10 tips voor fotograferen in de sneeuw

Hoewel de wegen spiegelglad zijn en de trein ook hinder van de sneeuw ondervindt, is er voor fotografen juist weer een schitterende tijd aangekomen. Want wat is er nu mooier dan het fotografen van landschappen met verse sneeuw? Dus hop naar buiten en vastleggen die unieke foto’s. We zien graag de resultaten van je pogingen hier op het forum terug. Om mee te pronken, of voor advies. En over dat laatste gesproken, we helpen je graag nu alvast op weg met een aantal tips. Een goede voorbereiding is immers het halve werk.

The Mountain Exhaled

The Mountain Exhaled – LASZLO ILYES

1. Overbelicht je foto’s (of gebruik de sneeuw-instelling)

De meeste camera’s gaan voor de automatische berekening van de beste belichting uit van een gemiddelde scene. In de meeste gevallen levert dat prima resultaten op. Maar helaas werkt dit niet met scenes waarin veel zwart of wit aanwezig is. De camera benadert dit dan als een gemiddelde scene waardoor de belichting te kort is om het wit ook echt wit te maken. Het resultaat is dan grauwe sneeuw, in plaats van kraakwit. Ook zie je vaak een blauwe gloed over de foto. Dit is de combinatie van onderbelichting en daarmee een onjuiste witbalans.

Eyjafjallajokull 2
Eyjafjallajokull 2 – eirasinn

Gelukkig is dit ook makkelijk te voorkomen. Op compactcamera’s is soms een sneeuwstand aanwezig. Deze is specifiek om de bovenstaande reden aangebracht. Je kunt dus simpelweg voor deze optie kiezen om tot betere resultaten komen. Als je niet zo’n stand hebt op je compact, of als je een spiegelreflexcamera gebruikt, moet je het op een andere manier oplossen. Dat kan heel simpel door de fout die de camera maakt, handmatig compenseren. Dit doe je door de zogenaamde “belichtingscompensatie”. De meeste camera’s (ook compactcamera’s) beschikken over een knop voor het aanpassen van de belichting (vaak aangeven met het +- teken). De instelling is herkenbaar door een balkje dat meestal van -2 via 0 tot 2 loopt. Bij een spiegelreflex kan dit ook, als moet je hiervoor dan vaak wel afwijken van de automatische instelling. Bij sommige camera’s moet je eerst overschakelen van een 100% automatische stand, op een semi-automatische stand, voordat je belichtingscompensatie kunt gebruiken.

De “overbelichting” die je moet kiezen is afhankelijk van de situatie. Als de sneeuw maar een klein deel van de foto bevat is heb je meestal aan +1/3 of +2/3 stop genoeg. Bij een foto die grotendeels uit sneeuw of besneeuwde oppervlakten is soms wel +2 stops overbelichten noodzakelijk. Het is dus erg afhankelijk van de situatie, maar meestal is +1 stop een goed vertrekpunt. Als je gebruik maakt van het histogram op je camera, kun je meestal goed indicatie krijgen of de belichting in orde is. Bij sneeuw moet je namelijk aan de rechterkant van de grafiek hoge waarden zien. Als dat niet het geval is, moet je de belichting nog wat verhogen.

2. Kijk ook naar details

Een besneeuwd wit landschap is vaak zo mooi dat dit hele landschap ook wordt vastgelegd. Schitterend, zeker maken die foto! Als je dat gendaan hebt, probeer dan ook eens te zoeken naar details. Ook daarin is vaak iets unieks te vinden. Juist kleine details zoals bevroren rijp op een blaadje, of sneeuw in een spinnenweb leveren prachtige plaatjes op. Dit geldt trouwens niet alleen bij landschappen en natuur. Ook als je meer bezig bent met het fotograferen met mensen zijn er vaak details te vinden. Denk dan aan de schoenen vol met sneeuw die na een dag buiten spelen in de gang staan.

Leaf
Leaf – audreyjm529

3. Houd rekening met reflecties

De sneeuw werkt als een grote reflector. De witte oppervlakten op de grond, soms nog in combinatie met allerlei andere voorwerpen die bedekt zijn door een laag sneeuw, kaatsten het licht terug. Hierdoor valt op veel verschillende manieren licht op de lens. Hierdoor heb je eerder te maken met lensflare. Dit zijn gekleurde vlekken in de foto, zoals in het onderstaande voorbeeld duidelijk te zien is. Dit is overigens zeker niet altijd te voorkomen. Zeker met fotograferen tegen de zon in heb je hier snel mee te maken. Wel kun je verschillende dingen doen om het effect zoveel mogelijk te voorkomen.

