal firmware updates werd deze echt interessant, vooral sinds de update van nog geen anderhalf jaar geleden, maart 2010. Met de update kreeg de gebruiker 24 en 25 beelden per seconden en controle over de audio. In de loop der tijd zijn er diverse camera’s bijgekomen en werd de HD-DSLR door gebruikers over de hele wereld in de armen gesloten. Wat maakt de HD-DSLR zo aantrekkelijk? Wat gaat er toch schuil achter dat eerste stukje glas?

In dit achtergrondartikel zal, in drie afzonderlijke delen, wordt stil gestaan bij de ontwikkelingen en de hedendaagse mogelijkheden van foto- en videocamera’s.De centrale vraag is of je anno 2012 beter een camcorder of een digitale spiegelreflexcamera (HDSLR) kunt gebruiken als je wilt filmen. Een camcorder is speciaal voor dit doel ontworpen, maar een spiegelreflexcamera biedt betere beeldkwaliteit, scherptediepte en verwisselbare lenzen voor een fractie van de prijs van professionele apparatuur.. In deze artikelreeks zullen de sterke en zwakke punten van de twee typen camera’s aan bod komen, zoals je ze in de praktijk zou kunnen tegenkomen. We gebruiken hiervoor twee referentieproducten: de Canon 60D (middensegment HD-DSLR) met Canon 17-85 F/4-5.6 lens en de Canon HF-G10 (het hogere consumentensegment). Het gaat niet zozeer om deze specifieke modellen, maar vooral om het naast elkaar zetten van de twee typen (video)camera’s.

Canon 60D vs. Canon HF-G10

Omdat het hier om een relatief lange tekst gaat en een deel van de lezers toch wat selectiever zal lezen zijn er wat kleine overlappingen. Op die manier zou de tekst toch te volgen moeten zijn als je een stukje overslaat.

In het eerste deel zal worden stilgestaan bij de techniek in de camera’s, die van de HD-DSLR in het bijzonder. Voor mensen die de ontwikkelingen op de voet volgen of al veel met fotografie bezig zijn zal dit grotendeels gesneden koek zijn. In deel twee zal worden ingegaan op het gebruiksgemak van de camera’s. In deel drie zal worden stilgestaan bij manieren om het gebruiksgemak en de  toepasbaarheid van de camera te verbeteren. Daarnaast is er een afrondende bespreking wat dit betekent voor de bruikbaarheid van de camera’s voor verschillende doelgroepen, nu en in de nabije toekomst.

Er zijn diverse redenen waarom vele cineasten zijn uitgeweken naar HD-DSLRs en fotografen zijn begonnen met het maken van video opnames. Een veel gehoorde reden is dat de sensor zoveel groter is dan in veel videocamera’s, zeker in het prijssegment van onder de 2000 euro. Het voordeel van de sensor is dat er, onder meer, een erg kleine scherptediepte kan worden bereikt, ook in combinatie met groothoek. Dit geeft veel vrijheid om op subtiele wijze de aandacht te (ver)leggen tijdens een opname. De kleine scherptediepte kan ook deels worden bereikt met videocamera’s, maar dan moet er doorgaans met een grotere camera worden gewerkt. Een andere manier om het effect van een kleine scherptediepte te bereiken is door op een grotere afstand te staan en in te zoomen. Maar die methode heeft allerlei nadelen waardoor het effect beperkt haalbaar is, waarover later meer.

Daarnaast valt de sensor in de smaak vanwege het grote dynamische bereik, dat zelfs een heel eind in de buurt komt ten opzichte van de professionele camera’s die tienvoudige kosten. Bij dynamisch bereik draait het om het gebied van onder- en overbelichting waarin nog details te zien zijn.

Latitude test Zacuto 

De bovenstaande illustratie toont hoe de diverse camera’s een verschillend dynamisch bereik hebben en deze op verschillende manieren verdelen over het onder- en onderbelichtingsbereik. De illustratie is afkomstig uit een shootout die is georganiseerd door Zacuto, in samenwerking met Kessler. In de illustratie gaat het over latitude, met het oog op de film camera’s. Voor het verschil is er een interessant artikel geschreven door Juan P. Pertierra. Helaas is het originele artikel offline, maar een kopie kan hier gevonden worden. Het vergelijken van film en video is erg lastig en bereik is ook een persoonlijke aangelegeheid. Zo maakte Gale Tattersall de opmerking dat dynamisch bereik ook een persoonlijke kwestie is en dat de Canon 5D Mark II toch wat erg optimistisch was ingeschat. Er is nog altijd een verschil tussen een detail zien of een werkbaar detail zien. De shootout is dan ook interessant om te bekijken voor de positionering van HD-DSLRs ten opzichte van professionele film- en videocamera’s, maar ook zeker, zoniet vooral, vanwege de vooraanstaande personen die reageren op de beelden. Vooral de reacties betreffende het echt kennen van de camera om beperkingen te kunnen afvangen zijn belangrijke opmerkingen.

Lens

Een ander voordeel van de sensor is de potentiele lichtgevoeligheid van een HD-DSLR, in combinatie met een snelle (lichtsterke) lens. Bij een snelle lens, een f-stop van f/2.8 of groter, is het diafragma relatief groot, waardoor er veel licht op de sensor valt. Dit maakt het mogelijk om bij dezelfde ISO waarden met hogere sluitertijden te werken, waar de lens de aanduiding ‘snel’ aan dankt. Een andere consequentie van een groot diafragma is dat de scherptediepte afneemt, er is dus een kleiner gebied scherp (wat voor film erg mooi is).

Een andere factor waarop je de lens zou kunnen selecteren is de optische kwaliteit in een bepaald opzicht. Denk bijvoorbeeld aan een lens die een mooie ‘Bokeh’ heeft, een term die de onscherpte van de achtergrond beschrijft. Een mooie Bokeh is voor sommigen vooral de reden om voor een HD-DSLR te gaan.  Maar je kunt het ook gooien op een haarscherpte lens die daarmee bijdraagt aan het kenmerkende plaatje dat een HD-DSLR neerzet, dat sommigen aanbidden en anderen verafschuwen. Of je kunt een lens nemen om de kleuren die het brengt met bepaalde onderwerpen. Dit gaat vooral op voor lenzen van een bepaalde fabrikant. Zo is er recent door het team van Shane Hurlbut een test gedaan van verschillende lenzen met generieke statements over de karakteristieken van lenzen. Nu gaat dit voor velen vast te ver, maar voor anderen kan dit toch een motivatie zijn om voor een adapterring te gaan om lenzen met een andere mount in te zetten. Hierbij is het van belang om op te letten hoe het diafragma moet worden ingesteld. Bij diverse lenzen, waaronder van Canon, ontbreekt de handmatige diafragma ring. Een duurdere adapter ring is dan nodig die het elektrische deel kan regelen, zoals de Birger mount.

Daarnaast heb je met verwisselbare lenzen meer controle over het gezichtsveld met behoud van optische kwaliteit en lichtgevoeligheid. Met een voorzetlens, zoals een groothoeklens, voor op een videocamera met vaste lenzen, lever je toch ergens in.

Een andere reden dat de camera zo aanspreekt is dat dit alles mogelijk is met een kleine camera, wat meer en goedkopere creatieve mogelijkheden biedt. Denk hierbij aan het stabiliseren van beelden terwijl je een trap oploopt middels een steadicam, de camera te monteren aan een kabelbaantje of aan een kleine helikopter. Maar ook het plaatsen op een skateboard of sliders voor horizontale bewegingen (in plaats van gedeeltelijke ronddraaiende beweging, panningshots) is opeens met simpelere middelen te bereiken.

Een helicopter met spiegelreflex aan boord (Foto: Eric Austin)

Prijs

Een laatste duidelijke reden waarom een HD-DSLR zo aanspreekt is dat het allemaal zo relatief betaalbaar is, zeker als je aan fotografie doet waarbij een HD-DSLR al in je tas (zou) zit(ten). Voor zeshonderd euro is al een goede body als basis voor video beschikbaar. De rest van het geld kun je steken in spullen die echt passen bij wat jij wilt opnemen. Combineer dit met de relatief lage prijs en de HD-DSLR is ook aantrekkelijk als een camera in meer riskante omstandigheden. Denk hierbij aan de plaatsing van de camera in het oog van de storm, zoals in het verleden bij Storm Chasers gebeurde met kleine tape-gebaseerde camera’s.

Een neveneffect van die generieke basis is dat het interessant is voor producenten van accessoires. Een deel daarvan komt ook duidelijk voort uit een specifieke roep om een HD-DSLR (nog) beter bruikbaar te maken voor video, waar we in het derde deel op terug komen.

Het potentieel van de HD-DSLR heeft ervoor gezorgd dat de camera’s erg in trek zijn geraakt, van beginnelingen tot professionals. Zo worden de camera’s al in diverse TV series ingezet. De afsluitende aflevering van het zesde seizoen van House is een bekend voorbeeld. Ook in het zevende seizoen van House is de 5D Mark II meermaals ingezet. Maar ook andere series hebben de HD-DSLR omarmd, zoals Hawaii 5-0, NCIS LA en vast nog vele meer. Maar ook op het witte doek schitteren HD-DSLRs al meer en meer. Zo komt volgend jaar de film Act of Valor uit die volgens de Director of Photography, Shane Hurlbut, zelfs voor 80% op een HD-DSLR is geschoten. In twee vrij uitgebreide video laat Shane Hurlbut zien waarom een HD-DSLR zo interessant is en zijn er reacties van anderen op de positie van HD-DSLRs. De videos zijn opgenomen op een evenement ter ere van de Letus Master Cinema Series, er zal dan ook veel uitdacht uitgaan naar de spullen van Letus. Als je daar doorheen kunt kijken dan is het een aardige visualisatie van de voorgaande sectie. Tegelijk worden er uitdagingen aangestipt, waarop later in deze praktijktest terug zal worden gekomen.

En ook de aanstaande film Red Tails gebruikt beeldmateriaal, alleen spelen de HD-DSLRs daar nog een iets kleinere rol, ook letterlijk…

Philip Bloom als één van de DoPs voor Red Tails

Philip Bloom, de man linksonder, vertelt op zijn blog meer over de inzet van de HD-DSLR tijdens Red-Tails. Hij is iemand die, net als Tom Guilmette van de tweede video, geregeld wat vertelt over hoe hij HD-DSLRs inzet, maar vooral ook wanneer niet. Allebei werkten ze ook met de Red Epic en bezitten nog diverse andere professionele camera’s.

Aan de andere kant is de consequentie van het HD-DSLR geweld dat, zeker in het segment van de HF-G10 en er wat onder, videocamera’s toch onder druk zijn gekomen. Met de goedkopere camera’s kunnen per slot van rekening al mooie opnames gemaakt worden. Daarnaast is het voor sommigen toch een extra apparaat, dat overbodig kan zijn bij aanwezigheid van een HD-DSLR. En voor de mensen die iets serieuzer met video bezig zijn biedt de fotocamera veel creatieve mogelijkheden. Daarnaast zijn ze doorgaans bereid en in staat om de valkuilen heen te werken, die ook in de praktijktest aan bod zullen komen.

Deze sectie gaat nader in op de sensor en de lens van de camera’s. De aandacht gaat daarbij vooral uit naar de HD-DSLR in videomodus. De techniek achter de HF-G10 komt aardig overeen met de HD-DSLR alleen heeft de HD-DSLR wat extra uitdagingen en eigenaardigheden.

