Welkom bij Techyx.nl – de opvolger van FotoVideo.nu

Welkom bij Techyx.nl!

Techyx is een blog over technologie in de brede zin des woords. Van smartphones, en camera’s in allerlei vormen en maten tot en met smarthome. Techyx biedt vooral informatie, praktische tips en reviews. Daarnaast delen we gratis informatie uit de boeken die via de site te koop zijn en doen we ook regelmatig weggeefacties. Wat kun je verwachten? “Welkom bij Techyx.nl – de opvolger van FotoVideo.nu” verder lezen

Kreta verkennen per drone (DJI Mavic Pro, 4k)

Eind februari was ik een weekje in Griekenland, op het eiland Kreta. Februari is een wat ongebruikelijke tijd om de toerist te spelen, want het weer is dan nog wat wisselvallig. Maar dit keer zat het mee. Met temperaturen van rond de 18 graden en een brandend zonnetje was het al voorzichtig t-shirt- en korte broeken-weer.

Normaal sleep ik naar iedere vakantiebestemming een uitgebreide cameraset mee. Dit keer was dat niet anders, ware het niet dat ik harde keuzes moest maken. Met enkel één tas handbagage konden er maar twee lenzen mee. En een laptop. En natuurlijk kleren. En een drone. Een drone? Ja, de enige serieuze drone die met gemak in iedere tas past, de DJI Mavic Pro. Deze heb ik vorig jaar oktober getest voor Tweakers en ik was bijna op slag verkocht. Niet omdat deze de allerbeste foto- en videokwaliteit biedt, maar omdat hij opklapbaar is en daardoor heel makkelijk overal mee naartoe te nemen in. Dat werd nogmaals bevestigd tijdens mijn verblijf op Kreta. Met zijn 734 gram is de Mavic net zo zwaar als een gemiddelde telelens en je merkt dus amper dat je hem bij je hebt. En hoe klein hij ook is, hij vliegt superstabiel.

In de video hierboven zie je een korte compilatie van verschillende beelden die ik die week heb gemaakt. Ik heb uiteraard meer materiaal, maar heb me beperkt tot een bepaalde variatie van bewegende beelden (hoewel stilstaand soms ook best mooi kan zijn). Mijn vlieg- en filmervaring is (vooral in combinatie) nog beperkt, dus valt er op de vloeiende bewegingen nog wel wat aan te merken. Ook heb ik me steeds aan de geldende wet- en regelgeving gehouden, dus heb ik het niet aangedurfd de drone 5km ver weg te sturen (wat hij volgens de specs haalt). Los van filmen heb ik uiteraard ook behoorlijk veel gefotografeerd (zie ook Instagram).

Voor mij is bevestigd dat een drone als deze een interessante aanvulling is voor het traditionele fotografen en filmen. Sterker nog, in mijn ogen is dit een nieuwe dimensie. Immers, je kunt ineens tientallen meters boven je hoofd fotograferen en legt daardoor perspectieven vast die je anders nooit kunt zien.

Van Canon 5D Mark III dslr naar Sony A7R Mark II systeemcamera

Ik heb het niet aan de grote klok gehangen, maar aangezien ik nog steeds reacties krijg op mijn blog van december 2014 (waar ik mijn aanstaande overstap min of meer aankondig), was een vervolg wel op z’n plaats. Sinds begin augustus 2015 ben ik overgestapt van een Canon 5D Mark III naar een Sony A7R II. Van dslr naar systeemcamera dus. Van optische zoeker, naar elektronisch. Van Canon lenzen naar Sony (hoewel… lees vooral verder). Mijn motivatie om over te stappen heb ik in mijn eerdere blog uitvoerig toegelicht, maar voordat ik mijn ervaring uit de doeken doe, nog even een korte terugblik.

Ik ben ruim 20 jaar Canon fotograaf geweest, ooit nog begonnen in de analoge tijd met een EOS 50E. Ik heb altijd met veel plezier Canon apparatuur gebruikt. Wat camera’s betreft ben ik digitaal begonnen met de D30, toen de 1D, toen de 20D, toen de 1D Mark III, toen de 5D Mark II en uiteindelijk sinds 2012 de EOS 5D Mark III. Die camera’s bevatten allemaal een stukje geschiedenis. De D30 was de eerste ‘consumenten’ spiegelreflex met een digitale sensor in plaats van een analoog rolletje film. Ik kocht hem in 2002 tweedehands voor 1000 euro!). Hoewel diens 3 megapixel-foto’s vandaag de dag weinig meer voorstelt, was de camera toch legendarisch. Voor het eerst was digitaal ‘betaalbaar’, althans ‘binnen bereik’. De resultaten konden direct bewerkt worden in Photoshop, zonder ze eerst in te hoeven scannen. Ik was hobbyfotograaf en ondanks mijn analoge ervaring een redelijke beginner. Dankzij de D30 ben ik toen enorm gegroeid. De overige camera’s hadden ook allemaal hun charme. De 20D maakte een enorme sprong wat betreft lichtgevoeligheid. Ik herinner me nog de woorden van Canon tijdens de persconferentie ‘iso 400 op de 20D staat gelijk aan iso 1600 op de 10D’. En het klopte! Met de 20D kon ik voor het eerst – met gestabiliseerde lenzen – uit de hand fotograferen in de schemering. Een openbaring! De 5D Mark II was een revolutie wat betreft video: 1080p hd met de professionele kwaliteit van een fullframe sensor (in 2008 he!). De 5D Mark III was een logisch vervolg met vele kleine verbeteringen. Maar toch was dat voor mij het begin van de stagnatie.

EXA-8655

Wat ik miste bij Canon

De 5D Mark II was echt een revolutie op videogebied. Waarschijnlijk ook tot Canon’s eigen verbazing. Ineens konden grote en kleine filmmakers betaalbare apparatuur en verwisselbare lenzen gebruiken voor een professionele productie die niet onderdeed voor de professionele, peperdure filmcamera’s. Maar sindsdien zijn er slechts kleine stapjes gezet en is Canon zich vooral gaan richten op het professionele videosegment met dslr-achtige camera’s. Waar vrijwel alle camerafabrikanten ondertussen een camera met 4k video in het assortiment hebben, stelt Canon officieel dat consumenten en prosumers nog geen behoefte hebben aan 4k. Je moet nu minimaal 8000 euro neerleggen voor een 4k camera van Canon!

Maar niet alleen op videogebied gaat het mis. De ontwikkelingen rondom systeemcamera’s worden bijna compleet genegeerd. Canon reageert uiterst traag op de innovaties van concurrenten en komt pas jaren later (of helemaal niet) met vergelijkbare features. De introductie van de EOS M systeemcamera was achteraf gezien het moment dat ik voor het eerst ging twijfelen of ik nog wel bij het juiste merk zat. Deze camera was tijdens zijn introductie al zo achterhaald dat hij wel gigantisch moest floppen. Dat deed hij ook, ware het niet dat Canon later de prijs (officieel 850 euro) significant heeft verlaagd, waardoor het toch nog een beetje ging lopen (en ook de extreem slome autofocus werd een beetje beter na een firmware-update).

Bij de concurrentie waren kantelbare schermen inmiddels standaard (en erg handig), de kitlenzen compacter en veelzijdiger (denk aan Powerzooms) en de elektronische zoekers steeds beter en een bijzonder handig hulpmiddel. Hoewel een optische zoeker in sommige gevallen, zoals sport en wildlife fotografie, nog steeds beter en handiger zijn, kent de elektronische zoeker enorme voordelen. What You See Is What You Get (WYSIWYG) bijvoorbeeld; je ziet nog voordat je de foto maakt exact hoe hij er uit komt te zien; te licht of te donker, te veel of te weinig scherptediepte, de juiste witbalans, stofjes op de sensor, enz. En wat te denken van een live histogram, een vergroting in de zoeker als je handmatig scherpstelt en iets als focus peaking? Met dat laatste kun je bijzonder makkelijk met de hand scherpstellen; de camera geeft visueel aan wat er scherp is – ook in het pikkedonker. Iedere handmatige lens is ineens een feest om mee te werken. En natuurlijk video! Een optische zoeker kun je niet gebruiken tijdens het filmen, zodat je op het kleine lcd-scherm moet gaan turen (al dan niet met hulpmiddelen). Maar bij een spiegelloze camera kun je de zoeker gewoon blijven gebruiken, inclusief snelle autofocus!

Maar ook de sensoren van Canon gingen me wat teleurstellen. De stap van de 5D Mark II naar de 5D Mark III was best goed, maar toch waren de RAW’s niet uitzonderlijk veel beter. Ondertussen gooide Nikon hoge ogen met de D800/D810 (met Sony sensor) die niet alleen een veel hogere resolutie bood dan de Canon camera’s, maar ook nog eens een beduidend beter dynamisch bereik. Het stelt je tijdens beeldbewerking in staat om meer uit de schaduwen en hooglichten te persen. Inmiddels heeft Canon de 5Ds (R) aangekondigd met 50 megapixels, maar aan de testresultaten kun je zien dat die camera heel goed is in één ding: resolutie. De rest is er niet of nauwelijks op vooruitgegaan.

Fullframe systeemcamera

Eind 2014 werd het me duidelijk dat Canon niet op korte termijn met interessante nieuwe camera’s zou komen. Geen (optionele) evf, geen kantelbaar scherm op een fullframe camera, geen betere sensor, geen 4k videofunctie, enz. De EOS M3 heeft weliswaar in 2015 eindelijk een aardig serieuze systeemcamera opgeleverd (die overigens nog steeds achterloopt op de concurrentie), maar met slechts effectief vier beschikbare lenzen kom je niet erg ver. Een systeemcamera met fullframe-sensor lijkt nog ver weg. Canon zal een compleet nieuwe lens line-up moeten ontwikkelen en dat vergt een enorme investering (en veel tijd). Bovendien zal dit zeker tot kannibalisatie bij de bestaande line-up leiden en dat was steeds de reden waarom Canon geen serieus werk van systeemcamera’s heeft gemaakt. De verkopen staan echter onder druk, dus vroeg of laat moet er iets gebeuren. Ook aan recente marktcijfers is nu te zien dat de dslr-markt onder druk staat en de high-end systeemcamera’s nu echt serieuze concurrentie vormen.

Omdat ik zeer gehecht was aan fullframe, was er eigenlijk slechts één serieuze optie voor de overstap: Sony. Ik heb ook Fujifilm overwogen, mede vanwege de goede bodies en uitstekende sensor, maar terug naar aps-c had om meerdere redenen niet mijn voorkeur. Sony timmert sinds 2013 serieus aan de weg met haar fullframe A7 systeemcamera’s die voor drie doelgroepen gemaakt zijn: prosumers (A7 en A7 II), filmers (A7S en A7S II) en allround fotografen die meer resolutie vereisten (A7R en A7R II). Ik heb serieus gedacht aan de A7 II, maar de stap ten opzichte van de 5D Mark II zou dan niet groot genoeg zijn. Ik wist dat er na de A7 II een opvolger van de A7R zat aan te komen, dus dat was de meest voor de hand liggende optie. De A7R zelf had ik eerder getest en dat was weliswaar een mooie camera, maar toch met wat tekortkomingen. Zo had deze camera een enorm luide sluiter, terwijl ik net zo verknocht geraakt was aan de stille stand van de 5D Mark III. En de A7 II was uitgerust met een gestabiliseerde sensor (IBIS), waarmee iedere lens die je op de camera schroeft gestabiliseerd wordt. Dus ook veertig jaar oude primes!

