Het verschil tussen de gulden snede en de regel van derden

De gulden snede

Veel mensen denken dat de gulden snede hetzelfde is als de regel van derden (waar ik al eerder over schreef), maar dat is niet zo. De gebruiksregels lijken echter wél veel op elkaar.

De gulden snede is gebaseerd op een wiskundige berekening, die een vlak verdeelt in delen waarbij de verhouding tussen die delen centraal staat. Het grootste van de twee delen verhoudt zich tot het kleinste deel, zoals het gehele deel zich verhoudt tot het grootste deel. Snap je ‘m nog?

Onderstaand figuur geeft vorm aan deze berekening. De verhouding tussen A (het kleinste deel) en B (het grootste deel) is even groot als de verhouding tussen C (het gehele deel) en B (het grootste deel).

De gulden snede

Met de gulden snede krijg je dus ook 9 vlakken in je foto en wederom geldt hierbij: voor een foto is het spannender om je onderwerp op één van de vier snijpunten te fotograferen. Echter liggen die snijpunten dus op een andere plek dan bij de regel van derden.

De regel van derden De gulden snede

Gebruik van de regel van derden

De regel van derden

Als fotograaf denk je continu na over composities. De regel van derden is hierbij een handig hulpmiddel en kan je foto’s nét wat interessanter maken.

De regel van derden is ontzettend simpel. Neem een rechthoekige vorm en verdeel deze zowel horizontaal als verticaal in drieën. Je krijgt nu 9 vakken van gelijke grootte en 4 snijpunten, waar de lijnen elkaar kruisen.

De regel van derden

De snijpunten zijn de basis in de regel van derden. Waarom? Als je het onderwerp van je foto op één van deze vier snijpunten vastlegt, ziet de foto er een stuk spannender en interessanter uit. Vergelijk onderstaande foto’s, vlak na elkaar genomen:

Derden-01Derden-02

Dat is toch een heel verschil?

Hoe kan dat?

Onderstaande foto is interessanter en dynamischer. Om deze reden is het ook altijd een goed idee om de horizon bij een landschapsfoto nooit in het midden te fotograferen, maar op 1/3 of 2/3 van het beeld. Het gedeelte boven en het gedeelte onder de horizon zijn in dat geval heel duidelijk in ongelijke vakken verdeeld. Als je de horizon op het midden zet, is de kijker onbewust bezig met kijken of de horizon wel precies in het midden valt. Als dat overduidelijk niet zo is, gaat de aandacht van de kijker eerder naar de inhoud van het beeld en dat maakt het beeld dynamischer en spannender om naar te kijken.

Zo zit het ook met portretten. Maak maar eens een portret waarbij het gezicht (of een stapje verder: de ogen) zich in het midden van de foto bevinden, en daarna een portret waarbij je de regel van derden toepast. Speel daarnaast eens met de kijkrichting of gezichtsuitdrukkingen van je model en je krijgt een veel spannender portret!

De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik lang niet altijd bewust gebruik maak van deze gebruiksregels. Wél kwam ik erachter dat veel van mijn foto’s daadwerkelijk gemaakt zijn volgens de regel van derden. Het zijn meer richtlijnen, die je kunt hanteren als je even niet zo goed weet waar je naartoe wil met je compositie, maar eigen inzicht voert nog altijd de boventoon.

5 tips om een hoge ISO-waarde te vermijden

De basiskennis over wat de ISO-waarde is en wat het betekent voor je foto, heb je al eerder op Technyx kunnen lezen. In sommige situaties ontkom je er niet aan om de ISO-waarde omhoog te zetten en hoe beter je camera is, hoe minder je daarvan zult merken. Toch zullen veel fotografen een hoge ISO-waarde zo veel mogelijk willen vermijden. Wat zijn hier goede manieren voor? 5 eenvoudige tips om de ISO altijd zo laag mogelijk te houden. “5 tips om een hoge ISO-waarde te vermijden” verder lezen

De 5 meest gemaakte fouten tijdens het fotograferen

Fotograferen is niet makkelijk en er zijn tal van beginnersfoutjes. Maar ook gevorderden kunnen soms nog wel eens wat vergeten! Dit zijn de 5 meest gemaakte fouten tijdens het fotograferen.