Gebruik op je spiegelreflexcamera een zonnekap als je die hebt. Hierdoor hoef je alleen rekening te houden met het licht waar je je camera op richt. Licht van de zijkant dat voor problemen zorgt, wordt dan door de zonnekap tegengehouden. Ook beschermt de zonnekap de lens tegen eventuele sneeuwvlokken die naar beneden komen. Als je geen zonnekap hebt of een compactcamera, dan kun je meestal wel je hand tussen de zon en de camera houden voor eenzelfde effect. Wel opletten dat je hand op het moment van afdrukken niet net in beeld is gekomen! Wat voor alle camera’s geldt is dat het belangrijk is dat je lens zo schoon mogelijk is. Lensflare is vooral zichtbaar bij vuil op de lens, dus hoe schoner hoe kleiner de kans dat je er last van hebt.

Snow Chutes
Snow Chutes – Peretz Partensky

4. Varieer met sluitertijd

Wanneer je meer tijd neemt om foto’s te maken kun je goed experimenteren met sluitertijden. Wel is het gebruik van een statief dan aan te raden. Als je langere sluitertijden gebruikt is het al snel niet meer mogelijk om de foto uit de hand te nemen. Door het vallen van de sneeuw kun je verschillende effecten krijgen die je foto meer dynamiek geven. Je kunt enerzijds de sneeuw als punten vastleggen, zoals ook in de onderstaande foto is gedaan. Eventueel kun je daarbij gebruik maken van een flitser, om de sneeuwvlokjes goed op te laten lichten.

Een heel ander effect kun je bereiken door juist te kiezen voor een lange sluitertijd. In dat geval zie je de vallende sneeuwvlokjes als streepjes over je scherm. Dit geeft een bijzonder effect aan je foto.

Snowy Dock
Snowy Dock – Aaron

5. Experimenteer met tegenlicht

De sneeuwvlokken kennen een complexe structuur. Deze structuur kan ervoor zorgen dat er veel meer diepte ontstaat in een foto. In gewone foto’s is dit vaak al te zien. Het effect wordt nog sterker als bij een foto het licht van achteren komt, of van de zijkant. In de winter lukt dit vaak ook beter, omdat de zon de hele dag al lager staat. Door de laagstaande zon worden schaduwen langer. Hiermee kun je veel meer dieptewerking in een foto krijgen en worden structuren beter zichtbaar.

Juist dat effect op structuren is met sneeuw een mooie combinatie. Sneeuw heeft van zichzelf een bijzondere structuur, reflecteert en is deels doorzichtig. Door belichting van de achterkant wordt kun je die verschillende eigenschappen mooi inzichtelijk maken. Ook belichting van de zijkant toont in plaats van een strakke witte deken allerlei details in de sneeuwlaag.

Snow Texture at sunrise
Snow Texture – Jim Staley

6. Zoek het contrast

Doordat een pak sneeuwlaag het hele landschap afdekt ontstaan er vaak monotoon gekleurde landschappen. Net als met de sluitertijd kun je hier op verschillende manieren mee omgaan. Je kunt dit effect verder versterken door over te stappen op zwart-wit. Daarmee schakel je de kleur helemaal uit en richt je je in de foto’s meer op lijnen, structuren en lichtwerking. Tegenwoordig wordt zwart-wit fotografie steeds minder toegepast, waardoor je op deze manier juist een keer iets anders kunt laten zien in vergelijking met de foto’s van je vrienden. Bovendien kun je door de meer monotone kleuren in het landschap al beter zien wat het effect van een zwart-wit foto ongeveer zal zijn.

Een alternatieve benadering is juist op zoek te gaan naar dat ene aspect in een foto dat wel een opvallende kleur heeft. Door juist te zoeken naar die ene rode auto, die gele laarsjes of dat rode verkeerslicht in een verder monotoon landschap leg je heel erg de nadruk op juist dat gekleurde voorwerp. Door ook op dat onderwerp specifiek scherp te stellen kun je die focus nog verder versterken. Een goed voorbeeld van een dergelijke toepassing is te zien in de onderstaande foto.