Een grote sensor, in een kleine behuizing, met keuzevrijheid uit een scala aan lenzen is op papier ideaal. Het probleem is alleen dat het hier in de basis wel om een fotocamera gaat, wat zich manifesteert in verschillende opzichten. Nu zijn veel producenten er niet zo happig op om de achterliggende techniek uit te leggen, maar inmiddels is al het nodige ontrafeld. Op zichzelf is begrip van dit proces niet van belang voor het maken van een goede opname, maar het verklaart wel waarom bepaalde problemen zich manifesteren. Daarnaast helpt het je ook inzien of een bepaalde camera, vanuit videoperspectief, een stap vooruit is.

Spiegelloos

In bijna alle DSLRs wordt een ondoorzichtige spiegel ingezet om gebruik te kunnen maken van de optische zoeker (een uitzondering is Sony met onder andere de Alpha 77, waar een elektrische zoeker inzit). Bij dergelijke camera’s klapt de spiegel weg als er video-opnames gemaakt moeten worden. De consequentie is dat je alleen met het lcd-schermpje kunt zien wat je opneemt.

CMOS

In een DSLR zit een CMOS sensor. De grote concurrent is de CCD sensor, dat een andere techniek omvat. Voor de exacte verschillen met voor- en nadelen en de huidige stand van zaken zijn er diverse artikelen op het internet te vinden (een aardig artikel dat ingaat op de verschillen is dit artikel en de update). Een groot verschil tussen CMOS en CCD is de uitlezing. CMOS leest het beeld van boven naar beneden uit (rolling shutter), waar CCD het beeld in één keer uitleest (global shutter). Als er nu een (snelle) beweging in het beeld plaatsvind dat resulteert dit bij CMOS sensors in het ‘rolling shutter effect’. Bij bijvoorbeeld een panning shot zullen verticale lijnen veranderen in diagonale lijnen, zoals bijvoorbeeld de hoek van een muur. Dit is niet een tekortkoming van een HD-DSLR op zich, ook in menig videocamera zit een CMOS sensor, waaronder de HF-G10 uit de test. Gelukkig staat de ontwikkeling niet stil en neemt het rolling shutter effect af door snellere uitlezing. Maar de grote sensor vereist tegelijk ook weer een snellere uitlezing.

Rolling shutter effect

Het opvolgende frame kun je zien door met de muis boven de bovenstaande illustratie te hangen. Het gaat specifiek om de schuine muur en spijlen van het hekwerk. Het veegeffect komt door de beweging in combinatie met de gekozen sluitertijd.

Tot zover het eerste deel, dat vooral fungeert als een introductie tot de ‘HD-DSLR’. De grootte van de sensor en de verwisselbaarheid van lenzen bieden grote artistieke vrijheid in de vorm van kleine scherptediepte en het mogelijk maken van shots die voorheen lastig of onmogelijk waren. Maar omdat de DSLR, vooralsnog, primair een fotocamera is, worden er ook beslissingen genomen die de kwaliteit niet ten goede komen, maar vooralsnog noodzakelijk zijn.

Eén ding is zeker, de HD-DSLR heeft het landschap nu al blijvend veranderd. Er worden afleveringen van series mee geschoten en ze worden zelfs ingezet bij films die binnenkort in de bioscoop te zien zijn. En als ze al niet in één of andere vorm op de markt blijven, dan hebben ze er in ieder geval voor gezorgd dat de fabrikanten van videocamera’s moesten reageren. Voor sommigen betekende dit zelfs reageren op het eigen bedrijf.

In het volgende deel zullen de twee camera’s uit de praktijktest, de Canon 60D en de Canon HF-G10 uitgebreid aan bod komen. Hierbij zal worden gekeken naar hoe ergonomisch ze zijn, voor welk type opname ze praktisch zijn en hoe goed ze helpen om het gewenste beeld op te leveren. In het derde en laatste deel zal er worden stilgestaan bij de manieren om meer uit de camera’s te kunnen halen, onder andere met behulp van accessoires.

Canon 60D vs. Canon HF-G10

Om de beelden op te slaan worden de beelden die op de sensor vallen verwerkt door de processor in de camera. Maar omdat het om een relatief grote sensor gaat die met een relatief hoge frequentie moet worden uitgelezen heeft dit gevolgen voor de processor en de sensor.

Niet alleen heeft een DSLR een relatief grote sensor, de resolutie is ook erg hoog en significant hoger dan de HD resolutie van 1920×1080 (ongeveer 2MP). Nu zou het mooi zijn als het mogelijk is om deze beelden, liefst ongecomprimeerd, te kunnen verwerken. Maar helaas gaat het simpelweg om teveel data voor de hardware in menig HD-DSLR. Om dit voorkomen, zonder de sensor te veranderen kiest Canon ervoor om aan line-skipping te doen. Afhankelijk van de hardware en de fabrikant worden er ook andere methoden toegepast, zoals binning (bij CCD), compressie en digitale interpolatie. Bij line-skipping wordt iedere derde lijn met pixels uitgelezen. Helaas heeft dit nogal wat gevolgen, met als belangrijkste nadeel aliasing, dat zich manifesteert bij fijne details. Een bekend voorbeeld is een streepjesoverhemd waarbij de afstanden tussen de streepjes erg klein zijn. Om dat soort fijne details goed te kunnen weergeven heb je een hoge resolutie nodig, of eigenlijk een kleine pixel pitch (afstand tussen pixels). De resolutie moet zo hoog mogelijk zijn, op een zo klein mogelijke sensor, om details goed te kunnen weergeven. Is de pixel pitch te hoog dan kan een op te nemen lijn tussen de lijnen op de sensor springen. Het gevolg is dat de het ene moment de lijn wel wordt verwerkt en het andere moment niet. Een speciaal geval van aliasing is moiré. Twee opeenvolgende frames

Bij moiré springt de lijn niet alleen tussen de wel en niet verwerkte lijnen van de sensor, maar staat die lijn ook nog onder een hoek. Dit levert rare kleuren en gebogen lijnen op, zoals in de bovenstaande opeenvolgende twee frames. Helaas zijn er legio situaties waarbij aliasing en moiré zich manifesteren, zoals bakstenen muren, daken van huizen, schrootjes, planken van bruggen, textiel en water.

Er is vooralsnog, op papier, één Canon die niet meer aan line skipping zou doen, de 1D X die in maart 2012 op de markt zou moeten komen. Wat Canon precies doet is nog de vraag.

Resolutie vanaf de sensor

Naast de effecten van een lagere gemiddelde pixel pitch is de echte/minimale resolutie (in het proces) door line skipping teruggezakt tot minder dan de HD resolutie. Echter, voordat de beelden worden opgeslagen wordt de resolutie verhoogd op één of andere manier naar HD. Wat de werkelijke resolutie is blijft speculeren. Een deel van de lijnen is namelijk gereserveerd voor speciale verhoudingen van foto’s. Wel is van de 60D bekend dat deze een 17.9MP sensor huisvest. Om, wat resolutie betreft, straffeloos aan line-skipping te kunnen doen zonder ooit onder HD resolutie te zakken, is een 18,66MP sensor vereist, [1920×3] x [1080×3].

Ergens tussen het moment van de sensor en de daadwerkelijke opslag vinden tal van processen plaats om het beeld er zo goed mogelijk uit te laten zien. De verwerkte beelden worden uiteindelijk gecomprimeerd alvorens ze worden weggeschreven naar de flashkaart (60D), het interne geheugen en/of de SD kaarten (HF-G10). De 60D gebruikt hiervoor de H.264 codec en de HF-G10 gebruikt AVCHD. Dit betekent gelijk ook dat er niet direct conclusies moeten worden verbonden aan de bitrate. De efficiënte van de codecs verschilt namelijk en daarnaast gaat het er ook om hoe het comprimeer proces verloopt. Andere fotocamera’s zetten andere codecs in, zo gebruiken Sony en Panasonic AVCHD in. Nikon gebruikt MJPEG.

Grote sensoren krijgen last van ‘oververhitting’ bij lange video-opnamen

Oververhitting camera

Een ander mogelijk probleem is de oververhitting van de camera. Veelal wordt dit aangeduid als oververhitting van de sensor. Echter, het zou in werkelijkheid gaat om een toename van de warmte van de onderdelen die rondom de sensor zitten. Het gevolg van de stijging van de temperatuur in de camera is de toename van ‘dark current’. Die stroomtoename resulteert in een toename van ruis in de beeldsensor en manifesteert zich vooral bij ‘hot pixels’ (voor wat meer informatie is dit Wikipedia artikel een aardige start). Dit effect treedt ook op bij de Canon 5D Mark II. Die camera heeft geen oververhittingsdetectie en de geproduceerde beelden zullen dus na verloop van tijd meer ruis vertonen.

Het probleem treedt ook op bij astrofotografie waarbij gebruik wordt gemaakt van de bulb-stand. Hierbij wordt de sluitertijd extreem lang gelaten waarbij ook dark current kan optreden. Nu is er een methode ‘dark frame subtraction’ waarmee het effect van dark current kan worden gecorrigeerd. Echter, dit werkt niet meer als de belichtingstijd te lang is en de lading te hoog oploopt bij de hot pixels (Forum topics voor iets meer informatie). De sensor kan oververhit raken (en daarbij permanent beschadigd raken), maar dat kan alleen zodra de zon er vrij spel op heeft.

De 60D heeft, net als de 600D, naar het zich laat aanzien, geen last meer van oververhitting. De 7D en de 550D detecteren wel oververhitting en stoppen de opname in dat geval. Andere fabrikanten hebben ook problemen (gehad) met oververhitting. Mocht je dus lange opnames willen maken dan is het verstandig om hier bij de eventuele aanschaf van een HD-DSLR op te letten.

De sensor van de HF-G10

Waar de HD-DSLR een hoge resolutie sensor heeft op een groot oppervlak voor ronduit goede foto’s moet onze Canon HF-G10 referentie-camcorder het doen met een kleine CMOS sensor. De sensor is slechts 1/3 inch groot (minder dan een vierde van de sensor in een 60D) met een lage resolutie van 2,37MP. Effectief zou het gaan om 2.07MP. Dat is, vergeleken met concurrerende en voorgaande videocamera’s, een lagere resolutie sensor. Maar zoals hiervoor aan bod kwam is dat juist ideaal als het doel 1920×1080 pixels is, precies 2.07MP. Het gevolg hiervan is een hogere lichtgevoeligheid.

Door de kleinere sensor met de afgemeten resolutie heeft de HF-G10 véél minder last van aliasing en moiré. Dit neemt niet weg dat dergelijke problemen nog altijd kunnen optreden, afhankelijk van de afstand tot het object.

Enige terughoudendheid bij het trekken van conclusies rondom de sensor is van belang. Ook van de HF-G10 is niet duidelijk hoe efficiënt het interne proces rondom de sensor werkelijk is. Uiteindelijk moet aan het eindresultaat worden geoordeeld hoe het met de resolutie en de lichtgevoeligheid zit, waar ook de lens, interne filters en andere zaken een aandeel in hebben. Het geeft ook gelijk aan waarom een resolutie test, zoals die van Zacuto, wel degelijk interessant kan zijn.

Een DSLR van Canon biedt de mogelijkheid om een schat aan verschillende lenzen in te zetten. Op die manier kun je echt de lens kiezen die het beste past bij wat je wil opnemen. Aangezien er een aantal interacterende variabelen zijn moet je hier echt bij stilstaan, zeker voor video. De belangrijkste elementen waarop je moet letten zijn het diafragma en de brandpuntsafstand.