Te hoge lichtgevoeligheid

Heb je op een donkere plek of ‘s avonds gefotografeerd? Dikke kans dat je ISO-instelling de volgende dag nog steeds op een hoog getal staat – en dat je deze vergeet aan te passen. Check daarom altijd vóórdat je begint met fotograferen je ISO-waarde! Een hoge ISO-waarde leidt in je foto tot ruis en dat is zonde als je de hoge waarde helemaal niet nodig hebt.

Zelf probeer ik continu om de ISO-waarde zo laag mogelijk te houden, ook tijdens het maken van mijn foto’s. Echter ontkom je er in sommige situaties niet aan om je ISO omhoog te schroeven. Worden je foto’s gepubliceerd of afgedrukt? Dan is het misschien wel de moeite waard om in de nabewerking ruisreductie toe te passen, om de ruis zo veel mogelijk te verminderen.

Verkeerd scherpstellen

Iedere fotograaf heeft het wel eens meegemaakt: een foto die er in klein formaat prima uitziet, maar op groot formaat toch nét onscherp blijkt te zijn. Of de focus blijkt toch niet helemaal goed op het hoofdonderwerp te liggen.

De oorzaak van een onscherpe foto hoeft niet altijd hetzelfde te zijn. Wellicht heb je een te lange sluitertijd gebruikt – een handig ezelsbruggetje hiervoor is te vinden in je brandpuntsafstand. Fotografeer je op 100mm, gebruik dan een sluitertijd van in ieder geval 1/100s. Fotografeer altijd met twee handen (zo stabiel mogelijk), en zo nodig op een statief en met afstandsbediening.

Heb je de focus in je foto op de verkeerde plek? Bij portretten is een vuistregel dat de focus op de ogen moet liggen, omdat de aandacht van de kijker daar over het algemeen meteen naartoe gaat. Verder is het goed om te controleren of je autofocus of manuele focus gebruikt en welke scherptediepte je wil bereiken. Gebruik je een klein diafragma-getal (een grote opening), dan kunnen een paar millimeters veel verschil maken in de scherpte van je foto.

Verkeerd belichten

De juiste belichting vaststellen op een foto is iets dat je gaandeweg onder de knie moet krijgen. Een handig hulpmiddel hierbij is het histogram van een foto. Dit grafiekje laat zien hoeveel licht er aanwezig is en of je over- of onderbelicht hebt. De grafiek loopt van links (donker) naar rechts (licht) en hoe hoger het lijntje links of rechts je beeld uitloopt, hoe meer je hebt onder- of onderbelicht.

In de ideale situatie begint de grafiek linksonder (zo laag mogelijk) en eindigt ‘ie rechtsonder (zo laag mogelijk). Omdat je camera het verschil niet ziet tussen een donkere foto met veel zwarte kleuren en daadwerkelijk te weinig licht, is het soms nodig om over te belichten (en andersom geldt hetzelfde) om een ‘correct’ histogram te krijgen. Hierover later meer!

Onlogische compositie

Een scheve horizon of een onderwerp dat bijna uit beeld valt: allemaal foutjes die helemaal niet raar zijn om te maken. Zeker als je net begint met fotograferen is er nog veel om aan te denken. De juiste compositie bestaat niet, want je kunt zo creatief met je foto’s omgaan als je zelf wilt, maar foto’s kunnen meer rust uitstralen wanneer je een logische compositie gebruikt. Gebruik bijvoorbeeld de regel van derden, kom een paar stappen naar voren in plaats van in te zoomen, bekijk een onderwerp vanuit een ander perspectief, let op storende elementen in je foto (ook aan de randen) en zorg ervoor dat je foto om je onderwerp draait. Echter kan onlogisch soms ook wel weer werken, durf dus zeker te experimenteren!