Snow
Snow “Explore” – Luis Hernandez

7. Zorg voor volle batterijen

Je staat klaar bij een prachtige scene. Je bent gereed om af te drukken en …. niets. De batterij is leeg en er zit niets anders op dan je camera weer op te bergen. De kans dat dit met het winterweer gebeurt is alleen maar groter. Door de koude temperatuur vertragen de chemische reacties in de batterij. Het gevolg is dat je minder foto’s kunt maken met een batterij. Zorg er dus voor dat je batterijen zijn opgeladen voordat je je dikke winterjas, handschoenen en moonboots hebt aangetrokken. Beter nog, zorg voor een extra batterij. En als je deze hebt, draag deze dan dicht op je lichaam zodat hij warm blijft.

Om de levensduur van je batterijen te verlengen, kun je met een extra batterij ook tussentijds wisselen. Dit zorgt ervoor dat de batterij iedere keer niet helemaal afkoelt. Op die manier haal je maximaal rendement uit je batterijen. Let wel op mogelijke condensatie, zie hiervoor ook de volgende tip.

8. Voorkom problemen met je camera door condensatie

Wanneer je een koud voorwerp in een warme omgeving plaatst, krijg je te maken met condensatie. Je ziet bijvoorbeeld goed wanneer je op een mooie zomerdag een koud drankje inschenkt. Aan de buitenkant van je glas ontstaat dan vaak allemaal waterdruppels. Maar wat heeft dit nu met fotograferen van sneeuw te maken? Denk dan dat je camera dat koude drankje is, en die mooie zomerdag jouw warme huiskamer. Als je camera koud is van het fotograferen buiten, is deze helemaal afgekoeld. Als je deze dan mee naar binnenneemt waar de kachel lekker brandt, ontstaan er condensdruppels aan de buitenkant van de camera. En we weten allemaal dat water en camera’s niet echt een fijne combinatie is.

Cold Sweat
Cold Sweat – Dustin Ginetz

Natuurlijk kun je dit voorkomen. Het beste is door de camera geleidelijk te laten opwarmen. Dus in plaats van de camera om je nek hangend mee naar binnen te nemen, kun je hem beter opbergen in je tas. De tas met camera kun je dan eerst gesloten in de gang te zetten en later gesloten in de woonkamer. Op die manier warmt de camera heel geleidelijk op. Condens treedt dan niet zo snel op. Als je dit te lang vindt duren, dan kan je ook je camera in een goed afgesloten plastic tas stoppen met zo min mogelijk lucht erbij. Als je dan de camera in een warme ruimte plaats, zal de condens ontstaan aan de buitenkant van de plastic tas. Als de camera dan warm genoeg is, kun je hem uit de tas halen en kan je je resultaten gaan bekijken.

9. Vroeg je bed uit

Misschien minder leuk om te horen, maar de beste sneeuwfoto’s maak je toch echt in de ochtend. Je hebt kans op mist, de sneeuw is lekker vers en nog niet onder invloed van de zon alweer deels verdwenen of qua samenstelling verslechterd. Nee, er gaat niets boven vers gevallen sneeuw. In de ochtend is het licht meestal ook het mooiste, juist in de periode net na zonsopkomst. Het voordeel in de winter is dat je er niet eens echt vroeg je bed voor uithoeft. Het belangrijkste voordeel van vroeg opstaan met sneeuw is trouwens nog iets anders. Als je als eerste bent, vind je op welke locatie dan ook een vers pak sneeuw zonder voetsporen of platgetrapte sneeuw. En de sporen die je vindt, leiden je misschien wel naar dieren die je plaatje helemaal compleet kunnen maken.

