Negen krachtige compositietips aan de hand van foto’s van Steve McCurry

De bovenstaande video biedt negen uitstekende tips om een krachtige compositie te maken. Uiteraard wordt de regel van derden besproken, evenals het omgaan met lijnen en diagonalen en leggen van links tussen het onderwerp en de achtergrond. Er wordt niet gesproken in de video, maar de beelden spreken dan ook voor zich. De gebruikte voorbeeldfoto’s zijn van niemand minder dan Steve McCurry, die bekend staat om zijn strakke composities. De uitleg in de video, met behulp van animaties, is bovendien heel duidelijk.

Meer weten?

Download een gratis inkijkexemplaar van het eBook ‘De Compositie – Basiscursus Fotografie‘ van Uitgeverij Sycorax. Deze PDF bevat 20 pagina’s van dit boek, dat in totaal bestaat uit 81 kleurenpagina’s met heldere informatie over de compositie en zeer veel voorbeeldfoto’s. In het boek komen o.a. de volgende onderwerpen aan bod:

  • De regel van derden (verhoudingen, raster, kruispunten, fibonacci spiraal)
  • De zon en het moment van de dag (o.a. het gouden en blauwe uur, omgaan met de zon)
  • Creatief met lijnen en de voorgrond en achtergrond
  • Omgaan met een bewegend onderwerp
  • Spelen met scherptediepte
  • Portretten
  • Panorama’s en 360 graden-foto’s
  • Achteraf de compositie wijzigen (beeldbewerking)
[button url=”http://lees.nl/boek/de-compositie-basiscursus-fotografie-pdf/” target=”_blank” style=”light-blue” size=”medium”] Meer informatie en gratis inkijk PDF [/button]

Vuurwerk fotograferen? 12 tips!

Het is bijna 2016! Terwijl familieleden nog met de champagneglazen in de hand staan, gaan anderen in de weer met vuurwerk. Voor jou als fotograaf een leuke aanleiding om dat te fotograferen. Of je nu een compactcamera, systeemcamera of spiegelreflex hebt, hou je camera bij de hand en ga lekker fotograferen. Om je op weg te helpen, hebben we een aantal concrete tips voor je om de kans op geslaagde foto’s te vergroten. “Vuurwerk fotograferen? 12 tips!” verder lezen

Het verschil tussen de gulden snede en de regel van derden

De gulden snede

Veel mensen denken dat de gulden snede hetzelfde is als de regel van derden (waar ik al eerder over schreef), maar dat is niet zo. De gebruiksregels lijken echter wél veel op elkaar.

De gulden snede is gebaseerd op een wiskundige berekening, die een vlak verdeelt in delen waarbij de verhouding tussen die delen centraal staat. Het grootste van de twee delen verhoudt zich tot het kleinste deel, zoals het gehele deel zich verhoudt tot het grootste deel. Snap je ‘m nog?

Onderstaand figuur geeft vorm aan deze berekening. De verhouding tussen A (het kleinste deel) en B (het grootste deel) is even groot als de verhouding tussen C (het gehele deel) en B (het grootste deel).

De gulden snede

Met de gulden snede krijg je dus ook 9 vlakken in je foto en wederom geldt hierbij: voor een foto is het spannender om je onderwerp op één van de vier snijpunten te fotograferen. Echter liggen die snijpunten dus op een andere plek dan bij de regel van derden.

De regel van derden De gulden snede

Gebruik van de regel van derden

De regel van derden

Als fotograaf denk je continu na over composities. De regel van derden is hierbij een handig hulpmiddel en kan je foto’s nét wat interessanter maken.

De regel van derden is ontzettend simpel. Neem een rechthoekige vorm en verdeel deze zowel horizontaal als verticaal in drieën. Je krijgt nu 9 vakken van gelijke grootte en 4 snijpunten, waar de lijnen elkaar kruisen.

De regel van derden

De snijpunten zijn de basis in de regel van derden. Waarom? Als je het onderwerp van je foto op één van deze vier snijpunten vastlegt, ziet de foto er een stuk spannender en interessanter uit. Vergelijk onderstaande foto’s, vlak na elkaar genomen:

Derden-01Derden-02

Dat is toch een heel verschil?

Hoe kan dat?

Onderstaande foto is interessanter en dynamischer. Om deze reden is het ook altijd een goed idee om de horizon bij een landschapsfoto nooit in het midden te fotograferen, maar op 1/3 of 2/3 van het beeld. Het gedeelte boven en het gedeelte onder de horizon zijn in dat geval heel duidelijk in ongelijke vakken verdeeld. Als je de horizon op het midden zet, is de kijker onbewust bezig met kijken of de horizon wel precies in het midden valt. Als dat overduidelijk niet zo is, gaat de aandacht van de kijker eerder naar de inhoud van het beeld en dat maakt het beeld dynamischer en spannender om naar te kijken.

Zo zit het ook met portretten. Maak maar eens een portret waarbij het gezicht (of een stapje verder: de ogen) zich in het midden van de foto bevinden, en daarna een portret waarbij je de regel van derden toepast. Speel daarnaast eens met de kijkrichting of gezichtsuitdrukkingen van je model en je krijgt een veel spannender portret!

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik lang niet altijd bewust gebruik maak van deze gebruiksregels. Wél kwam ik erachter dat veel van mijn foto’s daadwerkelijk gemaakt zijn volgens de regel van derden. Het zijn meer richtlijnen, die je kunt hanteren als je even niet zo goed weet waar je naartoe wil met je compositie, maar eigen inzicht voert nog altijd de boventoon.

5 tips om een hoge ISO-waarde te vermijden

De basiskennis over wat de ISO-waarde is en wat het betekent voor je foto, heb je al eerder op Technyx kunnen lezen. In sommige situaties ontkom je er niet aan om de ISO-waarde omhoog te zetten en hoe beter je camera is, hoe minder je daarvan zult merken. Toch zullen veel fotografen een hoge ISO-waarde zo veel mogelijk willen vermijden. Wat zijn hier goede manieren voor? 5 eenvoudige tips om de ISO altijd zo laag mogelijk te houden.