Te veel nadenken

Maar de grootste fout? Dat is te veel nadenken. Fotograferen moet uiteindelijk, net als koken, op gevoel gaan. Als je op het moment supreme te veel bezig bent met de juiste instellingen, mis je waar het om gaat. Als fotograaf is het, zeker wanneer je op evenementen fotografeert of mensen op de foto zet, belangrijk om nét het goede moment vast te leggen. Je eigen blik moet scherper zijn dan je foto’s, oftewel: beter ga je voor het goede moment, dan voor het juiste diafragma. Met nabewerking kun je veel corrigeren – alleen niet het moment waarop je op het knopje hebt gedrukt.

Correct belichten met het histogram

Goed belichten met het histogram

Er zullen misschien fotografen zijn die het met mij oneens zijn, maar zelf vind ik het histogram een superhandig hulpmiddel. Niet bindend, maar wel bruikbaar voor een laatste check op je net gemaakte foto. Op het oog kun je namelijk niet altijd zien of er pixels onder- of overbelicht zijn in je foto. Daar is het histogram voor!

Het histogram kan een hulpmiddel zijn om te kijken of je foto’s de correcte belichting hebben. Zoals ik al zei, het ‘advies’ dat je histogram geeft is niet bindend, want soms is het juist supermooi om onder- of over te belichten. Maar mocht je foto’s willen afdrukken of wil je er zeker van zijn dat je geen ‘lege’ (onder- of overbelichte) pixels in je foto hebt, dan zul je naar het histogram moeten kijken.

Wat zie je in het histogram?

Goed belichten met het histogram

In het histogram zie je een schematische weergave van de pixels in je foto. Helemaal links zie je altijd de donkere pixels, helemaal rechts de lichte. In het midden komen dan, vanzelfsprekend, de grijstinten.

Het grafiekje dat je ziet wijst op het aantal pixels dat zich in je foto bevindt van de betreffende tint. Elke tint, van 0 (zwart) tot 255 (wit) is één ‘balkje’ in je histogram en zo kun je min of meer aflezen hoeveel zwart-, wit- en grijstinten zich in je foto bevinden. Zie je links een piek in je histogram, dan heb je waarschijnlijk een vrij donkere foto genomen. Andersom geldt: zie je rechts een piek, dan is je foto vrij licht en/of bevat het veel wittinten. Bovenstaande grafiek bevat dus hoogstwaarschijnlijk een wit (of heel licht) stuk. Dat kan van alles zijn en dat kan zich ook overal in de foto bevinden.

Goed belichten met het histogram
Dit histogram is van een donkere foto, met daarin ook onderbelichte pixels.
Goed belichten met het histogram
Dit histogram is duidelijk van een overbelichte foto.

Schiet je grafiekje links of rechts buiten je histogram, dan heb je te maken met onder- of een overbelichte pixels in je foto. Idealiter begint je grafiek zo ver mogelijk linksonder, om een soort boog te maken (waarvan de vorm variabel is, enkele pieken in je histogram zijn helemaal niet raar) en helemaal rechtsonder weer te eindigen. Is dat het geval, dan heb je in theorie een correcte belichting in je foto.

Natuurlijk hoeft een histogram dat er anders uit ziet in de praktijk niet te betekenen dat je een goede foto hebt – zoals ik al zei kan het soms juist prachtig zijn om meer donkere of juist meer lichte kleuren in je foto’s te gebruiken. Je histogram kan dan overhellen naar links of naar rechts. Zo lang het grafiekje niet uit je histogram schiet, zit je qua onder- of overbelichting (en dus qua ‘lege’ pixels) in ieder geval goed!

Light graffiti: tekenen met licht

Je kent ze wel, de foto’s van oud&nieuw-feestjes waarop een groepje mensen met sterretjes het nieuwe jaartal in de lucht ‘schrijft’. Of de foto’s van snelwegen in het donker, met als enige verlichting de koplampen van de auto’s, die als een lange streep over de weg oplichten. Het zijn beide vormen van ‘light graffiti, oftewel voorbeelden van hoe je met licht op een foto kan ‘tekenen’.

Light graffiti kan prachtig zijn als je als fotograaf creatief met je licht weet om te gaan. Op Flickr, Pinterest en natuurlijk via Google zijn talloze voorbeelden te vinden van ontzettend creatieve producties waarin met licht een compleet verhaal in één foto wordt verteld.