10. Kleed je warm aan

De laatste tip is zeker niet de onbelangrijkste. Kleed je warm aan! Werk met veel verschillende laagjes, dat werkt beter dan slecht enkele dikke lagen. Een thermosfles met warme drank om je een beetje warm te houden is ook geen slecht idee. Misschien voor de hand liggend, maar als je lang op pad bent en stilstaat krijg je het snel koud. En als je het niet comfortabel hebt, worden je foto’s daar over het algemeen niet beter van. Denk er ook aan dat als je een statief mee hebt, dit ook bijzonder koud kan worden. Dit kan dan zelfs pijnlijk zijn om vast te pakken. Sommige statieven hebben een rubberen deel om een poot wat hier een oplossing voor biedt. Heeft jouw statief dat niet dan kun je wat isolatiemateriaal van leidingen te kopen, en die om je statief te bevestigen met tape. En wat plastic zakken om op de grond te leggen is ook geen overbodige luxe als laag bij de grond wil fotograferen. Vergeet ten slotte handschoenen niet – er bestaan speciale versies voor fotografen (met deels ontblote vingertoppen).

Hopelijk heb je met al deze tips nog wat goede ideeën opgedaan. Anders op zijn minst toch inspiratie. En het belangrijkste is, trek eropuit! En laat die foto’s dan ook zien. Op verschillende plekken in het forum kun je foto’s plaatsen. Zo is er bijvoorbeeld een speciaal verzameltopic voor sneeuwfoto’s. Ook kun je foto’s plaatsen in Foto feedback forum. Er is altijd wel iemand die reageert. Succes!

Heb jij nog andere sneeuwtips? Plaats ze hieronder in het reactieveld!

Mijn volgende camera wordt een smartphone!

Ooit was ik volledig overtuigd van het nut van een spiegelreflex. De fotokwaliteit van compactjes hield te wensen over en je kon er amper wat op instellen. Een spiegelreflex bood superieure fotokwaliteit in alle omstandigheden en er was simpelweg geen goed alternatief. Maar sinds de komst van systeemcamera’s en smartphones ben ik aan dit standpunt gaan twijfelen. Een systeemcamera biedt over het algemeen exact dezelfde beeldkwaliteit als een spiegelreflex, terwijl hij véél compacter en lichter is. Een camera die je veel makkelijker ‘even’ meeneemt zul je vaker gebruiken, zou je zeggen. Natuurlijk is een spiegelreflex veelzijdiger, maar is dat het gesjouw waard? Ik vind van niet.

De beste camera

Goed. De stelling is dus dat je een compacte camera makkelijker meeneemt dan een grote. Maar dat kun je nog verder doortrekken dan alleen systeemcamera’s. Je kent vast wel de beroemde uitspraak ‘de beste camera is de camera die je altijd bij je hebt’. Die uitspraak ben ik de laatste tijd wat serieuzer gaan nemen. Op uitstapjes waarbij ik geen spannende dingen verwachtte, liet ik mijn spiegelreflex thuis en ging ik alleen met mijn telefoon op pad. Iets wat ik mijn jongere zusje en haar vriendinnen ook zag doen – zij peinst er niet over om een ‘echte’ camera te gaan kopen, omdat ze de foto’s van haar telefoon voldoende vindt. Natuurlijk heeft zij een andere kijk op fotografie dan een amateurfotograaf, maar het geldt volgens mij voor een meerderheid van de moderne consumenten. Dat wordt bevestigd door de dramatische verkoopcijfers van compactcamera’s.

‘De beste camera is de camera die je altijd bij je hebt…’

‘…je telefoon dus’

Testcamera: HTC One X+

Van de Technyx redactie ontving ik een splinternieuwe HTC One X+ om eens een paar weken te proberen als primaire camera. Tot die tijd had ik een simpele instaptelefoon met een camera die geen naam mag hebben. Met een beetje creativiteit kun je bij daglicht prima foto’s maken. De camera reageert zeer vlot en stelt erg snel scherp (er is zelfs een actiestand waarbij hij razendsnel 20 foto’s maakt). Ook de instellingsmogelijkheden zijn – voor een telefoon – heel behoorlijk. Zo kun je de ISO-waarde en de witbalans eventueel handmatig instellen. Belichtingscompensatie is er natuurlijk ook (en werkt heel eenvoudig) en zowel vooraf als achteraf kun je sleutelen aan kleuren (ofwel met de diverse filters plus dingen als en verzadiging). Een HDR- en Panoramastand zijn ook aanwezig (zonder dat je er apps voor nodig hebt). De P/A/S/M-standen ontbreken helaas, maar je kunt wel uit verschillende programmastanden kiezen (landschap, portret, macro, nacht en tegenlicht). Filmen kan hij natuurlijk ook (in FullHD) inclusief beeldstabilsatie.