EXA-8653

Sony A7R Mark II

Toen in juni de Sony A7R Mark II aangekondigd werd, wist ik meteen dat dit de camera was waar ik op zat te wachten. Mijn verwachtingen werden zelfs overtroffen. Niet alleen waren alle voor de hand liggende updates toegevoegd (betere body, IBIS, grotere zoeker), er waren ook grote vernieuwingen: de 42 megapixel-sensor was een compleet nieuw ontwerp, het autofocussysteem was helemaal op de schop gegooid (399 af-punten in bijna het hele zoekerbeeld!), een volledig stille stand was present en kon hij serieus goed filmen… in 4k! Door dat de PDAF autofocus extreem verbeterd was, was de camera zelfs zo snel geworden dat hij met behulp van een Metabones-adapter overweg kon met Canon lenzen – met autofocus! Daarover later meer. Iets dat overigens wel slikken was, was het prijskaartje. De A7-serie stond juist bekend om de relatief scherpe prijzen voor je krijgt. Zo was de A7R beduidend goedkoper dan de Nikon D800/D810 en kon de A7 II prima concurreren met de goedkoopste fullframe dslr’s van Canon (6D) en Nikon (D610) en was hij op veel fronten zelfs beter. De allereerste A7 is trouwens nog steeds te koop en is met afstand de goedkoopste fullframe-camera van dit moment (<€ 999). Het prijskaartje van de A7R II was dus fors hoger dat de A7R, maar door de vele verbeteringen was dat het zeker waard. De prijs was overigens alsnog gelijk als wat ik destijds voor de Canon 5D Mark III betaald had.

Wat bevalt er?

Ik heb de camera nu enkele maanden in bezit en er ondertussen ook van alles mee gefotografeerd. Van een bruiloft tot en met concerten, astrofotografie, voetbalwedstrijden, architectuur en landschappen. Een korte vakantie heeft eveneens veel praktijkervaring opgeleverd, al moet een grote reis nog komen. In de basis voldoet de camera helemaal aan de verwachtingen, al zijn er natuurlijk ook minpunten (zie verderop). Met die minpunten was ik overigens al redelijk bekend, aangezien ik in het recente verleden meerdere A7-camera’s heb getest. De grootste vooruitgang is te merken aan de beeldkwaliteit. De 42-megapixel-bestanden zijn werkelijk op alle vlakken beter dan die van de 5D Mark III. Niet alleen is de scherpte en de ruimte om te kunnen croppen enorm toegenomen, ook het dynamisch bereik van de sensor en de prestaties op hoge iso’s zijn bijzonder indrukwekkend. Dat alleen was eigenlijk al voldoende reden om over te stappen. De bediening van de camera is even wennen. De ergonomie van Canon is absoluut beter, ook omdat de camera wat groter is en meer ruimte heeft voor grote knoppen. Maar de A7R II laat zich na gewenning prima bedienen. Vooral ook omdat alle knoppen programmeerbaar zijn; je kunt werkelijk alles naar eigen wens indelen en daarvan meerdere profielen bewaren. Dat heb ik dan ook gedaan en nu kan ik de meeste functies blind vinden. Ik heb een batterygrip gekocht voor momenten waarop meer volume handig is. Bijvoorbeeld wanneer er een grote lens op de camera zit of ik veel in de portretstand ga fotograferen. Ook de accuduur komt dat ten goede. De camera kan dus compact zijn om mee te nemen, maar ook groot als dat prettiger is.

sony-a7rii-canon-nikon

De Sony A7R II, de Canon 5Ds R en de Nikon D810 – alledrie met een 16-35mm f/4 objectief

Het klassieke systeemcamera-voordeel gaat trouwens ook op. De omvang van de camera is beduidend kleiner dan die van een dslr – ook inclusief lens (zie de eerdere foto). Ik hou er regelmatig een dslr-set naast, of zelfs een andere systeemcamera of bridgecamera en dan is de set echt behoorlijk compact te noemen. Het gaat hier natuurlijk wel om een fullframe-camera, dus de best mogelijke kwaliteit die er te krijgen is. In vergelijking met aps-c of mft-systeemcamera’s is de set (en dan vooral de lens) meestal wel wat groter en zwaarder. Wat ik tegenwoordig veel vaker doe dan vroeger is mijn camera meenemen in een reguliere rugzak (dus geen fototas). Daar passen ook heel wat andere zaken in, wat vooral handig is als je een dagje in een hotel moet verblijven. De A7R II met lens past er probleemloos in en een extra lensje is ook prima mee te nemen. Bij de 5D III ging dat beduidend minder makkelijk, want de tas zat dan direct vol en plaats voor extra lenzen was er nauwelijks. Ook het lagere gewicht is duidelijk merkbaar.

EXA-8675

De A7R II met Canon 15mm f/2.8 fisheye en Metabones-adapter

De autofocus van de camera is echt enorm vooruitgegaan ten opzichte van de andere A7 camera’s. Tracking is zo indrukwekkend dat hij ook prima voor sport gebruikt kan worden. Er zijn alleen heel veel opties voor veel verschillende situaties waardoor je soms even moet schakelen. Een unieke feature is trouwens ‘oog autofocus’. De camera detecteert dan de ogen en stelt daarop scherp – iets dat dslr’s niet kunnen vanwege de spiegel. Het is bijzonder handig bij portretfotografie, zeker als je met beperkte scherptediepte werkt.

Zoals benoemd had de sterk verbeterde PDAF nog een ander voordeel. De A7R II kan ook goed overweg met veel Canon lenzen. De Metabones adapter, waarmee je Canon lenzen met autofocus kunt gebruiken, bestaat al een paar jaar, maar was tot nu toe uiterst sloom door het gebruik van contrastdetectie. Een seconde of twee wachten voor de juiste focus was geen uitzondering. Dat maakt de camera wel geschikt voor statische situaties, zoals landschappen, maar verder eigenlijk niet. Dat is nu echt anders. Dankzij 399 fasedetectie af-punten functioneren veel Canon vrijwel hetzelfde als op een Canon body (alleen in low-light worden ze wat trager). Overigens werken niet alle Canon lenzen, maar bij iedere Metabones firmware-update worden dat er meer. De meeste moderne L lenzen werken prima en ook veel moderne third party lenzen (zoals Sigma’s Art-lijn) functioneren goed.

Ik had van te voren al veel Canon lenzen verkocht en daar heb ik achteraf wel wat spijt van. De 24-105mm f4 L is een mooie walkaround, ook al is hij optisch niet foutloos. En ik heb echt spijt dat ik mijn 135mm f/2 L verkocht heb (overigens nog in de tijd dat de autofocus nog niet werkte; na een Metabones firmware-update werkt het nu wel). Ik heb momenteel nog een Canon 40mm f/2.8 pancake, 100mm f/2.8 1:1 macro en een 15mm f/2.8 fisheye en die functioneren allemaal prima op de Sony.

De ingebouwde stabilisatie in de body maakt de camera enorm veelzijdig. Veel Sony lenzen hebben hun eigen stabilisatie, maar die werken ook prima samen met de sensor shift-stabilisatie (IBIS) van de body, zodat het beeld over vijf assen gestabiliseerd wordt. Het beste van beide werelden dus. Tegelijkertijd zijn alle primes ook gestabiliseerd, waardoor je uitzonderlijk lage sluitertijden uit de hand kunt halen. En het werkt dus ook met oude handmatige lenzen, waar ik er eveneens een paar van heb.

De nieuwe ‘stille stand’ van de EOS 5D Mark III was destijds een van de redenen om mijn 5D Mark II te dumpen. Ik had mij geërgerd aan de luide spiegel van de 5D Mark II (vooral in situaties waarbij het eigenlijk stil moet zijn, zoals in een kerk, bruiloft, begrafenis of akoestisch concert). Helemaal stil was de 5D III niet, maar je had er zeker geen last meer van. De A7R II heeft ook een stille stand. Deze werkt elektronisch, dus je hoort dat echt helemaal niets – 100% stil. Je kunt daardoor heel onopvallend fotograferen – heel handig voor straatfotografie. Ik heb een knop geprogrammeerd waarmee ik snel kan overschakelen van de normale naar de stille stand. De normale stand heeft nog steeds nut, want voor bepaalde zaken (zoals flitsen en burst) is een sluiter vooralsnog nog steeds noodzakelijk.

En verder? Het kantelbare scherm is erg fijn en stelt je als fotograaf in staat om vanuit lastige hoeken te fotograferen, terwijl je goed zicht op de compositie houdt. Die had ik graag op een 5D-achtige body gezien… De evf vind ik ondertussen een verademing om mee te werken. In veel gevallen merk ik niet eens meer dat ik naar een schermpje kijk. Met een 0,78x vergroting is het zoekerbeeld nog groter dan dat van een Canon 1D X en dat kijkt echt heel fijn. En ik zou niet meer zonder WYSIWYG willen fotograferen en filmen. Ik moet daar wel bij zeggen dat dit persoonlijk is. Ik ben een allround-fotograaf en ben er beroepsmatig niet van afhankelijk. Ik doe weinig sport en wildlife (en hoef dus niet uren door de zoeker te turen in afwachting van dat ene hert). Ik kan me voorstellen dat sommige fotografen liever een ovf hebben. Aan de andere kant ben ik er van overtuigd dat over tien jaar meer dan 90% van de camera’s een evf heeft. De spiegel heeft echt z’n langste tijd gehad – de voordelen wegen niet meer op tegen de nadelen, zeker niet als evf’s nog beter worden. Eén simpel voorbeeld dat dit illustreert: bij een dslr zitten alle autofocuspunten in het midden en zijn ze niet over het hele beeld verspreid (zoals bij de A7R II en de Samsung NX1). Een andere bottleneck is we aan de grens zitten van de snelheid van het opklappen van de spiegel (de Canon 1D X en de Nikon D5 halen weliswaar 14 fps, maar dat is met mirror lock en eenmalige autofocus). En een ander voorbeeld is natuurlijk video, al filmt lang niet iedereen met z’n dslr.

 

EXA-03313 EXA-00912 EXA-00108 EXA-

Wat bevalt er minder?

Nadelen zijn er uiteraard ook. Zoals de ergonomie van de body, al is dat met een externe grip redelijk goed te compenseren. Ik mis het ondertussen niet meer, op het handige joystickje van Canon na. Een van de grootste minpunten is de beperkte accuduur van alle A7 camera’s. Dat komt doordat ze de kleine accu’s van de NEX-camera’s gebruiken (de aps-c lijn van Sony, die tegenwoordig ook onder de Alpha vlag valt). Met de 5D Mark III kon je bijna 1000 foto’s achter elkaar maken (en op de 1D zelfs 2200). Bij Sony blijf je steken op circa 300 tot 400 shots. Met een batterijgrip verdubbelt dat en valt het verschil alweer mee. Bovendien zijn de accu’s dankzij hun omvang ook makkelijk mee te nemen (en wat Sony beter doet: de contacten zijn afgeschermd).

Het menu is een ander heikel punt. Wie de indeling bij Sony bedacht heeft, weet ik niet, maar hij of zij fotografeert zelf waarschijnlijk niet fanatiek. Een camera als de A7R II heeft bijzonder veel opties en die zijn dan ook over verschillende menu’s verspreid. Welk menu je moet hebben is totaal niet intuïtief. De autofocus-opties staan bijvoorbeeld niet bij elkaar, maar zijn verspreid over verschillende menu’s, waardoor je nooit weet welk menu je nu moet hebben en voor een bepaalde optie al snel een tijd aan het zoeken bent. Wat is ook mis is een Canon-menu als ‘My menu’, waarin je zelf de meest gebruikte opties kunt samenbrengen. De uitgebreide customisatie-mogelijkheden van de A7R II maakt het uit de kluiten gewassen menu wel een beetje goed. Ik heb de belangrijkste opties nu onder de vele knoppen ondergebracht en ook het functiemenu is zelf in te delen. Maar laatst gebeurde er iets grappigs: tijdens de introductie van de A7S II (in de basis dezelfde camera) was ik even compleet de weg kwijt, omdat die camera niet mijn vertrouwde indeling had.

Verder is het erg jammer dat de camera geen aanraakgevoelig scherm heeft. Consumentencamera’s hebben dit wel. Dat is erg handig om een focuspunt te kiezen, zonder dat je diverse malen op knopjes moet drukken. Je tikt gewoon op het onderwerp en klaar. Vooral tijdens het filmen is dit een enorme uitkomst – je kunt dan vloeiend de focus laten overgaan van het ene naar het andere onderwerp. En het programmawieltje heeft nu ineens een lock-knop, waardoor je die moet indrukken als je van modus wilt wisselen. Volstrekt onnodig wat mij betreft, want het wieltje steekt niet uit en zit in het midden van de camera. Nu gaat het wisselen extra moeizaam.