1: Gebruik een statief

Als het te donker is om uit de hand te fotografen en je krijgt ongewild geen scherpe foto bij het fotograferen van een stilstaand object, gebruik dan gerust een statief. De sluiter kan met een statief gerust wat langer open blijven staan om meer licht te vangen. Geen statief bij de hand? Kijk om je heen en gebruik een bank, een tafel, een kast…

2: Indirect flitsen

Flitsen geeft niet altijd het gewenste resultaat op een foto, maar met een opzetflitser is het mogelijk om je onderwerp indirect te flitsen. Richt je flitser bijvoorbeeld omhoog op het plafond. Het licht wordt zo verspreid en daardoor zachter dan een rechtstreekse flits.

3: Zet je diafragma zo laag mogelijk

Je diafragma is de opening waar licht doorheen valt, op je sensor. Hoe groter de opening, hoe meer licht er vanzelfsprekend doorheen kan vallen. Zet je diafragma dus op een laag getal en houd daarmee ook je ISO laag.

4: Ruisreductie

Gaat het echt niet lukken om de ISO op de gewenste lage instelling te houden, dan is er ook na het schieten van de foto nog veel mogelijk. In Adobe Lightroom of Photoshop is het mogelijk om ruisreductie op je foto toe te passen. Dit zorgt ervoor dat de ruis wordt verminderd. Overdrijf niet, want dan zullen details verloren gaan.

5: Onderbelichten

Ook in de nabewerking is nog veel mogelijk. Kom je nét een klein beetje licht tekort, probeer dan gewoon 1 stop onder te belichten. Als je in RAW fotografeert, is het mogelijk om in de nabewerking deze ene stop te corrigeren. Dit geeft wellicht een gunstiger resultaat dan wanneer je wel juist belicht, maar toch de ISO omhoog moet gooien.

Correct belichten met het histogram

Goed belichten met het histogram

Er zullen misschien fotografen zijn die het met mij oneens zijn, maar zelf vind ik het histogram een superhandig hulpmiddel. Niet bindend, maar wel bruikbaar voor een laatste check op je net gemaakte foto. Op het oog kun je namelijk niet altijd zien of er pixels onder- of overbelicht zijn in je foto. Daar is het histogram voor!

Het histogram kan een hulpmiddel zijn om te kijken of je foto’s de correcte belichting hebben. Zoals ik al zei, het ‘advies’ dat je histogram geeft is niet bindend, want soms is het juist supermooi om onder- of over te belichten. Maar mocht je foto’s willen afdrukken of wil je er zeker van zijn dat je geen ‘lege’ (onder- of overbelichte) pixels in je foto hebt, dan zul je naar het histogram moeten kijken.

Wat zie je in het histogram?

Goed belichten met het histogram

In het histogram zie je een schematische weergave van de pixels in je foto. Helemaal links zie je altijd de donkere pixels, helemaal rechts de lichte. In het midden komen dan, vanzelfsprekend, de grijstinten.

Het grafiekje dat je ziet wijst op het aantal pixels dat zich in je foto bevindt van de betreffende tint. Elke tint, van 0 (zwart) tot 255 (wit) is één ‘balkje’ in je histogram en zo kun je min of meer aflezen hoeveel zwart-, wit- en grijstinten zich in je foto bevinden. Zie je links een piek in je histogram, dan heb je waarschijnlijk een vrij donkere foto genomen. Andersom geldt: zie je rechts een piek, dan is je foto vrij licht en/of bevat het veel wittinten. Bovenstaande grafiek bevat dus hoogstwaarschijnlijk een wit (of heel licht) stuk. Dat kan van alles zijn en dat kan zich ook overal in de foto bevinden.

Goed belichten met het histogram
Dit histogram is van een donkere foto, met daarin ook onderbelichte pixels.
Goed belichten met het histogram
Dit histogram is duidelijk van een overbelichte foto.

Schiet je grafiekje links of rechts buiten je histogram, dan heb je te maken met onder- of een overbelichte pixels in je foto. Idealiter begint je grafiek zo ver mogelijk linksonder, om een soort boog te maken (waarvan de vorm variabel is, enkele pieken in je histogram zijn helemaal niet raar) en helemaal rechtsonder weer te eindigen. Is dat het geval, dan heb je in theorie een correcte belichting in je foto.

Natuurlijk hoeft een histogram dat er anders uit ziet in de praktijk niet te betekenen dat je een goede foto hebt – zoals ik al zei kan het soms juist prachtig zijn om meer donkere of juist meer lichte kleuren in je foto’s te gebruiken. Je histogram kan dan overhellen naar links of naar rechts. Zo lang het grafiekje niet uit je histogram schiet, zit je qua onder- of overbelichting (en dus qua ‘lege’ pixels) in ieder geval goed!

Een klassiek portret maken

Tijdens één van mijn eerste lessen op de Fotovakschool kregen mijn medestudenten en ik de opdracht om een klassiek portret te maken. Dit begrip kregen wij uitgelegd als een manier van portretteren die schilders vroeger al gebruikten, vandaar de benaming ‘klassiek’.

Schilders hadden vroeger vaak een atelier met een raam op het noorden, zodat het licht de hele dag gelijkmatig naar binnen viel en geen storende, harde schaduwen zou veroorzaken. Het raam reikte vaak tot aan het plafond, zodat het licht van bovenaf naar binnen viel. Deze manier van lichtgebruik is bijvoorbeeld terug te zien in Het Melkmeisje en Het Meisje met de Parel van Johannes Vermeer. Zeker in die laatste zie je het klassieke lichtgebruik terug.

Klassiek-02 Klassiek-01

Een klassiek portret wordt getypeerd door de lichtval op het gezicht. Het Meisje met de Parel kijkt over haar schouders naar links, waar het licht vandaan komt. Het licht schijnt op beide kanten van het gezicht, niet alleen op de kant het dichtst bij het licht, maar over haar neus ook op haar andere wang. Hierdoor ontstaat een driehoek van licht op het gezicht, die kenmerkend is voor een klassieke lichtval.

