Wat is een stappenmotor (STM)?

Sinds enige tijd komt Canon steeds vaker met ‘STM’ lenzen op de proppen. Opvallend, want tot nu toe gebruikte Canon USM – UltraSonic Motor – voor stille lenzen. Ter vergelijking: Nikon gebruikt hier de term AF-S voor en Sigma HSM. Wat is dus het verschil tussen STM en USM? En waar staat STM voor?

De 18-135mm met STM (stappenmotor)

STM

De term STM staat voor Stepper Motor. Oftewel, het gaat om een stappenmotor. Dit is een technologie die ook door veel andere fabrikanten gebruikt wordt. Nikon gebruikt het bijvoorbeeld in haar Nikon 1 objectieven en Tamron in haar 18-200mm voor de NEX. Een stappenmotor gebruikt stapsgewijze rotatie om scherp te stellen, waarbij de motor het scherpstelmechanisme aandrijft zonder tussenliggende vertragingseenheid. Daardoor werkt een lens met een stappenmotor geruisloos. Een stappenmotor sluit ook beter aan bij camera’s die contrastdetectie gebruiken, dus het is geen toeval dat hij vooral gebundeld wordt met EOS camera’s die zwaar leunen op contrastdetectie-autofocus. Een lens met ultrasone motor (USM) stelt snel scherp, maar moet de scherpstelling nog een beetje corrigeren als hij (bijna) op het juiste punt is aangekomen, wat soms hoorbaar is als een lichte tik. Een stappenmotor hoeft dat niet, want deze stopt op het juiste punt. In tegenstelling tot eerder gesuggeerd biedt een STM lens van Canon wel ‘fulltime manual autofocus’. Oftewel, je kunt na de autofocus de scherpstelling nog handmatig aanpassen zonder dat je daarvoor knoppen hoeft om te zetten.

STM vs USM

Is een STM dan superieur aan USM en in feite een opvolger? Nee. STM is meer geschikt voor video, onder andere omdat de lichte tik van USM niet aanwezig is en omdat scherpstellen (in combinatie met contrastdetectie) makkelijker is. Wanneer er sprake is van snelle actie, zoals sportfotografie, is een ultrasone motor (zoals USM) superieur aan een stappenmotor.

Landschappen fotograferen: 7 tips voor haarscherpe landschapsfoto’s

Tips voor Landschapsfotografie

Landschapsfotografie behoort tot de meest populaire takken binnen de fotografie. Mooie landschappen zijn natuurlijk te vinden in Nederland, maar misschien maken we nog wel meer landschapsfoto’s tijdens onze vakanties. Bij de meeste landschapsfoto’s wil je dat de hele foto haarscherp is, niet alleen op de voorgrond, maar ook in het midden en op de achtergrond. In dit artikel vind je 7 tips om ervoor te zorgen dat jouw landschapsfoto’s voortaan haarscherp zijn.

Kies voor een klein diafragma

Als alles in de foto scherp moet zijn dan kun je het beste fotograferen met een klein diafragma. Door het diafragma op ongeveer f/11 in te stellen krijg je bij de meeste camera’s een grote scherptediepte. Bij full frame camera’s zou je nog kunnen kiezen voor een iets kleiner diafragma om alles scherp te krijgen. Stel het diafragma niet direct in op f/22, want dan kan er diffractie optreden. Met diffractie zal de foto er uiteindelijk minder scherp uitzien.

Landschapsfotografie Tips

Stel hyperfocaal scherp

Het instellen van een klein diafragma is de eerste stap. Om vervolgens de grootst mogelijke scherptediepte te krijgen dien je hyperfocaal scherp te stellen. De exacte afstand waarop je moet scherpstellen hangt af van het gekozen diafragma en het gekozen brandpuntsafstand.

Live view kan het scherpstellen makkelijker maken

Je kunt natuurlijk de autofocus gebruiken, maar als je echt controle wilt hebben over het scherpste deel in de foto dan zou je dit ook handmatig kunnen doen. Indien je camera live view heeft dan kun je scherpstellen vanuit de live view stand. Als je handmatig scherpstelt door de zoeker van de camera dan is het vaak lastig om te zien wanneer de scherpstelling goed afgesteld is. Door live view aan te zetten heb je de mogelijkheid om op je compositie in te zoomen (niet zoomen met het objectief, maar met de knop met een vergrootglas). Vaak kun je tot 10x inzoomen op een deel van de foto. Omdat je zover ingezoomd bent kun je nu handmatig scherpstellen en goed zien wanneer het echt scherp is.

Maak landschapsfoto’s met een statief

Het is voor veel fotografen niet de meest geliefde accessoire, maar een goed statief kan het verschil maken tussen een scherpe en een haarscherpe foto. Iedere kleine beweging van de hand zorgt minder scherpte, zelfs als de sluitertijd sneller is dan 1/60e van een seconde. Als de camera op een stevig statief staat dan kan bewegingsonscherpte van de hand niet meer optreden.

Tips voor Landschapsfotografie

Raak de camera niet aan

Zelfs als de camera op een statief staat dan kan het nog fout gaan. Door het indrukken van de ontspanknop kan de camera gaan trillen. Ook dit zal voor onscherpte zorgen. Het is aan te bevelen om een afstandsbediening/draadontspanner te gebruiken. Indien je deze niet hebt kun je ook de zelfontspanner gebruiken. Na het indrukken van de ontspanknop duurt het nog enkele seconden voordat de foto gemaakt wordt.

Haal de camerariem van de camera af

De camera staat op het statief, maar de wind kan nog roet in het eten gooien. Door de wind kan de hangende camerariem heen en weer bewegen. Bij een sterke wind zal de riem tegen het statief aanslaan wat voor trillingen in de statiefpoten zorgt. De camerariem kun je dus het beste losmaken.

Spiegelopklapfunctie

Veel spiegelreflexcamera’s hebben een spiegelopklapfunctie. Het neerklappen van de spiegel kan al voor een kleine trilling zorgen. Met de spiegelopklapfunctie geactiveerd klapt de spiegel eerst open als je op de onstpanknop drukt. Daarna moet je nog een keer drukken voordat de foto gemaakt wordt. Op deze manier kan het neerklappen van de spiegel geen trillingen veroorzaken.