Gebreken zijn relatief

Natuurlijk miste ik wel direct het gebrek aan optische zoom (want met digitale zoom en 8 megapixels kom je niet zo ver), maar toch was de camera in veel gevallen prima inzetbaar. Het is natuurlijk de fotograaf die een goede foto maakt en niet de camera! Met wat creativiteit kun je prima foto’s maken, zonder dat je direct ziet dat het om een smartphone gaat. Het enorme scherm aan de achterkant en directe bediening op het touchscreen werkten ook prima. Zelfs in het donker kon de One X+ nog goed meekomen, al blijft dat wel de achilleshiel van telefoons. De resolutie is natuurlijk wat lager dan echte camera’s, maar in veel gevallen voldoende.

Voordelen

Tijdens mijn ‘praktijktest’ merkte ik dat de voordelen van een smartphone voor mij persoonlijk eigenlijk zwaarder wegen dan de nadelen. Een smartphone heeft standaard een gps wat voor vakanties en uitstapes echt een uitkomst is. Geen gedoe met dure accessoires die je ontmoedigen hen continu te gebruiken. Als de simpelste smartphone al is uitgerust met een gps, waarom doen de heren camerafabrikanten er dan zo moelijk over om hun hele gamma daarvan te voorzien? Opvallend: je ziet het vooral bij goedkope compacts, maar zelden bij systeemcamera’s of een spiegelreflex. Een ander unicum is dat je je foto’s op een smartphone direct kunt delen. Niet alleen handig voor op Facebook of Twitter, maar ook omdat ze rechtstreeks naar Dropbox kunt sturen. Bovendien, wat is nu effectiever en leuker: na een dagje fotografen tot ‘s avonds laat foto’s lopen uploaden of het direct na een geslaagde foto doen?

Altijd bij de hand

Maar wat voor mij tijdens mijn kleine experiment echt de eye-opener was, was dat ik véél meer – èn creatiever – fotografeerde dan normaal. Met mijn spiegelreflex ga ik echt doelbewust op pad en fotografeer ik wat er op dat moment toevallig op m’n pad komt. Andersom is eigenlijk veel logischer; fotograferen wanneer je iets ziet dat de moeite waard is. Vaak is dat erg afhankelijk van het moment, dus van een bepaalde lichtinval, het gouden uurtje of een bijzondere situatie. Er waren vroeger talloze situaties dat ik iets moois zag, maar niets kon omdat ik mijn camera niet bij me had. Een smartphone heb je letterlijk altijd bij de hand, waardoor je direct op speciale momenten kunt reageren.

Smartphone

Ik ben er uit. Mijn volgende camera wordt een smartphone! Altijd bij de hand, prima kwaliteit, voldoende opties (gps!) en met toegang tot internet. De HTC One X+ is me goed bevallen, maar ik heb nog geen definitieve keuze gemaakt. Het concept van de Nokia Pureview spreekt mij ook bijzonder aan. Zijn er nog andere suggesties?

Ik zet mijn spiegelreflex nog niet bij het grofvuil omdat hij voor specialistische fotografie nog nodig is. Maar hoe lang nog? Kortom, de meeste foto’s zal ik in de toekomst met een telefoon maken. Wie weet doen we dat over tien jaar allemaal…

De gruwelijke vakantiefoto-show!

Op vakantie gaan is tof. Foto’s maken op vakantie is zowaar nog toffer. Maar waar ik een gruwelijke, gru-we-lij-ke hekel aan heb, is het bekijken van andermans vakantiefoto’s. Niet omdat ik verachtelijk jaloers ben aangelegd of omdat ik mezelf zó goed vind en anderen zó slecht. Nee, integendeel. Maar als een familielid, vriend(in), buurman/vrouw of vage kennis me uitnodigt voor een kopje koffie ‘om onze vakantiefoto’s te bekijken‘ dan gaan mijn nekharen direct overeindstaan! Ten eerste lust ik geen koffie (thee met koffiemelk daarentegen…) maar ten tweede zie ik er als een berg tegenop om twee uur naar een tv met lelijke foto’s te staren, waar je bovendien bij iedere foto ongevraagd een ‘ludieke’ anekdote krijgt.


Kijk hier rent Jantje over het strand. Ja, het was zulk lekker weer
Goh, dat zie ik zelf zeker niet.