Klassiek-03

Het maken van zo’n klassiek portret is niet moeilijk, je moet alleen goed kijken. De lichtinval is essentieel: het licht moet van de zijkant komen, maar niet in een hoek van 90 graden ten opzichte van je model. Het liefst valt het licht schuin je beeld binnen. Laat je model het hoofd ietwat naar het licht keren, zodat de driehoek in het gezicht ontstaat. Et voilà: een klassiek portret!

Klassiek-04

Vier manieren van lichtmeten

Belichting is essentieel voor een goede foto en het is belangrijk om hier bewust mee om te gaan. Je kunt met een spiegelreflexcamera je licht op 4 manieren meten: matrix, centrumgericht, gedeeltelijk en spot. Camera’s staan vaak standaard afgesteld op matrixmeting, maar dit hoeft niet altijd het beste resultaat op te leveren. Experimenteer dus met de instellingen en kijk wat per situatie het best werkt!

Lichtmeting-01

Matrix

Matrixmeting is de standaard manier van lichtmeten. Je kunt dit het best gebruiken in situaties waarin het beeld gelijkmatig verlicht is – foto’s van alledag, zeg maar. De totale belichting wordt door je camera gemeten en daarvan wordt het gemiddelde genomen voor de foto. Contrastverschillen zijn hierbij echter funest – met deze manier van meten kan je camera daar problemen mee hebben en kan de belichting niet volledig correct uitkomen.

Lichtmeting-02

Centrumgericht

Ook bij deze instelling berekent de camera de belichting over het hele beeld, maar het onderwerp weegt hierbij het zwaarst. Centrumgerichte lichtmeting is daarom beter te gebruiken bij situaties met meer contrast, zoals wanneer je onderwerp fel belicht is en de achtergrond donker (denk aan een concert). De belichting van je model is daarbij belangrijker dan de achtergrond en die wordt dus ook zwaarder berekend.

Lichtmeting-03

Gedeeltelijk

Gedeeltelijke lichtmeting zet het centrum van je foto centraal, maar berekent hierbij niet de rest van het beeld mee (sterker nog: slechts 8 procent). Foto’s met een duidelijk onderwerp dat je in het midden van je beeld plaatst kunnen het best met deze instelling genomen worden.

Lichtmeting-04

Spot

Spotmeting is de meest nauwkeurige manier van lichtmeten. Een nog kleiner gebied in het centrum van de foto (slechts zo’n 3 tot 5 procent) wordt hierbij gemeten en er wordt geen rekening gehouden met lichtomstandigheden in de rest van het beeld. Dit kan handig zijn bij extreem veel tegenlicht of veel lichtbronnen in een foto.

Scherpstellen bij het maken van een portret

Je bent een portretfotograaf of je bent het niet. Sommige fotografen doen (of kunnen) niet anders, anderen hekelen het en doen het het liefst nooit. Hoe dan ook, portretfotografie is een vak apart. Basiskennis hierbij is het scherpstellen. Wil je een kleine scherptediepte gebruiken waardoor een deel van de foto dus onscherp wordt, dan is het belangrijk om te weten waarop je scherpstelt.

Zoals Leonardo da Vinci ooit schreef: ‘De ogen zijn de spiegel van de ziel’. Ogen maken sfeer. Het zit in onze natuur om iemand te willen doorgronden als we hem of haar aankijken en dat is haast onmogelijk als we de ogen niet of niet scherp zien. Het zal je dan ook niet verbazen dat je het best op de ogen scherp kunt stellen bij het maken van een portret.

Portret-03

Natuurlijk zijn er hierop uitzonderingen te bedenken en kun je in fotografie zo creatief zijn als je zelf wilt. Als de persoon op de foto bijvoorbeeld opzij of naar beneden kijkt, of er is een ander object in beeld dat een belangrijke rol speelt in de foto, dan zijn de ogen minder van belang dan wanneer je model daadwerkelijk in de camera kijkt. Scherpstellen op de ogen is dus een mooi uitgangspunt, maar geen regel.

Zijn beide ogen in beeld, maar hebben ze niet dezelfde afstand tot de camera? Dan kun je het best op het voorste oog focussen. Hiermee krijg je het meest rustige resultaat. Wanneer het achterste oog scherp is, zal de kijker dit (onbewust) als storend ervaren.

Portret-02

In dit portret met tegenlicht is gefocust op het achterste oog. Het levert een wat onrustig beeld op.

Portret-01

In dit portret is gefocust op het voorste oog, wat veel natuurlijker lijkt.

Je scherpstelpunt kun je het best handmatig bepalen. Zet je autofocus dus uit en ga zélf aan de slag. Zeker bij een heel kleine scherptediepte zou het zonde zijn wanneer je niet in de gaten hebt dat de camera nét niet goed gefocust heeft. Herkadering is bovendien ook geen goed idee. Hiermee loop je het risico dat je je camera net op de verkeerde manier verplaatst, waardoor het scherptedieptegebied in je foto anders komt te liggen en je een ander resultaat krijgt dan je voor ogen hebt. Let wel: bij het schieten van momentopnames (bijvoorbeeld tijdens een bruiloft) moet je vaak snel te werk gaan en heb je geen tijd om handmatig te focussen – anders dan bij een fotoshoot. Let hierop en kies de manier van werken die voor die specifieke situatie het best is.

Je fotoarchief beheren, voorzien van kenmerken en backuppen

Het backuppen van foto’s is één ding. Minstens zo belangrijk is dat je overzicht houdt in je alsmaar uitdijende fotocollectie. Een handig hulpmiddel hierbij is het beheren van je fotowerk via software zoals bijvoorbeeld Lightroom, Bridge, AfterShot of Picasa. Via dergelijke software kun je je foto’s van verschillende kenmerken voorzien, zodat je ze later weer makkelijk kunt vinden.

