Basiskennis: Witbalans

De meest gebruikte standen zijn:

  • Automatische witbalans
  • Daglicht (zonnig)
  • Daglicht (bewolkt)
  • Gloeilamp (tungsten)
  • TL-licht
  • Flitslicht
  • Handmatig (grijskaart)
  • Kelvin (kleurtemperatuur in graden Kelvin)

Dat het menselijk oog anders werkt dan een digitale camera blijkt al snel als foto’s te groen, blauw of geel uit de camera komen. Witbalans is het toverwoord en is op iedere camera in te stellen. Maar wat is witbalans nu precies en hoe kun je er het beste mee omgaan?

Lichtbronnen stralen verschillende kleuren uit. Zo is het licht van een gloeilamp geel en dat van een tl-lamp blauwgroenig. Ook het licht van de zon is gedurende de dag anders van kleur, variërend blauw bij bewolking, tot oranje bij zonsondergang. Het menselijk oog kan prima overweg met deze verschillende kleurtemperaturen, maar een camera is daar niet zo goed in. De automatische witbalans functioneert bij daglicht meestal nog wel redelijk goed, maar met kunstlicht heeft een digitale camera vaak moeite. Dat komt doordat de camera op zoek gaat naar iets wits, als referentie voor de juiste kleurtemperatuur. Is er niets wits, of is dit verkleurd door kunstlicht dan raakt de automatische witbalans de kluts kwijt. Het gevolg is een kleurzweem over de foto’s, waardoor ze ofwel te koel of te warm overkomen. Je kunt een kleurzweem voorkomen door van te voren de juiste witbalans te kiezen. Je bent zelf beter in staat om in te schatten wat voor lichtbronnen er in de ruimte waar je fotografeert aanwezig zijn en kunt dit vervolgens doorgeven aan de camera.

De linkerfoto is gemaakt in de automatische stand. De camera herkent de gloeilamp niet en produceert een oranje foto (die lastig te corrigeren is). De rechterfoto is gemaakt met de handmatig ingestelde correcte witbalans (gloeilamp).

Je kunt hier dus uit opmaken dat de camera de kleurtemperatuur corrigeert als je de witbalans instelt. Fotografeer je binnenshuis met het licht van een gloeilamp, dan houdt de camera er rekening mee dat er geen wit referentievlak is en neemt in plaats daarvan iets geels. In de praktijk wordt de kleurtemperatuur dan koeler (lees: blauwer) vastgelegd, om het warme licht van de gloeilamp te compenseren. Hoewel het voor de beeldkwaliteit optimaal is om de camera goed te hebben ingesteld, kun je een verkeerde witbalans achteraf nog redelijk herstellen met beeldbewerkingssoftware. Wil je warmere kleuren, dan verminder je het blauw en verhoog je de kleuren rood en geel. Is het beeld juist te warm, dan doe je het omgekeerde. In Photoshop Elements doe je dat via het menu Verbeteren, Kleur aanpassen, Kleurvariaties en in Paint Shop Pro via het menu Kleuren en dan Aanpassen, Rood-Geel-Blauw. Als je fotografeert in het RAW-formaat hoef je je niet echt druk over te maken, want dan kun je de witbalans zonder enig probleem ook achteraf instellen.

De linkerfoto oogt koel door de blauwe tint. Een incorrecte witbalans is de oorzaak. Met de witbalans op ‘zonnig’ worden de kleuren correct weergegeven.

Een nachtopname met kunstlicht kan complex zijn wanneer er verschillende lichtbronnen gebruikt worden (in dit geval geel en wit licht). Als de foto in het raw-formaat is gemaakt, kan dit probleem achteraf eenvoudig opgelost worden door de kleurtemperatuur te wijziging in beeldbewerkingssoftware.