Verder kun je de compatibiliteit met Canon lenzen natuurlijk niet Sony verwijten, maar toch is het iets waar Canon fotografen rekening mee moeten houden. Sommige lenzen werken uitstekend, andere lenzen werken niet of matig. Bij slecht licht wordt het ook een beetje tricky, al is het zeker werkbaar. De Metabones-adapter heeft bovendien soms kuren, wat overigens niet vreemd is omdat het Canon signaal naar Sony communicatie moet worden vertaald. Dat uit zich soms in het plots verdwijnen van de autofocus (even aan- en uitzetten is dan voldoende). Als je van plan bent om alleen met Canon lenzen te fotograferen zou ik dat niet aanraden. Dan ben je te afhankelijk van de grillen van de Metabones. Bovendien is er nog een andere reden: de Sony FE lenzen zijn over het algemeen compacter en ondersteunen ook meer autofocus-functies.

Dan komen we op het laatste nadeel: de lenzen. Met 12 stuks op dit moment, evenals een groeiend third party aanbod van Zeiss en Voigtlander, is er best wel wat keus, maar er moet echt nog meer bij. Meer primes, maar ook meer zooms. Zo zijn f/2.8 zooms op het moment van schrijven nog niet beschikbaar. Overigens kunnen er elk moment acht nieuwe Sony FE lenzen worden aangekondigd en dan kan alles er heel ander uitzien. Feitelijk wordt de line-up met 20 officiële lenzen (en dan nog de third party’s) dan al vrij compleet. Zeker omdat je dus ook een reeks Canon en Sigma lenzen kunt gebruiken, evenals Sony A-mount lenzen (Sony/Sigma/Tamron). Een laatste minpunt op dit vlak is dat de Sony FE lenzen behoorlijk aan de prijs zijn. De meeste lenzen, zoals de 55mm f/1.8 zijn optisch dan weliswaar juweeltjes, je betaalt er veel meer voor dan bij Canon en Nikon. Het hopen is dus op meer third party-aanbod, want concurrentie is goed.

Andromeda-v6_ILCE-7RM2_Andromeda DSC03691_ISO 800

Een foto van het Andromeda sterrenstelsel, gemaakt met de A7R II met Samyang 85mm f/1.4 op f/2 (crop)

Toekomst

De overstap is nu dus achter de rug en in de basis ben ik meer dan tevreden. Ik heb echter nog niet zo’n veelzijdig aantal lenzen als in mijn Canon tijd. Een Canon 100-400mm equivalent is er niet, al is de Sony 70-400mm A-mount wel een theoretische optie. Mijn langste telelens gaat nu tot 240mm en dat is voor mijn doen toch wat kort. Begin 2016 zal er dus een serieuze telelens komen, zij het van Sony zelf of een met een Sony A- of Canon EF-mount (ik denk hardop over de Tamron 150-600mm). Verder mis ik nog een goede walk-around lens. De Sony FE 24-70mm f/4 stelt optisch wat teleur voor het prijskaartje en f/4 is niet heel bijzonder. Er schijnt een f/2.8 versie aan te komen, maar die zal ongetwijfeld groter, zwaarder én duurder worden.

Persoonlijk ben ik tevreden met mijn overstap. Het werken met een evf heeft mijn sterke voorkeur gekregen, ook omdat ik daarmee veel sneller en beter kan zien of een foto goed scherp is (al kijken mensen wel wat raar als ik foto’s terugkijk in de zoeker). Als ik foto’s met lastige lichtomstandigheden in Lightroom bekijk, ben ik iedere keer weer enthousiast over het dynamisch bereik van de sensor. Je kunt nu veel makkelijker een HDR uit een enkele foto persen. De RAW bestanden zijn met 40 MB aan de grote kant (uncompressed zijn ze zelfs 80 MB) en dat is trouwens wel te merken aan Lightroom. Op mijn 3,4 GHz i7 kost het inladen van foto’s beduidend meer tijd dan de 22 MB RAW’s van de Canon 5D Mark III. Verder is de resolutie een mooie sprong voorwaarts en biedt ontzettend veel ruimte om te croppen. Ik vermoed dat dit voldoende is om de komende vijf jaar door te komen. Tegen die tijd zal 120 megapixels beschikbaar zijn, maar het is de vraag of dit voor een niche is of een grote groep.

Vuurwerk fotograferen? 12 tips!

Het is bijna 2016! Terwijl familieleden nog met de champagneglazen in de hand staan, gaan anderen in de weer met vuurwerk. Voor jou als fotograaf een leuke aanleiding om dat te fotograferen. Of je nu een compactcamera, systeemcamera of spiegelreflex hebt, hou je camera bij de hand en ga lekker fotograferen. Om je op weg te helpen, hebben we een aantal concrete tips voor je om de kans op geslaagde foto’s te vergroten.

Gebruik een statief

Ga niet uit de hand fotograferen, maar gebruik een statief. Als je uit de hand fotografeert is de kans op onscherpte en overbelichting zeer groot. Onderbelichting levert een zeer donkere foto op die niet bruikbaar is. Een goed belichte foto zal vanwege de lange sluitertijd zeer waarschijnlijk onscherp zijn vanwege bewegingsonscherpte. Met de meeste camera’s kun je niet goed uit de hand fotograferen in het donker. Tenzij je een hoge lichtgevoeligheid (ISO) kiest in combinatie met een snelle sluitertijd. Maar dat heeft niet echt de voorkeur, omdat voor het uiteenspattende siervuurwerk een lange sluitertijd het mooist is. En daarvoor heb je echt een statief nodig.

Vuurwerk

Vermijd de automatische stand

Ben je van plan de automatische stand van je camera te gebruiken? Niet doen! De camera zal dan gaan flitsen en dat heeft geen effect, want het vuurwerk geeft zelf al licht. Bovendien zal de camera door de flits kiezen voor een korte slutiertijd, waarbij je alleen het allerfelste vuurwerk zult terugzien en de rest zwart is. Je kunt je camera het beste in de P-, M- of BULB-stand zetten. De laatste twee standen hebben de voorkeur, maar dan moet je camera daar natuurlijk wel over beschikken.

Scheveningen Fireworks Festival

Zet de flitser uit

Gebruik nooit een flits als je vuurwerk wilt fotograferen. Zoals uitgelegd bij tip 2 heeft dat geen enkele zin. Zet de flitser op je camera dus uit. Dit is vooral van belang als je camera geen P-, M- of BULB-stand heeft. Als de flits uit staat, zal de camera automatisch kiezen voor een lange sluitertijd.

Kies een lange sluitertijd

Een mooie vuurwerkscene duurt enkele seconden. Een normale sluitertijd is vaak te kort, mede omdat het lastig is om te bepalen wanneer een vuurwerkexplosie het mooist is. Juist de beweging van siervuurwerk is mooi om terug te zien en dat kun je alleen vastleggen met een lange sluitertijd. Een sluitertijd van een seconde of drie is een mooi uitgangspunt. Langer kan ook; je krijgt dan meerdere vuurwerkexplosies in één foto te zien. Zie ook het basiskennis-artikel over sluitertijd.

Vuurwerk

Perfecte timing met de BULB-stand

Het lastige van vuurwerk is dat je nooit precies weet waar en wanneer een explosie van siervuurwerk zich voordoet (en hoe lang dit duurt). Maar de BULB-stand is de perfectie oplossing. Je start de opname en wacht tot het juiste moment. Wanneer er een mooie vuurpijl te zien was, stop je de opname. Dit kun je het beste doen met een afstandsbediening, zodat je de knop van de camera niet continu hoeft in te drukken. Heeft jouw camera geen BULB-stand, dan is er nog een alternatieve methode: dek de lens af met de lensdop of een stuk zwart papier tussen twee vuurpijlen door. Zo voorkom je overbelichting en registreert de camera alleen de juiste momenten.

Vuurwerk

Speel met de diafragmawaarde

Vuurwerk geeft behoorlijk wat licht af, dus je hoeft niet voor de volle lensopening te kiezen (zoals f/2.8 of 3.5). Sterker nog, kies liever een kleinere lensopening (oftewel grotere diafragmawaarde), zoals f/8 tot f/11 De camera zal dan vooral het felle vuurwerk registreren en minder andere lichtbronnen (zoals straatverlichting). Bovendien zorgt de kleinere lensopening voor meer scherptediepte, zodat zowel vuurwerk dichtbij en veraf scherp op de foto komt. Zie ook het artikel over diafragma.

Gebruik een afstandsbediening

Gebruik indien mogelijk een afstandsbediening. Het indrukken van de ontspanknop van de camera (waarmee de opname gestart wordt) leidt tot een beetje beweging en trillingen en dit kan in de opname te zien zijn (bewegingsonscherpte). Wanneer je een afstandsbediening gebruikt heb je hier geen last meer van. Bovendien kun je de afstandsbediening in de voering van je jas bedienen, zodat je het niet koud krijgt. Er bestaan ook draadloze afstandsbedieningen waarmee je je camera op afstand kunt bedienen. Dan kun je je camera eventueel zelfs vanuit huis bedienen.

Fireworks - Beginning

Kies een lage ISO-waarde

Zoals gesteld bij tip 6 geeft vuurwerk behoorlijk wat licht. Het is daarom een misverstand dat je je camera op een hoge lichtgevoeligheid (zoals ISO 1600) moet instellen omdat het donker is. Zeker als je een lange sluitertijd gebruikt, kan de camera prima uit de voeten met ISO 100 of 200. Gebruik alleen een hogere waarde als je de omgeving ook goed wilt belichten of bijvoorbeeld geen statief gebruikt. Zie ook het artikel over de ISO-stand.

Daily Disney (Explored)

Scherpstellen

Scherpstellen kan een probleem zijn in het donker, vooral bij camera’s die op dit vlak wat trager zijn. Stel in dat geval scherp op een licht punt (nabij het vuurwerk) en zet de camera daarna op handmatige scherpstelling. Bij spiegelreflexcamera’s kun je dit op de lens instellen (MF in plaats van AF). Bij compactcamera’s moet je hiervoor het menu induiken.

Kies een mooi standpunt

Een goed standpunt is essentieel. Direct bij de voordeur fotograferen is waarschijnlijk niet zo mooi, omdat je dan ook grote delen van de straat op de foto krijgt. Het mooiste schouwspel speelt zich af in de lucht, dus kies een locatie waar je goed zicht hebt op de lucht. Wat ook meespeelt is de mate van activiteit en het gebruikte vuurwerk. Waarschijnlijk kun je je dit van vorig jaar nog wel herinneren, maar indien niet, kan dan kort na middernacht waar het mooiste vuurwerk te zien is. Dan kan ook een buurt verderop zijn. Misschien is er in jouw stad of dorp ook wel een speciale locatie waar siervuurwerk wordt afgestoken. Het fotograferen van de lucht ligt voor de hand, maar ook de combinatie met een object (zoals een gebouw) kan mooi zijn. Het type lens dat je het beste kunt gebruiken is mede afhankelijk van het standpunt (dichtbij of ver af).

Macy's 4th of July fireworks 2010, New York City

Ga vroeg op pad

Naarmate de nacht vordert zal er steeds meer rook blijven hangen. Dat komt zowel door sier- maar ook door knalvuurwerk. Die rook is terug te zien in foto’s en zorgt voor een mistige waas. Wacht dus niet te lang met het fotograferen, maar ga er kort na middernacht op uit.

Internationaal Vuurwerkfestival Scheveningen 2008

Wees voorzichtig

Ieder jaar vallen er weer vuurwerkslachtoffers, zowel onder afstekers als omstanders. Ook goedgekeurd siervuurwerk kan omvallen en de verkeerde kans op schieten (en ontploffen). Als je geen vinger(s) of oog wilt missen, wees dan voorzichtig. Kies een veilige locatie, blijf alert en gebruik een vuurwerkbril. Ga zeker niet zelf vuurwerk afsteken én fotograferen tegelijk. En fotograferen, vuurwerk afsteken en alcohol is ook geen goede mix voor geslaagde foto’s.