Een handmatige lens met diafragmaring kan goed van pas komen voor video.
(voorbeeld: de Zeiss CZ Planar 85mm f1.4 ZE op een 5D Mark II) 

Diafragma

Waar een prime (een lens met een vast brandpuntsafstand) een vrij instelbaar diafragma heeft, speelt er bij menig zoomlens nog een factor mee, de brandpuntsafstand. Dit gaat ook op voor de lenzen in deze test, zowel de HD-DSLR als de videocamera.  In uitgezoomde toestand is het diafragma van de lens van de 17-85 van de 60D maximaal f/4 en de videocamera f/1.8 en in maximaal ingezoomde toestand respectievelijk f/5.6 en f/2.8. Dit is belangrijke eigenschap om gedachten te houden als je wil inzoomen tijdens een opname. Afhankelijk van de instellingen van de camera zal de camera namelijk proberen de helderheid gelijk te houden. Dit betekent dat in (semi) automatische instelling de ISO/Gain en/of de sluitertijd door de camera zal worden aangepast. Zeker in donkere omgevingen of met veel beweging in beeld kan dit reden te zijn om dichter bij het onderwerp te willen staan (of dat kan is een belangrijke tweede…). Als alternatief kun je ervoor kiezen om het diafragma in te stellen op het diafragma dat je zou krijgen mij de maximale zoom. Dit voorkomt dat je tijdens de zoomactie veranderingen in lichtintensiteit of ruis krijgt.

Het diafragma heeft een grote impact op het opgeleverde beeld. Als het diafragma groot is, dan zal er een kleiner gebied scherp zijn. Hoe groot dat gebied precies is hangt naast het diafragma ook af van het brandpuntsafstand en de afstand tot het onderwerp. Hierdoor kun je een onderwerp echt aandacht geven, of subtiel de aandacht verleggen. Het onscherpe deel wordt ‘bokeh’ genoemd. Naast het deel van het beeld dat scherp is, heeft het diafragma ook effect op de scherpte van het beeld als geheel.

Dit is duidelijk te zien bij tests van de ‘plastic fantastic’ Canon 50mm f/1.8II (ook wel ‘nifty fifty’ genoemd). Op f/1.8 is de bokeh het beste (het grootste deel is out-of-focus, waardoor je het grootste verloop krijgt), maar de scherpte valt vergeleken met andere lenzen tegen. Voor de bokeh gaat hetzelfde op. Full frame, prijs en de prijs-kwaliteitverhouding zijn redenen van de populariteit van de lens. Op f/2.8 en een kleiner diafragma neemt de scherpte van het beeld toe (alsook het deel van het beeld dat scherp is). De Canon 50mm f/1.8II wordt aangehaald omdat deze ook nog terug zal komen in de test, ter illustratie van de lichtgevoeligheid.

Brandpuntsafstand

De brandpuntsafstand is ook van invloed op de mate waarin je het onderwerp kunt afzetten tegen de omgeving. Strikt genomen verandert de scherptediepte niet, maar je vergroot wel zaken uit, inclusief de onscherpte van de omgeving.

De brandpuntsafstand is een factor die bijdraagt aan het resulterende plaatje, het gezichtspunt. Andere factoren zijn de afstand tot het onderwerp en het sensor formaat.

Voor een aardige uitleg van lenzen kun je de driedelige serie ‘Behind the Glass‘ eens bekijken. Daarin laten de makers ook zien wat het effect van de verschillende brandpuntsafstanden is.

Om bewegingsonscherpte, als gevolg van trillingen, te voorkomen kan er voor korte sluitertijden worden gekozen. Dit heeft wel gevolgen voor de hoeveelheid beweging in een individueel frame, waarvan er bij video dan 25 binnen een seconde vallen. Het resulterende beeld kan totaal niet zijn wat je wil.

Om die reden kan het toch lonen om voor een lens met optische stabilisatie te gaan om de sluitertijd vrij te kunnen kiezen, één die echt past bij het beoogde beeld. Beide camera’s uit de praktijktest hebben optische stabilisatie.

Daarnaast moet erop worden gelet dat de sluitertijd niet problemen oplevert met de lichtnetfrequentie van lampen.

Auto(manuele)focus

Autofocus is vooralsnog een lastig aspect van een HD-DSLR. De autofocus waar de meesten het over hebben is continue autofocus. Deze vorm van autofocus blijft gedurende de opname scherpstellen. Maar, als het al werkt dan valt het resultaat nog te bezien. In het geval van Canon is er vooralsnog geen sprake van continue autofocus. De aanstaande 1Dx zou de eerste Canon zijn met cAF.

De reden dat continue beperkt werkt komt omdat menig DSLR niet op dezelfde manier kan werken als tijdens het maken van foto’s (uitzondering is onder meer de Sony Alpha 77). Bij het maken van een foto maakt een DSLR gebruik van fasedetectie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de spiegel en een hulpspiegel. Echter, bij  opname van video is de spiegel omhoog geklapt. Hierdoor moet de camera contrast detectie toepassen, een methode die ook wordt toegepast in compact camera’s. Helaas is contrast detectie, ondanks recentelijk ontwikkelingen, een stuk langzamer dan fase detectie. (Er zijn nog een aantal andere manieren om de focus vast te stellen, die in andere typen camera’s worden toegepast.) Daarnaast heeft continue autofocus ook een keerzijde als dit wordt gecombineerd met een kleinere scherptediepte. Zodra er niet echt een duidelijk onderwerp in beeld is dan kan de camera de focus blijven verleggen. Dit zal vooral gebeuren bij panning shots (waarbij ook nog eens het rolling shutter effect optreedt). Langzame panning shots zijn dus extra belangrijk bij een DSLR. Afhankelijk van wat en hoe je wil opnemen is het mogelijk dus verstandig om het diafragma meer te sluiten om de scherptediepte te vergroten. Eventueel zou je de continue autofocus ook kunnen uitschakelen om dit soort effecten te voorkomen.

Nu zijn er nog diverse andere factoren waarom je de ene of de andere lens neemt, maar daar staan we verder niet bij stil in deze review. Factoren waaraan je moet denken zijn afbeeldingsfouten, zoals chromatische aberratie van de lens, lenstype (full frame of alleen voor crop) en natuurlijk het prijskaartje. Hoewel belangrijk gaat dat wel heel specifiek in op de DSLR en is dit ook erg persoonlijk. Dit is helemaal het geval als lenzen geselecteerd worden op basis van de kleur, scherpte en de kwaliteit van de bokeh.

Blog: Videoclip maken met een DSLR camera

Begin dit jaar heb ik een Canon 60D spiegelreflexcamera gekocht, niet alleen om foto’s te maken, maar vooral om ook te kunnen experimenteren met DSLR video. In deze blogpost wil ik julie meenemen bij het maken van mijn eerste DSLR video, een videoclip voor de band Run Free.

Voordelen van een DSLR

Filmen met normale camcorders doe ik al jaren, zo gebruik ik voor de video’s op Hardware.Info doorgaans een semi-professionele Sony HDR-AX2000 camcorder. Filmen met een DSLR heeft echter een compleet eigen charme. Camcorders – ook semi-professionele – hebben doorgaans namelijk een zeer kleine sensor, waardoor het vrijwel onmogelijk is om met scherptediepte te spelen. Prima voor de meeste toepassingen, maar nogal een beperking als je creatief wilt filmen. Met een DSLR camera in combinatie met een lichtsterke lens kan dit wél. Hierdoor is het mogelijk om alleen het onderwerp waar je als videomaker de focus op wilt hebben scherp in beeld te vangen, terwijl de voor- en achtergrond prachtig onscherp zijn. Zo kun je met een DSLR camera een echte ‘filmlook’ krijgen.


Mijn camera en lenzen: Canon 60D met een 17-55 en een 70-200 lens, beide F2.8 om met kleine scherptediepte te kunnen werken.

Uitdagingen bij DSLR filmen

Toen ik mijn 60D eenmaal had gekocht, was het zaak om een leuk project te vinden waarbij ik als onervaren DSLR-filmer kon experimenteren. Net als bij fotografie geldt ook voor videofilmen dat je het eigenlijk alleen leert door het veel te doen. En filmen met een DSLR heeft nogal wat voeten in de aarde. Ten eerste is een spiegelreflexcamera door zijn vorm praktisch ongeschikt om mee uit de hand te filmen. Daar komt bij dat Canon DSLR’s tijdens het filmen geen gebruik kunnen maken van snelle autofocus. Dat betekent in de praktijk dat scherpstellen met de hand moet gebeuren. Wanneer je met het diafragma open filmt om een kleine scherptediepte te krijgen, luistert dit bovendien érg nauw.

Run Free

Nu wil het toeval dat de zanger van de Haagse band Run Free, Jeroen Bloemberg, een collega is en zijn band begin dit jaar bezig was met het afronden van hun nieuwe album. Voor de ballad ‘Cold’ wilden zij graag een videoclip gemaakt hebben. De afspraak om dit avontuur samen aan te gaan was dus snel gemaakt.

Bij het maken van de videoclip hadden we een aantal uitdagingen. Ten eerste moest het een low-budget shoot worden. Iedereen werkte daarom vrijwillig mee en naast het huren van een aantal PAR-lampen hebben we de clip opgenomen met bestaande middelen.
Daarnaast was er nog een uitdaging. Cold is namelijk een langzaam nummer, met een lange intro, instrumentaal middendeel én een lange outtro, elk ongeveer een minuut lang. In totaal duurt de song maar liefst 7 minuten. Dat is voor huidige begrippen érg lang en omdat de muziek zich niet leent voor snelle shots, maakt dat het erg lastig om de video interessant te houden.

De band had zelf een uitgewerkt idee voor de clip: De hoofdrolspeelster (gespeeld door Anne Nolet) werkt in een bar en komt daar ’s morgens aan om de zaak klaar te maken voor opening. Ze zet een CD op – het nummer Cold van Run Free. Hoewel de band niet feitelijk aanwezig is, laat ze haar gedachten wel meegaan met de muziek. Haar relatie is net beëindigd en terwijl ze bezig is de zaak aan kant te maken, denk ze terug aan gelukkige en minder gelukkige momenten.

We besloten de clip op twee zaterdagen op te nemen: De eerste draaidag in eetcafe Kanslos in Den Haag, waar we de performance van de band en de het opruimen van het café door de hoofdrolspeelster zouden opnemen. De tweede dag werd ingeruimd voor het schieten van de Flashbackscenes. Voorafgaand aan de opnames heb ik voor een globale shotlists gemaakt en hebben we café Kanslos gezamenlijk bezocht om mogelijke camerastandpunten te bedenken. Uitgebreide storyboards hebben we echter achterwege gelaten.


De complete shotlist voor de clip bestond uit drie A4tjes

Omdat ik niet 100% zeker was van de (on)mogelijkheden van het filmen met een DSLR heb ik tijdens de eerste draaidag ook de voor mij bekendere Sony HDR-AX2000 en een Sony NEX-VG10 (review) meegenomen. Die laatste heeft ook een grote sensor en biedt daarmee de mogelijkheid om met kleine scherptediepten te werken. De op dat moment beschikbare kitlens is echter niet bijzonder lichtsterk, en bovendien ben ik niet helemaal gelukkig met de instelmogelijkheden van die camera. Werkpaard van de dag werd dus ook de Canon 60D, in combinatie met een 17-55 F2.8 USM lens. Het gros van de shots is gedraaid vanaf statief, zodat ik mijn linkerhand altijd kon gebruiken om scherp te stellen.