Nieuwe camera’s in 2014 – wat komt er aan?

Het jaar 2013 is bijna voorbij. Hoewel we flink wat nieuwe camera’s voorbij hebben zien komen, was het niet echt een jaar van grote veranderingen. Weliswaar zijn camera’s als de Sony A7(r) en de Nikon Df in bepaalde zin een trendbreuk met eerdere producten, echt vernieuwend waren ze niet. De gebruikte onderdelen waren ook niet nieuw – het ging vooral om een nieuwe vorm. Andere opvallende nieuwelingen waren de Olympus E-M1, Ricoh GR en de Panasonic GM1. Maar de tijd van terugblikken is voorbij – wat heeft 2014 voor ons in petto?

Nikon-Df-silver-front

Nikon

Een camera die we zeker kunnen verwachten is de D3300. Zijn voorganger, de D3200, werd al in 2012 aangekondigd en alle andere productlijnen hebben inmiddels opvolgers gekregen. Volgens geruchten zou de Nikon D3300 al begin 2014 geïntroduceerd worden tijdens de CES in Las Vegas. Hij zou gebundeld worden met een nieuwe kitlens die een stuk compacter is.

Verder verwachten we opvolgers van de huidige Nikon 1 systeemcamera’s als de Nikon 1 V2, de J3 en de S1. De Nikon DSLR’s zijn allemaal nog redelijk courant. Denk aan de recente geïntroduceerde D5300, D610 en D7100. De D800 dateert van begin 2012 en is daarmee de oudste van het stel, maar deze camera (met zijn 36 megapixel-sensor) kan nog wel even mee…

Canon_EOS-100D_WithEF-S18-55mm

Canon

Bij Canon is het wat stil momenteel. Gaan we nu toch eindelijk die 7D Mark II zien? Of is de 70D eigenlijk voldoende als topper voor het APS-C segment? Het lijkt er op dat Canon de focus voor het high-end segment meer op fullframe heeft gericht, met de EOS 5D Mark III en 6D. Opvolgers daarvoor lijken nog niet in zicht te zijn.

Wel zijn er sterke geruchten dat Canon in 2014 met een megapixelkanon komt. Dat mag ook wel, aangezien Nikon met de D800 al twee jaar op 36 megapixels zit en er al heel wat studiofotografen om die reden zijn overgestapt. Of dat een opvolger wordt van de 1D X of een speciaal model ernaast (zoals vroeger met de 1Ds) is niet duidelijk. Recentelijk werd wel een compleet nieuw cameramodel genoemd met de naam ‘EOS A1′. Deze zou over een hybride zoeker (OVF en EVF) beschikken en uitgerust zijn met een sensor met minimaal 35 megapixels. Een opvolger van de 700D wordt ook in 2014 verwacht.

Zal Canon de systeemcameramarkt eindelijk serieus gaan omarmen in 2014? Daar zijn geen concrete tekenen van. De EOS M2 – opvolger van de oorspronkelijke EOS M – is al aangekondigd, maar komt vooralsnog alleen in Azië op de markt. Gek is dat niet, want dat is ook de markt waar systeemcamera’s het meest verkocht worden. In Europa is er wel sprake van groei, maar vormen CSC’s nog steeds een klein aandeel ten opzichte van DSLR’s. Mogelijk is dat de reden dat Canon er weinig haast bij heeft.

fv-sony-a7

Sony

Sony was in 2013 één van de weinige fabrikanten die echt innovatief was en met vernieuwende modellen op de proppen kwam. De RX1 met fullframe-sensor is daar een goed voorbeeld van. Maar ook de RX100 en RX100 II (compactcamera’s met een relatief grote 1 inch-sensor) werden goed ontvangen. Recentelijk kwam daar de RX10 (RX100 maar dan met veel zoom) nog bij. En laten vooral de A7(r) niet vergeten: de eerste systeemcamera met een fullframe-sensor (24 en 36 megapixel).

Sony heeft dus voor heel wat verrassingen gezorgd in 2013. Kan het Japanse merk dat in 2014 nog eens herhalen of zijn alle konijnen nu uit de hoge hoed? Een camera waarvan een opvolger nabij lijkt, is de A77 (en de A65). Deze dateert alweer uit 2011 en voor een digitale camera is dat bejaard (ook al was de A77 zijn tijd vooruit). Ook de A99 met fullframe-sensor moet er waarschijnlijk aan geloven. Sowieso zijn er vraagtekens over de toekomst van de Alpha en NEX lijn en kan het zijn dat de twee verder naar elkaar toegroeien. Zo zijn er berichten dat Sony Alpha-lijn wellicht voortzet zonder spiegel. Ook de Alpha 3000 is een opvallende verschijning: een spiegelreflex zonder spiegel met NEX-vatting.

Wat we in ieder geval verwachten is een opvolger van de NEX-7 (mogelijk NEX-7N geheten). En als Sony het huidige tempo doorzet kunnen we ook een RX100 III verwachten.

Panasonic-Lumix-DMC-GX7

Panasonic

Hoewel misschien niet revolutionair, doorbrak Panasonic dit jaar de tradities door buiten de bestaande productreeks een tweetal nieuwe camera’s aan te kondigen. De Panasonic Lumix GX7 is een zeer uitgebreide camera met EVF in een relatief compact jasje, met name gericht op fotografie (een microfoonaansluiting ontbreekt). En in oktober verscheen de Lumix GM1: een extreem compacte systeemcamera met speciale kitlens.

De camera waar we het meest op zitten te wachten is de Lumix GH4. Niet dat de GH3 al zo oud is, maar vergeleken met de GH2 was de impact toch wat minder groot. 2014 wordt het jaar van 4k. Televisies en monitoren met zeer hoge resoluties worden langzamerhand betaalbaar, maar wat heb je daaraan als je er geen content op af kan spelen? Dat lukt alleen maar als consumenten ook zelf 4k video’s kunnen produceren. Het aantal consumentencamera’s dat in 4k kan opnemen is nog zeer beperkt. Maar de GH4 zou daar in 2014 toe kunnen behoren.

Verder verwachten we opvolgers voor de G6 en de GF6, maar dat ligt ook wel een beetje voor de hand.