‘Hier geniet Jantje van een ijsje’
Inderdaad, op de vorige vijf foto’s van hetzelfde tafereel was hij nog niet zo smerig.

‘Hier staan we met z’n allen voor de Eifeltoren’
Originele pose, zo in het midden. Wel jammer dat die Eifeltoren er schever op staat dan de toren van Pisa…

‘En hier staan we voor de Notre Damme’
Creatief hoor!

“Fijn dat je camera vijf foto’s per seconde kan maken, maar moet ik ze dan ook allemaal zien?”

Hoe meer ik zelf oefen met fotografie en mezelf ontwikkel, des te meer ik me ga storen aan foto’s van anderen. En nee, dat is zeker niet omdat ze beroerd fotograferen. De gruwel is dat veel mensen simpelweg te lui zijn om hun foto’s op een verzorgde manier aan anderen te tonen. Het is pure luiheid van de gastheer dat je chonologisch naar álle foto’s zit te kijken, zonder dat er een selectie is gemaakt. Hoe simpel kan het zijn? Allereerst verwijder je de mislukte foto’s en vervolgens ga je kritisch door je kiekjes heen en filter je de allerbeste exemplaren er uit. Die bewerk je dan nog een beetje, zodat de schoonheidsfoutjes verholpen zijn (scheve horizon, rode ogen, belichting) en voila. Maar de meeste mensen maken nog niet eens een selectie, laat staan een bewerkte selectie. Je krijgt gewoon zonder blikken of blozen de complete fotoserie voor je kiezen, met reeksen foto’s die nagenoeg allemaal hetzelfde zijn! Dat zijn de momenten dat ik terugverlang naar analoge rolletjes van maximaal 36 foto’s.

Fijn hoor, dat je camera vijf foto’s per seconde kan maken, maar moet ik ze daardaar ook allemaal zien? Na drie bakken thee heb ik het wel weer gehad, maar nee, dan zijn we nog niet eens op de helft. Bij de eerste zucht die per ongeluk ontsnapt wordt nog een poging gedaan om het goed te praten onder het mom ‘sja, ik maak natuurlijk niet zulke mooie foto’s als jij‘. Maar is dat een excuus om géén voorselectie te maken?

Maar weet je wat nóg erger is? Een vakantie-video!

Met dezelfde excuses (ik heb het zo druk, ik snap niets van computers, oh kan dat ook?) krijg je dan een integrale(!), ruwe, onbewerkte video te zien met – hoe origineel – dezelfde beelden als de foto’s! Na vijf minuten naar Jantje rennend op het strand gekeken te hebben, komt de thee dan zo ongeveer kokend m’n strot uit. Voor de lieve vrede roep ik wat ‘oeh’ en ‘aah’ en wacht tot de show voorbij is, hopend dat het bevriende stel dankzij de economische crisis de komende tijd niet meer op vakantie gaat. Tja, na zo’n gruwelshow ben ik dan zelf écht aan vakantie toe… (misschien maar zonder camera)

Komt dit tafereel jullie bekend voor? Of ligt het aan mij?

10 Tips voor beginnende huwelijksfotografen

Als je maar lang genoeg met je fotografie hobby bezig bent komt de vraag meestal vanzelf wel voorbij of je iemands huwelijk wilt fotograferen. Waarschijnlijk iemand uit je vrienden of kennissenkring die vind dat je mooie foto’s kunt maken en stiekem een goedkope manier zoekt om mooie foto’s van hun huwelijk te krijgen. Het is natuurlijk best een eer om gevraagd te worden voor zo’n bijzondere dag. Ben je van plan aan een dergelijke opdracht te beginnen, lees dan in dit artikel de tien tips voor beginnende huwelijksfotografen.

Tip 1: Overweeg het verzoek nogmaals

Zoals ik al zei, het is een eer om gevraagd te worden. Dat betekent niet direct dat je ook ‘ja’ moet zeggen. Bedenk dat het hier wel gaat om een gebeurtenis die, hopelijk, maar eens in iemands leven voorbij komt. Vraag jezelf dus goed af of je wel de geschikte persoon bent om een huwelijksdag vast te leggen.