Steekwoorden en sterren

Denk bijvoorbeeld aan het toevoegen van een waardering via sterren, zodat je je beste foto’s makkelijk kunt terugvinden. En het toevoegen van steekwoorden zodat je bijvoorbeeld op basis van het woord ‘strand’ in één klap al je strandfoto’s te zien krijgt.

Gezichtsherkenning

Gezichtsherkenning wordt ook steeds vaker toegepast in software (zoals Picasa en Photoshop Elements 10). Je moet dan eenmalig aangeven wie er op je foto’s staat, waarna de software via gezichtsherkenning andere foto’s waar dezelfde persoon op staat zal indexen.

Geotagging

Eveneens nuttig is geotagging. Bij veel software kun je via Google Maps aangegeven waar je foto’s ongeveer zijn gemaakt. Dat maakt het makkelijker om foto’s van een bepaald land of locatie snel te kunnen oproepen. Een aantal nieuwe camera’s beschikken over een ingebouwde gps-chip, waardoor deze informatie al automatisch aanwezig is, maar dat zijn er helaas slechts enkelen. Natuurlijk kun je dit ook handmatig achteraf doen, bijvoorbeeld wanneer je met een app je gps-locatie hebt vastgelegd en deze exporteert als GPX-bestand. Deze kun je importeren in bijvoorbeeld Lightroom, waarbij deze de foto’s zal synchroniseren op basis van de datum en tijd.

Foto’s terugvinden

Al deze organisatie vereist wel wat werk wanneer je nieuwe foto’s aan je collectie toevoegt, maar het maakt het stukker makkelijker om achteraf foto’s terug te vinden. Vooral wanneer je fotoverzameling uit tienduizenden foto’s bestaat is het vrijwel onmogelijk om dat op een andere manier efficiënt te organiseren. Als je voor het maken van backups verschillende media gebruikt, zoals bijvoorbeeld dvd’s of verschillende usb-sticks, dan is het handig om deze te labelen zodat je exact weet welke inhoud er op staat (anders moet later je meerdere schijven gaan zoeken om een bepaalde foto te vinden).

lightroom

Backup op andere locatie

Een backup kan technisch nog zo goed zijn uitgevoerd, zolang deze lokaal bewaard wordt, ben je slechts gedeeltelijk beschermd. De kans is wellicht klein, maar ook door een brand, inbraak of natuurramp kun je foto’s kwijtraken als je deze in huis bewaard. Wil je meer zekerheid dat je foto’s niet verloren gaan, zorg er dan voor dat je foto’s niet alleen lokaal worden opgeslagen, maar ook op een andere locatie. Bijvoorbeeld op een externe harde schijf bij vrienden of familie. Of via ‘de cloud’.

[alert style=”yellow”]

Gratis backup software

Het kopiëren van bestanden is een vervelend handmatig werkje. Of je de bestanden nu naar een usb-stick, externe harde schijf of het netwerk kopieert, je moet steeds handmatig mappen en bestanden selecteren. Gelukkig zijn er ook allerlei handige gratis hulpmiddelen voor te vinden. Je stelt dan eenmalig de locatie waar de brongegevens staan en wat de doellocatie is in en vervolgens is het een kwestie van één druk op de knop (of eventueel een geautomatiseerde opdracht op basis van een vaste dag en tijd). Een gratis programma is Snap Backup (www.snapbackup.org) dat zowel werkt onder Windows als Mac OS X. Je kunt ook Dropbox instellen als doellocatie.[/alert]

snap

 

8 tips voor wildlife fotografie in Nederland

Ga je op safari in het buitenland of in één van de prachtige natuurgebieden in Nederland, dan wil je ook dat de schoonheid van het landschap of de sierlijkheid van een dier terugzien in een foto. De natuur kan adembenemend mooi zijn, maar hoe vereeuwig je dat op de gevoelige plaat? Nikon daagt fotografen uit om de natuur in te gaan en te experimenteren met de 8 tips van Benjamin van der Spek, professioneel natuurfotograaf en winnaar van de publieksprijs van de Frans Lanting Award 2014.

Controleer je gereedschap

Zorg dat je batterij is opgeladen en dat je een reserve bij je hebt. Neem verder een lensdoekje en extra geheugenkaarten mee op pad.

Werk met het juiste licht

Overdag is het licht het hardst. Het mooiste licht is een half uur voor zonsopkomst/ondergang tot een half uur er na. Men noemt dit ook wel ‘Het blauwe uur’ of ‘Het gouden uur’. Bij macro fotografie kan je ook goed een flitser gebruiken.

171622-Benjamin van der Spek 4-460aa1-original-1435143185

Sta vroeg op

Vlak voor zonsopkomst is de beste tijd om wilde dieren te fotograferen. De meeste dieren vermijden het contact met de mens en zoeken ’s ochtends vroeg naar voedsel.

171618-Benjamin van der Spek 2-8b51aa-original-1435143060Pas je iso waarde aan

Wees niet bang om in slecht licht hogere iso-waarden zoals iso 6400 of zelfs hoger te gebruiken. Het is beter dat je foto een beetje korrelig is, dan bewogen. Het eerste kan je naderhand nog wat verbeteren, maar beweging in een foto is niet gemakkelijk weg te halen. Sommige dieren kunnen erg snel bewegen. Als je een vogel volledig scherp in volle vlucht wil fotograferen, zorg dan voor een zeer snelle sluitertijd zoals 1/3200 seconde of nog korter. Natuurlijk hangt alles af van het licht en het effect dat je wilt bereiken.

Gebruik eens een lange belichting

Bij landschappen kan het mooi zijn om een langere belichting toe te passen. Hierdoor verdwijnen bewegende objecten, wordt water gladder, en kan de lucht dramatischer worden. Gebruik voor lange belichtingen de zelfontspanner of een draad(loze)ontspanner. Neem dus altijd een statief(je) of een beanbag mee zodat je camera veilig en stabiel staat of ligt.