Daily Disney (Explored)

Wil je meer fraaie vuurwerkfoto’s zien ter inspiratie, bekijk dan dit overzicht met 25 vuurwerkfoto’s. Op de site staat ook een video met praktische tips voor vuurwerkfotografie, altijd leuk om die nog eens te bekijken.  En heb jij nog andere tips die we hier niet genoemd hebben? Of vragen? Of praktijkervaring die je wilt delen? Laat wat van je horen in het reactieveld!

5 tips om een hoge ISO-waarde te vermijden

De basiskennis over wat de ISO-waarde is en wat het betekent voor je foto, heb je al eerder op Technyx kunnen lezen. In sommige situaties ontkom je er niet aan om de ISO-waarde omhoog te zetten en hoe beter je camera is, hoe minder je daarvan zult merken. Toch zullen veel fotografen een hoge ISO-waarde zo veel mogelijk willen vermijden. Wat zijn hier goede manieren voor? 5 eenvoudige tips om de ISO altijd zo laag mogelijk te houden.

1: Gebruik een statief

Als het te donker is om uit de hand te fotografen en je krijgt ongewild geen scherpe foto bij het fotograferen van een stilstaand object, gebruik dan gerust een statief. De sluiter kan met een statief gerust wat langer open blijven staan om meer licht te vangen. Geen statief bij de hand? Kijk om je heen en gebruik een bank, een tafel, een kast…

2: Indirect flitsen

Flitsen geeft niet altijd het gewenste resultaat op een foto, maar met een opzetflitser is het mogelijk om je onderwerp indirect te flitsen. Richt je flitser bijvoorbeeld omhoog op het plafond. Het licht wordt zo verspreid en daardoor zachter dan een rechtstreekse flits.

3: Zet je diafragma zo laag mogelijk

Je diafragma is de opening waar licht doorheen valt, op je sensor. Hoe groter de opening, hoe meer licht er vanzelfsprekend doorheen kan vallen. Zet je diafragma dus op een laag getal en houd daarmee ook je ISO laag.

4: Ruisreductie

Gaat het echt niet lukken om de ISO op de gewenste lage instelling te houden, dan is er ook na het schieten van de foto nog veel mogelijk. In Adobe Lightroom of Photoshop is het mogelijk om ruisreductie op je foto toe te passen. Dit zorgt ervoor dat de ruis wordt verminderd. Overdrijf niet, want dan zullen details verloren gaan.

5: Onderbelichten

Ook in de nabewerking is nog veel mogelijk. Kom je nét een klein beetje licht tekort, probeer dan gewoon 1 stop onder te belichten. Als je in RAW fotografeert, is het mogelijk om in de nabewerking deze ene stop te corrigeren. Dit geeft wellicht een gunstiger resultaat dan wanneer je wel juist belicht, maar toch de ISO omhoog moet gooien.

Bijzondere foto van Nederlandse Albert Dros gaat de wereld over

Bijzondere foto van Albert Dros gaat de wereld over

Een foto van de Nederlandse fotograaf Albert Dros haalt internationale media en is inmiddels wereldberoemd. De foto is gemaakt op de Veluwe en bevat een beeld van de Melkweg, een meteorenzwerm en ruimtestation ISS. Met recht een bijzondere foto!

Bijzonder

De foto werd door Dros zelf op internet gezet en gaat nu via social media de hele wereld over. Voor een foto met deze componenten zou je in principe naar Australië of Nieuw-Zeeland moeten gaan, maar het is Dros gelukt om deze foto te schieten vanuit zijn spreekwoordelijke achtertuin.

“Bij aankomst was het al duidelijk dat we een bijzondere lucht te zien zouden krijgen”, zei hij tegen Radio Gelderland. “De lucht was extreem helder en ik kon zelfs de Melkweg zien met het blote oog. Ik zag meteen dat ik een bijzondere foto had gemaakt.”

Bijzondere foto van Albert Dros gaat de wereld over

foto: Albert Dros

Dat de foto in Nederland gemaakt kon worden is speciaal, omdat we hier veel last hebben van ‘lichtvervuiling’. Er zijn maar weinig plekken in het hele land waar het ‘s nachts écht donker is. Het gele licht op de foto is volgens de fotograaf afkomstig van de steden in de omgeving.

Sluitertijd en compositie

De foto is gemaakt met een sluitertijd van 20 seconden, om de Melkweg zo goed mogelijk vast te leggen. “Ineens kwam er iets overvliegen. Ik vroeg me meteen af wat het voor verschijnsel was. Het ging te snel voor een ster of vliegtuig. Toen ik thuiskwam, zocht ik het meteen uit. Het bleek ISS te zijn. Dat is net het extraatje dat het hele moment compleet maakte.”

De compositie is heel bewust gekozen. “De hele Melkweg met die sterrenhemel er omheen geeft een beetje weer hoe klein wij eigenlijk zijn.” De verlichte streep laat zien hoe snel ISS zich voortbeweegt: het ruimtestation gaat zo’n 28.000 kilometer per uur. “Grappig om te zien, hoe hard hij in 20 seconden door de hemel gaat. Het was puur toeval. Als ik had geweten dat hij langskwam, had ik mijn camera anders ingesteld. Dan had ik een langere sluitertijd gebruikt.”

Het bewerken van ruis in je foto met Adobe Lightroom

Al eerder schreef ik een artikel over hoe je ervoor kunt zorgen dat je de ISO-waarde zo laag mogelijk kunt houden bij het maken van een foto. Is het je niet gelukt om de ISO-waarde naar beneden te krijgen en zit je nu met ongewilde ruis in je foto? Geen zorgen, met een fotobewerkingsprogramma als Adobe Lightroom of Photoshop kun je de foto voor een groot deel naar tevredenheid aanpassen!

ISO001

Zoals je ziet zit in bovenstaande foto, gemaakt op een donkere locatie met veel verschillend (kunst)licht, veel ruis. Mijn camera was ingesteld op 1/80, f2.8 en ISO3200 en dit leverde bovenstaand resultaat op.

ISO002

Ik voegde wat helderheid en contrast toe, maar was absoluut niet tevreden met de ruis. Hoe is dit te verbeteren?

De instellingen voor ruisreductie vind je in Lightroom in de Ontwikkel-module aan de rechterkant, onder het kopje ‘Details’. Je vindt hier de instellingen voor luminantie (helderheidsruis) en kleurtintruis. De eerste geeft een korrelig effect aan je foto, wat doet denken aan foto’s van vroeger. Kleurtintruis geeft, met name in schaduwpartijen, extra kleurpixels die er eigenlijk niet horen.

In het menu vind je onder ‘luminantie’ de opties ‘details’ en ‘contrast’, en onder kleurtint ‘details’ en ‘vloeiendheid’. Begin met de luminantie en probeer deze te optimaliseren, zonder dat je foto er nep uit komt te zien. Met ‘details’ verscherp je de details weer. Zoom in op de foto en bekijk alle details goed. Het optimaliseren van ruis is lastig: te veel ruisreductie kan je foto’s onrealistisch (te glad) maken en verscherping verscherpt ook de ruis. Zoek hier dus een evenwicht in.

De opties stonden bij deze foto standaard ingesteld op luminantie 0, details 50, contrast 0, kleurtint 25, details 50 en vloeiendheid 50.

ISO003

Ik speelde wat met de schuifjes en kreeg bovenstaand resultaat. Ik paste luminantie aan naar 100, contrast naar 81 en vloeiendheid naar 93. Deze bewerking werkt absoluut niet bij alle foto’s. Wanneer je mensen hebt gefotografeerd, moet je voorzichtig zijn met de luminantie. Je modellen kunnen er uit gaan zien als een barbiepop met een gladgestreken gezicht en dat wil je niet. Voor deze foto vond ik de ‘gladde’ look mooi ogen, omdat de flessen natuurlijk ook van glas zijn gemaakt. Speel met de schuifjes en bekijk of het resultaat nog steeds natuurlijk oogt.

Wat zijn de drie beste systeemcamera’s van dit moment?

Als je iemand om advies vraagt wat de beste camera is, is de kans groot dat de tipgever het merk noemt dat hij of zij zelf ook gebruikt. Op zich niet verwonderlijk, aangezien dit waarschijnlijk ook een weloverwogen keuze was, maar niet objectief. De wereld verandert snel en dat geldt al helemaal vandaag de dag. Waren het tot voor kort vooral DSLR’s die werden aangeraden, tegenwoordig zijn het steeds vaker systeemcamera’s. En dat is ook niet zo gek, want ze doen wat betreft beeldkwaliteit en soms zelfs autofocus niet of nauwelijks meer onder voor een spiegelreflex.

De site Mirrorlesslessons heeft een originele invalshoek gevonden om de vraag in de titel te beantwoorden. Men vroeg 30 experts – vooral reviewers en bloggers – naar hun mening. We kunnen ons wel vinden in de antwoorden. Dit is de top 5:

  • Fujifilm X-T1 (22%)
  • Sony A7 II (14%)
  • Olympus OM-D E-M5 II (12%)
  • Sony a6000 (7%)
  • Olympus OM-D E-M1 (7%)

Als we naar merken kijken, werd Sony met 33% het meest genoemd. Het toch beduidend kleinere merk Fujifilm scoort relatief hoog met 30%, wat zeker verdiend is wat ons betreft (aangezien Fuji serieus werkt maakt van hun camera’s en lenzen en nog maar sinds 2012 actief is). Daarna volgen Olympus (20%), Panasonic (10%) en Samsung (3%).

Waar zijn Canon en Nikon? Tja, die zijn tot dusver (nog) niet serieus actief op het gebied van systeemcamera’s en dat is dan ook terug te zien in de aanbevelingen. Zie ook de blog ‘Overstappen van een DSLR naar een systeemcamera‘ van afgelopen december.

best-mirrorless-camera

beeld en cijfers: MirrorlessLessons

De voordelen van een 50mm lens

De voordelen van een 50mm lens

Door menigeen wordt ‘ie geroemd en liefkozend ‘plastic fantastic’ genoemd: de 50mm f/1.8 lens – en dat is niet voor niets. Deze lichtsterke lens is erg goedkoop en biedt veel creatieve mogelijkheden, die voor beginnende fotografen niet altijd even duidelijk zijn. Daarom zet ik de voordelen op een rij.

De voordelen van een 50mm lens

Makkelijk verkrijgbaar

De 50mm f/1.8 is een lens die ook voor beginnende en hobbyfotografen geschikt is. De lens is gemakkelijk niet duur: voor zo’n € 100,- heb je er al een. De brandpuntsafstand is gemakkelijk te produceren en daarom hebben vrijwel alle merken een 50mm lens in hun assortiment.

Mooie scherptediepte

Met het diafragma wijd open creëer je met de 50mm f/1.8 een prachtige scherptediepte in je foto’s. Dat maakt dat deze lens perfect is voor detailfoto’s.

De voordelen van een 50mm lens

Onopvallend

De lens is niet groot en heeft weinig toeters en bellen nodig, waardoor je onopvallend te werk kan gaan (wat handig is wanneer je fotografeert in een menigte of besloten gezelschap).

Lichtsterk

De 50mm f/1.8 laat tot wel 3 stops meer licht door dan een doorsnee kitlens (vaak f/5.6). Dit verschil is groot en zorgt ervoor dat je gemakkelijk uit de hand en met een kortere sluitertijd kunt blijven fotograferen, ook als het ergens donker is. Een flits is minder snel nodig, waardoor de sfeer in je foto’s blijft.

Veelzijdigheid

Ondanks de vaste brandpuntsafstand is de 50mm lens ontzettend veelzijdig – portretten én landschappen zijn op een mooie manier te schieten.

De voordelen van een 50mm lens

Zoomen met de voeten

Veel fotografen beginnen vaak met een objectief, ofwel een lens met meerdere brandpuntsafstanden (bijvoorbeeld de 50-200mm). Een lens met een vast brandpuntsafstand dwingt je om te ‘zoomen met je voeten’, dus om creatief te zijn met je eigen standpunt. Soms moet je lopen om het kader te krijgen dat jij voor ogen hebt. Dit kan gezien worden als een beperking, maar dit maakt je ook creatief.