Olympus

Olympus timmert goed aan de weg met de PEN E-P5, de OM-D E-M5 en de recent aangekondigde E-M1. We verwachten in 2014 een reeks nieuwe PEN-camera’s, vooral aan de onderkant van de markt (zoals de Pen Lite en -Mini). Als Olympus het tempo hoog wil houden, zou een opvolger van de E-M5  goed zijn. Dit model is nog niet heel oud (begin 2012 aangekondigd), maar de ontwikkelingen gaan snel. Het topmodel, de E-M1, is simpelweg te duur voor gevorderde amateurs, waardoor een nieuwe E-M10 het wel eens heel goed zou kunnen doen. Er zijn inmiddels sterke aanwijzingen dat een dergelijke camera er aan zit te komen, waarschijnlijk al begin 2014.

pentax-K5-front_1280px

Pentax

Pentax was niet heel actief in 2013. We zagen de K-50 in juni en de K-3 in oktober, maar los van bijbehorende weerbestendige flitsers was dat het wel. Er gaan al jaren geruchten over een fullframe-camera van Pentax en die lijken er op te wijzen dat 2014 wel eens het jaar van introductie zou kunnen zijn. De Photokina (september 2014) wordt genoemd als datum in de geruchten. Maar aan de andere kant… aangezien er al vele jaren over gesproken wordt, kun je dat wel met een korreltje zout nemen.

x-a1

Fujifilm

In 2012 kwam Fujifilm met de X-serie systeemcamera’s op de proppen, waarvan de X-Pro1 in januari de eerste was. In september dat jaar volgde de X-E1. Dit jaar werd die lijn aan de onderkant uitgebreid met de X-M1, de X-A1 en een licht vernieuwde X-E2. In 2014 kan de X-Pro2 na de refresh van de E-serie niet meer uitblijven. Er zijn ook geruchten over een weerbestendige X-serie camera (wat vermoedelijk eveneens op de X-Pro2 slaat). Maar vreemd genoeg is de recent aangekondigde XF 10-24mm f4 niet weerbestendig. Meer cameranieuws wordt overigens zeker niet uitgesloten, want het eigenzinnige merk staat er om bekend regelmatig verrassingen in petto te hebben.

gopro-hero3plus

GoPro

In 2012 kwam met GoPro met de Hero 3 op de proppen, waarvan wij de Black Edition uitgebreid getest hebben. In oktober werd deze opgevolgd door de Hero 3+, die echter slechts marginaal anders was dan de Hero 3 (vandaar ook de plus in de naam). In 2014 verwachten we de echte opvolger in de vorm van de GoPro Hero 4. Deze zal optimaal geschikt zijn voor het opnemen van 4k video (waar de huidige versies nog gelimiteerd zijn tot 15 bps), zoals de naam al een beetje impliceert.

[alert style=”yellow”]Dit is maar een beknopte opsomming van (mogelijk) toekomstige camera’s. Welke camera’s mis jij in dit overzicht? En wat voor camera hoop jij dat er in 2014 wordt aangekondigd?[/alert]

Toekomst van de monitor: High PPI

Op monitorgebied is sinds de toevoeging van breedbeeld en Full HD niet veel meer gebeurd. Monitoren worden wel steeds groter – tot wel 32 inch – maar de resolutie nam tot nu toe nauwelijks toe. In 2012 kwam Apple met Retina notebooks en iPads op de proppen. In 2013 volgden andere fabrikanten met tablets en notebooks. Er bestaan ook al monitoren met een dergelijke ‘High PPI’-resolutie, maar die zijn momenteel nog schaars en duur. Maar een 4k-revolutie staat voor de deur. Welke voordelen biedt een hogere resolutie voor fotografen en videobewerkers?

Sinds we over zijn gegaan van CRT beeldbuizen naar platte TFT monitoren is er best wat gebeurd. Gingen die CRT bakbeesten nog tot 1024×786 of 1280×1024 pixels in de klassieke 4:3 verhouding, bij TFT monitoren liep dat na enkele jaren op tot Full HD resoluties, oftewel 1080p. Eerst in de 16:10 verhouding (1920×1200), later in de iets minder hoge 16:9 (1920×1080). Deze nieuwe resoluties kwamen tot stand dankzij de opmars hdtv’s, een jaar of vijf terug. Maar sindsdien is er eigenlijk weinig meer veranderd. De meeste monitoren gaan niet verder dan deze Full HD resolutie, ondanks dat de omvang wel is toegenomen. De meeste 23, 24, 26 en 27 inch monitoren ondersteunen maximaal Full HD (1920×1080 of 1920×1200). Er zijn slechts een handjevol 27 en 30 inch monitoren die een hogere resolutie bieden van maximaal 2560×1600 pixels. Tegelijkertijd is het ook de vraag hoeveel groter het nog kan, want met 27 inch praten we al over een diagonaal van bijna 70 cm, wat enkele jaren terug nog een nette maat voor een tv was. Bovendien is het nut van een groter scherm beperkt als je er niet meer pixels voor terugkrijgt. De Windows interface, films, games en programma’s zien er allemaal identiek uit op Full HD. Er is dus geen sprake van een groter overzicht, meer ruimte voor vensters of meer details. Een groter scherm kopen met dezelfde hoeveelheid pixels is dus redelijk zinloos, tenzij je graag films op groot formaat wilt kijken.

U3011_1600x1600

Monitoren worden wel steeds groter, maar de pixeldichtheid (PPI) groeit niet mee. 

Vreemde trend: minder pixels

Tegelijkertijd was er wel sprake van een andere trend: 16:9 breedbeeld. Aanvankelijk werd een 16:10 beeldverhouding gebruikt, die in de breedte evenveel pixels biedt, maar in de hoogte méér. In feite kwam dat neer op een soort bezuinigingsmaatregel. We kregen met 16:9 weliswaar een formaat dat naadloos op 1080p films aansloot, maar er kwam minder beeldruimte voor terug. In feite is er daardoor zelfs sprake van een daling van de gemiddelde monitorresolutie. Voor fabrikanten was dit niet erg, want de productiekosten van 16:9 zijn beduidend lager (vanwege de kleinere panelen). Als we dan bedenken dan een Full HD scherm ‘slechts’ een resolutie biedt van twee megapixels biedt, en we ondertussen al in een tijdperk leven waarin fotocamera’s met 20 megapixels of meer volstrekt normaal zijn, dan is het duidelijk dat het hoog tijd is dat monitoren met hun tijd meegaan.