171627-Benjamin van der Spek 5 low res-194f30-original-1435143330

Pas je diafragma aan

Een groot diafragma wordt aangegeven met een laag ‘f’-getal. Hoe groter de diafragmaopening, hoe korter de scherptediepte. Zo kan je onderwerpen scherp fotograferen terwijl de achtergrond onscherp blijft.

171623-Benjamin van der Spek 6-7a70a4-original-1435143204

Draag geen opvallende kleren

Zorg dat je altijd waterdichte laarzen bij je hebt. Als je in Nederland de natuur wilt vastleggen sta je vaak in water of modder. Draag geen felle kleuren. Dat schrikt de dieren af. Blijf aan de bosrand of in de buurt van andere beschutting.

Denk aan de veiligheid van de dieren en die van jezelf

Blijf op voldoende afstand van de dieren en raak ze nooit aan. Kom niet tussen het water en de dieren en volg altijd de voorschriften van het gebied waarin je gaat fotograferen. Neem verder altijd een opgeladen telefoon mee voor nood. Zet deze wel op stil om te voorkomen dat een beller de dieren met een ringtone laat schrikken.

171620-Benjamin van der Spek 3-04f2dc-original-1435143066

[alert style=”white”]

Winactie #NikonWildlife

Met de tips van Benjamin van der Spek is het voor iedereen mogelijk om zijn of haar fotografieskills naar een hoger niveau te tillen en prachtige foto’s te maken van een landschap of een wild dier in de natuur. Nikon roept daarom iedereen in Nederland op om met behulp van bovengenoemde tips de natuur in te gaan en de mooiste foto’s te delen op social media. Alle natuurfoto’s die tussen 25 juni en 31 augustus 2015 met #NikonWildlife op Facebook, Twitter of Instagram of in de win-app op de Nikon Facebook-pagina worden geplaatst, maken kans om een camouflagekleurige ACULON W10 10×21 verrekijker te winnen. Om te winnen moeten deelnemers een openbaar profiel hebben.[/alert]

Deze bijdrage werd aangeleverd door Nikon

Foto credits: Benjamin van der Spek – www.benjaminvanderspek.com

Het bewerken van ruis in je foto met Adobe Lightroom

Al eerder schreef ik een artikel over hoe je ervoor kunt zorgen dat je de ISO-waarde zo laag mogelijk kunt houden bij het maken van een foto. Is het je niet gelukt om de ISO-waarde naar beneden te krijgen en zit je nu met ongewilde ruis in je foto? Geen zorgen, met een fotobewerkingsprogramma als Adobe Lightroom of Photoshop kun je de foto voor een groot deel naar tevredenheid aanpassen!

ISO001

Zoals je ziet zit in bovenstaande foto, gemaakt op een donkere locatie met veel verschillend (kunst)licht, veel ruis. Mijn camera was ingesteld op 1/80, f2.8 en ISO3200 en dit leverde bovenstaand resultaat op.

ISO002

Ik voegde wat helderheid en contrast toe, maar was absoluut niet tevreden met de ruis. Hoe is dit te verbeteren?

De instellingen voor ruisreductie vind je in Lightroom in de Ontwikkel-module aan de rechterkant, onder het kopje ‘Details’. Je vindt hier de instellingen voor luminantie (helderheidsruis) en kleurtintruis. De eerste geeft een korrelig effect aan je foto, wat doet denken aan foto’s van vroeger. Kleurtintruis geeft, met name in schaduwpartijen, extra kleurpixels die er eigenlijk niet horen.

In het menu vind je onder ‘luminantie’ de opties ‘details’ en ‘contrast’, en onder kleurtint ‘details’ en ‘vloeiendheid’. Begin met de luminantie en probeer deze te optimaliseren, zonder dat je foto er nep uit komt te zien. Met ‘details’ verscherp je de details weer. Zoom in op de foto en bekijk alle details goed. Het optimaliseren van ruis is lastig: te veel ruisreductie kan je foto’s onrealistisch (te glad) maken en verscherping verscherpt ook de ruis. Zoek hier dus een evenwicht in.

De opties stonden bij deze foto standaard ingesteld op luminantie 0, details 50, contrast 0, kleurtint 25, details 50 en vloeiendheid 50.

ISO003

Ik speelde wat met de schuifjes en kreeg bovenstaand resultaat. Ik paste luminantie aan naar 100, contrast naar 81 en vloeiendheid naar 93. Deze bewerking werkt absoluut niet bij alle foto’s. Wanneer je mensen hebt gefotografeerd, moet je voorzichtig zijn met de luminantie. Je modellen kunnen er uit gaan zien als een barbiepop met een gladgestreken gezicht en dat wil je niet. Voor deze foto vond ik de ‘gladde’ look mooi ogen, omdat de flessen natuurlijk ook van glas zijn gemaakt. Speel met de schuifjes en bekijk of het resultaat nog steeds natuurlijk oogt.

Hoe werkt de belichtingsdriehoek?

De belichtingsdriehoek is in fotografie een algemene term voor drie factoren die de belichting van je foto beïnvloeden: ISO-lichtgevoeligheid, sluitertijd en diafragma. Voor een goed belichte foto moet je een balans zien te vinden tussen deze drie factoren. De belichtingsdriehoek illustreert deze balans en kan je helpen in de zoektocht naar de juiste belichting.

  • Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht dat op de sensor van je camera valt. Hoe groter het getal (bijvoorbeeld f/4), hoe kleiner je diafragmaopening is en hoe minder licht de sensor bereikt;
  • De sluitertijd bepaalt hoe lang dat licht op de sensor valt. Hoe langer de sluitertijd, hoe groter de kans is dat je bewegingsonscherpte in je foto krijgt;
  • De ISO-lichtgevoeligheid bepaalt hoeveel invloed het licht heeft op de uiteindelijke foto. Hoe groter de ISO-waarde, hoe groter de kans op ruis in je foto.