Het monteren van de videoclip was een tijdrovend proces, waarbij de meeste tijd is gaan zitten in het uitzoeken van de shots van de band. Op de eerste draaidag hebben we 77 bruikbare shots alleen al van de band gemaakt, waarbij een groot deel de volledige zeven minuten van de clip bevat. Dat leverde een timeline met maar liefst veertien tracks op in Premiere Pro CS5.

Ik ben begonnen eerst alleen al deze beelden van de band te editen tot een ruwe videoclip. Nadat we ook de flashbackscenes hadden opgenomen heb ik deze per stuk in aparte timelines gemonteerd en vervolgens met wat uitproberen op geschikte plekken in het nummer ingevoegd.


Alleen de shots van de band besloegen al 14 videotracks.

Kleur en sfeer

Om het film-effect te vergroten heb ik er bovendien voor gekozen om de beelden niet in 16:9 formaat, maar 2.35:1 (21:9) te monteren. Dit is simpel te doen: maak een masker met zwarte balken boven en onderin beeld en leg deze als bovenste track over videosporen heen. Bij meerdere shots heb ik de onderliggende video in hoogte verplaatst, om te voorkomen dat hoofden achter de bovenste zwarte balk zouden verdwijnen.

Het nummer heet ‘Cold’ en dat was dus ook de sfeer die we clip moest uitstralen. Voor alle scenes in het cafe is daarom heel veel kleur uit het beeld gehaald en de witbalans achteraf blauwig gemaakt. Voor de flashbacks verschilt het kleurgebruik: de ‘happy’ scenes bevatten veel kleur en een warme witbalans, terwijl de minder prettige herinneringen juist ook een koude sfeer moeten uitstralen.

Voor het aanpassen van de kleur heb ik geen aparte plugins gebruikt, alles is gedaan met de ‘Fast Color Corrector’ tool die standaard onderdeel uitmaakt van Premerie Pro CS5. Ik heb hiervoor gekozen omdat je – met wat experimenteren – prima resultaten met dit filter kunt verkrijgen. Het belangrijkste voordeel is echter dat de fast color corrector tool gebruik maakt van GPU acceleratie. Hierdoor is het – wanneer je een nVidia grafische kaart gebruikt – mogelijk om realtime kleurcorrectie toe te passen, zonder extra rendertijd.

Waar mogelijk heb ik alle shots met het diafragma wijd open gedraaid, op F2.8 dus. In het café bleek dit geen probleem, omdat het er vrij donker was kon de sluitertijd ook relatief lang blijven, bij de meeste shots 1/30 of 1/60 seconde. Bijna alle shots zijn opgenomen in 1080p25, enkele flashbackshots op 720p50 om deze later te kunnen vertragen voor slow-motions. Ik het expres gekozen voor lange sluitertijden om het beeld bewegingsonscherpte geven, zodat het ondanks de lage framerate toch vloeiend oogt.

Als camera-profiel heb ik ‘Gebruiker 1’ genomen, waarbij ‘Neutraal’ als referentie geselecteerd is. Vervolgens heb ik scherpte en contrast helemaal naar beneden gedraaid, en verzadigingen twee stapjes omlaag. Het resultaat is een wat ‘plat’ beeld met weinig contrast, maar wel een relatief hoog dynamisch bereik. Dat maakt het mogelijk om de video achteraf in de editing software optimaal  naar eigen wens af te stellen. Inmiddels gebruik ik overigens het gratis te downloaden ‘CineStyle’ profiel van Technicolor, dat nog meer dynamisch bereik biedt.

Eerste draaidag

We zijn begonnen om de aankomst van Anne bij het café te filmen. Omdat deze shots lopend gedaan moesten worden onder wisselende belichting, heb ik voor deze buitenshots gekozen voor de NEX-VG10 camera. Binnen hebben collega David en ik bijna alles gedraaid met meerdere camera’s, waarbij zowel de NEX-VG10 als de 60D en bij sommige shots ook de AX2000 gebruikt werden. Het optreden van de band hebben we in totaal ongeveer zeven maal opgenomen, waarbij overigens niet elke keer het complete nummer werd doorlopen. Omdat het café erg donker was hebben we de ruime van bovenaf met een viertal 500 Watt par-lampen verlicht, terwijl we voor sommige shots ook één of twee 500 Watt lampen met een paraplu hebben gebruikt om de scenes van opzij extra licht te geven.

De Canon 60D met 17-55 lens

Markers

Tijdens het optreden van de band hebben we steeds een CD met de muziek afgespeeld via de geluidsinstallatie van het café. Om achteraf gemakkelijk te kunnen herkennen wáár een shot zich in het nummer bevindt, heb ik een speciale versie van het nummer gemaakt met om de 30 seconden verschillende markers – piepjes – die meteen aangeven om welk  punt in het nummer we zijn. Dit maakt het achteraf veel gemakkelijker om verschillende shots te synchroniseren.

Flashbacks

De flashbacks hebben we pas weken later, met een kleine groep mensen opgenomen. Omdat ik bij het bekijken van de shots van de eerste dag zeer tevreden was over de beelden van de Canon 60D, is deze wederom als primaire camera gebruikt tijdens de tweede draaidag, met uiteindelijke slechts één shot dat gemaakt is met de HDR-AX2000. Omdat het buiten véél te helder was om alle shots zonder filters op F2.8 te kunnen draaien met een relatief lange sluitertijd, heb ik buiten voor meerdere shots neutral density filters gebruikt die het beeld meerdere f-stops donkerder maken. Bij de binnenshots hebben we geen extra licht gebruikt, behalve een CN-160 LED lamp (review) die bij sommige shots indirect via het plafond voor wat extra licht zorgde.


Een CN-160 LED lamp zorgt voor extra indirect licht via het plafond

Voor shots waarbij de camera moest bewegen heb ik de Canon 60D op het statief gelaten, maar dan met de poten ingeklapt en op de kortste stand. Op deze manier ‘bungelt’ het statief dus onder de handheld bediende camera. Door het extra gewicht worden ongewenste snelle bewegingen tegengegaan en het statief biedt bovendien een mooie grip voor de linkerhand. Nadeel is uiteraard wel dat de camera door het statief zo’n drie kilo zwaarder wordt, wat voor langdurig filmen niet ideaal is.

Het resultaat is hieronder te bekijken. Is de clip perfect? Zeker niet. Achteraf zie je altijd dingen die beter hadden gekund en gemoeten, maar gezien de korte draaitijd, het (vrijwel) afwezige budget en het feit dat we dit allemaal voor het eerst deden ben ik zeker niet ontevreden. Achteraf had ik vooral meer B-roll willen schieten, (sfeer)beelden die je als insert kan gebruiken. Verder had ik ook de beginscene iets anders willen doen, maar over het algemeen ben ik tevreden met de gemaakte keuzes.

Uiteraard ben ik erg benieuwd naar jullie op- en aanmerkingen, laat in de comments dus weten wat je ervan vind, en wat jij anders gedaan zou hebben!

Handleiding ‘Party fotografie’ II: de techniek

In het eerste deel van de handleiding Partyfotografie op Technyx ben ik uitvoerig ingegaan op de basis en de praktische zaken van partyfotografie, zoals de basisuitrusting, mensen fotograferen en het fotograferen in een donkere omgeving in clubs. In dit deel ga ik in op de techniek die hierbij hoort. Goed met mensen kunnen omgaan en op de hoogte zijn van de basisregels is één, maar goed fotograferen is iets anders. In dit deel komen de diverse instellingen aan bod die je kunt gebruiken bij partyfotografie.

Een gastbijdrage van Korsjan Punt (de foto’s zijn afkomstig van Korsjan en Dancegids.nl)

In dit tweede deel worden de volgende zaken behandeld:

  • Lichtgevoeligheid (ISO)
  • Sluitertijd
  • Diafragma
  • Lichtmeting
  • Focuspunten
  • Flitsen
  • Nabewerking (via Photoshop)
  • Samenvatting

  • Het eerste deel is hier na te lezen

    Dat brengt me op het laatste technische instelling van dit artikel: het focuspunt. De meeste camera’s hebben een flink aantal focuspunten. Op de Nikon D80 en Nikon D3000 heb je er bijvoorbeeld 11 en de D50 heeft er vijf. Die kun je allemaal individueel selecteren met de multiselector knop rechts op de body. De vraag is vervolgens: waar leg je de focus? Ik focus altijd op het gezicht bij portretten. Dat punt moet natuurlijk scherp zijn. Door daar het focuspunt te leggen, is de belichting (ook bij flitsen) vaak precies goed verzorgd. Er zijn verschillende opties om te fotograferen. Je kunt het focuspunt centraal in het midden leggen. En na focussen hercompositioneren. Met de ontspanknop half ingedrukt om de belichting te vergrendelen.

    Of je laat de camera bij het hercompositioneren zelf opnieuw de belichting bepalen. Dat kan bij Nikon camera’s met de AEL/AF knop ingedrukt. Je kunt dan kiezen of je enkel de belichting en/of de focus wilt vergrendelen. Maar meestal blijft de focus bij niet al te radicale hercomposities goed, dus is het ‘t beste om alleen de belichting te vergrendelen. Of je doet dat niet en laat bij hercompositioneren in matrixmode de belichting opnieuw bepalen door de camera in de nieuw gekozen compositie. Wanneer je spotmeting gebruikt wil je dat opnieuw bepalen van de belichting absoluut niet en kun je het beste de belichting vergrendelen. Tenslotte wil je dat de belichting goed aangepast wordt aan het gekozen onderwerp dat je tegen het zonlicht in fotografeert. En wanneer je de belichting niet vergrendelt zul je zien dat de sluitertijd die de camera opnieuw kiest bij hercompositioneren direct aangepast wordt aan een andere foutieve waarde. Dit alles geldt voor fotograferen in A-modus.

    Een alternatief is om tijdens het maken van een foto het focuspunt zelf te verleggen met de multiselector. Die optie gebruik ik tegenwoordig altijd. Zelf het focuspunt kiezen geeft je meer vrijheid en je voorkomt op die manier dat na hercompositioneren er toch onscherpte optreedt door de gewijzigde afstanden tot het onderwerp. Na wat ervaring opgedaan te hebben vind je het juiste focuspunt razendsnel. Bedenk wel dat in donkere situaties op de Nikon D80 en D3000 zeven AF-punten ondersteund worden door het IR licht van de flitser. Vier focuspunten worden niet ondersteund en dan is het bij weinig licht moeilijk focussen zonder IR ondersteuning. Overdag heb je die beperking van het moeilijk focussen natuurlijk niet. En voor welk focuspunt ik kies is helemaal afhankelijk van de situatie. Soms in het midden, soms meer rechts, links boven of onder.

    Overige aspecten

    Overige aspecten waar je nog eens naar kunt kijken zijn het contrast,de verscherping en de tooncompensatie die je direct in het menu van de camera kunt regelen. Ik heb zelf de instelling gewijzigd naar een eigen voorkeur, met geringe extra verscherping en soms ook een verhoogd contrast en verzadiging. Maar dat laat ik helemaal aan je eigen voorkeur over. Met Photoshop kun je heel veel aan de ruwe foto’s (zowel jpg als raw) aanpassen, Waarbij de belangrijkste en door mij meest gebruikte opties de Levels, het Contrast en de Verzadiging zijn. Dus je kunt ook de instellingen “naturel” houden en thuis op de pc de verscherping en verzadiging in Photoshop verder aanpassen.