Het is een dag die razendsnel voorbij zal vliegen en waar een tigtal belangrijke fotomomenten in voorbijschieten die je als fotograaf niet mag missen. Het is daarnaast ook echt heel leuk om iemands huwelijksdag vast te mogen leggen, maar zorg ervoor dat je zeker weet dat je het aandurft.

Foto: Elja Trum

Tip 2: Afspraken maken

Maak vooraf goede afspraken over wat het bruidspaar van je gaat krijgen. Maak je een album, lever je foto’s aan op CD of USB stick, druk je foto’s af? Hoeveel foto’s ga je het bruidspaar leveren en hoeveel nabewerking voer je op de foto’s uit. Als fotograaf wil je dat het werk in verhouding staat met de beloning en wil je voorkomen dat werk waar je minder tevreden over bent dadelijk op internet te vinden is.

Het zou jammer zijn als je dagen je stinkende best doet om jouw beste werk af te leveren aan het bruidspaar en er dan achter te komen dat ze iets heel anders van je verwacht hadden. Voorkom teleurstelling achteraf door alles goed door te spreken.

Als dit (een van) je eerste bruiloften is, zorg dat het bruidspaar dit dan ook duidelijk weet. Je kunt je natuurlijk best voordoen als een ervaren fotograaf, maar als je resultaten daar niet naar zijn kun je wel iemands huwelijksdag een vervelende nasmaak geven.

Foto: Elja Trum

Tip 3: Afkijken

In de meeste gevallen is de heugelijke dag zelf nog ver weg. Bruiloften worden vaak al een jaar van te voren gepland. Tijd genoeg dus om je vaardigheden op dit vlak op peil te brengen. Probeer of je met een andere, meer ervaren huwelijksfotograaf, mee mag lopen. Dat kan als assistent, waarbij je tassen draagt, statieven vasthoud en aanwijzingen opvolgt. Het kan ook als tweede fotograaf; je fotografeert dan gedurende dag hetzelfde huwelijk vanuit een andere hoek. Je foto’s lever je in bij de hoofdfotograaf zodat hij zijn en jouw foto’s kan combineren. Beide is uiteraard leerzaam.

Tip 7: De juiste momenten

Voor een huwelijksfotograaf zijn er ‘ongeschreven regels’ over de foto’s die je minimaal moet hebben na een huwelijk. Denk aan een foto van de kus, de ringen, de bruidstaart en de eerste dans. De hele dag zit vol met deze belangrijke momenten en vaak zijn het momenten waar je als buitenstaander niet zomaar aan denkt.

Wist je bijvoorbeeld dat je de schoenen van de bruid ook vast moet leggen? Ondanks dat deze vaak onder een mooie huwelijksjurk verstopt zitten heeft de bruid en vaak veel tijd en moeite in gestopt om precies die juiste schoenen te vinden. Net als de jurk zal ze de schoenen waarschijnlijk ook nooit meer dragen.

Andere foto’s die je niet mag missen zijn bijvoorbeeld de ontroerde moeder van de bruid in de kerk, het staatsieportret van het bruidspaar voor oma en de achterkant van de bruidsjurk. Gelukkig zijn er op internet lijstjes te vinden met deze belangrijke momenten. De Amerikanen slaan hier overigens wel wat verder in door dan de gemiddelde Nederlandse fotograaf.

Foto: Elja Trum

Tip 8: Locaties

Zorg dat je vooraf weet waar je gaat fotografen. Zeker als je het nog niet zo vaak gedaan hebt kan dit je houvast geven. Sommige fotografen geven er zelfs de voorkeur aan om vooraf op de locatie te kijken en zo ook de lichtsituatie ter plaatsen te beoordelen. Dit kan slim zijn, denk bijvoorbeeld aan een kerk die donkerder uitvalt dan je verwacht of een locatie waar blijkt dat ze aan het verbouwen zijn. Voor sommige locaties heb je ook toestemming nodig om er te mogen fotograferen.

Foto: Elja Trum

Tip 9: Nabewerking

Goede foto’s kunnen niet zonder nabewerking. Een pakket als Adobe Photoshop Lightroom is ideaal voor het verwerken van grote hoeveelheden foto’s zoals bij een huwelijk. Wellicht is het slim om vooraf een cursus Lightroom te volgen (of een goed boek te kopen).