Belichtingsdriehoek

Elke hoek in de belichtingsdriehoek staat voor één van de factoren. Voor een correcte belichting is een balans tussen de drie factoren essentieel en alleen in die situatie is de driehoek perfect. Verander je één van deze instellingen, dan verander je in principe één van de hoeken van de driehoek. De driehoek heeft dan geen gelijke zijden meer en je zult dus een andere instelling óók moeten aanpassen, wil je weer een perfecte driehoek (en dus een correcte belichting) krijgen.

Aanpassingen: 1 stop per keer

Pas je één van de drie variabelen aan, dan doe je dit in stapjes. De ISO-waarde verhogen van 100 naar 200 is een verhoging van 1 stapje en dit wordt 1 stop genoemd. De sluitertijd verlengen van 1/125s naar 1/60s is ook weer 1 stop verschil. In onderstaand schema zie je hoe de stops in elkaar zitten (dit kan op jouw camera afwijken, dit is enkel als voorbeeld bedoeld).

Belichtingsdriehoek2

Maak je een foto op ISO 200, diafragma f/8 en sluitertijd 1/125s, maar wil je graag een onscherpe achtergrond in je foto en krijg je dat nu niet voor elkaar? Een onscherpe achtergrond krijg je door een zo groot mogelijk diafragma te gebruiken. Je kunt het diafragma in dit geval dus terugschroeven naar f/2.8 – dit zijn 3 stops.

Kijk naar de belichtingsdriehoek en je ziet dat je nu ook een andere variabele aan moet passen om dezelfde, correcte belichting te krijgen. Je kunt je ISO-waarde 3 stops opschroeven, maar dat zorgt voor ruis in je foto en wellicht wil je dat niet. Dan kies je dus voor de sluitertijd. Deze beweeg je 3 stops de andere kant op voor dezelfde belichting – je gaat dus van 1/125s naar 1/800s.

Een foto met de instellingen ISO 200, f/8 en 1/125s ziet er qua belichting dus hetzelfde uit als een foto met de instellingen ISO 200, f/2.8 en 1/800s, je hebt alleen een onscherpte in de achtergrond weten te creëren.

Heb je de belichtingsdriehoek eenmaal onder de knie, dan kun je creatief met je foto’s aan de slag gaan. Moeilijk is het niet, dus zeker de moeite waard om je eens in te verdiepen!

Zeven tips voor onderwaterfotografie

Eind mei vond in Zeeland het WK onderwaterfotografie plaats en is Kroaat Damir Zurub gekroond tot wereldkampioen. 86 deelnemers uit 20 landen doken tijdens het wereldkampioenschap in de Zeeuwse wateren. Nederlands succes werd geboekt door Marco Heesbeen, die goud won in de catagorie Close Up met als thema: Kreeft. Voor iedereen die ook mooie beelden onderwater wil maken deelt Marco Heesbeen zijn tips & tricks voor beginners en gevorderden om de beste onderwater foto’s te maken. Laat je inspireren!

Fotografeer van dichtbij

Het licht wordt door de deeltjes in het water verstrooid en geabsorbeerd. Hoe meer water er tussen jou en je onderwerp in zit, des te minder licht, scherpte, contrast en kleur er in de foto zal overblijven.

Groothoeklens

Gebruik een (ultra) groothoeklens als je een groot onderwerp wilt fotograferen. Door de grote hoek is het mogelijk om het onderwerp volledig in beeld te krijgen zonder veel afstand te hoeven houden.

Kleurcorrectie

Al vanaf enkele meters diepte neemt de intensiteit van verschillende kleuren af waarbij rood als eerste verdwijnt. Om toch kleurrijke opnamen te verkrijgen kun je gebruik maken van een kleurcorrectiefilter, witbalans correctie of een krachtige onderwaterflitser. Een flitser zorgt voor heldere kleuren en mooie contrasten in alle omstandigheden. Zelfs bij duiken waarbij weinig licht is zoals wrak- en nachtduiken.

169915-yoeri_van_es_nikon_AW130-3-a0a9e2-original-1433832070

Compositie

De compositie van een foto is onderwater net zo belangrijk als boven water. Vergeet dus niet te zoeken naar interessante patronen, hou vast aan de regel van derden of vul het frame op met je onderwerp.

Macrofotografie onderwater

Concentreer je bij slecht zicht op macrofotografie. Er zijn talloze fotogenieke onderwerpen te vinden die slechts enkele centimeters of zelfs slechts enkele millimeters groot zijn. Zorg dus dat een goede macro lens niet in je assortiment ontbreekt.

Perspectief

Op onderwaterfoto’s is de schaal niet altijd duidelijk. Door een andere duiker in je foto mee te nemen, kun je bijvoorbeeld laten zien hoe groot een vis is.

Fotografeer op ooghoogte

Fotografeer onderwaterdieren wanneer dat kan op of onder ooghoogte. Zo komen de mensen die de foto’s bekijken oog in oog te staan met het leven onderwater en krijgt de foto nog meer impact.

169914-yoeri_van_es_nikon_AW130-2-f43109-original-1433832038

Foto’s: Yoeri van Es

[alert style=”white”]Disclaimer:  Dit artikel is aangeleverd door Nikon Nederland. Op de foto’s zie je de Nikon Coolpix AW130. Dit is de enige compactcamera die tot 30 meter onderwater kan, wat overeenkomt met het Advanced Open Water-duikcertificaat, zonder dat een waterdichte behuizing nodig is. De camera kan ook goed tegen kou én tegen een stootje.[/alert]

Lenzen en filters schoonmaken. Hoe doe je dat?

Een goede lens is bepalend voor een goede foto. Maar tijdens het gebruik worden ze langzaam vuil: stof, zandkorrels, vingerafdrukken en andere vlekken nestelen zich op het oppervlak. Vroeg of laat zal dat een impact krijgen op de beeldkwaliteit. Het is dus zaak om je lenzen regelmatig schoon te maken. Maar wat moet je wel en vooral ook niet doen?