    We beginnen met de ISO waarde. Die varieert, afhankelijk van wat je camera aankan. De meeste instap camera’s kennen een ISO van 200, 400, 800, 1600 en 3200. Hoe hoger de ISO hoe meer licht je vangt bij een bepaalde sluitertijd. Een ISO van 800 is een goede eerste start in een donkere omgeving. Blijk je dan toch te weinig achtergrondlicht te vangen, verhoog dan de  ISO-waarde tot maximaal 1600. Je vangt dan twee keer zoveel licht bij een gegeven sluitertijd. Helaas neemt het ruisniveau – zeker op de wat oudere camera’s –  behoorlijk toe. Dat is vooral merkbaar bij een gedeeltelijk zwarte achtergrond of in een lege ruimte en dat kan dan erg storend zijn.

    Probeer bij portretten wanneer die situatie aan de orde is een ISO-waarde van 800 aan te houden, zeker als de ISO-stapjes niet in derden (zoals ISO 1000, 1250, ect.) kunt verhogen en de volgende instelling meteen 1600 is. Een ISO-waarde van 800 levert bij vrijwel alle camera’s strakke plaatjes op, zonder noemenswaardige ruis. Op mijn Nikon D80 heb ik ook nog de tussenwaarden van ISO 1000 en 1250. Die gebruik ik zeker ook. ISO 1250 is nog acceptabel bij portretten. ISO 1600 is eigenlijk al weer iets te hoog op de Nikon D80. Bij overzichten kun je vaak goed naar ISO 1600 toe, wanneer je dit nodig vindt. Natuurlijk hangt het voor een groot deel ook af van de hoeveelheid licht die in de club aanwezig is. Soms is er zoveel licht, dat een ISO-waarde van 1600 veel te hoog is. Dan gewoon 800 of nog lager gebruiken. Op festivals, overdag dus, start je met ISO 100 of 200. Naarmate het later wordt en de schemering invalt, verhoog je de ISO-waarde dan naar 400 of 800. En het is aan te bevelen om overdag alles in te flitsen. Maar toch vooral wanneer je tegen het licht in fotografeert. Zo kun je de geportretteerde ook in een tegenlicht situatie goed op de foto krijgen. Wanneer het licht wel goed is overdag, dus met de zon in de rug, dan is het natuurlijk niet noodzakelijk om in te flitsen.

    Wanneer je camera plus flitser snelle flitssynchronisatie ondersteunt, kun je met hele korte sluitertijden werken (< 1/500). Zo niet… dan is er vaak sprake van een maximale sluitertijd van rond de 1/200s (op de Nikon D3000 en 1/500s op de D50). Dan moet je het diafragma dus gaan knijpen. Oftewel werken met waarden die lopen van f5.6 – 14. Om niet boven de maximale sluitertijd van 1/4000 te komen. Ook bij een f2.8 lens over het hele bereik is het aan te raden om niet op de volle lensopening te werken (dus met een maximale scherptediepte). Want je merkt dan snel dat de luchten overbelicht raken. En dat wil je meestal niet natuurlijk. In de praktijk houd je ook op f 4.0 een voldoende mooie scherptediepte over. Tegenwoordig fotografeer ik ook onder optimale lichtomstandigheden overdag soms op ISO 400 of 640 en knijp ik het diafragma tot ongeveer f 4.0 – 5.6 zo dat ik sluitertijden van rond de 1/2500 kan gebruiken. Dat levert de scherpste en best belichte foto’s op.

    Luminosity Before the Energy_0057Overzichten kunnen prima zonder flits

    Bij overzichten met goed licht binnen in de clubs hoef je niet te flitsen. Dat kan natuurlijk wel, maar probeer dan indirect te flitsen voor overzichten van de dansvloer bijvoorbeeld. Dus draai je flitskop onder een hoek van 45 graden en misschien ook nog verticaal naar de zijkant toe. Direct flitsen levert vaak fletse foto’s op bij overzichten, zeker ook door de rook die er vaak hangt. Wanneer je daar heel direct inflitst, dan merk je dat de foto’s er gewoon niet goed uit zien. 

    Ken en Barbie

    Gelukkig kun je dat in Photoshop voor een belangrijk deel weer weghalen. En is de foto dus toch bruikbaar en die moet je zeker niet direct weggooien. De beste foto’s zijn toch wel de foto’s rechtstreeks uit de camera, zonder noemenswaardige nabewerking. Ik maak overzichten vaak zonder flits, op ISO 1250. En bij overzichten is het voor mij niet echt een probleem om met nog hogere ISO waarden te werken, omdat ik daarna met de plug-in Noise Ninja voor Photoshop de ruis er weer uitfilter op de computer. En bij overzichten blijven de foto’s er dan nog natuurlijk uitzien. Zeker als je de ruis verwijderd uit de originelen, dus op de volle resolutie.

    Bij portretten is dat een stuk lastiger. Wanneer het ruisniveau in de foto dan te hoog wordt en je gebruikt vervolgens Noise Ninja dan merk je dat de foto’s er onnatuurlijk scherp uit gaan zien. Een soort “ken & barbie”-effect” treedt dan snel op in de portretten en dat is jammer. Dus portretten kun je het beste altijd op iets lagere ISO’s tot maximaal 1250 schieten. Overzichten kunnen… maar dat hoeft niet per se op 1600. Zeker wanneer er voldoende licht is dan volstaat ISO 800 of nog lager ook. Bezitters van fullframe camera’s en de nieuwste cropcamera’s (zoals de Nikon D5100/D7000 of Canon 600D) kunnen de ISO waarden nog veel verder omhoog zetten. Daar ligt het ruisniveau een stuk lager op ISO 1600 en 3200. Een bijkomend voordeel is dan ook dat je een snellere sluitertijd kunt kiezen, zeker bij lichtsterke lenzen. Hoe sneller de sluitertijd, hoe scherper de foto.

    Ook voor de sluitertijd die je gebruikt geldt geen algemene waarde die altijd goed is onder bepaalde omstandigheden. De sluitertijd die je gebruikt hangt natuurlijk af van de geselecteerde ISO waarde. Maar wanneer je flitst in TTL mode bepaalt de camera zelf de juiste flitsintensiteit voor een optimale belichting. Hierdoor kun je voor portretten de volgende waarden aanhouden: 1/25 – 1/10 s, afhankelijk van de gekozen ISO waarde, natuurlijk. Hoe hoger je gekozen ISO waarde, hoe korter de sluitertijd kan zijn en hoe minder bewegingsonscherpte je krijgt. De genoemde waarden gebruik ik doorgaans bij een ISO van 1000. Bij overzichten, afhankelijk van je ingestelde ISO 1/20 tot 1/50s. Maar korter kan ook heel goed nog bij voldoende omgevingslicht. Ik maak regelmatig foto’s met een sluitertijd van < 1/100 s op ISO waarden van rond de 1000. Wanneer dat het geval is en je vind het moeilijk om binnen snel een geschikte sluitertijd te bepalen onder die specifieke omstandigheden (veel licht), dan kun je in de A-stand (Aperture priority) even snel checken wat voor een sluitertijd de camera zelf zou kiezen. Daar kun je dan in de Manual mode (M-stand) je sluiter op aanpassen. Bedenk wel dat de grote hoeveelheid licht nooit lang aanhoudt. Je zult dus alles snel moeten kunnen instellen. Bij veel licht, dat een tijdje aanhoudt schakel ik persoonlijk wel eens over naar A-stand. 

    Beattime - Kika Edition 24-05-2010_0002

    Een strakke laserfoto tijdens het evenement Beattime

    Laserstralen

    Bij het nemen van strakke laserfoto’s binnen gebruik ik doorgaans een korte sluitertijd van 1/40s of nog korter. Zie ook mijn set overzichten en laserfoto’s op Flickr. Als ISO heb ik dan 800, 1000 of 1250 ingesteld in het algemeen. Nabewerken in Photoshop, waarbij je ook nog een keer Noise Ninja gebruikt als laatste bewerking, maakt het resultaat allemaal net een tikkeltje strakker en scherper. Bij het maken van DJ-shots moet je er rekening mee houden dat artiesten doorgaans heel veel bewegen. Dus om bewegingsonscherpte te voorkomen, kun je het beste op een sluitertijd van minimaal 1/25 gaan zitten. Dan zit je wel goed in de meeste gevallen. Maar ook staan DJ’s soms momenten stil. Dan kun je langere sluitertijden gebruiken. Meestal is er ook wel voldoende omgevingslicht aanwezig en kun je met ISO 800 al een mooie foto schieten van artiesten. Soms wil je juist bewust wat meer bewegingsonscherpte in de foto’s, voor beweging. Probeer dan een sluitertijd van 1/10e seconde aan te houden.

    Fun fotografie

    Het is ook leuk om speciale effecten te creëren. Door bij lange sluitertijden de camera te draaien of te zoomen met de lens krijgt je dan mooie draai-effecten van het licht in je foto, terwijl je onderwerp door het flitsen scherp blijft. Dit soort “fun fotografie” blijft echter lastig! Op het eerste gordijn flits je wanneer de sluiter zich opent. Op dat moment bevries je het beeld, waarna je de camera vervolgens door draait, tot die zich weer sluit. Op het tweede gordijn flits je wanneer de sluiter dichtgaat. Bij het draaien van de camera beweeg je dus nog op dat moment, bij het sluiten van de sluiter dus. Daarom gaat mijn voorkeur bij het maken van speciale effecten uit naar flitsen op het eerste gordijn. Bij dit soort trucjes moet je je ISO-waarde wel drastisch verlagen trouwens. Door de gebruikte sluitertijden van 1/3 tot één seconde vang je anders zoveel achtergrond licht dat de foto’s zwaar overbelicht raken. Dus probeer dat soort dingetjes uit bij een ISO van 200 tot 400.

    The Biggest Latin Lovers Edition Ever_0044

    Twee voorbeelden van ‘fun fotografie’ (boven en onder)

    The Biggest Latin Lovers Edition Ever_0048

    Voor het schieten van portretten gebruik ik altijd het tweede gordijn als flitsinstelling binnen. Omdat ik op die manier meer achtergrondlicht in mijn foto’s krijg is mijn ervaring. Dus kijk en ondervindt persoonlijk wat voor jou de mooiste resultaten oplevert. En houd daarbij rekening met de lichtomstandigheden en de ISO waarde die je daarbij hebt ingesteld. Op hogere ISO waarden kun je de sluitertijden korter maken, wat in het algemeen weer scherpere foto’s oplevert. Wanneer je een ISO van 1250 hebt ingesteld, kun je portretten prima op 1/20 of 1/25 s maken. Bij ISO 800 1/10 – 1/15 aanhouden. Dat zijn de instellingen waarmee ik over  het algemeen werk. Bij inflitsen buiten bij goed licht gebruik ik doorgaans TTL met een EV van 0,0 – + 0,3. En ik flits op het eerste gordijn. Daarbij kan ik op de Nikon D80 gebruik maken van de aanwezige snelle flitssynchronisatie.