Spelen met scherptediepte

Scherptediepte

Scherptediepte staat voor het gedeelte in je foto dat scherp is. Een foto waarop alles van voor tot achter scherp is bevat veel scherptediepte en dat kan al snel saai of rommelig ogen. Beperkte scherptediepte, waarbij een deel scherp is en een deel onscherp, maakt een foto spannender om naar te kijken. Het onscherpe deel wordt ook wel ‘bokeh’ genoemd. Hoe kun je hiermee spelen?

Veel en weinig scherptediepte

Een landschapsfoto heeft meestal een grote scherptediepte, wat betekent dat alles (van voor- tot achtergrond) scherp is. Portretten of detailfoto’s hebben vaak een kleine scherptediepte. Een kleine scherptediepte is de laatste jaren in de fotografie ontzettend populair en komt terug in veel verschillende onderwerpen. Logisch, want je kunt er veel mee!

Op een foto met een kleine scherptediepte wordt de aandacht getrokken naar datgene wat scherp is. Zo kun je spelen met wat de kijker ziet.

Hoe groot de scherptediepte in jouw foto wordt, is van een aantal factoren afhankelijk: de brandpuntsafstand, de afstand tot je onderwerp en de grootte van de opening van je diafragma (en dus ook de lichtsterkte van je lens).

Scherptediepte
Een foto met een kleine scherptediepte: de neus van de hond is scherp, de oren zijn al ietwat onscherp en de achtergrond is vaag. De aandacht wordt automatisch getrokken naar het onderwerp.

Brandpuntsafstand

De brandpuntafstand wordt standaard weergegeven in millimeters. Hoe hoger het aantal millimeters, hoe kleiner de scherptediepte. Een groothoekobjectief van 18mm geeft je dus een grotere scherptediepte (een groter gedeelte dat scherp is) dan een telelens van 200mm. Optisch gezien is er weinig verschil, maar omdat je bij een telelens een kleinere beeldhoek hebt en je inzoomt op je onderwerp, zie je op de foto maar een kleiner gedeelte van het onscherpe gedeelte in je foto.

Afstand tot je onderwerp

De regel hierbij is: hoe dichterbij je scherpstelpunt (je onderwerp) ligt, hoe kleiner de scherptediepte. Dit is goed te zien bij bijvoorbeeld macrofotografie. Hierbij kom je dicht op het onderwerp en is de scherptediepte zeer klein. Soms zelfs zo klein dat je maar een gedeelte van je onderwerp scherp kan krijgen. Maar fotografeer je een weiland, dan zijn de bomen achteraan scherp, inclusief de lucht erachter.

Scherptediepte
Links: een grote scherptediepte. Rechts: een kleine scherptediepte.

Diafragma

De opening van je diafragma is de belangrijkste factor om te bepalen hoe groot de scherptediepte in je foto wordt. Hoe groter de diafragmaopening, hoe kleiner de scherptediepte in je foto wordt. Let hierbij goed op: hoe lager het getal van je diafragma (bijvoorbeeld f/1.8), hoe groter de opening. Een hoger getal betekent dus een kleinere opening en dus een grotere scherptediepte. Dit is dus ook afhankelijk van de lichtsterke van je lens. Met een 50mm f/1.8 kun je dus beter met scherptediepte spelen dan met de 18-55 f/3.5-5.6 kitlens.

Ik hoop dat je iets hebt aan deze tips. In de praktijk doe je (bewust) het meest met het diafragma, deze kun je natuurlijk bij iedere foto weer anders instellen. Ga je spelen met de brandpuntsafstand en de afstand tot je onderwerp, dan moet je lenzen wisselen of composities veranderen. Een kleine scherptediepte in een foto vind ik altijd een mooi effect geven en kan in veel gevallen goed werken. Zeker de moeite waard om eens mee te experimenteren!

Scherptediepte
Een kleine scherptediepte maakt een foto vaak spannender om naar te kijken.

Overstappen van een dSLR naar een systeemcamera

Deze laatste maand van het jaar is het onmogelijke gebeurd. Na 20 jaar Canon-gebruiker te zijn geweest, heb ik m’n spiegelreflex verkocht. Een Canon EOS 5D Mark III met 16-35 f/2.8 L, 24-105 f/4 L IS en Speedlite 580EX II. Oh ja, en 128 GB aan CompactFlash-geheugen, want daar heb ik toch niets meer aan. Mijn volgende camera bestaat op dit waarschijnlijk moment nog niet, maar ik weet één ding zeker: het wordt een systeemcamera. Waarom? Dat zal ik in deze blog uitgebreid uitleggen.

20 jaar Canon

Tja, het is best wat. Na 20 jaar Canon DSLR’s nu cameraloos. Nou ja, niet helemaal, want ik heb nog een ‘oude’ APS-C systeemcamera en op Marktplaats voor een prikkie een Canon 40D gescoord om de overgebleven apparatuur nog even te kunnen gebruiken. Ik heb namelijk nog een Canon 100mm f/2.8 macrolens en de befaamde Canon 135mm f/2.0 L. Die laatste is perfect als je met beperkte scherptediepte wilt werken en in combinatie met de 1,4x en 2x extenders wordt het een 380mm f/5.6 telelens. Deze lenzen heb ik bewust nog niet verkocht, omdat ik ze via adapter kan blijven gebruiken op een toekomstige camera.

Mijn eerste Canon dSLR kocht ik in 1995, in het analoge tijdperk. Het was een destijds best geavanceerde EOS 50E met autofocus via je ogen. Aan het eind van het decennium kwamen de eerste digitale camera’s en ik kon niet wachten tot die betaalbaar werden. Dat moment kwam min of meer in 2000, met de introductie van de EOS D30, hoewel hij op dat moment toch nog buiten bereik was. Eind 2002 kocht ik ’em tweedehands: € 1000 voor 3 megapixels! Daarna volgden nog veel camera’s, zoals onder andere de 20D, de eerste 1D, de 1D Mark III, de 5D Mark II en ten slotte de 5D Mark III.

Enkele jaren terug had ik al afscheid genomen van twee mooie telelenzen, de 100-400mm f4.5-5.6 L IS en de 70-200mm f/2.8 L IS. De reden? Ze waren gewoon te groot en te zwaar. Ik merkte dat ik ze steeds minder vaak meenam. Eerst vloog de 100-400 er uit, later de 70-200. De 135mm f/2.0 L bood met een extender hetzelfde bereik, maar was een stuk compacter.

De reden dat de tele’s er aan moesten geloven, bleek een voorbode te zijn van mijn toekomstige voornemen. Ik ga regelmatig naar het buitenland (meestal voor slechts een paar dagen, soms ook langer) en iedere keer was het weer de vraag; wat neem ik mee? Welke tas, waar kleren, een laptop en camera-apparatuur in past. Maar vooral; welke camera en lenzen. Meer dan tien jaar geleden heb ik ooit eens de fout gemaakt om mijn fantastische camera-apparatuur thuis te laten en een leencompactje mee te nemen naar San Francisco. Die compactcamera was voor zijn tijd niet slecht, maar bij thuiskomst was ik teleurgesteld over de kwaliteit. Het Sail-equivalent van San Francisco was bezig en de kans dat ik dat nog een keer zo zien was praktisch nihil. Zonde! Sindsdien ging mijn dSLR met enkele lenzen altijd mee, ook al betekende dat ik een extra tas van 10 kg ten alle tijden met me meesjouwde. Geen compromissen meer wat betreft beeldkwaliteit!

Schermafbeelding 2014-12-29 om 15.37.26

beeld: camerasize.com

Introductie van de systeemcamera

In de periode 2008, 2009 en 2010 verschenen de eerste systeemcamera’s van respectievelijk Panasonic, Olympus en later ook Sony en Samsung. De eerste exemplaren hadden wel wat onvolkomenheden, maar er was één bijzonder groot pluspunt: de gebruikte sensoren waren even groot als die in de eerdere DSLR’s van deze fabrikanten. Dus de beeldkwaliteit was identiek. Dat was een interessante gedachte: dezelfde beeldkwaliteit, maar dan in een compact jasje. De nieuwe cameramodellen vereisten ook nieuwe lenzen, want door het ontbreken van een spiegel was de afstand tussen sensor en lens een stuk kleiner. Het was bovendien een mooie gelegenheid om meer compacte objectieven te ontwerpen. Dat lukte niet in één keer, maar na enkele jaren kwamen er kitlenzen waarvan de individuele lenselementen in de uit-stand op elkaar gepropt werden, waardoor ze zéér compact werden. De nieuwe systeemcamera’s waren voor Olympus, Panasonic en Samsung de reden om volledig te stoppen met hun spiegelreflexcamera’s.

Innovatie

Het tijdperk van de systeemcamera bleek te leiden tot meer innovatie. Eindelijk gebeurde er weer wat in cameraland, terwijl er bij spiegelreflexcamera’s amper vernieuwing was, op het opvoeren van de specs na. Wat voor innovatie? Scherpstellen via de sensor in plaats van de spiegel bijvoorbeeld. Aanvankelijk op basis van contrastdetectie, maar later ook via geïntegreerde fasedetectie-diodes op de sensor. Contrastdetectie was overigens al flink sneller geworden op de systeemcamera’s, terwijl dezelfde techniek (tijdens live view en video) bij Canon en Nikon nog jarenlang niet vooruit te branden was. Kantelbare schermen werden langzamerhand standaard op vrijwel alle systeemcamera’s, wat meer mogelijkheden biedt voor een creatieve compositie vanuit een lastig standpunt. Bij spiegelreflexcamera’s blijft dit nog steeds beperkt tot enkele modellen. ‘Dat willen we ook helemaal niet’ en ‘het gaat ten koste van een robuuste body’ claimden dSLR-bezitters lange tijd, tot Nikon dit jaar met de D750 het tegendeel bewees en het enthousiasme toenam.  De multifunctionele flitsschoen werd geïntroduceerd en is ondertussen op de meeste systeemcamera’s te vinden. Je kunt daar niet alleen een externe flitser op monteren, maar ook bijvoorbeeld een microfoon of een elektronische zoeker (evf). En er verschenen ook steeds meer modellen met een ingebouwde elektronische zoeker. 

Elektronische zoeker (evf)

Zo’n elektronische zoeker heeft voor- en nadelen. In veel gevallen is een optische zoeker (ovf) nog steeds superieur, maar een evf heeft absoluut grote voordelen. Je ziet vooraf exact hoe je foto gaat worden en kunt dus direct anticiperen op een verkeerde belichting of witbalans. Ook kun je inzoomen op het beeld om te kijken of de scherpstelling goed is. En over scherpstelling gesproken: focus peaking is echt briljant, want daarmee zie je heel precies welk deel van de composite in-focus is. Met name voor video en handmatige lenzen biedt dit grote voordelen, maar het is ook heel handig als je de scherpstelling heel nauwkeurig wilt afstemmen (bijvoorbeeld op de ogen van een persoon). En over video gesproken: bij een dSLR ben je verplicht tijdens het filmen op het lcd-scherm te kijken. Tenzij je een loupe gebruikt is de scherptediepte daarop minder goed te bekijken dan via een evf. Maar nadelen zijn er ook natuurlijk. Het gebruiken van een ovf gaat niet ten koste van de accuduur. En de optische zoekers op de high-end dSLR’s bieden meer oplossend vermogen dan de beste OLED evf’s. Die evf’s zijn best van goede kwaliteit (en niet te vergelijken met de goedkopere varianten), maar er is een nieuwe generatie nodig om de kwaliteit verder omhoog te krijgen (zoals het dynamisch bereik en het detailniveau).