Natuurlijk moet je ergens beginnen en om het uit te proberen, creëerde ik onderstaande foto. De ingrediënten? Een compleet donkere huiskamer, een camera op statief, een extreem lange sluitertijd en een zelfontspanner.

Light-graffiti-01

Hoe werkt het?

Door de lange sluitertijd duurt het moment dat er licht op je sensor valt lang, waardoor ieder lichtdeeltje gedurende dat moment, opgevangen wordt. Je zorgt ervoor dat het licht beweegt gedurende dit moment, waardoor je als het ware ‘tekent’ op je foto. Doordat de omgeving verder compleet donker is, krijg je geen overbelichting.

Mijn foto is natuurlijk een simpel voorbeeld van light graffiti en dat het creatiever kan, is zeker. Onderstaande foto’s die ik via Flickr vond vormen in ieder geval mooie inspiratie!

Light-graffiti-09 Light-graffiti-10Light-graffiti-02 Light-graffiti-04 Light-graffiti-05 Light-graffiti-06 Light-graffiti-03 Light-graffiti-11 Light-graffiti-12 Light-graffiti-07 Light-graffiti-08

7 praktische tips bij newbornfotografie

Foto’s van pasgeboren baby’s maken is een van de leukste dingen om te doen (voor mij dan), maar makkelijk is het zeker niet! Vorig jaar ben ik begonnen met newbornfotografie en ik denk dat ik je inmiddels een aantal tips kan meegeven, wanneer je zelf aan de slag wil met zo’n klein mensje.

Newbornfotografie-01

Een goede voorbereiding is het halve werk, zeker als het een fotoshoot betreft. Afhankelijk van de wensen van de ouders is het vaak het mooist om een baby te fotograferen op mooie, zachte dekens of plaids, in neutrale kleuren. Dit geeft een natuurlijke look aan je foto’s en hierdoor komt het ‘pure’ van de kleine baby extra naar voren.

Baby’s laten zich het mooist fotograferen bij natuurlijk, zacht licht. Het liefst fotografeer je daarom in de buurt van een groot raam. Mocht de zon schijnen en harde schaduwen tevoorschijn toveren, doe dan (lichte) gordijnen dicht of span een wit laken voor de ramen.

Pasgeborenen kunnen hun temperatuur nog niet goed zelf regelen. Zorg er dus voor dat het in de kamer waar de foto’s gemaakt worden, lekker warm is. Zet de verwarming een paar graden hoger of zet een extra kacheltje neer, zeker wanneer de baby zonder kleding gefotografeerd gaat worden. De ouders kun je adviseren om de baby vóór de fotoshoot een voeding te geven, zodat de baby lekker slaapt tijdens het maken van de foto’s.

Een heel belangrijke: houd doekjes bij de hand tijdens de shoot! Dit voor het geval de baby wat melk van de voeding teruggeeft – of besluit zijn/haar blaas te legen. Ook dat hebben baby’s nog niet onder controle ;-).

Probeer een zachte en rustige omgeving te creëren, zeker als de baby slaapt. Dat betekent geen compleet stille omgeving, want harde, onverwachte geluiden komen dan extra hard aan. Zet bijvoorbeeld in een andere kamer een zacht muziekje aan. Het continue geluid werkt rustgevend en dempt ‘plotselinge’ geluiden.

Newbornfotografie-02

Zoek inspiratie uit verschillende newbornfoto’s die je op internet vindt. Willen de ouders graag foto’s van details van de baby, zoals de handjes, vingertjes, voetjes, nageltjes, oogjes? Werk dan met een groot diafragma, zodat je een mooie scherptediepte in de foto creëert. Zwart-witfoto’s zijn voor newbornfoto’s ook vaak erg mooi! Wees creatief en werk vooral naar de wensen van de ouders, voor hen leg je tenslotte deze bijzondere periode vast.