Schaalprobleem

De afwezigheid van hogere resoluties dan Full HD was ook te verklaren door een probleem waar noch de monitorfabrikanten als Microsoft (Windows) een oplossing voor bood. Hoe kan een hogere resolutie optimaal benut worden? Bij de duurdere 27 en 30 schermen die een resolutie van 2560×1600 (16:10) of 2560×1440 (16:9) bieden, wordt de interface kleiner. Er passen dus meer venters op het scherm, maar de knoppen, menu’s en iconen worden ook kleiner. Nu was dat voor monitoren van deze omvang ook niet zo erg, want de beelddiagonaal was zodanig dat het niet priegelig klein werd. Andersom zou je zelfs kunnen redeneren dat een 26 of 27 inch monitor met 1920×1080 alles juist extreem groot weergeeft. De vraag was dus hoe het besturingssysteem om zou moeten gaan met hogere resoluties. Tot nu toe werd alles simpelweg kleiner, waardoor er meer ruimte voor vensters was, maar een hogere pixeldichtheid zou op die manier te kleine menu’s en knoppen opleveren. Dan zou iedereen een bril moeten dragen om de letters nog goed te kunnen lezen.

 

15MBPR_PF_Open_FCP_Surfer_PRINT

Apple was de eerste op de consumentenmarkt die met de ‘Retina’ MacBook Pro ver over de gebruikelijke resoluties heenstapte (2880×1800 pixels).

Hogere PPI dichtheid

Het eerste consumentenproduct waar een nieuwe methode  gebruikt werd, was Apple’s ‘Retina’ MacBook Pro die in juni 2012 werd aangekondigd. Deze is uitgerust met een 15,4 inch scherm. Tot die tijd ondersteunden dergelijke schermen een resolutie van gemiddeld 1280×800 pixels oplopend tot maximaal 1920×1080 bij de high end modellen. Apple’s scherm biedt een resolutie van maar liefst 2880×1800 pixels. Oftewel dat is het dubbele van een reguliere 15,4 inch MacBook Pro (1440×900 pixels) en dus een verviervoudiging van het totale aantal pixels. Het Retina-scherm van Apple beschikt in totaal over 5,2 miljoen pixels, terwijl de normale versie 1,2 miljoen pixels telt. Dat komt neer op 220 pixels-per-inch (PPI), wat met een kijkafstand van circa 50 cm gelijk is aan de hoge resoluties die high end telefoons vandaan de dag bieden (>300 PPI). Ter vergelijking: de reguliere resolutie (1440×900) komt neer op 110 PPI, terwijl veel andere notebooks (1280×800) het zelfs met 98 PPI moeten doen. Het voordeel van deze enorm hoge resolutie is dat beelden er merkbaar scherper en gedetailleerder uitzien. Voor dit artikel hebben we een korte praktijktest gedaan met een reguliere MacBook Pro en de Retina-versie en het verschil tussen beide is overduidelijk zichtbaar. Nadat we een tijdje naar het Retina gestaard hadden leek het wel alsof er een onscherpe waas over het reguliere scherm met standaardresolutie zat. Maar het verschil is niet zo groot dat je hier in alle situaties profijt van hebt – vooral wanneer beeldkwaliteit van belang is, heeft een hogere resolutie met meer PPI’s zin. Dat komt men name fotografie en video ten goede, maar ook letters zijn door de hogere scherpte prettiger leesbaar.

retina1

Foto’s bieden veel meer scherpte en detail wanneer een hogere pixeldichtheid wordt gebruikt (rechts). Bij het reguliere scherm (links) zijn de individuele pixels duidelijk zichtbaar. Het Retina-scherm met hogere resolutie (High PPI) toont overduidelijk meer details.

retina2

Hier is het Retina-scherm links te zien en het reguliere scherm rechts

Nieuwe manier van schalen

Met de Retina MacBook Pro werd er ook een nieuwe manier van schalen geïntroduceerd. In de zogenaamde ‘Retina’-modus blijven iconen, menu’s en vensters even groot als voorheen. Alleen het detail is beduidend hoger. Het besturingssysteem, OS X, is hiervoor aangepast. Het is ook mogelijk op een normale manier te schalen, maar dan wordt alles dus onleesbaar klein. Overigens heeft de standaard manier van schalen ook een nadeel: software moet gedeeltelijk worden herschreven om er optimaal mee om te kunnen gaan. Alle huidige softwareversies van Apple (zoals iPhoto, iMovie en Final Cut Pro X) zijn hier al klaar voor, maar sommige applicaties van derden niet. Doordat menu’s en knoppen hun bestaande omvang houden, worden ze feitelijk vergroot en ziet alles er dan juist minder goed (lees: korrelig) uit. Adobe heeft een Retina-update uitgebracht voor Photoshop, Premiere Pro en Lightroom (maar niet voor de Elements-versies voor consumenten). Ook Google’s Chrome browser kan al goed met hoge resoluties omgaan, evenals videospeler VLC, Microsoft Office en virtualisatiesoftware van Parallels. Windows 7 en Windows 8 hebben nog geen pasklaar antwoord voor hoge resoluties, bleek uit onze praktijktest. Standaard wordt alles kleiner en daardoor feitelijk onwerkbaar. Het is wel mogelijk om de interface aan te passen en knoppen te vergroten, maar dit werkte nog niet optimaal. Uiteraard is het wel mogelijk om de resolutie aan te passen naar 1920×1200 of 1650×1050, maar dat is niet ideaal als je een scherm met hoge pixeldichtheid hebt. Windows 8.1 kan beter overweg met hoge resoluties dan zijn voorgangers, omdat deze schaling wel ondersteund (al zijn er nog beperkingen).

retina

Een zeer hoge resolutie kan op twee manieren ingezet worden: meer ruimte (verklein) of opgeschaald (waarbij menu’s, iconen en vensters even groot blijven)

retina-resoliutie

Ongeschaald ziet de 2880×1800 pixels resolutie ziet er in werkelijkheid zo uit. Veel ruimte voor vensters, maar zeer kleine tekst.