Overwegingen

Waarom overstappen op een systeemcamera? Vooral omdat de dSLR zich mijn inziens op een dood spoor bevindt. De innovaties bij systeemcamera’s hebben bewezen dat de spiegel niet noodzakelijk meer is. De autofocus ontloopt de mainstream dSLR’s niet meer; systeemcamera’s stellen razendsnel scherp en zijn ook prima in tracking. Ze hebben zelfs een extra voordeel. De scherpstelpunten van een dSLR worden bepaald door een speciale autofocus-sensor en ze zitten allemaal redelijk in het centrum van het beeld. Die beperking geldt niet voor een systeemcamera. Onder andere de Samsung NX1 heeft bewezen dat de beeldinformatie van de gehele sensor kan worden gebruikt en snel ook. Systeemcamera’s die 10 tot 15 foto’s per seconde kunnen schieten zijn al lang geen uitzondering meer. Het werken met een evf, tijdens het testen van diverse camera’s, heeft me positief verrast. Ik zie veel duidelijk welk deel van de foto scherp is (mede dankzij focus peaking) en ook filmen is een verademing met een evf. Ook het feit dat je in een elektronische zoeker veel meer informatie kwijt kunt (zoals een histogram en zoomfunctie) en dat de informatie mee kan kantelen, is een voordeel. En verder heeft fotograferen met een kantelbaar scherm me altijd aangesproken, vanwege de flexibiliteit en creativiteit die dit biedt. Het aantal dSLR’s met zo’n scherm is op één hand te tellen. De meer compacte body en objectieven van systeemcamera’s zijn ook een groot voordeel. Dezelfde kwaliteit, maar dan compacter en lichter.

canon_eos_m_white_1855mm_kit

Canon en Nikon

Wat ook mee heeft gespeeld met mijn overwegingen is de koers van Canon en Nikon. Nikon is van de twee het meest innovatief, maar beide fabrikanten zijn erg conservatief en lijken zich vooral te laten leiden door de verkoopcijfers. Zo lang de verkopen relatief goed gaan, zal er niets veranderen. Het doet me denken aan Kodak, de uitvinder van de digitale fotografie, die ten onder ging aan het te laat inspelen op de marktomstandigheden. Of aan papieren tijdschriften, die verwachten dat ze niets te duchten hebben van websites en ebooklezers. Aan mobiele telefoons met een toetsenbord in plaats van een touchscreen (ook een touchscreen werd ooit weggehoond omdat een echt toetsenbord beter was). Ergens hebben Canon en Nikon overigens wel gelijk: nog geen kwart van verkochte camera’s met verwisselbare lenzen zijn systeemcamera’s en hoewel de verkopen van dSLR’s dalen, verkopen ze er nog voldoende om niet ernstig ongerust te hoeven worden. Maar wat ontbreekt is toekomstvisie: de systeemcamera lijkt nu echt door te breken. De consument ziet steeds minder het verschil tussen een dSLR (die een historisch voordeel heeft) en een systeemcamera en er is een steeds groter aanbod van camera’s en lenzen.

De beide pogingen die Canon en Nikon hebben genomen op het gebied van systeemcamera’s waren ronduit teleurstellend. Canon kwam met de EOS M die wat betreft features ook drie jaar eerder op de markt had kunnen komen. Het leek er op alsof men totaal niet naar de innovatie bij de systeemcamera’s had gekeken: geen kantelbaar scherm, geen multifunctionele flitsschoen, geen (optionele) evf, geen fasedetectie-diodes op de sensor, geen compacte kitlens en slechts twee lenzen (nu vier). En een oertrage autofocus! En daar durfde men toen € 849 te vragen. Het was dan ook niet vreemd dat die camera enorm geflopt is (momenteel ligt de prijs zo laag dat er nog wel wat verkocht worden) en dat diens opvolger vrijwel niet buiten Japan is uitgebracht.

Nikon_1_V3_10_30_PD_frt34lNikon deed het wat betreft innovatie een stuk beter met een compleet nieuw systeem rondom een 1 inch-sensor. Zowel de camera als de lenzen waren daardoor zeer compact en men maakte ook serieus werk van het uitbrengen van nieuwe lenzen. Vooral de autofocus van de Nikon 1-serie was revolutionair dankzij de integratie van een groot aantal fasedetectie-diodes op de sensor. En er waren direct ook meerdere modellen, zodat de consument iets te kiezen had. Maar de grote achilleshiel is de relatief kleine sensor. Deze zal het altijd verliezen van de grotere MFT en APS-C sensor (laat staan fullframe) op het gebied van scherpte, ruis, dynamisch bereik en natuurlijk scherptediepte.

Beide marktleiders hebben zich vermoedelijk laten leiden door zelfbehoud. De groeicijfers van systeemcamera’s waren nog niet overtuigend en men wilde koste wat kost niet de eigen camera’s dwars zitten. Kannibalisme voorkomen dus. Dat doe je dan met een product dat inferieur is aan je bestaande productlijn. Als dat het doel was, dan zijn ze daarin geslaagd. Wat echter ontbreekt is toekomstvisie. Wat wil de consument over vijf jaar? Blijft er noodzaak voor een spiegel? Is een evf niet interessant voor een bepaalde doelgroep? Wat kunnen we leren van de concurrentie? En waarom durven Canon en Nikon niet te experimenteren met nieuwe typen camera’s? Vanwege het gevaar op een flop en omdat ze hun bestaande producten niet willen kannibaliseren, maar dat lijken mij niet de juiste redenen. Waarom heeft Canon ondertussen geen EOS M uitgebracht die zich wel kan meten met een dSLR? En waarom komt Nikon niet alsnog met een systeemcamera met APS-C sensor? Of fullframe.

Olympus, Panasonic, Sony, Samsung of Fujifilm?

Als Canon en Nikon niet het juiste aanbod bieden, welke fabrikant dan wel? Dat is een moeilijke vraag, ook omdat het aanbod zeer divers is. Bovendien is het zeer persoonlijk. Het is makkelijker om te stellen wie er wat mij betreft afvallen. Allereerst is dat Samsung. Hoewel zij met de NX1 een droom van een camera hebben gemaakt die zich op alle vlakken kan meten met een dSLR, vind ik het aanbod van lenzen (en accessoires!) veel te beperkt en ook te duur. Panasonic en Olympus zijn bijzonder innovatief en maken uitstekende camera’s. Ik zou allang voor één van beiden gevallen zijn als ze geen MFT-sensor gebruikten. Die heeft namelijk twee grote nadelen. Ten eerste is de sensor beduidend kleiner dan een gangbare APS-C sensor, wat betekent dat je altijd achterop zult lopen wat betreft resolutie, dynamisch bereik, ruis en scherptediepte. En ten tweede is het formaat 4:3, wat totaal niet aansluit op de breedbeeld-trend. Foto’s zijn daardoor nogal vierkant in plaats van het gangbare 3:2 (of 16:9). Dat betekent dat je pixels verliest als je omschakelt naar 3:2 en de sensor dus effectief nóg kleiner wordt. Ik heb met de topmodellen van beide merken gewerkt en was over de camera’s zelf zeer te spreken, maar de kwaliteit van de foto’s – zeker bij slecht licht – is beduidend minder goed dan ik gewend ben. Jammer, want het MFT-lenzenaanbod is ondertussen vrij groot en de camera-lens-combinaties zijn zeer compact.

Fujifilm

Fujifilm toont als relatieve laatkomer (2012) hoe het ook kan. In een mum van tijd is een enorm aanbod van lenzen ontstaan, waar ook kwalitatief zeer hoogwaardige en lichtsterke exemplaren tussen zitten (zoals de 56mm f/1.2). De X-Trans-sensor presteert bovengemiddeld voor een APS-C sensor, al kan Adobe Lightroom er niet optimaal mee overweg. Bovendien is er ook een breed aanbod van X-serie camera’s, al zou de X-T1 momenteel de enige zijn die ik persoonlijk serieus zou overwegen. En Fujifilm deinst er ook niet voor terug om bestaande – en zelfs oudere – camera’s van nieuwe functionaliteit te zien via firmware-update’s. Daar zouden andere fabrikanten een voorbeeld aan moeten nemen. Een minpunt is dat het aantal weerbestendige lenzen nog op één hand te tellen is, terwijl een camera als de X-T1 dat wel is (dan heb je daar dus weinig aan). En ik vind het bizar dat Fuji foto’s boven de iso 6400 alleen in jpeg wil opslaan en niet in raw. Dat bepaal ik graag zelf als gebruiker.

Sony

Sony-A7rSony heeft voor mij persoonlijk momenteel de beste papieren. Het bedrijf heeft de afgelopen jaren meermaals haar nek uitgestoken met nieuwe initiatieven, zoals het gebruik van een vaste , transparante spiegel (SLT) in haar spiegelreflexcamera’s, door de introductie van kwalitatief hoogwaardige compactcamera’s met een grote 1 inch-sensor en door een groot aanbod van rappe en veelzijdige (NEX/Alpha) systeemcamera’s. Een camera als de A6000 is erg interessant vanwege de snelle autofocus, compacte vormgeving en ingebouwde evf (hoewel die minder is dan de evf van de NEX-6 en -7). Maar Sony heeft vooral indruk gemaakt met de introductie van de allereerste systeemcamera met fullframe-sensor; de A7-serie. Momenteel zijn er vier exemplaren, inclusief één opvolger, met fullframe sensoren van 12, 24 en 36 megapixels. De beeldkwaliteit is daardoor maximaal en je kunt ook goed spelen met beperkte scherptediepte. Het aanbod van lenzen is nogal beperkt, maar dankzij de korte afstand tussen sensor en lens kun je via adapters praktisch alle lenzen gebruiken. Onder andere een aantal zeer compacte primes voor de Leica M-mount, maar ook Canon lenzen waarmee je via de Metabones-adapter zelf nog kunt scherpstellen (zij het traag). Bovendien kun je het diafragma aansturen vanuit de camera alsof het een Sony lens is en werkt beeldstabilisatie via IS ook prima.

Een nadeel aan zowel Fuji als Sony is dat er maar weinig echt compacte lenzen voor beschikbaar zijn, hoewel je met primes wel een eind kunt komen. Desondanks is de camera-lens-combinatie alsnog een stuk lichter en compacter dan een vergelijkbare spiegelreflex. Sony heeft voor de A7-serie gekozen voor een aantal f/4 zooms, zoals een 24-70mm, 16-35mm en 70-200mm. Het voordeel daarvan is dat de lenzen daardoor redelijk compact blijven, het nadeel is dat je wat minder scherptediepte overhoudt. Het is daardoor een must om ook een reeks primes paraat te hebben, zoals de door DxO geprezen 55mm f/1.8. Nu Sony de A7 II heeft uitgebracht (de opvolger van de A7) is het wachten tot de 5-assige beeldstabilisatie van die camera ook in andere E-mount camera’s opduikt. Daarmee profiteren alle lenzen dus van beeldstabilisatie, dus ook 30 jaar oude primes of een 1000mm spiegellens. Dat is een zeer interessant uitgangspunt.

Een minpunt van Sony is overigens dat het merk niet erg consequent is. Zo had de eerste RX100 geen flitsvoet, de RX100 II wel en de RX100 III weer niet. Ook zou me het niet verbazen als Sony om een of andere duistere reden besluit om de opvolger van de A7R niet te voorzien van een gestabiliseerde sensor, net zoals deze ook geen geïntegreerde af-diodes heeft in tegenstelling tot de goedkopere A7. En Sony is niet erg scheutig met firmware-updates met nieuwe functionaliteit, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Fujifilm. Camera’s worden relatief snel opgevolgd en je moet het er dan maar mee doen.

Wat nu?

De richting is duidelijk, hoewel ik op dit moment alle optie openhoud. Op twee lenzen na zijn al mijn Canon lenzen verkocht. In het begin van 2015 verwacht ik veel aankondigingen, onder andere op de CES in januari en tijdens de CP+ in februari in Japan. Er zijn geruchten over nieuwe spiegelloze camera’s van Canon en Nikon, maar op wat patenten na is er tot dusver geen concrete informatie bekend. Het zou kunnen dat beide merken de systeemcamera serieuzer gaan nemen in 2015. Maar tenzij ze snel een enorme inhaalslag maken, is het wat mij betreft te laat. Er zijn ook geruchten over dSLR’s met een evf in plaats van een ovf (net zoals Sony), maar hoe dat er dat uit gaat zien, met of zonder spiegel en voor welke doelgroep, is de vraag.