JH_LENSVIES_IMG_9423

Voorkomen is natuurlijk altijd beter dan genezen. Hoewel het praktisch onmogelijk is om te voorkomen dat een lens ooit vuil wordt, kun je het probleem wel verminderen door voorzichtig met je spullen om te gaan. Gebruik – wanneer je niet actief fotografeert – zoveel mogelijk de lensdop, zodat stof en vuil niet op de lens kan komen. Voorkom dat je vingers de lens aanraken, want dat levert vetvlekken op die minder makkelijk te verwijderen zijn. Voorkom krassen en stoten. Maak je lens met speciale schoonmaakdoekjes schoon en niet ‘even snel’ met je trui of t-shirt . En de belangrijkste en meest voor de hand liggende tip: gebruik een uv-filter om je lens te beschermen. Een nieuw filter is vele malen goedkoper dan een nieuw glaselement.

Wat niet doen?

Voordat je je camera-apparatuur schoonmaakt is het belangrijk om te beseffen dat het glas van een lens iets anders is dan dat van een bril. Bij het schoonmaken van een bril is het voornaamste doel het verbeteren van het zicht en het voorkomen van condens, wat bereikt wordt door het glas te poetsen. Hiervoor bestaan speciale doekjes waar al reinigingsvloeistof op zit. Deze vloeistof is niet geschikt voor cameralenzen (en filters) omdat het op de lange termijn de coating kan aantasten. Dit hoef je niet direct te merken, maar wordt sluipenderwijs zichtbaar doordat er kleine krasjes ontstaan, die bij regelmatig poetsen steeds beter zichtbaar worden. Ook andere traditionele schoonmaakmiddelen (zoals Glassex) zijn absoluut uit den boze. Deze bevatten alcohol, wat eveneens de coating kan aantassen. Het is aan te raden om deze producten links te laten liggen als het om cameralenzen gaat. De duurdere lenzen hebben over het algemeen ook een meer bestendige coating dan de goedkope.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Stap 1: stof wegblazen

De eerste stap in het reinigingsproces is het zoveel mogelijk verwijderen van stofjes. Wanneer je deze laat zitten smeer je die tijdens het schoonmaken over de het glasoppervlak heen, wat in het ergste geval krassen kan veroorzaken. Je kunt stof het beste wegblazen met een blaasbalgje. Een luchtspuitbus kan ook, als je de lucht maar niet met teveel kracht op het oppervlak wordt geperst (hou voldoende afstand) en je de bus recht houdt (anders kan er vloeistof uitspuiten).

Stap 2: kwastje

Soms blijft er nog wat stof achter, met name aan de rand van het glas en in kiertjes. Die kun je voorzichtig wegvegen met behulp van een zacht penseel. Een geschikt penseel vind je in diverse schoonmaaksets, maar je kunt eventueel ook een schilderspenseel gebruiken mits deze zachte haartjes heeft die meebuigen en niet loslaten (een verfkwast met hard haar is absoluut niet geschikt).

Stap 3: vloeistof

Voordat je met een doekje of ander hulpmiddel aan de slag gaat, kun je een beetje vloeistof op het lensoppervlak aanbrengen. Met een droog doekje krijg je aanslag als vet (van vingerafdrukken) heel lastig weg; je smeert het alleen maar uit over het oppervlak. Speciale reinigingsvloeistof voor lenzen ontvet het oppervlak, waardoor vlekken makkelijk weg te werken zijn. Een goedkoop en eveneens goed alternatief is om je adem op de lens uit te blazen. Er vormt zich dan condens, dat je prima als basis kunt gebruiken. Een ander alternatief vormen vochtige lensdoekjes, die je bij veel fotozaken kunt kopen.

Magic_Cleaner_500X500

Stap 4: doekje

De meest voor de handliggende hulpmiddel voor de schoonmaakprocedure is een doekje. Bij voorkeur een zachte doek, die niet pluist. Een zogenaamd microfiberdoekje, onder andere verkrijgbaar bij fotospeciaalzaken, is ideaal. Vorm een klein plat oppervlak dat je prettig vast kunt houden en wrijf hier zachtjes in cirkelvorm mee over het lensoppervlak. Begin in het midden en werk, al draaiend, langzaam naar buiten toe.

Stap 5: controle

Controleer het lensoppervlak na afloop. Zijn er nog stofjes, vlekjes of onregelmatigheden te zien. Herhaal de procedure dan nog eens of gebruik eventueel beter materiaal.

Alles-in-één: de lenspen

Teveel gedoe? Je kunt ook een zogenaamde ‘lens pen’ gebruiken. Eigenlijk is dit een merknaam (lenspen.com), maar hij wordt ook onder diverse andere namen verkocht. De pens bestaat uit twee delen: een uitschuifbaar kwastje en een rondvormig rubberen uiteinde. Met het kwastje veeg je eerst de stofjes weg. Het rubberen uiteinde bevat een bevat een op koolstofgebaseerde stof dat vet absorbeert. Hiermee kun je vingerafdrukken eenvoudig wegwerken door – net als met een doekje – ronddraaiende bewegingen te maken. Als niet alle vlekken direct verdwijnen kun je eventueel nog wat condens produceren door richting de lens uit te ademen. Vergeet niet de lenspen opnieuw te ‘laden’ door de dop op het uiteinde (die ook een koolstoflaagje bevat) een paar keer te draaien.

KA-MP1

Een ‘lens pen’ is een eenvoudig en effectief schoonmaakmiddel

Ten slotte

Het schoonmaken van een lens gaat verder dan alleen het voorste glaselement. Minstens zo belangrijker is het achterste glaselement. Stof, vingerafdrukken en vlekken op het achterste element zijn zelfs eerder zichtbaar omdat dat element dichterbij de sensor zit. Vergeet ook je uv-filters niet schoon te maken, zowel aan de voor- als achterkant. Wanneer je alleen de voorkant doet, kan vuil aan de achterzijde op het voorste lenselement komen. Om de contactpunten van de lens te reinigen kun je een wattenstaafje met alcohol gebruiken of een gummetje.