Soorten flashgeheugen

SD, SDHC, SDXC

Er zijn drie SD-versies die allemaal ‘SD-kaartjes’  worden genoemd, maar wat betreft specificaties verschillend zijn – met name door een capaciteitslimiet:

SD                  16 MB – 2 GB

SDHC             4 – 32 GB

SDXC             64 – 2048 GB (2 TB)

Hoewel SD kaarten onderling compatibel zijn, zijn er wel verschillen. Eén van de verschillen is de capaciteit. Het oorspronkelijke SD-geheugen was gelimiteerd tot een opslag van 2 GB aan data. Dat leek lange tijd voldoende, tot de grens in zicht kwam. Toen kwam er een vervolgspecificatie genaamd SDHC die de grens oprekte tot 32 GB. Toen ook die grens werd bereikt, verscheen SDXC dat capaciteiten van 64 GB tot en met 2 TB biedt. De nieuwe generatie kaarten zijn zogenaamd ‘terugwaards compatibel’. Nieuwe camera’s die geschikt zijn voor SDXC kunnen ook oude kaartjes slikken. Andersom is dat echter niet het geval. Het kan dus zijn dat je camera bijvoorbeeld geen SDXC ondersteunt (en dus maximaal 32 GB capaciteit aan kan).

SD video- en snelheidsaanduiding

Een ander verschil tussen geheugenkaartjes is de schrijfsnelheid van het geheugen. De snelheid van een kaartje bepaalt hoe lang het duurt voordat de foto’s vanuit de buffer van de camera op de kaart worden weggeschreven. Hoe sneller dit gebeurt, hoe sneller de buffer weer leeg is hoe meer foto’s je snel achter elkaar kunt maken. Dit is van groot belang wanneer je bezig bent met actiefotografie waarbij je met drie beelden per seconde (of sneller) foto’s maakt. Ook telt snelheid zwaar wanneer je in raw fotografeert, omdat de bestandsomvang hiervan een stuk groter is. Er zijn momenteel twee verschillende manieren om de snelheid aan te geven. Eén daarvan is de zogenoemde klasse (aangegeven als ‘class’). Deze vermeldt de minimale snelheid, uitgedruk in MB. Class 10 betekent dus een schrijfsnelheid van 10 MB per seconde. Een nieuwe snelheidsaanduiding is de hoofdletter ‘I’ op een kaartje. Deze letter geeft aan dat het kaartje compatibel is met de zogenoemde UHS-I standaard, welke snelheden kan behalen tot en met 104 MB per seconde. Dat is ruim vier keer zo snel als de voorgaande generatie SD-kaarten (die niet verder kwamen dan 25 MB/s). Ietwat verwarrend is een logo met een 1 (wat er lijkt op een I), welke aan moet geven dat een kaartje snel genoeg is voor het opnemen van HD-video. Er zijn dus drie mogelijkheden: kaartjes met alleen een I, alleen een 1 of zowel een I als een 1. De nieuwe aanduidingen kunnen zowel voor SDHC- als SDXC-kaarten gebruikt worden.

CompactFlash

CompactFlash (CF) zag in 1994 het levenslicht en was de eerste echte flashgeheugenkaart voor gebruik in consumentenelektronica. Dit type kaart is nog steeds populair, maar sinds de komst van ultracompacte camera’s wordt steeds vaker gebruikgemaakt van fysiek kleiner geheugen, zoals SD. CompactFlash wordt momenteel vooral nog gebruik in (semi-)professionele spiegelreflexcamera’s. De kaarten zijn robuust, kunnen tegen een stootje en zijn niet priegelig klein. Daarnaast is de capaciteit van CF-kaarten het grootst (meer dan 100 GB) in vergelijking met andere standaarden en is de schrijf- en leessnelheid bijzonder hoog (UDMA 600x, oftewel circa 100 MB per seconde). Daarmee is de limiet van de schrijfsnelheid al bijna gehaald. Er wordt gewerkt aan snellere kaarten, maar tegelijkertijd staat er ook al een opvolger klaar; CFast.

CFast

Een nieuw type geheugenkaart dat is aangekondigd door de CompactFlash Association heet CFast. Dit moet de opvolger van CompactFlash-geheugen worden. De nieuwe standaard gebruikt een Serial-ATA-interface, die ook door moderne harde schijven gebruikt wordt. De nieuwe standaard maakt beduidend hogere lees- en schrijfsnelheden mogelijk: tot wel 375 MB per seconde (CompactFlash-kaarten halen momenteel maximaal 100 MB/s). Op het moment van schrijven zijn er nog geen camera’s die gebruikmaken van de nieuwe standaard, maar een aantal fabrikanten (waaronder Transcend en Pretec) hebben al wel de beschikbaarheid va kaartjes aangekondigd.