Vooralsnog hou ik het bij mijn tijdelijke systeemcamera en een oude, tweedehands Canon 40D (die overigens prima foto’s maakt, alleen een stuk trager). Maar ik ben erg benieuwd wat er de komende tijd zoal komen gaat en ben klaar om te investeren in een nieuw systeem. Al zal ik dat voorzichtig doen, want de markt is nog erg in beweging en is onvoorspelbaar.

Een camera met een spiegel zal voor professionele fotografen nog wel een tijd de handigste camera zijn – denk bijvoorbeeld aan wildlife- en sportfotografen die beter via een ovf kunnen werken – maar voor overige fotografie is een systeemcamera prima gereedschap. Gelukkig is er een vrije markt met veel aanbod en kan iedereen zijn eigen keus bepalen. Meningen over de toekomst van de spiegel verschillen dan ook nogal, al ben ik er zelf inmiddels van overtuigd dat deze zijn langste tijd gehad heeft en vraag ik me hardop af of iets als een spiegelreflex voor de consument over tien jaar nog bestaat…

Update

Iniddels is er een keuze gemaakt en is de overstap van een dslr naar een systeemcamera dus een feit. Lees hier hoe dat bevalt. 

Hoe gebruik je de juiste witbalans?

Hoe gebruik je de juiste witbalans?

De witbalans is een belangrijk onderdeel voor je foto’s. De juiste witbalans maakt of breekt de sfeer en moet ervoor zorgen dat kleuren overkomen zoals ze in werkelijkheid zijn. Toch is de witbalans niet het meest essentiële punt van aandacht, zeker niet wanneer je in RAW fotografeert.

In een RAW-file zijn veel essentiële punten van de foto, zoals de witbalans en de kleurtemperatuur, nog aan te passen. Desalniettemin kan het voor jezelf een fijne manier van werken zijn als je direct de juiste witbalans te pakken hebt en daardoor meteen een goed resultaat ziet op het scherm van je camera. Hoe weet je hoe je de juiste witbalans moet gebruiken?

Wat is de witbalans?

Niet alle typen licht leveren dezelfde kleurtemperatuur op in een foto. Bij kaarslicht krijg je een ander resultaat dan bij TL-licht. De witbalans bepaalt of een foto er koel of warm uitziet en houdt rekening met het licht dat aanwezig is.

Het gebruik van de juiste witbalans voorkomt kleurzwemen in je foto, bijvoorbeeld een blauwe gloed in een foto met veel sneeuw in een wintersportgebied, of een gelige foto van een diner in een wit interieur. Deze kleurzwemen hoeven niet verkeerd te zijn en geven vaak juist een bepaalde sfeer die kan passen bij je foto, maar wil je de juiste kleurtemperatuur in je foto en een zo neutraal mogelijk resultaat, dan is het belangrijk om de witbalans goed in te stellen. Wit is dan echt wit, en pas dan heb je een neutraal punt van waaruit je de foto kunt gaan bewerken.

Hoe gebruik je de juiste witbalans?
Van een koele foto (links), naar iets warmer (midden), naar warm (rechts) – alleen door de witbalans aan te passen.

Hoe werkt het?

Lichttemperatuur wordt gemeten in Kelvin. Afhankelijk van de belichting die ergens aanwezig is, komen de drie primaire kleuren (Rood, Groen en Blauw, ook wel RGB) in verschillende verhoudingen voor. Hoe hoger de Kelvin-waarde, hoe blauwer het licht. Zo heeft zonlicht een temperatuur van ongeveer 5200K en is een gloeilamp ongeveer 3200K.

Met de witbalans-optie op je camera kun je je camera vertellen welke soort licht aanwezig is. De camera berekent dan het verschil tussen de kleurtemperatuur van de witte objecten op de foto en de neutrale waarde die dit object zou moeten bevatten. Alle onderdelen van de foto worden vervolgens met deze berekening gecompenseerd, zodat een neutrale foto ontstaat.

Hoe gebruik je de juiste witbalans?

Je camera biedt verschillende opties voor de witbalans, vaak dingen als: auto, daglicht, schaduw, bewolkt, kunstlicht, fluorescerend, flitslicht en aangepast (handmatig). Mijn advies is om, wanneer je niet zeker bent, de witbalans altijd op ‘auto’ te laten staan. Als je in RAW fotografeert, kun je de witbalans altijd nog naar behoefte aanpassen in bijvoorbeeld Lightroom.

Hoe gebruik je de juiste witbalans?
De ‘correcte’ witbalans hoeft niet altijd te werken: deze foto oogt, ondanks juist gebruik van de witbalans, vrij koel.
Hoe gebruik je de juiste witbalans?
Pas de witbalans aan en je houdt een wat sfeervollere foto over.

Betekent niet dat de ‘auto’-stand altijd dé uitkomst is. Je kunt, door met de witbalans te spelen, onverwachte resultaten creëren. Een etentje ziet er waarschijnlijk maar saai uit zonder wat gelige sfeerverlichting en een zonsondergang wordt waarschijnlijk alleen maar mooier wanneer je de witbalans instelt op ‘bewolkt’, zodat de kleuren nog wat warmer gecompenseerd worden. Wit is dan niet wit, maar dat hoeft ook niet altijd. Ook voor de witbalans geldt: wees creatief. Na verloop van tijd is het makkelijker om per situatie in te schatten wat werkt.

10 tips voor wildlife fotografie

Wildlife-fotograaf Brutus Östling uit Zweden reist de hele wereld over om dieren in hun natuurlijke omgeving vast te leggen. Onlangs ging hij met het WWF en Norsk Polarinstitutt op poolexpeditie naar Spitsbergen om belangrijke gegevens te verzamelen over de ijsberenpopulatie. Brutus Östling reisde met de wetenschappers mee naar de rand van het noordpoolgebied om foto’s te maken van de dieren die ze onderweg tegenkwamen en de expeditie visueel te documenteren. Tien tips van Brutus voor wildlife fotografie in uitdagende omstandigheden:

Bescherm je uitrusting

Als ik naar koude plekken ga, gebruik ik altijd waterdichte apparatuur; ik gebruik alleen L-lenzen, die zijn afgedicht en probeer te werken met camera’s die ik ook lange tijd in zware regen- of sneeuwbuien kan gebruiken, zoals de EOS 1D-serie. Extra camerabatterijen zitten in een binnenzak, dicht tegen mijn lichaam om ze warm te houden. Als je geen lenzen of camera’s hebt die tegen een vochtige omgeving kunnen, neem dan iets mee om ze tegen water te beschermen.

Benut beeldstabilisatie

Tijdens mijn reizen werk ik graag met lenzen met Image Stabilizer-technologie, vooral als ik met een helikopter of boot op pad ben. Dat deze technologie helpt, zie je vooral bij lange telelenzen of sterke zoom. Voor de expeditie naar Spitsbergen kocht ik de EF 24-70 mm f/4 L IS USM met Image Stabilizer. Deze functie was voor mij belangrijker dan een iets helderder zoomlens zonder Image Stabilizer.

-_-Brutus-__stling.-Canon-WWF-_15__Image_Final_1_

Zoomlenzen zijn belangrijk, maar vergeet primes niet

Ik werk graag met lenzen met een vast brandpunt en met een groot diafragma die een geringe scherptediepte geven en daarmee een onscherpe, zachte achtergrond. Zoals bijvoorbeeld de EF 35mm met f/1.4 of de EF 85 mm met f/1.2. Maar wanneer ik onder extreme en erg koude condities moet werken, zijn zoomlenzen veelzijdiger en is het niet nodig lenzen te verwisselen. Essentieel, want tijdens een sneeuwstorm brengt dat risico’s met zich mee. Ik heb de EF 16-35 mm f/2,8 L II USM heel lang gebruikt, maar werk graag met de nieuwe EF 24-70 mm f/4 L IS USM en de EF 70-300 mm f/4-5,6 L IS USM lens wanneer ik buiten in het veld of op een boot ben.

Ik probeer lenzen met een groot diafragma mee te nemen en ik gebruik die wanneer de condities dat toelaten. Tijdens de Canon-WWF expeditie naar Spitsbergen maakte ik bijna alle portretfoto’s van de bemanningsleden aan boord en de mensen in het team met die vaste lenzen, omdat ze een korte scherptediepte en een onscherpe achtergrond geven.

Sta vroeg op om het warme licht en de actie vast te leggen

Ik heb er een hekel aan om vroeg op te staan en zou eigenlijk elk ander beroep dan vogel- en wildlife-fotograaf moeten kiezen. Maar in het poolgebied of ver naar het noorden heb je ’s nachts of vroeg in de ochtend het beste licht. En ook in de natuur is alles, vooral de vogels, ‘s ochtends actiever.

Geniet ook van slecht weer

Als je werkt voor een bedrijf of een commercieel bureau, willen ze meestal foto’s waarop de zon schijnt. Foto’s die bij mooi weer zijn gemaakt, geven de mensen die naar de foto kijken een plezierig gevoel. Maar sommige van mijn beste foto’s zijn gemaakt onder de slechtste weersomstandigheden die je je maar kunt indenken. Zware regenbuien of sneeuwstormen zorgen voor schitterende actiebeelden, en soms kunnen donkere foto’s heel effectief zijn en vol drama zitten. Dus in plaats van niets te gaan doen wanneer het weer slecht is, kun je ook proberen er iets van te maken.

_-Brutus-_stling.-Canon-WWF-_2__Image_Final

Blijf in beweging voor nieuwe perspectieven

Blijf altijd zoeken naar nieuwe opnamehoeken. Beweeg en kijk of er een andere, meer interessante hoek is. Probeer ook aan de achtergrond te denken wanneer je vogels of zoogdieren fotografeert. De achtergrond kan bijna net zo belangrijk zijn als het onderwerp zelf. Zelfs als je onderwerp perfect in beeld komt, kan een slechte achtergrond je opname verpesten. Soms kan een paar decimeter of een meter naar links of naar rechts het verschil maken.

En wanneer het mogelijk is, probeer te werken met een groothoeklens. Kom dichtbij zonder het onderwerp te storen. Als je op een boot bent, dan zijn de mogelijkheden misschien beperkt, maar kijk op zijn minst of je ergens anders kunt gaan staan of vanuit een lage of hoge positie kunt fotograferen.

De stand van de zon

Als er zon is, fotografeer dan niet alleen met de zon in je rug. Vaak heeft een foto met belichting vanaf de achterzijde veel meer impact, dus gebruik je flitser om je onderwerp te belichten als je niet wilt dat alles te donker wordt. 

-_-Brutus-__stling.-Canon-WWF-_4__Image_Final_1_

Wees voorzichtig

Wees voorzichtig, maar niet alleen omdat sommige dieren gevaarlijk kunnen zijn. Zie jezelf als een indringer en probeer vogels en dieren nooit te storen op een manier die schadelijk voor hen kan zijn. Enige bescheidenheid is gepast wanneer we in de wereld van andere dieren stappen.

Windrichting is essentieel

Wanneer je in de natuur fotografeert, is de windrichting heel belangrijk. Let altijd op de windrichting, vooral als je de mogelijkheid hebt om een andere plek te kiezen. In een omgeving met veel wind is het werken met zoogdieren het tegenovergestelde van werken met vogels. Wanneer je vogels fotografeert, probeer dan altijd te werken met wind in de rug. De reden is dat vogels alles TEGEN de wind in doen; van opstijgen en landen tot paren en poetsen, terwijl ze tegen de wind in hun evenwicht proberen te houden op takken. Om een vogel vanaf de voorzijde te fotograferen, moet je de wind in de rug hebben.

Wanneer je met grote zoogdieren werkt, is het precies andersom. Als de wind achter je vandaan komt, zal een wolf of een hert je al van grote afstand horen en ruiken, en krijg je nooit goede foto’s. Maar als de wind komt uit de richting waarin je het dier ziet, dan zullen ze heel dichtbij komen wanneer je stil bent en je niet beweegt.