 

[alert style=”yellow”]

Meer do’s en don’ts

Het volgende ligt waarschijnlijk meer voor de hand, maar we noemen het voor de zekerheid toch even. Zorg voor goed licht tijdens het reinigen, anders is de kans groot dat je stofjes en vlekken over het hoofd ziet. Voorkom ten alle tijden dat je met je vingers het glas van de lens (of van een filter) aanraakt, want daar wordt het oppervlak vet van – en dat is lastig te verwijderen. Let hier ook op als je het schoonmaakdoekje aanraakt (gebruik de kant waar je niet met je vingers hebt aangezeten). Wil je echt helemaal op safe spelen, dan kun je overwegen om rubberen handschoenen te gebruiken. Wanneer de lens met een doekje schoonwrijft, gebruik dan geen druk. Het doekje lijkt misschien zacht, maar er kunnen harde stofdeeltjes op terecht zijn gekomen die wel krassen kunnen veroorzaken (vooral als je hard drukt). En gebruik vooral ook geen papieren doekjes. Papier is dun en breekt snel, waardoor de resten zich op allerlei plekken kunnen nestelen – en die krijg je erg lastig weer weg.

[/alert]

Do’s en dont’s voor het fotograferen van een zonsverduistering

Vrijdag 20 maart is er een gedeeltelijke zonsverduistering te zien. Dit natuurverschijnsel komt slechts eens in de paar jaar voor en het effect is afhankelijk van je positie. In dit geval is de verduistering voor ongeveer 84% te zien en dat is best flink. Wil je alles zien, inclusief 100% verduistering, dan moet je op de Faroer eilanden zijn. Maak gebruik van deze kans, want de volgende gedeeltelijke verduistering is pas weer in 2021 en dan is de verduistering minimaal (24%). De eerstvolgende volledige zonsverduistering is hier pas in 2072 te zien. Wil je hem eerder zien, dan moet je naar een ander deel van de wereld reizen (zoals Noord-Amerika in 2017 en Zuid-Amerika in 2019).

Wanneer moet je klaar staan?

De verduistering vind kort na zonsopkomst plaats. Om 9:45 begint de maan langzaam voor de zon te schuiven en dit proces duurt tot 11:30. Het hoogtepunt, de maximale verduistering, is om 10:37. Het weer kan nog roet in het eten gooien, want er is een redelijke kans op bewolking, maar ook door de wolken heen zou je de verduistering kunnen zien. De zon komt op in het oosten, dus die richting moet je op kijken.

Niet in de zon kijken! Ook niet door de zoeker!

De zon is zo’n fel object dat we gewend zijn er niet rechtstreeks naar te kijken. Het doet gewoon pijn aan je ogen en je kunt ze zelfs onherstelbaar beschadigen. Maar door de verduistering wordt de zon ineens een interessant object om te bekijken. Hoewel de totale hoeveelheid door de blokkade van de maan afneemt, is de zon zelf nog steeds even fel. En dus nog steeds gevaarlijk voor je ogen. Een zonnebril is niet voldoende, gebruik bij voorkeur een ecplisebril of kijk niet rechtstreeks naar de zon.

Als je een camera met een optische zoeker hebt, zoals een spiegelreflex, kijk hier dan NIET doorheen. Door het gebruik van een telelens wordt de kracht van de zon nog meer versterkt en dat is dus nog gevaarlijker voor je ogen. Gebruik altijd live view om naar de zon te kijken, scherp te stellen en je compositie te bepalen. Oftewel: gebruik het lcd-scherm, niet de zoeker. Als je een camera met een elektronische zoeker (evf) hebt, zoals een systeemcamera, dan kun je die wel probleemloos gebruiken.

Compositie en lens

Bedenk vooraf hoe je de verduistering wilt vastleggen. De meeste mensen fotograferen simpelweg de zon zelf. Een flinke telelens (minimaal 300mm of meer) is dan voldoende. Wil je een meer spannende compositie, zorg dan voor een interessante voorgrond. Dat kan bijvoorbeeld een boom of een kerktoren zijn. Je kunt dan het beste vooraf bepalen waar je gaat staan. Een telelens is handig, maar je kunt natuurlijk ook een grotere hoek gebruiken en bijvoorbeeld een stad of landschap tonen met een half verduisterde zon. Dat is zelf wat origineler dan een simpele close-up van de zon.

ND-filter of solarfolie

De zon is zo fel dat je in veel gevallen last hebt van teveel licht. Kies de laagst mogelijke iso-waarde (b.v. iso 50) en eventueel de hoogst mogelijke diafragmastand 9b.v. f/32) plus en zo snel mogelijke sluitertijd (b.v. 1/8000e seconde). In veel gevallen zal je camera dit niet goed kunnen, bijvoorbeeld omdat de laagste iso-waarde 200 is en/of de snelste sluitertijd slechts 1/4000e. Een simpele oplossing is het gebruik van een ND-filter. Bijvoorbeeld een ND8 die het licht met 8 stops vermindert. Een ND10 is nog beter en een combinatie van twee ND-filters is ook een optie (hoewel dat de beeldkwaliteit niet ten goede komt). Een infraroodfilter houdt ook veel licht tegen.

Instellingen

Zet je camera op een statief zodat je maximale ruimte hebt om met instellingen te spelen en niet steeds de zon opnieuw hoeft op te zoeken in je compositie. Gebruik de laagst mogelijke iso-waarde en kiest een snelle sluitertijd. Ook met het diafragma kun je spelen, maar probeer circa f/8 of f/11 aan te raden want op een hogere of lagere waarde is de optische kwaliteit lager. Bovendien zul je met een kleinere lensopening (b.v. f/22) eerder stofvlekjes zien. Je kunt het beste de A- of de M-stand gebruiken. Maar de P-stand werkt in principe ook. Gebruik belichtingscompensatie om iets onder te belichten.