    Over het diafragma kan ik het volgende zeggen. Wanneer je een lens gebruikt waarbij het diafragma varieert, dus loopt van bijvoorbeeld f 3,5 – 5,6, dan is er in de meeste gevallen geen probleem wat betreft scherptediepte. En hoef je het diafragma meestal niet zelf te wijzigen of aan te passen in donkere situaties. Want hoe meer je inzoomt, hoe kleiner je diafragma en hoe groter je f getal wordt. Hoe groter je scherptediepte dus. Wel vang je dan minder licht bij een kleiner diafragma. Wanneer je werkt met een lens met een diafragma van 2.8 over het gehele bereik, dan moet je hier wel rekening mee houden. Vooral bij close-ups van portretten, wanneer je op korte afstand van de geportretteerde werkt, van zeg een halve meter of minder, dan krijg je met een diafragma van f2.8 een scherptediepte van maximaal 20 cm ongeveer (wanneer je de scherptediepte wilt berekenen bij bepaalde instellingen kun je terecht op dofmaster).  Dit betekent dat wanneer de mensen niet netjes op één lijn staan, je sommige mensen onscherp fotografeert. De mensen die meer aan de zijkant staan (in ieder geval naast je focuspunt) zijn dan vaak niet helemaal scherp in beeld. En het is natuurlijk het mooiste om alle geportretteerden scherp in beeld te krijgen. Probeer daar bij het focussen rekening mee te houden door je focuspunt in het midden te leggen bij een groep mensen. Daarom houd ik meestal bij meerdere personen in de foto een minimaal diafragma van f 3.5 aan. Voor overzichten waarbij de afstanden tot het gekozen focuspunt veel groter zijn, kan je ook prima een diafragma van f 2.8 gebruiken. En ook voor close-ups van één persoon kun je natuurlijk ook prima een waarde van f2.8 aanhouden.

    Symphonica Elektronica Festival_0067

    de focuspunten op de apparatuur (boven) en op de DJ (onder)

    Symphonica Elektronica Festival_0068Overdag

    Heel anders wordt het overdag op festivals tijdens het zomerseizoen bijvoorbeeld. Zeker wanneer je tegen het licht in fotografeert. Overdag, totdat de schemering invalt, kun je goed fotograferen in A-priority. (dus diafragma mode) De camera bepaalt dan zelf de beste sluitertijd. Wanneer je tegen het licht in fotografeert moet je je diafragma in de meeste gevallen veel hoger instellen. Om  overbelichte foto’s te vermijden. Of om sluitertijden die bij kleine f getallen (2.8 of 3.2) al heel snel rond 1/4000 s liggen te vermijden. Door het diafragma te knijpen kun je de sluitertijd onder de 1/4000 brengen. Dit is bij (oudere) camera’s de kortste sluitertijd die de camera maximaal aan kan. Soms met een diafragma dat veel hoger ligt dan dat de camera met de lens in maximaal uitgezoomde positie haalt (f = 5.6). Ik heb wel eens situaties meegemaakt waarbij ik het diafragma tot 14 heb geschroefd om de zon mooi rond in beeld te krijgen. Of voor nog specialere foto’s kun je het diafragma soms wel tot boven f 20 knijpen. De voorgrond wordt dan natuurlijk wel donker. Dus je zult onder die omstandigheden zeker moeten inflitsen in TTL-mode. 

    City Moves Den Bosch_0188

    Een portret zonder flits (boven) en met (onder)

    Soenda Festival 2011_0061

    Lichtmeting

    Een ander aspect waarmee je in die situatie rekening moet houden is de lichtmeting die je instelt. In donkere omgevingen en overdag wanneer je met het licht mee fotografeert, is het gebruik van matrixmeting eigenlijk altijd goed. Maar wanneer je tegen het zonlicht in fotografeert kun je ook kiezen voor spotmeting bijvoorbeeld. Dan krijg je een situatie waarbij je niet perse hoeft in te flitsen. Bij spotmeting wordt de sluitertijd van de camera enkel gebaseerd op het onderwerp waar je op focust. En wordt alleen bepaald op basis van het door jou geselecteerde focuspunt. Wanneer je meer ervaren bent met fotografie kun je overdag natuurlijk ook prima helemaal in Manual mode (M-stand) fotograferen. Hierbij dien je je belichtingsmeter in de zoeker continu in de gaten te houden en steeds opnieuw te controleren. Om vervolgens de sluitertijd en/of diafragma daarop aanpassen. Bij de meeste camera’s is er in de zoeker een lichtmetingbalk aanwezig. Door de sluitertijd zo in te stellen dat de belichting net één streepje rechts of links van het midden ligt krijg je respectievelijk een ietwat onderbelichte of overbelichte foto. Gewoon de sluiter en/of diafragma zodanig regelen dat het streepje precies in het midden valt, is vaak de beste optie voor een optimale belichting.


    Ik bewerk foto’s die ik plaats op Dancegids.nl en Dichtbij.nl (en mijn eigen Flickr-site) stuk voor stuk afzonderlijk op de computer, omdat ik daarmee de mooiste resultaten bereik. Maar het is natuurlijk maar net hoeveel tijd en energie je daar in wilt stoppen en hoeveel tijd je daarvoor beschikbaar hebt of wilt maken. Om tijd te besparen kun je met scripts in het Action/Handelingen menu van Photoshop ook zelf een script maken, waarbij je een aantal basisbewerkingen via een batch op een hele set tegelijkertijd kunt uitvoeren. Als je vervolgens niet tevreden bent over het resultaat voor de individuele foto’s, dan bewerk je die zelf nog een keer na. Dat bespaart je zeker een hoop tijd.

    Voor belangrijke shoots voor grote feesten en evenementen schiet ik altijd in jpg en raw tegelijk. Het voordeel van raw is dat je veel meer kunt aanpassen en beter kunt nabewerken in Photoshop, Lightroom of Capture NX2 van Nikon. Capture NX2 is het fotobewerkingsprogramma van Nikon en uitermate geschikt voor het bewerken van raw bestanden. Wanneer je je materiaal in raw schiet, kun je materiaal ter beschikking stellen aan organisaties in raw, wanneer men daar prijs opstelt. Zodat zij achteraf naar eigen inzicht en smaak bepaalde foto’s nog verder kunnen nabewerken.

    Levels, contrast, verzadiging

    De belangrijkste elementen die ik aanpas met Photoshop zijn de volgende: de Levels, het Contrast en de Verzadiging. Het aanpassen van de Levels in Photoshop kan allereerst door het aanpassen van de Autolevels. Hetzelfde geldt voor het Contrast. Bij het aanpassen van de Autolevels wordt de kleur van de foto er soms niet beter op. Je kunt dan proberen om het Autocontrast aan te passen. Dat gaat in 99% van de gevallen namelijk wel goed. Ik kies er dan ook zelf voor om standaard het Autocontrast van de foto in Photoshop aan te passen. Het voordeel van het aanpassen van de Levels en het Contrast is dat vooral de lichte zweem, soms aanwezig in je foto’s grotendeels verdwijnt. Het contrast wordt bovendien verder verhoogd. Die zweem treedt vooral op bij het flitsen met een rokerige achtergrond. Maar ook de tinten van de huidskleur worden vaak net iets natuurlijker en mooier na het aanpassen van de Levels of het Contrast. Wanneer beide Auto-functies niet of onvoldoende werken kun je ook prima zelf handmatig de Levels aanpassen. Door de centrale slider te verplaatsen naar links maak je de foto’s wat lichter. Door de slider naar rechts te verplaatsen verlaag je de belichting juist. Bij iets onderbelichte foto’s pas ik de Levels meestal aan naar + 1,20. Bij onderbelichte foto’s naar maximaal + 0,80. Standaard staat de slider op 1,00.

    In het algemeen is het makkelijker om (iets) onderbelichte foto’s verder te verbeteren dan om overbelichte foto’s aan te passen. Houd hier dus rekening mee bij het flitsen. Mijn standaard instelling voor het flitsen bij portretten is TTL met EV – 0,7 – – 0,3 aangepast op de flitser in donkere omgevingen. Overdag bij het inflitsen gebruik ik een EV waarde van 0,0 – + 0,3. Je kan de EV waarde ook in de camera zelf aanpassen. Wanneer je die in de camera aanpast, kun je het beste de EV waarde op de flitser op 0.0 zetten. En ik zit daarmee met die flitserinstelling aan de veilige kant. En kan de Levels daarna heel goed nog iets optrekken tot + 1,20. Daarna zijn de foto’s naar mijn idee precies goed belicht. Nadeel bij het verhogen van de Levels is dat je gelijktijdig het ruisniveau in de foto verhoogt. En dat wil je natuurlijk voorkomen. Dus kijk welke waarde van het aanpassen van de levels voor jouw materiaal nog acceptabel is

    Plug-ins en filters

    Ook hier nog kort iets over de plug-in Noise Ninja voor Photoshop. Je kunt deze uitstekend gebruiken om ruis in foto’s netjes te verwijderen en mooie ruisvrije foto’s te krijgen. Dit is alleen nodig bij foto’s waarbij je een ISO van 1600 of hoger hebt gebruikt op oudere DSLR camera’s. Tot slot de verzadiging. Die kun je ook zelf verhogen of verlagen, afhankelijk van de resultaten die de foto’s hebben uit de camera. Soms is het artistiek om de verzadiging sterk te verhogen of te verlagen.

    En natuurlijk kun je ook nog 1001 filters voor Photoshop downloaden van het internet voor allerlei creatieve of kleureffecten. Waarbij ik het meest gebruik maak van Bicolor filters: B&W en Sepia. Maar ook andere kleurcombinaties of speciale effecten zijn uiteraard mogelijk. Ook de uitstekende, snelle fotobrowser ACDSee voor Windows biedt ruime mogelijkheden voor het nabewerken van je materiaal wat dat betreft. Jouw creativiteit is wat dat betreft the limit. Maar dat gaat buiten het bestek van waar het in dit artikel om draait. 

    Beattime - Kika Edition 24-05-2010_0016

    Samenvattend nog een keer de belangrijkste instellingen:

    Algemeen:

    • Besteed aandacht aan de compositie. Schiet overzichten in burst mode op een hogere ISO en flits daarbij minmaal, indirect of helemaal niet. Voor portretten is flitsen binnen in meer dan 90% van de gevallen wel noodzakelijk. Probeer een mooi compleet beeld neer te zetten met een interessante, mooie = goed belichte achtergrond. Kijk na afloop kritisch naar je selectie. Kwaliteit gaat voor kwantiteit. Jij bepaalt wat je online wilt zetten.

    Omgeving van de shoot:

    – Club (donker) | Instellingen camera

    • Mode: Manual
    • Belichting: Matrix
    • WB: Auto
    • ISO 800 – 1250 (portretten) Max 1600 voor overzichten
    • S-stand: 1/10 – 1/25 portretten; > 1/25 voor overzichten en DJ’s
    • A-stand: 2.8 – 3.5 portretten
    • Flash: TTL -0,3 – – 0,7 2e gordijn; special effects: 1e gordijn
    • Beeld: Natural tot Vivid afhankelijk van je voorkeur en opties van je cam. Met een kleine verscherping, kleine verhoging van het contrast en verzadiging.

    – Festivals (overdag) | Instellingen camera

    • Mode: Aperture. De camera regelt de sluitertijd automatisch. Bij het fotograferen tegen het directe zonlicht in kun je je diafragma verder verkleinen tot wel f11 om sluitertijden rond de 1/4000 te voorkomen
    • Mode: Manual. Houd je belichtingsmeter steeds in de gaten en verhoog het f-getal op 2.8 lenzen tot een waarde van 7.1 of nog hoger. Gebruik indien de camera dit ondersteunt Snelle Flitssynchronisatie. Anders is het werken op de maximale sluitertijd van 1/200, waarbij je door het diafragma te regelen voor een optimale belichting zorgt.
    • Witbalans: Auto
    • Flitsen: Inflitsen om slagschaduw te vermijden
    • Belichting: Matrix en soms spot (bij fotograferen tegen het directe zonlicht in of naar een onderwerp met veel achtergrondlicht.)

    Succes!