Persoonlijk kies ik er als fotograaf altijd voor om als eerste een redelijk strenge selectie te maken zodat ik zo’n 100 tot 150 foto’s van de gehele dag overhoudt. Alleen die foto’s bewerk ik na, zodat het overzichtelijk blijft en in een goede dag te doen is. Alleen aan de top 10 tot 25 foto’s besteed ik meer dan 2 minuten tijd in de nabewerking.

Tip 10: Laatste voorbereidingen

Zorg ervoor dat je de dag voor het huwelijk alles gereed hebt, lege geheugenkaartjes en volle accu’s. Je tassen ingepakt, telefoonnummers genoteerd en de route van de dag uitgeprint. Mail eventueel het bruidspaar nog om ze een fijne nacht te wensen en ze gerust te stellen dat jij er helemaal klaar voor bent en je er de volgende dag op tijd zult zijn. Veel succes en plezier!

Foto: Elja Trum

Tip 4: Camera’s en objectieven

Zorg ervoor dat je apparatuur op orde is voor de huwelijksdag. Als amateurfotograaf zul je niet vaak over twee camera’s beschikken, maar het is wel erg belangrijk dat je die op een dag als deze bij je hebt. In noodgevallen kun je een compactcamera gebruiken, maar leen bij voorkeur een spiegelreflexcamera van een bevriend fotograaf. Bij voorkeur dezelfde camera als je zelf gebruikt, of in elk geval hetzelfde merk. Controleer ook of de datum, tijd en andere instellingen overeenkomen met jouw eigen camera. Dat scheelt een boel gedoe op de dag zelf of tijdens de nabewerking.

Als je toch twee camera’s hebt dan kun je ze ook beide actief gebruiken. Hang twee camera’s om je nek met op beide een ander objectief. Van camera wisselen is sneller dan een objectief wisselen. Ik gebruik zelf een Canon 5D Mark II als eerste body en een 1D (Mark I) als tweede. Op de ene camera monteer ik een Canon 24-70 f2.8 L groothoekobjectief en op de tweede een 70-200 f2.8 L. Daarnaast neem ik ook een macrolens mee (Canon 100mm f2.8), bijvoorbeeld om een close-up van de ringen te maken. Een externe flitser is ook aan te bevelen.

Gebruik twee camera's

Tip 5: Voldoende geheugenkaartjes

Het laatste dat je wilt dat je overkomt is dat je tijdens de dag niet voldoende geheugenkaartjes hebt om de grote hoeveelheid foto’s die je schiet op te slaan. Geheugenkaartjes zijn goedkoop, je koopt voor een paar tientjes al 8 of 16 GigaByte (GB). Op een huwelijk schiet ik gauw 400 tot 800 foto’s, maar er zijn ook fotografen die gemakkelijk het dubbele halen. Schiet bij voorkeur in het RAW-formaat.

Controleer voor belangrijke momenten of je nog ruim voldoende foto’s op het geheugenkaartje in je camera kunt opslaan. Je wilt geen belangrijk moment missen omdat je net een geheugenkaartje moet wisselen (hetzelfde geldt natuurlijk voor je accu’s). Nog een praktische tip: bewaar volle en lege geheugenkaartjes duidelijk van elkaar gescheiden zodat je jezelf niet kunt vergissen. Stop ze nooit los in je broekzak, want daar kunnen ze gemakkelijk uitvallen.

Tip 6: Accessoires

Naast je camera’s, objectieven, accu’s en geheugenkaartjes zijn er nog voldoende accessoires die nuttig kunnen zijn tijdens een huwelijksdag. Je hoeft ze niet allemaal de hele tijd met je mee te slepen, maar het kan handig zijn om ze in je auto te hebben liggen zodat je er, indien nodig, snel bij kunt.

Natuurlijk zijn er fotografische accessoires zoals een flitser, een reflectiescherm, een statief en de acculader van je camera. Maar nog wat verder vooruit denken is ook goed. Een fleecekleed is bijvoorbeeld handig om onder de bruidsjurk te leggen wanneer je het bruidspaar zitten op de foto wilt en een trapje kan handig zijn om groepsfoto’s te maken. Het kan ook leuk zijn om je laptop of iPad mee te nemen zodat je gedurende de dag eventueel ook al wat foto’s kunt laten zien. Tijdens een receptie is er vaak wel tijd en plek om even een paar foto’s als preview klaar te maken.