En het toverwoord: geduld! Baby’s laten zich nooit sturen en het kan zijn dat je compleet goed geïnstalleerd bent om te beginnen, maar dat de hoofdrolspeler toch besluit er even geen zin in te hebben. Hier is niets aan te doen! Mijn ervaring is dat een newbornshoot zo’n 1,5 uur duurt (gemiddeld), maar uitlopen naar 2,5 uur is zeker geen uitzondering (extra voedingen, even een luier verschonen… Dan gaat de tijd snel!). En wil het echt niet? Ga dan gewoon een andere keer verder – een baby die er geen zin in heeft komt de foto’s nooit ten goede.

Een klassiek portret maken

Tijdens één van mijn eerste lessen op de Fotovakschool kregen mijn medestudenten en ik de opdracht om een klassiek portret te maken. Dit begrip kregen wij uitgelegd als een manier van portretteren die schilders vroeger al gebruikten, vandaar de benaming ‘klassiek’.

Schilders hadden vroeger vaak een atelier met een raam op het noorden, zodat het licht de hele dag gelijkmatig naar binnen viel en geen storende, harde schaduwen zou veroorzaken. Het raam reikte vaak tot aan het plafond, zodat het licht van bovenaf naar binnen viel. Deze manier van lichtgebruik is bijvoorbeeld terug te zien in Het Melkmeisje en Het Meisje met de Parel van Johannes Vermeer. Zeker in die laatste zie je het klassieke lichtgebruik terug.

Klassiek-02 Klassiek-01

Een klassiek portret wordt getypeerd door de lichtval op het gezicht. Het Meisje met de Parel kijkt over haar schouders naar links, waar het licht vandaan komt. Het licht schijnt op beide kanten van het gezicht, niet alleen op de kant het dichtst bij het licht, maar over haar neus ook op haar andere wang. Hierdoor ontstaat een driehoek van licht op het gezicht, die kenmerkend is voor een klassieke lichtval.

Klassiek-03

Het maken van zo’n klassiek portret is niet moeilijk, je moet alleen goed kijken. De lichtinval is essentieel: het licht moet van de zijkant komen, maar niet in een hoek van 90 graden ten opzichte van je model. Het liefst valt het licht schuin je beeld binnen. Laat je model het hoofd ietwat naar het licht keren, zodat de driehoek in het gezicht ontstaat. Et voilà: een klassiek portret!

Klassiek-04

Vier manieren van lichtmeten

Belichting is essentieel voor een goede foto en het is belangrijk om hier bewust mee om te gaan. Je kunt met een spiegelreflexcamera je licht op 4 manieren meten: matrix, centrumgericht, gedeeltelijk en spot. Camera’s staan vaak standaard afgesteld op matrixmeting, maar dit hoeft niet altijd het beste resultaat op te leveren. Experimenteer dus met de instellingen en kijk wat per situatie het best werkt!

Lichtmeting-01

Matrix

Matrixmeting is de standaard manier van lichtmeten. Je kunt dit het best gebruiken in situaties waarin het beeld gelijkmatig verlicht is – foto’s van alledag, zeg maar. De totale belichting wordt door je camera gemeten en daarvan wordt het gemiddelde genomen voor de foto. Contrastverschillen zijn hierbij echter funest – met deze manier van meten kan je camera daar problemen mee hebben en kan de belichting niet volledig correct uitkomen.

Lichtmeting-02

Centrumgericht

Ook bij deze instelling berekent de camera de belichting over het hele beeld, maar het onderwerp weegt hierbij het zwaarst. Centrumgerichte lichtmeting is daarom beter te gebruiken bij situaties met meer contrast, zoals wanneer je onderwerp fel belicht is en de achtergrond donker (denk aan een concert). De belichting van je model is daarbij belangrijker dan de achtergrond en die wordt dus ook zwaarder berekend.

Lichtmeting-03

Gedeeltelijk

Gedeeltelijke lichtmeting zet het centrum van je foto centraal, maar berekent hierbij niet de rest van het beeld mee (sterker nog: slechts 8 procent). Foto’s met een duidelijk onderwerp dat je in het midden van je beeld plaatst kunnen het best met deze instelling genomen worden.