Webpagina’s

En er is nog een ander probleem. Ook webpagina’s schalen mee. Voor tekst is dat een voordeel, omdat dit probleemloos vergroot kan worden. Letters zien er dus scherper en prettiger leesbaar uit. Maar afbeeldingen niet, want die worden feitelijk vergroot, ook al houden ze relatief gezien dezelfde afmeting op het scherm. Een klein plaatje met 125×75 pixels gaat er dus korrelig uitzien op een geschaald scherm met hoge PPI dichtheid. Ook daar wordt overigens aan gewerkt. De CSS3 web-standaard heeft hier al in voorzien en maakt het mogelijk dat ook plaatjes meeschalen. In feite worden hogere resoluties voor afbeeldingen gebruikt en schalen deze mee wanneer het scherm vergroot wordt. Ook voor mensen met minder goede ogen is dat een voordeel, want het is dan mogelijk om straffeloos een webpagina te vergroten, terwijl alles er scherp blijft uitzien. Het aantal websites dat CSS3 ondersteunt groeit momenteel snel.

4096×2304 pixels in 2014

Apple was even de enige fabrikant in de consumentenmarkt die zogenaamde HiPPI-schermen gebruikt, maar andere fabrikanten volgden al snel. Het zal nog wel even duren voordat alle fabrikanten HiPPI adopteren, maar als je er naar op zoekt bent is wel al een divers aanbod. Zo heeft Toshiba een Kirabook laptop uitgebracht met 2560×1440 resolutie en 13 inch scherm en Dell heeft recentelijk de XPS 15 laptop uitgebracht die 3200×1800 pixels biedt op een 15,6 scherm. Daarnaast zijn er ook al diverse tablets met HiPPI resoluties. Bij high-end smartphones is HiPPI al lange tijd gangbaar.

Intel voorspelt dat de beeldschermen van alle apparaten de komende jaren een hogere pixeldichtheid zullen krijgen. Men spreekt over standaarden van 300 PPI voor smartphones en tablets, 250 PPI voor notebooks en 220 PPI voor desktops. Het aantal PPI is afhankelijk van de kijkafstand naar een apparaat, vandaar dat deze voor smartphones hoger is dan voor notebooks en desktops. De kijkafstand van een smartphone is gemiddeld 25 cm, terwijl  dat voor een desktop meer dan een halve meter is. Voor 2014 verwacht Intel dat er producten komen met 4096×2304 pixels (oftewel 4k), ook in de desktopmarkt. Dat laatste is belangrijk, want de resolutierevolutie geldt tot nu toe vooral voor tablets en notebook. Desktops lijken te worden vergeten, terwijl het juist voor werk- of thuisgebruik ook heel prettig kan zijn. Sharp heeft wel een 4k monitor uitgebracht (de PN-K321H), maar die heeft een pittig prijskaartje van € 3600 (adviesprijs € 4000). Deze 32 inch monitor biedt 3840×2160 pixels (140 PPI – wat gezien de afmeting niet eens zo heel veel is).

Intel-Roadmap-to-4K

2014 zal het jaar worden van de 4k monitoren, aldus Intel

4k revolutie

De opmars van een nieuwe generatie monitoren met een hogere pixeldichtheid (PPI) staat niet op zichzelf. Net zoals de opmars van hdtv’s is dit direct gekoppeld aan de tv-markt en filmindustrie. Ook in die markten staat er een revolutie voor de deur. De 4k standaard is namelijk de opvolger van Full HD en biedt een resolutie die zowel horizontaal als verticaal twee keer zo hoog is (met dus vier maal zoveel pixels). Er is al flink aanbod van videocamera’s die in 4k resolutie kunnen filmen (waarbij de goedkoopste modellen beginnen bij circa € 3000). Meestal wordt daarvoor een 3840×2160 (16:9) resolutie gebruikt, die ook wel 2160p genoemd wordt. Maar ook 2304p (4096×2304) wordt gebruikt. Vrijwel alle grote Hollywoord-producties worden momenteel al in 4k resolutie opgenomen. Net als bij computermonitoren bieden 4k tv’s veel scherper beeld met meer details – en dus een rijkere filmervaring. Het aanbod 4k tv’s is echter nog  beperkt. De Japanse tv zender NHK verwacht pas vanaf 2020 te gaan uitzenden in 4k. Tegelijkertijd wordt er overigens ook al aan de opvolger van 4k gewerkt, genaamd 8k. Deze zal een resolutie van 7680×4320 pixels bieden (4320p). Oftewel, het is niet de vraag of er monitoren en tv’s met een hogere resolutie zullen komen, maar wanneer (en voor welke prijs).

Kan de grafische kaart het aan?

Met het opvoeren van de resolutie is het de vraag wat dit betekent voor grafische kaarten. Het is een feit dat deze flink wat harder moeten werken of vier keer zoveel pixels aan te sturen. In hoeverre is dat een probleem? Apple gebruikte in de oorspronkelijke Retina MacBook Pro een Nvidia Geforce GT 650M. Deze mobiele GPU kan probleemloos de resolutie van 2880×1800 weergeven. Sterker nog, hij kan zelfs nog tegelijkertijd drie externe schermen aansturen. Reguliere grafische kaarten ondersteunen wel hogere resoluties, maar gaan vooral uit van meerdere monitoren in plaats van een enkel exemplaar. Zo kan de Nvidia Geforce GTX 690 maximaal 2560×1600 pixels kan aansturen, maar in combinatie met drie FullHD monitoren loopt dat op tot 5760×1080. Een viertal GTX 690 grafische kaarten in Quad-SLI-opstelling kunnen zelfs zes monitoren tegelijk aansturen op hun maximale resolutie. Dat zou een ondenkbaar hogere resolutie opleveren, die dus al mogelijk is met hardware die vandaag beschikbaar is. De grafische kaarten gaan alleen nog uit van meerdere monitoren om hoge resoluties te halen, in plaats van een enkel scherm met een hoge pixeldichtheid. Technisch zou het geen probleem moeten zijn om dat aan te passen.