    Korsjan Punt is 44 jaar en enthousiast partyfotograaf. Hij rolde vijf jaar geleden in deze tak van fotografie en heeft sindsdien ruim 350 party’s en festivals bezocht. Hij fotografeert in opdracht van verschillende organisaties en hij publiceert ook zelf onder de naam Dutchpartypics. Zijn foto’s (en video’s) staan onder andere op Flickr en Youtube en hij is ook actief op Twitter en Facebook. De foto’s in dit artikel zijn afkomstig van Korsjan en Dancegids.nl

    Handleiding ‘Party fotografie’

    In de clubs varieert het licht vaak enorm. En ook nog eens heel frequent. Het ene moment is er haast geen omgevingslicht, en het volgende moment straalt het vele licht daar je tegemoet. Het is daarom verstandig om bij het begin te kijken hoe het licht is opgesteld op de locatie waar je fotografeert. Persoonlijk vind ik de foto’s met veel kleur en achtergrondlicht in de foto’s het mooiste. Je ziet ook wel foto’s die gemaakt zijn op “standje auto”, vaak door beginnende fotografen. De geportretteerde is dan vaak prima belicht, maar de omgeving is inktzwart. Probeer dat te vermijden. Je bent tenslotte partyfotograaf. Zorg dan ook dat je werk er strak (zo scherp mogelijk) en kleurrijk uitziet. Dat waarderen de meeste bezoekers en komt de waardering voor jouw werk zeker ten goede. Size Matters Worldtour 2011_0078

    Size Matters Worldtour

    Het is dus belangrijk om de mensen goed neer te zetten. Met hun rug naar stage of een leuke, (liefst goed belichte) achtergrond toe. Dat lukt op een volle dansvloer natuurlijk lang niet altijd, maar aan de randen waar het vaak minder druk is kun je dat zeker proberen. Dat geldt ook voor shoots tijdens de zomer (overdag) op feesten en festivals. Draai de geportretteerde in de juiste positie, naar een boeiende, mooie achtergrond toe. Daar waar mogelijk. Waar het voor een belangrijk deel op neer komt bij dit werk is dat je op het juiste moment afdrukt, onder de beste lichtomstandigheden. Kies het juiste moment van afdrukken. Let op het moment van afdrukken.

    Fusion of Dance - Indoor_0027

    Je fotografeert vast wel eens op feestjes. Dat kan bij iemand thuis zijn, maar ook in een café of een club. Als je dan foto’s wilt maken, dan loop je al snel tegen problemen aan. Op feestjes is het vaak donker, wat de kans op ‘bewogen’ (lees: onscherpe) foto’s vergroot. Daardoor moet je al snel de hulp inroepen van een (externe) flitser. Maar ook de automatische stand voldoet eigenlijk niet. Los van al het technische geneuzel moet je als partyfotograaf over meer vaardigheden beschikken. Hoe ga je om met het publiek dat je op de foto wilt zetten? En voorkom je dat je camera-apparatuur aan het eind van een feest onder het bier zit. Een ervaren rot in het vak, Korsjan Punt, heeft als gastauteur een bundel tips en trucs opgeschreven.

    Even voorstellen

    Mijn naam is Korsjan Punt, ik ben 44 jaar en woon in Alphen aan den Rijn. Ik ben hoofdzakelijk werkzaam in de media (auteur en fotograaf). Ik ben 5 jaar geleden toevallig in deze tak van fotografie gerold en in die 5 jaar heb ik ongeveer 350 feesten en festivals bezocht. Ik had destijds bij het begin geen idee wat het werk inhield en had heel weinig ervaring met spiegelreflexfotografie. Wat ik wel snel in de gaten had is dat er een paar voorwaarden zijn om dit werk goed te kunnen doen. En die voorwaarden liggen op het persoonlijke vlak en hebben met de apparatuur te maken die je het beste kunt gebruiken.

    Size Matters Worldtour 2011_0087

    Laat je niet gek maken

    Voor wat betreft de persoonlijke eigenschappen is het fijn als je over goede sociale eigenschappen beschikt. Daarnaast is het fijn als je onder moeilijke en soms hectische omstandigheden altijd cool en rustig blijft. Laat je niet gek maken door de vele verzoeken voor een foto en het getrek aan je shirt en het voortdurende getik op je schouder. Ook is het handig als je mensen op hun gemak kunt stellen, en hen kunt overhalen om een leuke foto te scoren op het moment dat ze uitgaan. Vaak is dat niet zo moeilijk. De meeste mensen zijn over het algemeen in een goede stemming wanneer ze in het weekend uitgaan. Daarnaast is het handig wanneer je over een goede conditie beschikt. Het meeste van het werk gebeurt op tijden dat veel mensen slapen. In de nacht dus. Het zomerseizoen, met de festivals is over het algemeen best goed te doen. De meeste festivals zijn om uiterlijk 24.00 uur afgelopen. Dan kun je op een “normale” tijd weer thuis zijn. Buiten het zomerseizoen zijn de werktijden vaan tussen 23.00 uur en 05.00 uur. Wanneer je dan ieder weekend op stap zou zijn, is dat best zwaar om vol te houden. Maar de keerzijde is dat het werk veel leuke momenten oplevert en dat je ook veel energie terugkrijgt tijdens de bezigheden. Ik bezoek vooral trance, house en techno feesten. Die muziekstijlen spreken mij het meeste aan. Maar er zijn natuurlijk veel meer muziekstromingen waar leuke feesten gegeven worden en een fotograaf van meerwaarde kan zijn voor de bezoekers en de organisatie van het feest. Bedenk wel, na het doen van een shoot ben je nog niet klaar. Daarna, weer thuis is er het werk van fotobewerking op de computer. Vaak de dag na het evenement. Ik heb met mijn opdrachtgever afgesproken dat de set daags na het evenement wordt aangeleverd. Maar dat is voor mij geen probleem, want fotobewerking is leuk om te doen vind ik.

    Size Matters Worldtour 2011_0090

    Voor wat betreft de basisuitrusting die noodzakelijk is om dit werk te kunnen doen, is een minimale vereiste een spiegelreflexcamera met een externe flitser. En omdat je voor een belangrijk deel in een donkere omgeving werkt komt een lichtsterke lens erg goed van pas. Je kunt natuurlijk beginnen met een kitlens die vaak bij de camera wordt geleverd. Zo ben ik ook begonnen. Maar op een gegeven moment loont het om te investeren in goed glas. Dus een lens met een f-getal van 2.8 of nog lager. Dat zijn best forse uitgaven. Zeker wanneer je bedenkt dat (beginnende) fotografen in de meeste gevallen weinig tot niets betaald krijgen voor hun werk.  Ik zelf werk met drie Nikon DSLR’s: Nikon D50/D80/D3000.

    Een spiegelreflexcamera met externe flitser is de minimale vereiste

    Ja.. de toegang tot de evenementen, die is wel geregeld. Maar ik betaal mijn eigen reiskosten en voedsel en drinken. Je moet dus wel een beetje verslaafd zijn aan dit werk om het zolang te blijven doen. Maar het is boeiend. En het belangrijkste voor mij is denk ik, je leert goed allround fotograferen onder de meest uiteenlopende omstandigheden. Overdag met goed licht en ’s nachts binnen met weinig en vaak erg fluctuerend licht. En daarnaast vind ik het contact met bezoekers, artiesten en organisatie van een evenement erg leuk en boeiend. Maar wanneer je over een (instap) spiegelreflex beschikt + (kit)lens en een externe flitser dan heb je in principe de apparatuur in huis om aan de slag te kunnen. Wanneer je dan ook nog over de juiste persoonlijkheid beschikt dan kun je met deze vorm van fotografie aan de slag. Hoe geslaagd je foto’s worden hangt voor een belangrijk deel van jezelf, de fotograaf af. En hoe langer je bezig bent, hoe meer ervaring je opdoet, hoe beter je kan inschatten welke camera instellingen je moet gebruiken voor een leuke foto. De compositie van de foto is toch vooral afhankelijk van je eigen inzicht en creativiteit.

    Beattime - Kika Edition 24-05-2010_0022

    Compactcamera om mee te beginnen?

    Natuurlijk kun je ook een compact camera gebruiken. Overdag op festivals, bij goede lichtcondities presteert die prima. Maar binnen, in een donkere omgeving is het een heel ander verhaal. Daar kun je met een compact eigenlijk niet de foto’s maken die je wilt. Om voldoende omgevingslicht in je foto te vangen moet je de gevoeligheid (ISO) zodanig hoog instellen dat het ruisniveau vaak erg storend wordt. Bedenk ook dat je als bezoeker van een evenement/feest vaak alleen een compact camera mee mag nemen. Semi professionele apparatuur (spiegelreflex camera) kun je vaak alleen meenemen als je over een officiële accreditatie beschikt. Jezelf aansluiten bij een van de vele partysites is dan ook noodzakelijk om een dergelijke camera mee te brengen. Je moet al een erg goede fotograaf zijn om zelfstandig je accreditaties te verzorgen. En als je dat al bent, dan ken je alle ins en outs in deze wereld zeker al. Ik zelf neem naar de grotere evenementen en festivals vaak twee camera’s mee. Een Nikon D80 met een Tamron 17 – 50 mm f 2.8 lens + SB600 flitser en een Nikon D3000 + AFS Nikon 18 – 55 mm f 3.5 – 5.6 + AFS Nikon 55 – 200 mm f 4 – 5.6 + Sunpak PZ42X. De Nikon D3000 ondersteunt alleen AFS lenzen als je gebruik wilt maken van autofocus. Als back-up heb ik een Nikon D50 achter de hand. Voor het geval er een camera technische problemen heeft en gerepareerd moet worden. Ook neem ik voldoende geheugenkaarten mee voor een shoot. Vaak drie keer 4 GB. Dat is per camera (Nikon D80/D3000) voldoende voor > 500 foto’s in de hoogste resolutie. En die worden dan geschoten in jpg. Wanneer je in raw wenst te fotograferen dan is het aantal maximaal 200 per 4 GB geheugenkaart. Voor mij volstaat het schieten in jpg. Het nabewerken op de computer van de foto’s gaat een stuk sneller dan in raw op mijn oudere machines.

    Het voorbereidende werk

    Voordat je op pad gaat, draag zorg voor een extra accu, geheugenkaart + extra (oplaadbare) AA batterijen voor de flitser. Een tweede accu is erg handig, zeker op festivals en shoots die langer duren. Op mijn Nikon D80 gebruik ik een MB D80 grip. Dat biedt een aantal voordelen. Allereerst zul je snel merken dat je de camera stabieler kunt vasthouden. Ten tweede kan ik een extra accu plaatsen. Het derde voordeel is dat ik ook verticaal een ontspanknop ter beschikking heb. Wanneer je daaraan gewend bent, dan is het eenvoudiger om af te drukken en hoef je je handen/armen niet in allerlei bochten te wringen voor een goede afdruk. Vergeet ook zeker niet om voldoende visitekaartjes van de organisatie/partysite waarvoor je werkt mee te nemen om uit te kunnen delen tijdens de shoot. Zorg dat je accu’s volledig zijn opgeladen. Je wilt niet dat tijdens een shoot je accu(s) opeens leeg zijn.

    Zomerspektakel aan het Meer_0051

    Let zeker op de volgende zaken. Blijf altijd netjes en correct naar de geportretteerde. Wensen zij geen foto? Jammer dan. Je merkt snel genoeg, of de geportretteerde een foto wenst, ja of nee. Tik de mensen bijvoorbeeld vriendelijk op de schouder en vraag of ze een leuk aandenken in de vorm van een foto aan het feest wensen bijvoorbeeld. Dat werkt bijna altijd vanzelf. Het komt natuurlijk ook voor dat mensen je vanzelf aanschieten voor een foto. Zorg voor voldoende afwisseling in je shoot. Een goede mix van de locatie, portretten, overzichten van de dansvloer, lasers, detail opnamen en DJ’s levert een gevarieerde, interessante shoot op voor de bezoeker, DJ/artiest, partysite en de organisatie.