Lichtmeting-04

Spot

Spotmeting is de meest nauwkeurige manier van lichtmeten. Een nog kleiner gebied in het centrum van de foto (slechts zo’n 3 tot 5 procent) wordt hierbij gemeten en er wordt geen rekening gehouden met lichtomstandigheden in de rest van het beeld. Dit kan handig zijn bij extreem veel tegenlicht of veel lichtbronnen in een foto.

Scherpstellen bij het maken van een portret

Je bent een portretfotograaf of je bent het niet. Sommige fotografen doen (of kunnen) niet anders, anderen hekelen het en doen het het liefst nooit. Hoe dan ook, portretfotografie is een vak apart. Basiskennis hierbij is het scherpstellen. Wil je een kleine scherptediepte gebruiken waardoor een deel van de foto dus onscherp wordt, dan is het belangrijk om te weten waarop je scherpstelt.

Zoals Leonardo da Vinci ooit schreef: ‘De ogen zijn de spiegel van de ziel’. Ogen maken sfeer. Het zit in onze natuur om iemand te willen doorgronden als we hem of haar aankijken en dat is haast onmogelijk als we de ogen niet of niet scherp zien. Het zal je dan ook niet verbazen dat je het best op de ogen scherp kunt stellen bij het maken van een portret.

Portret-03

Natuurlijk zijn er hierop uitzonderingen te bedenken en kun je in fotografie zo creatief zijn als je zelf wilt. Als de persoon op de foto bijvoorbeeld opzij of naar beneden kijkt, of er is een ander object in beeld dat een belangrijke rol speelt in de foto, dan zijn de ogen minder van belang dan wanneer je model daadwerkelijk in de camera kijkt. Scherpstellen op de ogen is dus een mooi uitgangspunt, maar geen regel.

Zijn beide ogen in beeld, maar hebben ze niet dezelfde afstand tot de camera? Dan kun je het best op het voorste oog focussen. Hiermee krijg je het meest rustige resultaat. Wanneer het achterste oog scherp is, zal de kijker dit (onbewust) als storend ervaren.

Portret-02

In dit portret met tegenlicht is gefocust op het achterste oog. Het levert een wat onrustig beeld op.

Portret-01

In dit portret is gefocust op het voorste oog, wat veel natuurlijker lijkt.

Je scherpstelpunt kun je het best handmatig bepalen. Zet je autofocus dus uit en ga zélf aan de slag. Zeker bij een heel kleine scherptediepte zou het zonde zijn wanneer je niet in de gaten hebt dat de camera nét niet goed gefocust heeft. Herkadering is bovendien ook geen goed idee. Hiermee loop je het risico dat je je camera net op de verkeerde manier verplaatst, waardoor het scherptedieptegebied in je foto anders komt te liggen en je een ander resultaat krijgt dan je voor ogen hebt. Let wel: bij het schieten van momentopnames (bijvoorbeeld tijdens een bruiloft) moet je vaak snel te werk gaan en heb je geen tijd om handmatig te focussen – anders dan bij een fotoshoot. Let hierop en kies de manier van werken die voor die specifieke situatie het best is.

Het bewerken van ruis in je foto met Adobe Lightroom

Al eerder schreef ik een artikel over hoe je ervoor kunt zorgen dat je de ISO-waarde zo laag mogelijk kunt houden bij het maken van een foto. Is het je niet gelukt om de ISO-waarde naar beneden te krijgen en zit je nu met ongewilde ruis in je foto? Geen zorgen, met een fotobewerkingsprogramma als Adobe Lightroom of Photoshop kun je de foto voor een groot deel naar tevredenheid aanpassen! “Het bewerken van ruis in je foto met Adobe Lightroom” verder lezen

Hoe werkt de belichtingsdriehoek?

De belichtingsdriehoek is in fotografie een algemene term voor drie factoren die de belichting van je foto beïnvloeden: ISO-lichtgevoeligheid, sluitertijd en diafragma. Voor een goed belichte foto moet je een balans zien te vinden tussen deze drie factoren. De belichtingsdriehoek illustreert deze balans en kan je helpen in de zoektocht naar de juiste belichting.

  • Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht dat op de sensor van je camera valt. Hoe groter het getal (bijvoorbeeld f/4), hoe kleiner je diafragmaopening is en hoe minder licht de sensor bereikt;
  • De sluitertijd bepaalt hoe lang dat licht op de sensor valt. Hoe langer de sluitertijd, hoe groter de kans is dat je bewegingsonscherpte in je foto krijgt;
  • De ISO-lichtgevoeligheid bepaalt hoeveel invloed het licht heeft op de uiteindelijke foto. Hoe groter de ISO-waarde, hoe groter de kans op ruis in je foto.

Belichtingsdriehoek

Elke hoek in de belichtingsdriehoek staat voor één van de factoren. Voor een correcte belichting is een balans tussen de drie factoren essentieel en alleen in die situatie is de driehoek perfect. Verander je één van deze instellingen, dan verander je in principe één van de hoeken van de driehoek. De driehoek heeft dan geen gelijke zijden meer en je zult dus een andere instelling óók moeten aanpassen, wil je weer een perfecte driehoek (en dus een correcte belichting) krijgen.

Aanpassingen: 1 stop per keer

Pas je één van de drie variabelen aan, dan doe je dit in stapjes. De ISO-waarde verhogen van 100 naar 200 is een verhoging van 1 stapje en dit wordt 1 stop genoemd. De sluitertijd verlengen van 1/125s naar 1/60s is ook weer 1 stop verschil. In onderstaand schema zie je hoe de stops in elkaar zitten (dit kan op jouw camera afwijken, dit is enkel als voorbeeld bedoeld).

Belichtingsdriehoek2

Maak je een foto op ISO 200, diafragma f/8 en sluitertijd 1/125s, maar wil je graag een onscherpe achtergrond in je foto en krijg je dat nu niet voor elkaar? Een onscherpe achtergrond krijg je door een zo groot mogelijk diafragma te gebruiken. Je kunt het diafragma in dit geval dus terugschroeven naar f/2.8 – dit zijn 3 stops.

Kijk naar de belichtingsdriehoek en je ziet dat je nu ook een andere variabele aan moet passen om dezelfde, correcte belichting te krijgen. Je kunt je ISO-waarde 3 stops opschroeven, maar dat zorgt voor ruis in je foto en wellicht wil je dat niet. Dan kies je dus voor de sluitertijd. Deze beweeg je 3 stops de andere kant op voor dezelfde belichting – je gaat dus van 1/125s naar 1/800s.

Een foto met de instellingen ISO 200, f/8 en 1/125s ziet er qua belichting dus hetzelfde uit als een foto met de instellingen ISO 200, f/2.8 en 1/800s, je hebt alleen een onscherpte in de achtergrond weten te creëren.

Heb je de belichtingsdriehoek eenmaal onder de knie, dan kun je creatief met je foto’s aan de slag gaan. Moeilijk is het niet, dus zeker de moeite waard om je eens in te verdiepen!

5 gratis online alternatieven voor Photoshop

In mijn vorige artikel belichtte ik 5 programma’s die gratis te downloaden zijn, als alternatief voor Photoshop. Natuurlijk is het ook mogelijk om foto’s online te bewerken, voor als je liever geen software van internet download, of als je het programma niet zo vaak gebruikt. Of als je onderweg bent en geen software bij je hebt. Deze 5 gratis online fotobewerkingsprogramma’s zijn mijn favoriet!

Pixlr

Pixlr is mijn meest favoriete online fotobewerkingsdienst. Het is een versimpelde versie van Photoshop, maar bevat wel veel functies. Als je je foto’s met name voor online doeleinden wil bewerken, kun je met Pixlr prima uit de voeten. Niet alleen kun je foto’s bewerken met de Pixlr Editor, ook kun je collages maken met Pixlr Express én een Instagram-achtige look en feel geven aan je foto’s via Pixlr O-Matic. Een aanrader om eens uit te proberen!