retina3

Hi-res games

Los van foto’s en video’s zijn hogere resoluties voor games natuurlijk ook interessant. Ook in dat geval levert dat betere beeldkwaliteit met meer scherpte en rijkere details op. Hoe kleiner de pixels, des te minder artefacts (kleine oneffenheden) te zien zijn. Maar een hoge resolutie draaien in een 2D omgeving is wel wat anders dan een 3D omgeving. In een spel moeten pixels minimaal 30 keer per seconde veranderen om een vloeiende weergave te realiseren. Met vier keer zoveel pixels is dat een flinke stresstest voor een GPU. Dit zal hoe dan ook leiden in een afname van het aantal beelden per seconde (fps). Zolang dit niet onder de 30 komt, is dat geen probleem, maar bij veel zwaardere spellen op maximale kwaliteitsinstellingen zal dit niet mogelijk zijn. Nu is het detail van een monitor met hoge pixeldichtheid (>200 PPI) zo hoog, dat het nauwelijks zichtbaar is wanneer om een spel in een iets lagere resolutie gedraaid wordt. De stelregel dat een lcd-scherm altijd op de ‘native’ resolutie moet staan is met HiPPI schermen dus verleden tijd. Uiteraard zullen de makers van grafische kaarten hierop anticiperen en zal het niet lang meer duren voordat spellen ook vloeiend op 4k resoluties werken.

[alert style=”white”]

Kostenplaatje

Schermen met een hoge pixeldichtheid vergen niet alleen meer rekenkracht van de grafische kaart en een andere grafische opbouw van het besturingssysteem, er zal ook een flink prijskaartje aan hangen. Omdat de vraag en de productiecapaciteit nog beperkt zijn, is het vrij duur om dergelijke schermen te produceren. Maar het is geen kwestie van of maar van wanneer.

[/alert]

Conclusie

Zoals uit de voorbeelden bij dit artikel blijft, hebben schermen met een hoge pixeldichtheid (PPI) de toekomst. Ze bieden veel meer detail en scherpte en dus een betere beeldkwaliteit. Beeldschermen met meer dan 300 PPI zijn gebruikelijk bij smartphones, maar worden in navolging van Apple’s Retina-schermen ook bij andere notebook- en desktopfabrikanten ingezet (vanwege de grotere kijkafstand circa 200 PPI). Na smartphones, tablets en enkele notebooks met High PPI schermen zijn binnenkort ook tv’s en (losse) monitoren aan de beurt. Over enkele jaren is een FullHD monitor iets van het verleden waar geen enkele fotograaf of videobewerker nog mee wil werken. Foto’s en video’s zijn beter te beoordelen op een scherm met hogere pixeldichtbheid. En de impact bij het vertonen is ook groter. Wij juichen de 4k revolutie dan ook toe en hopen dat er in de nabije toekomst een flink aanbod van betaalbare 4k monitoren ontstaat.

Verslag: bezoek Cameramuseum in Zierikzee

De begane grond wordt vooral gebruikt voor oude fotocamera’s, van oude landcamera’s (technische camera’s) uit 1880 tot de eerste digitale compactjes. Het is een grote collectie, waar je als liefhebber al een paar uur zoet mee kunt zijn. Daarnaast is er wat ruimte voor objectieven, flitsers, lichtmeters en fotolijstjes.

Hier vinden we alles wat met de donkere kamer te maken heeft. Ontwikkelaars, vergroters, lampen, chemicaliën, baden, en zoals we intussen gewend zijn van alle mogelijke generaties.

En last but not least: een complete nagebouwde studio met landcamera uit 1860. Maar om deze te zien, zult u het museum toch echt zelf moeten bezoeken.

Het kort geleden geopende Cameramuseum in Zierikzee is, voor zover wij weten, het enige all-round cameramuseum van Nederland. Er zijn natuurlijk meer verzamelaars, en winkeltjes waar een (vaak merkgebonden) serie oude apparatuur te vinden is. Maar wij kennen geen ander echt museum met zo’n grote, en vooral brede collectie. Dat is op zich al bijzonder. Maar het museum is ook nog eens geheel opgezet door hobbyisten. Gewoon, omdat ze het leuk vonden.

Zo’n initiatief verdient natuurlijk wel wat aandacht. Vandaar dat wij op 19 mei een bezoekje aan het museum hebben gebracht, waarvan we hier verslag doen. Maar we beginnen met een stukje geschiedenis.

Het museum is een initiatief van vakfotograaf Bob Noomen. Bob Noomen is al jaren een verwoed verzamelaar van alles wat met Agfa te maken heeft. Eigenlijk is dat al begonnen met het bewaren van zijn eerste camera, een Agfa Diana uit 1958. Maar het echte verzamelen begon toen hij in 1977 zijn winkel in Zierikzee opende.

Rond 2002, toen de eerste versie van het virtuele museum gelanceerd werd,  is zijn collectie echter ook in de breedte gaan groeien. Dat kwam rond 2005 in een stroomversnelling, toen Bob Noomen en Marieke Bos (die bij hem in de fotozaak werkte) aan een echt museum begonnen te denken. Vanaf dat moment zijn ze gericht beurzen af gaan lopen om leuke dingen op de kop te tikken.

Gelukkig hoefden ze niet alles zelf te kopen; er werden ook oude camera’s en ander materiaal aangeleverd. Met name na een gesprek op Omroep Zeeland Radio wisten veel mensen Bob te vinden, en werden soms auto’s vol oud materiaal gebracht.

De eerste oefening voor een echt museum werd al in 2009 gedaan, met een zomerexpositie in de Nieuwe Kerk te Zierikzee. Toen was er al een grote collectie beschikbaar, waarmee de geschiedenis van de fotografie goed in beeld kon worden gebracht. De negen weken durende tentoonstelling was een groot succes, met gemiddeld 600 bezoekers per week. Een mooie repetitie voor het ‘echte werk’ dus.

Expositie in de Nieuwe Kerk, 2009

Uiteraard hebben Bob Noomen en Marieke Bos dit niet alleen gedaan. Ze worden al jaren bijgestaan door een enthousiast team van vrijwilligers, die allemaal hard hebben gewerkt om de tentoonstelling en het museum te realiseren.