    Super Sunday X-Mas Bash_0034

    Heel belangrijk om rekening meet te houden is om DJ’s en andere mensen die direct betrokken zijn bij het feest niet te storen bij hun werk. Jij bent gast op dat moment en hebt het voorrecht uitgenodigd te zijn. Dat is soms best lastig. Want als fotograaf ben je voortdurend op zoek naar het beste, unieke plaatje. De kunst is om in weinig tijd, zeker wanneer je onstage actief bent toch een mooie foto te kunnen maken. Maar foto’s kunnen nu eenmaal mislukken en dan heb je pech. Maar blijf zeker niet on stage hangen. Dat leidt de artiesten waar het op een feest om draait alleen maar af. Zorg daarom dat je de instellingen van de camera vooraf goed hebt ingesteld voor die paar specifieke momenten onstage. Een gemiddelde shoot op een feest van een beetje omvang bedraagt al snel minimaal 200 foto’s. Maar varieert toch zeker wel tussen de 150 en 300 foto’s. Op de grotere festivals kan het aantal foto’s snel > 400 bedragen.

    Soenda Indoor_0076

    De belangrijkste zaken waar je rekening mee moet houden zijn: 1. Compositie, 2. Belichting en 3. Camera-instellingen. Vooral wanneer je begint aan dit werk en fotografie in het algemeen, zeker in het eerste half jaar is mijn ervaring dat je nog minder geneigd bent naar de compositie te kijken. Maar veel meer kijkt naar hoe goed is de foto technisch. Is de foto scherp genoeg en zijn de kleuren ok? Maar alle zaken, dus zowel compositie, kleur en belichting zijn belangrijk voor een goede foto. Probeer voldoende te variëren in horizontale en verticale foto’s. Ook het scheef draaien van je camera levert doorgaans leukere, speelse en spannendere foto’s op.

    Dat ga je vanzelf snel genoeg zien, hoe je het beste het shot kunt nemen. Na wat oefenen ga je dat steeds meer op je gevoel doen is mijn ervaring. Op een gegeven moment denk je er bijna niet meer bij na, maar kies je je compositie intuïtief. Op die manier ontwikkel je op een gegeven moment vanzelf je “eigen stijl” van fotograferen. Varieer met close-ups en totaalplaatjes van de geportretteerde.

    Size Matters Worldtour 2011_0093

    City Moves Den Bosch_0059

    Kies een spannende hoek

    Hoewel close-ups erg mooi kunnen zijn, stelt niet iedereen dat even zeer op prijs. Houd daar rekening mee. Zie je mooie mensen of mensen in/tijdens bijzondere situaties? Dan kun je ze altijd proberen over te halen. Zullen we niet één foto proberen? Of je doet de suggestie om samen met een vriend of vriendin samen een foto te laten maken. Dan gaan de meeste bezoekers wel akkoord met een foto. Zijn de mensen dan alsnog ontevreden over het resultaat, dan kan je die foto altijd nog weggooien.

    City Moves Den Bosch_0132

    Close-ups zijn ook leuk

    De lens die je het beste voor portretten kunt gebruiken is bijvoorbeeld je kitlens met een bereik van 18 – 55 mm. Helaas zijn de meeste kitlenzen niet erg lichtsterk, diafragma f > 3.5 vaak. En een lichtsterke lens is vooral handig wanneer je binnen in een donkere omgeving fotografeert. Voor foto’s overdag bij goed licht is het gebruik van een kitlens nooit een probleem.

    Denk bij het bepalen van de compositie aan de “regel van derden. Probeer de geportretteerde op 1/3 van de zijkant of boven- of onderkant van het plaatje te zetten. Maar je kunt natuurlijk ook speelser en creatiever te werk gaan. En bij DJ’s of geportretteerden bewust een deel van de persoon of het onderwerp weglaten in de foto. Een voorbeeld: alleen die sprekende ogen, of een half portret of een detail van een bezoeker. Of je zet een deel van het gezicht van een DJ bijvoorbeeld helemaal aan de rechterkant van de foto. Probeer ook het totale plaatje neer te zetten in je foto. Een DJ is met apparatuur en knoppen bezig. Neem die zaken dan ook mee in je uiteindelijke compositie. Dus naast het gezicht ook de handen en apparatuur waarmee de artiest werkt. Je kunt hierbij spelen met scherptediepte. Dus de Pioneers, platenspeler, hand aan de knoppen of het mengpaneel scherp en de DJ op de achtergrond meer onscherp. Of andersom natuurlijk. Daarvoor stel je het diafragma van de lens maximaal in (f-waarde zo klein mogelijk, 1.4, 2.8, 3.5).

    City Moves Den Bosch_0046

    Het juiste moment

    Een ander aspect waar je op kunt letten is de expressie van mensen. Probeer die emotionele momenten van euforie of andere soorten emotie te vangen in een shot. En probeer altijd opmerkzaam te zijn voor die omstandigheden.

    City Moves Den Bosch_0164

    Size Matters Worldtour 2011_0050

    Rook

    Houd ook rekening met eventueel aanwezige rookmachines. Wanneer er veel rook aanwezig is op de achtergrond, kun je beter even wachten met het maken van een foto, zeker wanneer je inflitst. Zo voorkom je een witte waas in de foto’s. Die witte waas kun je trouwens in Photoshop voor een belangrijk deel weer reduceren, door het aanpassen van de levels. Waarover meer in de laatste paragraaf. Het selecteren van je uiteindelijke set is zeker in het begin lastig. Je vindt natuurlijk als beginnend fotograaf alle foto’s bijzonder geslaagd, anders had je ze niet gemaakt in de eerste plaats natuurlijk. Ook speelse foto’s van randzaken die jij wel interessant vindt daar zit een organisatie soms echt niet op te wachten. Denk daarbij aan lege bierglazen of blikjes. Soms kun je een prachtige foto met veel mooie kleuren en een fantastische scherptediepte maken, maar haal die gewoon uit je shoot die je aanlevert. Probeer een goede selectie te maken van de beste foto’s. Jij bepaalt wat je online zet. Hoe beter je selectie, hoe beter die wordt beoordeeld door bezoekers. Niemand ziet wat jij niet plaatst. Iedereen kan zien wat je wel geplaatst hebt.

    Probeer dus energie te steken in de selectie die je aanlevert bij je opdrachtgever. Dus een complete selectie waarin alle onderdelen terugkomen. Misschien zijn portretten wel niet helemaal technisch goed, wat compositie of belichting betreft? Gewoon niet selecteren. Jammer dan… maar jij bent de fotograaf en bepaalt de uiteindelijke selectie. Een goede selectie is goed voor jouw portfolio. Dus probeer kritisch te zijn op het resultaat van je shoot. Het gaat uiteindelijk meer om kwaliteit dan om kwantiteit. Natuurlijk kun je bij het schieten van portretten ook een paar shots maken. En dan ook weer daaruit de beste selecteren. Vooral wanneer mensen hun ogen dicht hebben, maak dan nog een keer die extra foto. Probeer niet te veel mensen onder invloed van drank en/of drugs te fotograferen en in je set op te nemen. Organisaties zijn daar ook niet echt blij mee. En tijdens het fotograferen valt je dat in het donker soms niet direct op. Maar bij thuiskomst zie je zulke zaken direct op de pc. Kortom besteed aandacht aan je selectie en upload zeker niet alles wat je geschoten hebt. Je hebt de complete shoot zelf thuis op de computer… en wanneer mensen toch per se hun onscherpe en/of wazige foto willen hebben, dan kun je (wanneer je daartoe bereid bent natuurlijk) altijd nog het fotootje nasturen. In de praktijk komt dit heel weinig voor, gelukkig maar. Het blijft mensenwerk en foto’s kunnen dus ook mislukken.

    En wanneer je denkt, hé dit is ook iets voor mij? Dan raad ik je aan om contact op te nemen met een van de vele partysites die er zijn in Nederland. Vooral als beginnend fotograaf is het zeker lastig om zelfstandig op eigen titel op (grotere) evenementen aan de slag te kunnen. Denk daarbij aan evenementen als Sensation, Thunderdome, en festivals als Dancevalley, Extrema en Mysteryland.


    Sensation White

    Aan de hand van deze shoots kun je direct goed zien onder welke gevarieerde omstandigheden dit werk plaatsvindt.  Daarvoor heb je toch de partysites nodig die de accreditatie vaak voor je kunnen regelen. En je zult vaak geduld moeten opbrengen alvorens je daar daadwerkelijk rondloopt. Dat heeft met ervaring te maken natuurlijk, maar daarnaast zijn er zeker voor de grotere feesten en festivals meerdere aanvragen van fotografen bij de site waar je actief voor bent, maar zeker ook bij de organisatie van het evenement door andere sites. En dan is het afwachten of de site waarvoor je werkt geaccrediteerd wordt en of jij de fotograaf bent die dan naar het evenement kan gaan. Ik noem een paar partysites. Als eerste: Dancegids.nl waar ik zelf bijna 3 jaar actief voor ben. Daarnaast heb je BetribesDJ Guide en Partyflock. Er zijn er meer, maar dit zijn de belangrijkste.


    Anekdote

    Nog een grappige anekdote misschien? Of grappig? Ik ben in al die jaren al vaak wat verloren, variërend van lensdoppen, lenskapjes tot oculairkapjes aan toe. Daarnaast is mijn UV filter twee keer gebroken na de val van een camera en lens. Dus zorg zeker voor een filter op je lens. Het glas van de lens was – daardoor – gelukkig onbeschadigd. En ook de camera die twee keer was gevallen was in orde. De camera die ik op een speaker had gezet was van de speaker afgetrild en gevallen van een meter hoogte. Daarnaast is er eens een hele speakertoren van zo’n twee meter hoog tijdens een feest mijn kant uitgevallen. Ik had gelukkig niks, maar die toren viel op mijn beide camera’s + flitsers. Gevolg, een van mijn lenzen was van de body afgebroken. Maar de camera’s + flitsers zelf waren nog in orde. De bajonetsluiting van de lens was wel stuk. Maar ook die kun je laten repareren. Bedenk dus: een ongelukje zit in een klein hoekje. Het is dus aan te raden om altijd goed alert te zijn op de situaties waar je je bevindt. En natuurlijk krijg je wel eens wat bier over je camera, maar dat is doorgaans geen probleem. Dat haal je met een beetje water op een doekje zo weer weg.


    Deel 2

    Lees meer over partyfotografie in het tweede deel. Daarin komen onder andere de instellingen, zoals ISO-waarde, sluitertijd, diafragma, flitsen en beeldbewerking aan bod. Klik HIER om verder te lezen.


    Korsjan Punt is 44 jaar en enthousiast partyfotograaf. Hij rolde vijf jaar geleden in deze tak van fotografie en heeft sindsdien ruim 350 party’s en festivals bezocht. Hij fotografeert in opdracht van verschillende organisaties en hij publiceert ook zelf onder de naam Dutchpartypics. Zijn foto’s (en video’s) staan onder andere op Flickr en Youtube en hij is ook actief op Twitter en Facebook.

    De foto’s in dit artikel zijn afkomstig van Korsjan en Dancegids.nl