Het is geen wedstrijd!

Ik zou geen wildlife-fotograaf zijn als ik het niet heel erg leuk vond en als ik er niet veel van zou leren. Laat je wildlife-fotografie nooit een wedstrijd worden. Als we ons er niet van bewust zijn dat het toch een wedstrijd is geworden, kan het je een stap te ver doen zetten of kan het anderen beïnvloeden en hen te ver laten gaan. Wij zijn bezoekers die hier zijn om een wereld vast te leggen en om die wereld door te geven aan anderen.

-_-Brutus-__stling.-Canon-WWF-_5__Image_Final_1_

foto’s: Brutus Östling

Sony Carl Zeiss Sonnar E f1.8 24mm ZA lens review

Ik heb het genoegen gehad om de Zeiss 24 mm te kunnen testen op mijn Sony Alpha A6000 camera. Ik heb deze camera in de zomer van 2014 gekocht samen met de Sony 16-50mm Powerzoom kitlens als vervanging van mijn Nikon D7000 spiegelreflex. Na enige tijd actief gebruik kwam ik tot de conclusie dat de kitlens mij te veel beperkte. Ja, het is een heerlijk compact lensje en met de ingebouwde beeldcorrectie van de Sony E-mount toestellen is hij zeker in staat tot prima (JPEG-) resultaten. Ik miste echter het ‘Wauw’ effect, en ik had het gevoel dat de geweldige sensor van de A6000 tekort gedaan werd door de lens. Op zoek naar een vervanger heb ik verschillende opties overwogen. Ik wilde in ieder geval een wat grote diafragma zodat ik wat meer controle kreeg over mijn scherptediepte, en graag wat scherper. Zoom was optioneel, een niet al te lange prime was een optie. Na lang zoeken en twijfelen heb ik gekozen voor de Zeiss 24 mm.

sony24-18

Ik heb de Zeiss 24 mm tweedehands kunnen kopen. Daarmee kom je ook meteen bij het grootste nadeel van de lens, de prijs: zo’n 850 euro kost deze lens nieuw. Niet bepaald goedkoop voor een vaste lens, en dan ook nog zonder beeldstabilisatie! Mijn exemplaar was in perfecte staat, maar miste wel de zonnekap. 24 mm komt op een APS-C toestel zoals de NEX en Alpha toestellen (m.u.v. de A7-serie) overeen met 36 mm in Full frame termen. Standaard groothoek dus.

Op het toestel

De lens balanceert mooi op de A6000, niet te groot en het gewicht valt erg mee. Wel is de lens beduidend langer dan de 16-50mm kitlens, in en broekzak paste de A6000 sowieso al niet, maar met de Zeiss 24mm valt de jaszak (met uitzondering van enkele overmaatse exemplaren) ook af. Door het lage gewicht van de combinatie is een polsband een prima optie. Als ik op stap ga met als primair doel fotograferen draag ik mijn A6000 vrijwel altijd met mijn DSPTCH-polsband.

Uiterlijk

Ik vind het een mooie lens, met zijn eenvoudige ontwerp en mooie materialen. De lens is gemaakt van stevig metaal, met een rubber coating op de zoomring. De lens voelt aan als een premium product, passend bij de prijs (maar alle Sony E-mount lenzen voelen premium / mooi gemaakt aan). Verder weinig poespas, alleen een mooi blauw Zeiss-logo aan de linkerkant van de lens, zodat iedereen goed kan zien dat je een dure lens op je toestel hebt zitten.

Focus en gebruik

De lens is geschikt voor gebruik in combinatie met het geavanceerde focussysteem van de A6000, dus zowel PDAF (Phase Detection Auto Focus), als CDAF (Contrast Detection Auto Focus) wordt gebruikt voor een snelle en trefzekere focus. Wellicht mede door de relatief grote groothoek stelt de lens bijzonder snel scherp, nog een tandje sneller dan de kitlens.

DSC01623-04-oktober-2014-6000-x-4000

Indien je zelf wilt gaan scherpstellen wordt je geholpen door de soepele focusring. De ring zit niet rechtstreeks verbonden met het mechanisme maar je focust via Focus-By-Wire. Je draait dus aan een digitaal aangestuurde ring die het focusmechanisme vervolgens voor je in gang zet. Is dat een nadeel? Niet echt, het focussen gaat soepel en snel zat en een snelle slinger aan de ring leidt tot een grotere stap dan een kleine correctie. Na enige gewenning vond ik het prima werken. Verder wordt je natuurlijk geholpen door de focus-peaking van de A6000. Zodra je de camera op Manual Focus zet wordt direct het centrum van het beeld vergroot als je aan de focusring komt, daardoor kun je erg makkelijk scherpstellen. Met mijn spiegelreflexen stelde ik nooit handmatig scherp, in het relatief beperkte beeld dat je via de optische zoeker bij een dergelijke camera hebt vond ik het altijd moeilijk om het focuspunt precies daar te leggen waar ik het wilde hebben. Dat probleem heb je bij deze toestellen zeker niet!

Zoals beschreven beschikt deze lens niet over optische beeld stabilisatie (OSS in Sony-taal). Is dat een bezwaar? Ja en Nee. Meestal kun je door het grote diafragma de sluitertijden kort genoeg houden om bewegingsonscherpte te voorkomen, zeker in combinatie met de relatief korte brandpuntsafstand. Als het erg donker wordt moet je zonder OSS wel wat bewuster omgaan met je toestel, netjes stabiliseren en even een seconde meer tijd nemen voor je een foto maakt. De auto-ISO van Sony houdt meestal een sluitertijd van 1/60e aan als minimum, zonder OSS moet je in staat zijn om een scherp plaatje te schieten mits je er een beetje je best voor doet.

Scherpstellen kun je met deze lens tot op 16 cm van je voorwerp (gemeten vanaf de sensor in je toestel, dus niet vanaf de voorkant van de lens). In de praktijk kun je daarmee nog tot erg dicht op je voorwerp komen, en heb je een soort pseudo-macro met een 1:4 vergroting. Als je dan in de nabewerking nog een beetje cropt krijg je erg mooie resultaten.

DSC01583-03-oktober-2014-6000-x-4000

Resultaten

Dit is natuurlijk waar het om gaat. Onderstaand een selectie van de foto’s die ik met deze lens heb geschoten. De meeste zijn RAW geschoten en daarna licht of zwaarder bewerkt in Lightroom 5. Zoals je kunt zijn de foto’s mooi scherp, en is het contrast uitstekend. De scherpte is uiteraard in het centrum van het plaatje het beste, maar ook de randen zijn zeer acceptabel. CA (paarse verkleuring bij hoge contrasten) is beperkt, in sommige extreme situaties komt het wel eens voor. In Lightroom is dat echter een makkelijk te corrigeren probleem.

De Bokeh (onscherpte) van de lens is naar mijn idee mooi. Redelijk zacht en niet te veel afleidend, waardoor je je voorwerp mooi van de achtergrond los kunt trekken.

Conclusie

Is dit de ideale lens voor je E-mount toestel? 24 mm is voor mij een van de weinige primes die ik als ‘walk-around’ zou kunnen gebruiken. Wijd genoeg voor het fotograferen van landschappen of architectuur, maar niet te wijd voor een portret (met enig beleid). De scherpte en het contrast zijn geweldig, hiermee zet je een enorme stap t.o.v. de kitlens. Door het grote maximale diafragma heb je in eens een scala aan mogelijkheden voor fotografie in moeilijk lichtomstandigheden en kun je spelen met de scherptediepte. De enige nadelen? Geen beeldstabilisatie betekent dat je met beleid moet knippen bij weinig licht. En dan die prijs… Ja de lens is het zeker waard, maar het blijft een bak geld voor een lens zonder zoom.

Geschreven door Rick Roeven

iPhone 6 de ideale smartphone voor de fotograaf

Heb je het over de iPhone 6, dan gaat het al snel over het grotere formaat. Het 4,7-inch scherm van de iPhone 6 en het enorme 5,5-inch scherm van de iPhone 6 Plus. Minder vaak gaat het echter over de camera, want ‘die is al jaren 8 megapixels’. Toch weet Apple elk jaar weer verbeteringen door te voeren. Dit jaar is het bedrijf daar wederom in geslaagd.

Focus Pixels

Die maximale resolutie van 8 megapixels is al sinds 2011 in de toestellen van Apple te vinden, voor het eerst in de iPhone 4S. Het is wellicht tegenstrijdig om te schrijven, maar Apple ziet daarmee in dat groter heus niet altijd beter is. De vernieuwing die het bedrijf uit Cupertino doorvoert in de iPhone 6 zit ‘m bijvoorbeeld in een nieuwe sensor die gebruikmaakt van zogeheten ‘Focus Pixels’. Dit zorgt ervoor dat de camera beter omgaat met veranderend licht. De iPhone 6 camera stelt dus sneller scherp én maakt betere foto’s bij weinig licht.

Het lijken misschien kleine verbeteringen, maar in de praktijk merk je het echt. Gezichten worden sneller herkend en het vervagen van de achtergrond gaat vlotter als je op de voorgrond focust. Ook heb je bij donkere omgevingen minder snel last van ruis en zie je op kiekjes weinig beweging. Dat alles dankzij de nieuwe sensor en een diafragma van f/2.2. Overigens is de iPhone 6 Plus voorzien van optische beeldstabilisatie, terwijl de iPhone 6 beweging softwarematig corrigeert.

Bij het nemen van panoramafoto’s heeft Apple de resolutie trouwens verhoogd. Met de iPhone 6 toestellen schiet je geweldige overzichtsfoto’s van landschappen en uitzichten in 43 megapixels.

iphone-6-foto-1

Foto: Rutger Otto

Beste iPhone camera ooit

Enkele tests hebben de afgelopen tijd al uitgewezen dat de iPhone 6 camera beter is dan zijn voorgangers. Het onafhankelijke onderzoeksbureau DxOMark schreef zelfs in een rapportage dat de nieuwe toestellen van Apple betere foto’s maken dan welke andere smartphone op de markt dan ook. Lisa Bettany, mede-oprichter van de sterke foto-app Camera+, heeft de iPhone 6 camera met eerdere iPhones vergeleken en ook zij zag vooruitgang. Volgens haar maakt de nieuwste iPhone nu meer gebalanceerde kiekjes in RAW-achtige kwaliteit en voegt dus niet meer zelf ‘sfeer’ aan, in de vorm van contrast of verzadiging. Dat is goed nieuws voor iedereen die zijn eigen foto’s wil tweaken.

Dat aanpassen van foto’s kun je (zonder teveel poespas) gewoon met de Camera-app van de iPhone doen. Tijdens het fotograferen kun je al naar links of rechts over het scherm vegen om verschillende foto-modi te selecteren. Naar gelieve kun je zelfs nog filters toepassen. Heb je een plaatje geschoten, dan kun je tegenwoordig behoorlijk de diepte in, door bijvoorbeeld de belichting helemaal naar eigen hand te zetten of kleuren aan te passen. Dankzij de gebruiksvriendelijkheid van iOS is dat zo gepiept.

iphone-6-foto-2

Foto: Rutger Otto

Gave slowmotion video’s

Tot slot kun je naast fotograferen natuurlijk ook video’s maken met de iPhone 6. Net als bij de iPhone 5S is er de optie om video’s in slowmotion te schieten, wat nu in 240 frames per seconde gebeurd. Zelfs de meest onbenullige opname krijgt daarmee een gaaf effect. Daarnaast is de kwaliteit van normale filmpjes ook om je vingers bij af te likken, dankzij een resolutie van 1080p en een framerate van 60fps.

Video: Technyx

Tot slot

Ben je op zoek naar de smartphone die het beste foto’s neemt, dan zit je met de iPhone 6 helemaal goed. Voor de meeste mensen zal de camera meer dan voldoen, zeker ook omdat je hem altijd al in je broekzak hebt zitten. Even snel een foto maken (in goede kwaliteit) is dus zo gedaan.

Geschreven door Rutger Otto