Drie jaar na de expositie is het dan zover: een echt museum. Na jaren van voorbereiding staat de collectie eindelijk in een eigen pand tentoongesteld, verspreid over drie verdiepingen. Althans, een deel van de collectie, want er is genoeg materiaal om de tentoongestelde objecten af te wisselen. Tijdens ons bezoek stond er een brede collectie, gesorteerd op tijdlijn, maar er zijn al ideeën om diverse andere thema’s te exposeren.

Op de komende pagina’s geven wij een korte omschrijving van de huidige expositie per verdieping. Uiteraard willen we niet het hele museum uit de doeken doen; er moet wel een reden overblijven om het museum te bezoeken.

Op de eerste etage komen we wat kleinere collecties tegen. Allereest twee afgeleiden van gewone fotografie: stereofotografie en video. Filmcamera’s en stereocamera’s staan hier weer in allerlei soorten en maten. En uiteraard is er ook gedacht aan manieren om het beeldmateriaal te bekijken: stereoscopen en projectors. De oudste stereoscoop komt al uit 1882, en de collectie varieert van speelgoed tot professionele apparatuur, en van zakformaat tot tafelmodel. Een van die tafelmodellen uit de collectie is overigens door het publiek te gebruiken. De collectie projectors is wat kleiner, omdat deze apparaten per stuk veel ruimte innemen. Maar uit iedere tijd is er wel een model voorhanden.

Ook is op deze laag een ruime selectie aan ‘snuisterijen’ te bewonderen: miniatuurcamera’s, allerlei beeldjes, speldjes, speelgoed (bijv. lego en playmobil), garfield, etc. Als er maar iets in verwerkt zit wat met fotografie te maken heeft, kan je het hier vinden.

Wie graag over fotografie leest, en in de gewone bibliotheek niet het juiste boek kan vinden, kan hier ook terecht. Er staan een paar flinke boekenkasten en een leeshoek, een soort mini-bibliotheek dus. Alle boeken die in de kast staan mogen ter plaatse gebruikt worden. Er zijn een paar exemplaren die niet geschikt zijn voor gebruik; die liggen dan ook veilig achter glas.

Naast de algemene, internationale collectie wordt er ook wat aandacht besteed aan de lokale fotografische historie. Voor de bewoners van Schouwen-Duiveland is dat een leuke toevoeging, en de manier waarop deze aandacht gegeven wordt is op geen enkele manier storend voor bezoekers die hier geen interesse in hebben.

Ook zijn er, naast de uitgestalde objecten, enkele levensechte taferelen opgezet. Hier zie je fotografen ‘aan het werk’ in hun doka, of terwijl ze hun eigen camera aan het bouwen zijn.

Er wordt nog wel continu aan het museum gewerkt. Voor de medewerkers is dit ook een nieuwe ervaring, dus al doende moeten zij nog leren hoe ze de collectie het beste kunnen presenteren, en wat voor informatie er bij de objecten gevraagd wordt. Op dit moment is de informatie bij die objecten namelijk nog erg beperkt.

De medewerkster die tijdens ons bezoek aanwezig was, Marieke Bos, had echter genoeg kennis in huis om de nodige informatie te geven. Bovendien zijn er al plannen om de informatie verder uit te werken (bijv. door QR-codes aan de objecten toe te voegen), maar wanneer dat geïmplementeerd wordt is nog niet bekend.

Het pand is gevestigd aan de Visstraat in Zierikzee, op nummer 12. Nu ligt Zierikzee niet bepaald centraal in Nederland. We moeten echter niet vergeten dat het museum geheel door lokale vrijwilligers is opgezet en wordt gerund; als zij iedere dag op en neer naar de Randstad moesten zou het museum er waarschijnlijk nooit gekomen zijn. Voorlopig zijn er ook geen plannen om het museum te verhuizen.

Openbaar vervoer of auto?

Als je afhankelijk bent van openbaar vervoer, zal je dus rekening moeten houden met een flinke reistijd. De dichtstbijzijnde treinstations zijn Rotterdam en Goes. Vanaf Rotterdam ben je vervolgens nog anderhalf uur onderweg met de bus. Vanaf Goes is dat een half uur.

Met de auto worden de reistijden ongeveer gehalveerd. Er is over het algemeen voldoende parkeergelegenheid in Zierikzee, maar deze is verspreid over meerdere kleine parkeerplaatsen. Als er een vol is, moet je wel weten hoe je bij een andere parkeerplaats komt. Het is daarom handig als je van tevoren een idee hebt waar je terecht kunt. Hetzij door navigatie-apparatuur, hetzij door Google Maps even te raadplegen. Het parkeertarief is redelijk met 1 Euro per uur.

Openingstijden en toegangsprijs

Het museum is op dinsdag tot en met zaterdag geopend van 11 tot 17 uur, en op zondag van 13 tot 17 uur. Over openingstijden tijdens feestdagen wordt vooralsnog niets vermeld.

De toegangsprijzen zijn laag. Dat er geen museumjaarkaart of 65+-korting gegeven wordt lijkt dan ook niet echt bezwaarlijk:

Kinderen 0 – 6 jaar: gratis
Kinderen 6 – 12 jaar: €2,50
Volwassenen: €5,-

Voor groepen van minimaal 6, en maximaal 20 personen gelden nog lagere tarieven, en is er een rondleiding beschikbaar. Dan moet u wel even van tevoren reserveren:

Kinderen 0 – 6 jaar: gratis
Kinderen 6 – 12 jaar: €2,-
Volwassenen: €4,-
Rondleiding / uitleg: €25,-

Met al deze informatie blijft er nog één vraag onbeantwoord: is het museum een bezoek waard? Uiteraard zal je deze afweging zelf moeten maken, maar wij denken dat het ervan afhangt hoe je de dag invult.

Het museum is praktisch omringd door horecagelegenheden. Zeker als het warm is, zoals afgelopen week, is een bezoek goed te combineren met wat terrasjes en andere monumenten in de stad. Dan heb je echt een complete dag uit die de lange reistijd zeker goedmaakt. Kom je speciaal voor het museum, dan kunnen wij ons voorstellen dat je even wacht tot je toevallig in de buurt bent.