Photoshop Express Editor

De Express Editor is een gratis dienst van Adobe Photoshop zelf. Het programma is een sterk versimpelde versie van het alom bekende fotobewerkingsprogramma, maar doet prima dienst. Het is mogelijk om kleur, contrast, helderheid en scherpte eenvoudig te bewerken via de standaard schuifjes. Je kunt kleurenfilters aan je foto toevoegen en leuke effecten uitproberen. Een prima programma voor de fotografen die nog niet erg thuis zijn in het bewerken van foto’s.

PicMonkey

PicMonkey is gratis te gebruiken, maar biedt je ook de mogelijkheid tot registratie voor $5,- per maand. Een voordeel van een betaald account is dat er in het programma geen advertenties te zien zijn, maar ook dat je bewerkingsmogelijkheden uitgebreid worden. De standaard functies zijn links in het menu te vinden: helderheid, contrast, croppen etcetera. Ook retoucheren is mogelijk.

Ribbet

In Ribbet is het mogelijk om fotos te uploaden via social media-kanalen zoals Facebook en Google+. Naast de standaard bewerkingsmogelijkheden kun je foto’s ook voorzien van filters en effecten én kun je gemakkelijk collages maken. Handig voor je blog! Een (betaald) premium-account geeft je tot slot nog veel meer bewerkingsmogelijkheden én online opslag.

Sumopaint

Zelf heb ik het programma weinig gebruikt omdat ik, toen ik het ontdekte, al vrij thuis was in Adobe Photoshop, maar mijn eerste indruk is dat dit programma de meest volledige en daarmee volwaardige vervanger is. Sumopaint bevat de meeste mogelijkheden van de hier genoemde diensten. De interface komt sterk overeen met die van Photoshop en een groot voordeel is dat de taal in te stellen is. Het programma is dus gewoon in het Nederlands te gebruiken. Met een betaald account maak je ook offline gebruik van het programma, voor $4,- per maand.

4 gratis alternatieven voor Photoshop

Adobe Photoshop is het meest bekende fotobewerkingsprogramma en wordt wereldwijd ontzettend veel gebruikt door professionele en amateurfotografen. De software is echter kostbaar en wanneer je het gewoon leuk vind om af en toe wat foto’s te schieten, kan het een investering zijn die je liever nog niet doet. Wat zijn dan de opties? Technyx geeft je 4 gratis alternatieven voor Photoshop.

GIMP

GIMP bestaat net als Photoshop uit drie gedeelten: links de gereedschappen, in het midden je foto en rechts de lagen, handelingen of kanalen. Het programma werkt overzichtelijk en geeft je niet alleen de mogelijkheid tot bewerken, maar ook retoucheren en het werken met laagmaskers. Een prima alternatief voor Photoshop voor fotografen die weinig eisen stellen en tevreden zijn met een simpele doch effectieve interface.

FastStone Image Viewer

FastStone is wat mij betreft vergelijkbaar met Adobe Bridge. Het programma biedt de standaard mogelijkheden om foto’s te bewerken, maar je kunt er ook mee door mappen te bladeren en je foto’s ordenen. FastStone biedt basic mogelijkheden die niet voor iedereen zullen werken, maar wel als je op zoek bent naar simpele bewerkingen als kleur of formaat. Ook kun je met FastStone eenvoudig een watermerk aan je foto’s toevoegen. Bonustip: FastStone Photo Resizer is ideaal om veel foto’s in één keer te verkleinen.

Paint.net

Paint.net is ideaal wanneer je de mogelijkheid wilt hebben om je scherm zelf in te delen. Het programma bestaat uit losse vensters die je eenvoudig kunt verplaatsen. Het programma richt zich vooral op het verbeteren van je foto door middel van belichting of kleuren. Het ‘effecten’-menu biedt je een beperkt aantal creatieve middelen.

RawTherapee

RawTherapee is, zoals de naam al zegt, gericht op het bewerken van RAW-bestanden. De algemene opties om een foto te verbeteren die bijvoorbeeld Adobe Lightroom en Bridge bevatten, zoals belichting, verscherpen, kleuren en witbalans, zitten ook in RawTherapee. Je hoeft je foto’s niet handmatig aan te passen, je kunt ook zogenoemde profielen toepassen. Het is tevens mogelijk om meerdere foto’s in één keer te bewerken en op te slaan.