Klaar voor de toekomst met SDXC en exFAT

Om aan de toenemende vraag naar opslagcapaciteit te voldoen, bestaan er sinds enige tijd SDXC-geheugenkaartjes, als opvolger van de SD- en de SDHC-kaart. Nu er steeds meer camera’s beschikbaar komen waarin deze kaartjes ook daadwerkelijk gebruikt kunnen worden, loont het dit type geheugenkaart mee te nemen in je overwegingen zodra je op zoek gaat naar (extra) geheugen.

Een beetje fototoestel kan tegenwoordig filmen in HD, of nog beter in Full HD. Hierdoor raken bestaande geheugenkaartjes plotseling razendsnel vol. Daarnaast neemt het aantal megapixels op de camerasensor nog steeds sprongsgewijs toe. Ook stappen steeds meer mensen over op het raw-formaat en die bestanden zijn flink groter dan kant-en-klare jpg-foto’s. Dit alles geldt niet alleen voor spiegelreflexcamera’s. Ook compactcamera’s kunnen steeds vaker in HD filmen en ondersteunen het felbegeerde raw-formaat. Filmen met een fototoestel heeft ook een nieuwe beperking van ‘gewone’ geheugenkaartjes aan het licht gebracht: een bestand mag maar vier gigabyte groot zijn. Bij lange filmopnames stopt de camera abrupt met filmen, of het toestel hakt de film op in fragmenten.

Extra grote bestanden

Een SDXC geheugenkaart lost al deze problemen op. Daar waar een eerste generatie SD-kaart maximaal 2 GB groot kan zijn en SDHC de lat verhoogt naar 32GB, ligt de bovengrens bij SDXC-kaartjes op maar liefst 2 TB. Nu lijkt het misschien wat overdreven om twee terabyte in je camera te stoppen, maar de ontwerpers van de SDXC-standaard hebben gelukkig ver vooruit gekeken. Want leek ooit de 16 MB van een Smartmedia-kaart een zee van ruimte, vandaag de dag is één raw-bestand al snel meer dan 20 MB groot.

Een SDXC-kaartje maakt gebruik van een nieuw bestandssysteem genaamd exFAT (Extended File Allocation Table). Omdat zowel SDXC als exFAT relatief nieuw zijn, kun je nog wel met enkele aanloopproblemen te maken krijgen. Zo waren er tot voor kort nog maar weinig camera’s te koop die deze kaartjes slikken, maar de laatste tijd komen er in hoog tempo steeds meer toestellen bij. Het moment om veilig over te stappen op SDXC lijkt nu eindelijk aangebroken.

Uiterlijk is er geen verschil tussen SDXC, SDHC en SD.

Van het merk Sandisk hebben wij een Ultra SDXC van 64 GB aan de tand gevoeld. Allereerst valt de riante opslagcapaciteit op. Dat schiet je vast niet vol tijdens een weekje vakantie, maar het stelt je wel in staat om vaker en langer te filmen. Ook kun je je films en foto’s langer op het kaartje laten staan, je komt niet snel ruimte tekort. Wissen kun je nu uitstellen tot je zeker weet dat alles op de computer en op minimaal één back-upschijf is veiliggesteld.

Het gaat hier om een class 4 kaart en dat betekent dat een minimale, constante schrijfsnelheid van 4 MegaByte (MB) per seconde gegarandeerd is. Dat is voldoende voor filmen in standaard formaat en in 720p HD, maar voor 1080p Full HD is een hogere snelheid nodig. Gelukkig blijkt de kaart in de praktijk een snelheid van maar liefst negen, bijna tien MegaByte per seconde te halen. De kaart presteert dus stukken beter dan de classificatie doet vermoeden. Lezen gaat nog sneller. Op de kaart staat een leessnelheid van vijftien megabyte per seconde aangegeven, maar in een kaartlezer schiet de teller omhoog tot boven de twintig megabyte per seconde. We lopen hier eerder tegen een beperking van USB 2.0 aan dan van de kaart zelf. Zeker voor een class 4 presteert de Sandisk Ultra SDXC 64GB opmerkelijk goed.

Op een geheugenkaartje of camera moet expliciet SDXC staan.

Om een SDXC-kaartje op je computer te kunnen lezen, moet het besturingssysteem met exFAT om kunnen gaan. Gelukkig lukt dit prima als je met Windows 7 of Windows Vista werkt, maar voor Windows XP is een update nodig. Sinds versie 10.6.5 ondersteunt ook Mac OS X exFAT. Sluit je de camera via een usb-kabel op je computer aan en heb je de meegeleverde software geïnstalleerd, dan zijn je filmpjes en foto’s prima op te halen, zonder dat je extra hardware nodig hebt.

Maakt je liever gebruik van een losse kaartlezer, dan moet je momenteel bijzonder goed zoeken om er eentje te vinden die SDXC-kaartjes slikt. Het moet er echt expliciet op vermeld staan, want anders werkt het niet. Heeft je computer een ingebouwde SD-kaartlezer, dan wordt SDXC (exFAT) met een beetje geluk ondersteund. Een en ander hangt af van het type kaartlezer en of je de juiste updates geïnstalleerd hebt (zie hiervoor www.sdcard.org/developers/tech/sdxc/using_sdxc ).

Zodra op je pc een venstertje verschijnt dat je geheugenkaart onleesbaar is en geformatteerd dient te worden, is dit een teken dat je een ongeschikte kaartlezer gebruikt of dat het besturingssysteem geen exFAT ondersteunt. Ook als je camera meldt dat de kaart geformatteerd moet worden, kun je ervan uitgaan dat het toestel geen SDXC ondersteunt. Kaartjes worden altijd gebruiksklaar verkocht. Formateer dus in geen geval zomaar de geheugenkaart, want dan ben je al je opnamen kwijt!

Formateer een kaartje niet zomaar, dit betekent dat het apparaat geen SDXC ondersteunt!

Het besturingssysteem moet met exFAT kunnen werken.

Windows XP en exFAT

Windows XP kan niet met het exFAT besturingssysteem overweg, tenzij je een update installeert. Die is te vinden door naar www.microsoft.nl te gaan. Het uiterlijk van deze website verandert nogal eens, maar je moet zijn bij het onderdeel Downloads. Kies voor Meer downloads of Alle downloads, tik in het zoekvak exFAT in en klik op Start. De update is uit begin 2009, dus de kans bestaat dat je pc zonder dat je het wist allang is bijgewerkt.